Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Stoornisgerichte en protocollaire behandelingen maken al geruime tijd een duidelijke opgang in de psychotherapeutische hulpverlening. In deze vormen van behandeling staat de toepassing van specifieke, vaak goed onderzochte behandelprocedures centraal. In Motiveringsstrategieën in de ambulante psychotherapie wordt het belang van aangetoonde effectieve behandelprocedures onderschreven, maar wordt tevens benadrukt dat het de patiënten zelf zijn die met die procedures veranderingen bij zichzelf moeten bewerkstelligen. Behandelprocedures moeten daarom niet alleen worden uitgelegd maar ook acceptabel en wenselijk worden gemaakt. Patiënten moeten ontvankelijk worden gemaakt voor de effecten ervan en in staat worden gesteld om deze effecten als tekenen van verandering, vooruitgang of controle te accepteren. Van de kant van de therapeut vereist dit deskundigheid, fijngevoeligheid en empathie.Aan de orde komen motiveringsstrategieën in de voorbereidingsfase, activeringsfase en volhardingsfase. De hoofdstukken gaan onder meer in op empathie, omgangsstijl, behandelrationale, contextwijzigingen, activering, voorspellingen, huiswerkopdrachten en afsluiting van de behandeling.Dit boek maakt deel uit van de reeks Psychotherapie in praktijk. Elk deel in deze reeks bevat gevalsbeschrijvingen en biedt de lezer zo een kijkje in de spreekkamer van een collega-behandelaar.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Abstract
‘En dan zijn we nu aanbeland bij de rationale van de behandeling.’
Ger Keijsers, Caroline Vossen, Lam Keijsers

1. Motivering

Abstract
In de jaren zeventig van de vorige eeuw groeide de kritiek op de psychologisch-psychodynamisch georiënteerde classificatie van psychische stoornissen in de psychiatrie van die tijd. Zorgverzekeraars, onderzoekers en medici bekritiseerden de onduidelijke diagnostiek en de moeilijk te beoordelen psychopathologiemodellen van de DSM-II (APA, 1968). In reactie op die kritiek bewoog de psychiatrie zich met het verschijnen van de DSM-III (APA, 1980) terug in het gelid van de medische wetenschappen. De psychodynamische persoonlijkheidsstructuur uit de DSM-II werd losgelaten. Er werd een reuzenstap gezet naar diagnose door symptoomclassificatie volgens medisch model (Mayes & Horwitz, 2005). De DSM-III en de DSM-III-R (APA, 1987) gaven een sterke impuls aan de experimentele psychopathologie en aan stoornisspecifiek effectonderzoek.Wereldwijd werden effectstudies opgezet om uit te zoeken bij welke stoornis welke behandelmethode het meest effectief is. Bovendien verbeterde de onderzoeksmethodologie en werd bijvoorbeeld de toepassing van behandelprotocollen gebruikelijk. In behandelprotocollen werden de te nemen stappen in de behandelingen vastgelegd. Therapeuten in behandelonderzoek waren verplicht het behandelprotocol te volgen. Al deze ontwikkelingen leidden tot de evidence based of empirically supportedbenadering in de psychotherapie die vanaf het midden van de jaren negentig opkwam. ‘Evidence-based’ psychologische behandelingen zijn de meest effectieve behandelingen die binnen de klinische psychologie en psychiatrie ontwikkeld werden. Ze worden door velen als de behandeling van voorkeur beschouwd (Barlow & Hofmann, 1997; Barlow, Levitt & Bufka, 1999; Chambless et al., 1996; DeRubeis & Crits-Christoph, 1998; Keijsers et al., 2004a; Roth & Fonagy, 2005).
Ger Keijsers, Caroline Vossen, Lam Keijsers

2. De voorbereidingsfase: is verandering wenselijk en mogelijk?

Abstract
Wat betekent ‘veranderen met behulp van therapie’? Er is een aantal antwoorden mogelijk. Soms gaat het om iets ontdekken over jezelf, iets nieuws voelen of ervaren waartoe je tot op dat moment niet in staat was. Soms ook gaat het om de ruimte vinden voor het nemen van een belangrijk besluit. Dikwijls betekent veranderen de tijd nemen om te oefenen of te experimenteren met iets nieuws of het nalaten van iets bekends. In alle gevallen moeten activiteiten worden verricht die leiden tot, of gepaard gaan met, persoonlijke belevingen. Het is belangrijk dat die persoonlijke belevingen authentiek zijn en van binnenuit komen, juist omdat een verandering van de spontane, authentieke beleving gezocht wordt. Eerder dan ‘vernemen’ dat spinnen ongevaarlijk zijn of ‘leren om de angst voor spinnen verborgen te houden’, wil de patiënt ervaren dat, met behulp van oefening, spinnen inderdaad niet gevaarlijk zijn of dat de angst voor spinnen te verdragen is.
Ger Keijsers, Caroline Vossen, Lam Keijsers

3. Aansluiten bij patiënten met een lastige omgangsstijl

Abstract
Het is niet bij alle patiënten gemakkelijk om tot een goede start van de therapie te komen, waarbij de patiënt zich geaccepteerd en begrepen voelt en beïnvloeding door de therapeut kan toelaten. Soms hebben patiënten een stijl van omgaan met anderen die het eerder beschreven proces van acceptatie, aansluiting, begrip en empathie in de weg staan. Deze omgangsstijl kan interfereren met de rol die de therapeut voor zichzelf en voor de patiënt weggelegd ziet. De patiënt vertrouwt de therapeut niet of laat zich voortdurend kritisch uit over de visies van de therapeut. Het is niet denkbeeldig dat therapeuten patiënten met een dergelijke omgangsstijl als weinig gemotiveerd gaan beschouwen en hen dit direct of indirect gaan verwijten, bijvoorbeeld door hun inzet ter sprake te brengen wanneer er weinig resultaat wordt geboekt. In dit hoofdstuk staan we stil bij de mogelijkheden om interactionele obstakels uit de weg te ruimen bij de behandeling van patiënten met een lastige omgangsstijl.
Ger Keijsers, Caroline Vossen, Lam Keijsers

4. De activeringsfase: aanzetten tot het opdoen van ervaringen

Abstract
Acceptatie van de behandeling, acceptatie van zichzelf en praten over de klachten brengen reeds veranderingen teweeg. Vervolgens moet in de activeringsfase verdere verandering op gang worden gebracht.
Ger Keijsers, Caroline Vossen, Lam Keijsers

5. De volhardingsfase: motiveren bij lopende behandelingen

Abstract
Binnen de klachtgerichte vormen van psychotherapie geldt de werkwijze dat een therapeut en een patiënt zich verbinden aan een behandelcontract. Het behandelcontract bevat het geformuleerde doel van de behandeling, de beoogde therapeutische procedures, een tijdsplan en een methode om de behandelresultaten vast te stellen. De therapeut is de bewaker van deze koers en dient de behandeling met deze koers vorm te geven. Binnen deze koers is gewoonlijk voldoende ruimte voor ad-hoczaken die aan de orde komen, maar grote koerswijzigingen zouden pas mogen worden ingezet als er een gewijzigd behandelcontract is opgesteld, op basis van bijvoorbeeld nieuwe inzichten en tussenevaluaties. De vastgestelde koers is nodig om het kader van de samenwerking duidelijk te houden en vooral ook om de focus scherp te houden en het behandeldoel te bