Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Neurologie is twintig jaar na het verschijnen van de eerste druk nog altijd het meest gebruikte studieboek voor het vak neurologie in de opleiding tot arts. Deze geheel herziene zesde druk is niet alleen up-to-date gebracht, maar ook aangepast aan het probleemgeoriënteerde onderwijs in de huidige curricula.

Het boek bestaat uit drie delen. Deel 1 begint met een bespreking van de klachten en verschijnselen waarmee patiënten met neurologische aandoeningen zich presenteren, zoals plotseling uitvalsverschijnselen, hoofdpijn of pijn in de rug met uitstraling in een been. Daarna wordt in deel 2 de functionele neuroanatomie behandeld die nodig is voor een goed begrip van de symptomen en verschijnselen en voor de interpretatie van het neurologisch onderzoek. In het derde deel ten slotte worden de belangrijkste neurologische ziektebeelden besproken.

Belangrijke kenmerken van het boek zijn:

  • uitgangspunt is de klinische presentatie van patiënten met neurologische aandoeningen;
  • de nadruk ligt daarbij op patroonherkenning en op de differentiële diagnose;
  • de functionele neuroanatomie wordt besproken in samenhang met het neurologisch onderzoek;
  • de hoofdstukken over de ziektebeelden zijn geschreven door een nieuwe generatie neurologen en neurochirurgen, met de nadruk op efficiënte diagnostiek en behandeling;
  • in het boek wordt elk hoofdstuk samengevat in kernpunten.

Neurologie is bestemd voor studenten geneeskunde, maar is zeker ook geschikt voor paramedische disciplines zoals fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

A Klachten en verschijnselen

Voorwerk

1 Krachtsverlies en gevoelsstoornissen

Samenvatting
Het motorische systeem dat vanuit de hersenen de spieren innerveert en het sensibele systeem dat gevoelsprikkels vanuit de extremiteiten en de romp naar de hersenen leidt, lopen in de hersenen, het ruggenmerg en de perifere zenuwen dicht bijeen (figuur 1.1). Bij veel aandoeningen van het zenuwstelsel zijn ze dan ook gezamenlijk aangedaan. Laesies in verschillende delen van het centrale en perifere zenuwstelsel leiden daardoor meestal tot een combinatie van spierzwakte (krachtsverlies, verlamming; hiervoor wordt de term parese gebruikt) en gevoelsstoornissen (verminderd gevoel, ‘doof’ gevoel, tintelingen). Krachtsverlies zonder gevoelsstoornissen komt voor bij aandoeningen van de neuromusculaire overgang en de spieren.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

2 Gestoorde bewegingen

Samenvatting
Een patiënt met een plotselinge ernstige halfzijdige verlamming door een beroerte kan uiteraard niet lopen en zijn aangedane hand gebruiken. Hetzelfde geldt voor een patiënt die binnen een paar dagen ernstige proximale spierzwakte heeft ontwikkeld door een syndroom van Guillain-Barré. Er is echter ook een grote groep patiënten bij wie problemen met bewegen op de voorgrond staan, zonder duidelijk krachtsverlies en zonder gevoelsstoornissen, zodat je niet als eerste denkt aan uitvalsverschijnselen door een laesie van de hersenen of het ruggenmerg of van het perifere zenuwstelsel.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

3 Kortdurende uitvalsverschijnselen

Samenvatting
In hoofdstukken 1 en 2 bespraken we de uitvalsverschijnselen door laesies in verschillende delen van het zenuwstelsel. Soms herstellen uitvalsverschijnselen weer gedeeltelijk (bijvoorbeeld bij een herseninfarct), in andere gevallen zijn ze blijvend (na een traumatische dwarslaesie) of progressief (maligne hersentumor, ziekte van Parkinson). Uitvalsverschijnselen kunnen echter ook kortdurend zijn, variërend van minuten tot uren. Het bijzondere bij dit veelvoorkomende klinische probleem is dat je voor de diagnose van de aandoening die de uitvalsverschijnselen veroorzaakte geheel bent aangewezen op de anamnese. Op het moment dat je de patiënt ziet, zijn de symptomen bijna altijd al over en zijn er bij het neurologisch onderzoek geen afwijkingen meer te vinden.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

4 Slechter zien of dubbelzien

Samenvatting
Een verslechtering van het gezichtsvermogen is altijd verontrustend, ook als het om één oog gaat, als het maar een paar minuten heeft geduurd of als het om minder ging dan volledige blindheid. Zo’n verslechtering kan variëren van wazig zien, alles grijs zien, niets zien in een deel van het gezichtsveld, sterretjes of lichtflitsen zien tot helemaal niets meer zien. Voor al deze vormen tezamen gebruiken we de term ‘slecht zien’. Het kan daarbij gaan om een afname van de gezichtsscherpte (visus), zoals je die kan meten met een letterkaart; daarvoor is de term visusdaling gebruikelijk. Of het gaat om defecten in het gezichtsveld (waarbij de visus meestal normaal is); daar wordt de term gezichtsvelddefect voor gebruikt.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

5 Duizeligheid

Samenvatting
Met de klacht ‘duizeligheid’ kan een patiënt veel verschillende sensaties bedoelen. Gemeenschappelijk daarin is het gevoel het evenwicht te verliezen, maar dat betekent lang niet altijd dat het om een probleem gaat met het evenwichtsorgaan (labyrint). Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een licht gevoel in het hoofd met de sensatie te zullen omvallen bij een plotselinge bloeddrukdaling, spontaan (bijna-flauwvallen, hartritmestoornis) of bij het opkomen uit liggende of zittende houding (orthostatische hypotensie), of zonder bloeddrukdaling bij angst met hyperventilatie, chronisch of kortdurend bij een paniekaanval. De onzekerheid kan ook in de benen zitten, door stoornissen van het gevoel of de coördinatie. Natuurlijk kan duizeligheid ook door aandoeningen van het labyrint veroorzaakt worden. Daarbij staan bewegingssensaties op de voorgrond, zoals de kortdurende hevige draaiduizelingen bij positieveranderingen die veroorzaakt worden door de vorming van kalkgruis in het labyrint (benigne paroxismale positieduizeligheid, BPPD). Of de langer durende draaisensaties bij de ziekte van Ménière. Ook aandoeningen van de n. vestibularis of van de vestibulariskernen in de hersenstam veroorzaken draaiduizeligheid, zoals bij een neuritis vestibularis of bij voorbijgaande ischemie van de hersenstam. Ook intoxicaties kunnen het evenwicht beïnvloeden, al dan niet met bewegingssensaties, met alcohol, sedativa en anti-epileptica als belangrijkste oorzaken.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

6 Problemen met spreken en slikken

Samenvatting
Problemen met spreken komen bij veel verschillende aandoeningen voor, soms gecombineerd met slikproblemen. Bijna altijd gaat het om aandoeningen die ook andere klachten veroorzaken, zoals spierzwakte of bewegingsstoornissen. Een geïsoleerde spraakstoornis komt dan ook niet zo vaak voor. Toch is het van belang om een spraakstoornis te kunnen analyseren, omdat de aard ervan een belangrijke bijdrage kan leveren aan het lokaliseren van de onderliggende aandoening.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

7 Stoornissen van cognitie en gedrag

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over patiënten die in de war zijn, vergeetachtig zijn geworden of ongewoon gedrag vertonen. De patiënten zelf hebben vaak weinig of geen ziektebesef, en je ziet ze meestal op aandringen van ongeruste familieleden of vrienden. ‘In de war zijn’, ‘vergeetachtigheid’ en ‘ongewoon gedrag’ zijn betrekkelijk vage omschrijvingen. Met de combinatie van heteroanamnese, neurologisch en psychiatrisch onderzoek moet je dan ook eerst proberen het klinische toestandsbeeld onder te brengen in een van de vier categorieën: focale stoornis, delier, dementiesyndroom of psychose (tabel 7.1). Pas daarna stel je een gerichte differentiële diagnose op.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

8 Bewusteloosheid

Samenvatting
Bewustzijnsverlies is een van de meest dramatische manieren waarop een aandoening van de hersenen zich kan manifesteren. Meestal ontstaat het door aandoeningen die de hersenen diffuus treffen, maar ook focale laesies kunnen bewustzijnsverlies veroorzaken. Dit is te begrijpen vanuit de functionele neuroanatomie van het bewustzijn. Bewustzijn ontstaat door de gecoördineerde activiteit van de hele cerebrale cortex. De cortex moet daartoe gefaciliteerd worden door een aantal kernen in de rostrale hersenstam, het ‘ascending arousal system’ (AAS) (figuur 8.1; zie voor details paragraaf 19.​1.​2).
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

9 Problemen met slapen

Samenvatting
Problemen met slapen komen veel voor. Afhankelijk van de gebruikte definitie heeft 7 tot 30% van de bevolking in de westerse wereld klachten van slapeloosheid. Als de klachten ’s nachts zodanig zijn dat ze ook tot klachten of problemen overdag leiden (we spreken dan van insomnie) is het iets onder de 10%. Klachten van overmatige slaperigheid overdag komen bij 12 tot 15% van de bevolking voor.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

10 Wegrakingen

Samenvatting
Met een wegraking bedoelen we een plotseling en kortdurend bewustzijnsverlies dat vanzelf weer overgaat. Als iemand zittend, staand of lopend een wegraking krijgt zakt hij in elkaar of valt hij neer. Andere verschijnselen waarmee een wegraking gepaard kan gaan zijn onder andere bleekheid, spiertrekkingen en incontinentie. De bekendste vorm van een wegraking is flauwvallen.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

11 Hoofdpijn

Samenvatting
Hoofdpijn is een veelvoorkomende klacht. In verreweg de meeste gevallen is hoofdpijn niet een symptoom van een onderliggende aandoening, maar een aandoening op zichzelf. Voorbeelden van dergelijke hoofdpijnsyndromen zijn migraine, spanningshoofdpijn en medicatieafhankelijke hoofdpijn. De verschillende hoofdpijnsyndromen onderscheiden zich van elkaar door het verloop in de tijd (aanvalsgewijs of continu), de lokalisatie van de pijn (halfzijdig, in het hele hoofd of rond één oog), de aard van de pijn (bonzend, stekend, knellend) en het optreden van bijkomende symptomen als misselijkheid en braken en focale uitvals- of prikkelingsverschijnselen (figuur 11.1). Sommige hoofdpijnsyndromen kunnen met ernstige klachten en flinke beperkingen gepaard gaan.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

12 Pijn in rug en been of in nek en arm

Samenvatting
Pijn laag in de rug en pijn in de nek komen veel voor. Meestal is er geen duidelijke oorzaak voor aantoonbaar. De klachten worden vaak toegeschreven aan degeneratieve veranderingen in de wervelkolom, zoals hoogteverlies van de tussenwervelschijven en artrose van de facetgewrichten, maar die veranderingen komen ook voor bij mensen zonder klachten (zie paragraaf 28.3.1; zie voor de anatomie van de wervelkolom figuur 28.1). De kunst is om deze veelvoorkomende, weliswaar lastige maar goedaardige rug- of nekpijn te onderscheiden van de pijn door een aantal minder vaak voorkomende aandoeningen, waarbij snelle diagnostiek en behandeling van groot belang zijn.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

13 Gestoorde ontwikkeling bij kinderen

Samenvatting
Een van de belangrijkste manifestaties van neurologische aandoeningen bij pasgeborenen, zuigelingen en kleuters is een gestoorde ontwikkeling. Bij de geboorte is het zenuwstelsel immers nog niet volledig ontwikkeld en stoornissen van allerlei aard (ook intra-uterien al) kunnen die ontwikkeling vertragen, stopzetten of zelfs leiden tot het verlies van functies die al verworven waren. Dit geldt niet alleen voor de motorische, maar ook voor de cognitieve en emotionele ontwikkeling, al vallen de motorische afwijkingen vaak het eerste op. Deze zogenoemde psychomotorische ontwikkeling verloopt in een min of meer vast patroon (paragraaf 13.​2) en kan in kaart gebracht worden door het vaststellen van de tijdstippen waarop een kind bepaalde vaardigheden of functies verworven heeft, de zogenoemde ontwikkelingsmijlpalen. Ook het op tijd ontstaan of het weer verdwijnen van specifieke reflexmatige motorische patronen maakt deel uit van die ontwikkeling (paragraaf 13.​3). Een gedetailleerde anamnese gericht op deze mijlpalen en onderzoek naar deze motorische patronen kunnen belangrijke aanwijzingen geven voor pre-, peri- of postnataal ontstane hersenschade, voor een langzaam duidelijker wordende ontwikkelingsachterstand of voor een knik in de ontwikkeling door een acute, een subacute of een chronische aandoening.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

B Functionele neuroanatomie en neurologisch onderzoek

Voorwerk

14 Motoriek

Samenvatting
Er zijn maar weinig neurologische aandoeningen die niet gepaard kunnen gaan met motorische stoornissen. Het gaat daarbij niet alleen om verlammingen, maar ook om problemen met starten en stoppen of het coördineren van bewegingen, en om het optreden van allerlei ongewilde bewegingen, zoals beven. Het analyseren van al deze verschillende motorische stoornissen door observatie en neurologisch onderzoek speelt dan ook een belangrijke rol bij het diagnosticeren van neurologische ziekten.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

15 Sensibiliteit

Samenvatting
Somatosensibiliteit is de algemene term voor de gevoelssensaties die worden opgewekt door aanraking, beschadiging of temperatuursverandering van de huid en door bewegingen van de ledematen en van de romp. Er worden twee groepen gevoelssensaties onderscheiden, samenhangend met twee gescheiden anatomische systemen voor deze groepen: vitale en gnostische sensibiliteit.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

16 Hersenzenuwen

Samenvatting
De hersenzenuwen zijn van craniaal naar caudaal genummerd van I tot en met XII, op volgorde waarin zij de hersenen, en met name de hersenstam, in- of uittreden (figuur 16.1). Behalve de functies van elk van deze hersenzenuwen zijn ook enkele topografisch anatomische gegevens klinisch van belang, met name de lokalisaties van de hersenzenuwkernen in de hersenstam en de plaats waar de verschillende hersenzenuwen de schedel verlaten of binnenkomen (figuur 16.2 en tabel 16.1).
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

17 Autonoom zenuwstelsel en neuro-endocrien systeem

Samenvatting
Het autonome zenuwstelsel en het neuro-endocriene systeem (hypothalamus en neurohypofyse) spelen een rol in de regulatie van een groot aantal lichaamsfuncties, zoals de bloedsomloop, zweetsecretie, mictie, spijsvertering, seksuele functies en volumeregulatie. De meest voorkomende autonome stoornissen zijn syncope (in de vorm van vasovagaal flauwvallen en orthostatische hypotensie), incontinentie en erectiestoornissen. Voor neuro-endocriene stoornissen zijn dat diabetes insipidus en ‘cerebral salt wasting’.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

18 Hogere cerebrale functies

Samenvatting
Met ‘hogere cerebrale functies’ worden functies bedoeld als zien, zich iets herinneren, redeneren, een plan uitvoeren of kwaad worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen cognitieve, conatieve en affectieve functies. Met cognitieve functies (‘kennen’) worden kennende of intellectuele functies bedoeld, zoals waarnemen, geheugen en redeneren; met conatieve functies (‘willen’) functies als motivatie, aandrift, initiatief, en wilsbesluiten; onder affectieve functies (‘voelen’) vallen stemmingen en emoties.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

19 Bewustzijn en slaap

Samenvatting
Het algemene begrip bewustzijn heeft een heel brede betekenis. Die term doelt op de subjectieve beleving van ons lichaam en van onze omgeving, van onze sensaties, gedachten, intenties en emoties, en van onze acties. En op ons vermogen om gedachten en oordelen te vormen over onze subjectieve belevingen, zelfbewustzijn. Door de combinatie van al deze functies hebben we een voorstelling van ons lichaam en van de buitenwereld, kunnen we gedachten formuleren en beoordelen, en kunnen we doelgericht handelen. Al deze aspecten tezamen worden wel de inhoud van het bewustzijn genoemd. De term bewustzijn kan ook een veel smallere betekenis hebben: de mate van alertheid of wakker zijn van een persoon. Dit wordt wel het niveau van het bewustzijn genoemd. Als we zeggen dat iemand bij bewustzijn is, dan bedoelen we dat hij wakker is en alert, los van wat er in hem omgaat, de inhoud van zijn bewustzijn. En als een patiënt niet wakker is en alert, dan heeft hij een gedaald bewustzijn, wat kan variëren van ‘ongeconcentreerd’, via ‘slaperig’ en ‘moeilijk wekbaar’ tot ‘onwekbaar’ of ‘bewusteloos’. Over deze smalle betekenis van het bewustzijn gaat dit hoofdstuk.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

C Ziektebeelden

Voorwerk

20 Cerebrovasculaire aandoeningen

Samenvatting
Ieder jaar krijgen ongeveer 40.000 Nederlanders een beroerte (cerebrovasculair accident, CVA). De gevolgen zijn ernstig: beroertes zijn tweede op de lijst van doodsoorzaken en derde op die van oorzaken van invaliditeit. Ze zijn verantwoordelijk voor 23% van de sterfte door hart- en vaatziekten in Nederland, in vergelijking met 27% door ischemische hartziekten, die een twee keer hogere incidentie hebben. De kans op overlijden door een beroerte neemt wel af, maar het absolute aantal patiënten dat een beroerte krijgt neemt tegelijkertijd toe, net als het aantal patiënten dat moet leven met de gevolgen van een beroerte. Bij 75 tot 80% van de patiënten met een beroerte betreft het een herseninfarct door afsluiting van een bloedvat. Bij de andere patiënten betreft het een intracerebrale (ongeveer 18%) of een subarachnoïdale bloeding (7%).
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

21 Traumatologie

Samenvatting
Ongevallen zijn de belangrijkste doodsoorzaak van mensen onder de 45 jaar. Traumatisch letsel van de hersenen en van het ruggenmerg is bovendien een belangrijke oorzaak van invaliditeit bij mensen die bij ongevallen betrokken waren.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

22 Neuro-oncologie

Samenvatting
De neuro-oncologie omvat alles wat met kanker en het zenuwstelsel te maken heeft. Dit betreft zowel tumoren die ontstaan in het zenuwstelsel of aangrenzende structuren (primaire tumoren), uitzaaiingen in of bij het zenuwstelsel van kanker elders in het lichaam (secundaire tumoren) als complicaties van kanker en de behandeling van kanker in het algemeen (tabel 22.1). Het gaat meestal om hersentumoren of uitzaaiingen in de hersenen, maar ook tumoren van het ruggenmerg, de zenuwwortels of perifere zenuwen komen voor en uitzaaiingen in het hersenvocht (leptomeningeale metastasen).
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

23 Bewegingsstoornissen

Samenvatting
De term ‘bewegingsstoornissen’ in de neurologie verwijst naar de motorische stoornissen die ontstaan bij aandoeningen van de basale kernen (zie hoofdstukken 2 en 14). Omdat de basale kernen gezamenlijk ook wel het extrapiramidale systeem genoemd worden zijn de betreffende aandoeningen bekend als extrapiramidale ziekten.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

24 Infecties

Samenvatting
Neurologische infectieziekten kunnen worden veroorzaakt door bacteriën, virussen en in mindere mate schimmels, gisten en parasieten. Ze kunnen een acuut (bijvoorbeeld pneumokokkenmeningitis), subacuut (bijvoorbeeld tuberculeuze meningitis) of chronisch beloop hebben (bijvoorbeeld meningitis bij syfilis).
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

25 Epilepsie

Samenvatting
Epilepsie is een van de meest voorkomende neurologische aandoeningen. De prevalentie in de westerse landen wordt geschat op drie tot dertig per 1000 inwoners. In ontwikkelingslanden is deze aanzienlijk hoger. De incidentie van epilepsie in Nederland wordt geschat op vier per 10.000 inwoners per jaar. Daarnaast krijgt ongeveer 3 tot 5% van de kinderen tussen 6 maanden en 6 jaar een of meer koortsstuipen en gaan veel acute hersenziekten gepaard met epileptische aanvallen (dat het doormaken van een epileptische aanval niet noodzakelijk de diagnose epilepsie inhoudt bespreken we in dit hoofdstuk).
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

26 Dementie

Samenvatting
Dementie is een klinisch syndroom dat door verschillende aandoeningen veroorzaakt kan worden. Het syndroom wordt gekenmerkt door cognitieve stoornissen in meerdere domeinen (zoals geheugen, uitvoerende functies en praxis), al dan niet in combinatie met stoornissen in gedrag of persoonlijkheid, bij een ongestoord bewustzijn.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

27 Hoofdpijn

Samenvatting
Hoofdpijn is een veelvoorkomende klacht. Een op de drie mensen heeft ooit in zijn leven wel eens heftige hoofdpijn. Van alle patiënten in de neurologische praktijk heeft 20% hoofdpijn als klacht. Op het spreekuur van de huisarts is hoofdpijn een van de meest voorkomende klachten, zowel bij volwassenen als kinderen. Hiervan is bij ongeveer de helft ongerustheid en angst voor een ernstige aandoening de belangrijkste reden voor een consult. Daar staat tegenover dat de meeste patiënten met hoofdpijn niet naar een arts gaan. Hoofdpijn is een van de belangrijkste redenen voor zelfmedicatie, niet zelden leidend tot misbruik van analgetica. Hoofdpijn is de meest frequente oorzaak van werkverzuim.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

28 Wervelkolom, wortels en ruggenmerg

Samenvatting
De meeste aandoeningen van spinale wortels en veel aandoeningen van het ruggenmerg zijn het gevolg van aandoeningen van de wervelkolom. Voorbeelden zijn een radiculair syndroom door een hernia nuclei pulposi en ruggenmergcompressie door een spondylotische vernauwing van het cervicale wervelkanaal. Aandoeningen van de wervelkolom kunnen natuurlijk ook lokale klachten en verschijnselen geven als rug- en nekpijn en uitwendig zichtbare vervormingen, maar in dit hoofdstuk ligt de nadruk op de neurologische ziektebeelden die erdoor worden veroorzaakt.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

29 Multiple sclerose en verwante aandoeningen

Samenvatting
Multiple sclerose (MS) is een inflammatoire aandoening van de witte stof van de hersenen, oogzenuwen en het ruggenmerg die meestal op jongvolwassen leeftijd ontstaat. Het beloop is erg variabel, maar bij twee derde van de patiënten leidt de aandoening in korte of langere tijd tot matig ernstige of ernstige lichamelijke en cognitieve beperkingen. De jonge beginleeftijd en de veelal in de loop van jaren toenemende invaliditeit maken het tot een ziekte met grote medische, psychosociale en economische consequenties.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

30 Neuromusculaire ziekten I: motorische voorhoorncellen, neuromusculaire synaps en spieren

Samenvatting
Neuromusculaire ziekten is een term die alle aandoeningen van het perifere zenuwstelsel omvat, dat wil zeggen: aandoeningen van de motorische voorhoorncellen, de perifere sensibele neuronen, de plexus, perifere zenuwen, neuromusculaire overgang en spieren.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

31 Neuromusculaire ziekten II: perifere zenuwen en plexus

Samenvatting
Dit tweede hoofdstuk over neuromusculaire ziekten gaat over aandoeningen van de perifere zenuwen en van de plexus. Omdat de meeste perifere zenuwen en de plexus niet alleen motorische, maar ook sensibele en autonome zenuwvezels bevatten leiden aandoeningen van zenuwen en plexus vrijwel altijd tot combinaties van motorische, sensibele en autonome stoornissen (zie tabel 30.1). Er zijn echter ook polyneuropathieën met alleen maar sensibele stoornissen. Die worden veroorzaakt door aandoeningen die selectief de sensibele vezels in de zenuwen aantasten of de sensibele neuronen in de dorsale sensibele ganglia.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

32 Stoornissen van liquorcirculatie

Samenvatting
De hersenen en het ruggenmerg worden in de schedel en het spinale kanaal omgeven door een heldere, kleurloze vloeistof, de liquor cerebrospinalis (kortweg liquor). Ook de ventrikels in de hersenen zijn met deze vloeistof gevuld. Hersenen en ruggenmerg drijven als het ware in de liquor en ondervinden daardoor een zekere bescherming tegen mechanische schokken (figuur 32.1). Daarnaast functioneert de liquor als een afvoermedium voor stoffen uit de extracellulaire ruimte van het centrale zenuwstelsel (CZS), vergelijkbaar met de lymfecirculatie in andere weefsels.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

33 Slaapstoornissen

Samenvatting
Slaap is kennelijk zo’n essentiële activiteit van de hersenen dat een derde van het leven in deze toestand doorgebracht wordt. Hoewel de kennis over slaap de afgelopen decennia enorm is toegenomen, is nog steeds niet duidelijk wat er precies de functie van is en evenmin waarom de slaapbehoefte zulke grote interindividuele verschillen toont. Dit neemt niet weg dat er duidelijk te onderscheiden en vaak behandelbare aandoeningen van de slaap zijn. Slaapstoornissen kunnen op zichzelf staan, maar komen ook voor in het kader van andere neurologische (met name neurodegeneratieve) aandoeningen. Voor een goede slaap en een daarmee verbonden kwalitatief goede waaktoestand is een intacte structuur en functie van slaapregulerende delen van de hersenen noodzakelijk (zie hoofdstuk 19).
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

34 Neurologische manifestaties van interne aandoeningen, deficiënties en intoxicaties

Samenvatting
Bij interne aandoeningen, vitaminedeficiënties en intoxicaties (onder andere met geneesmiddelen) komen regelmatig neurologische manifestaties voor. Het gaat daarbij meestal om diffuse aandoeningen van het centrale zenuwstelsel (hersenen) of het perifere zenuwstelsel (zenuwen en spieren), maar ook focale verschijnselen komen soms voor.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

35 Neuro-oftalmologie en neuro-otologie

Samenvatting
Een patiënt met visusklachten heeft meestal een aandoening van de ogen, een patiënt met slechthorendheid meestal een aandoening van de oren. Visusklachten kunnen echter ook berusten op aandoeningen van de oogzenuw of de oogspierzenuwen en slechthorendheid op aandoeningen van de gehoorzenuw. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste aandoeningen besproken uit de grensgebieden tussen de neurologie en de oogheelkunde of keel-, neus- en oorheelkunde.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

36 Ontwikkelingsstoornissen bij kinderen

Samenvatting
Bij de geboorte zijn vrijwel alle neuronen van het zenuwstelsel al aanwezig en hebben hun plaats gevonden. Toch kan een pasgeborene de meeste functies van het centrale zenuwstelsel nog niet goed gebruiken. Hiervoor zijn nog jaren van myelinisatie en synaps- en netwerkvorming nodig. Elk kind heeft dus tijd nodig om zich motorisch, verbaal en sociaal-emotioneel te ontwikkelen (zie tabel 13.2). Daardoor valt vaak pas in de loop van jaren op dat een deel van het zenuwstelsel zich niet normaal heeft ontwikkeld, bijvoorbeeld doordat een kind niet op de normale tijd leert lopen of praten of doordat er uitvalsverschijnselen zichtbaar worden zoals spasticiteit. De oorzaak daarvan kan dan zowel een afwijkende aanleg of ontwikkeling als een beschadiging of ziekte van het zenuwstelsel zijn, die zich dan vaak al ruim voor het optreden van de klachten heeft voorgedaan. Het is dus van belang bij de anamnese altijd al bij de zwangerschap en geboorte te beginnen.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

37 Functionele neurologische symptomen

Samenvatting
Functionele neurologische symptomen zijn symptomen als spierzwakte, sensorische stoornissen, bewegingsstoornissen of op epilepsie lijkende aanvallen die duiden op een functiestoornis in het zenuwstelsel, maar waarbij geen structurele afwijkingen (tumor, ontsteking, infarct) worden gevonden. Er zijn verschillende neurologische aandoeningen waarbij de symptomen niet berusten op een structurele afwijking maar op een functiestoornis van de hersenen, zoals migraine, transient global amnesia, of verschillende vormen van epilepsie. Functionele neurologische symptomen worden van de symptomen van deze andere functiestoornissen onderscheiden op grond van de symptomen en het aanvullend onderzoek.
Albert Hijdra, Peter J. Koudstaal, Raymund A.C. Roos

Nawerk

Meer informatie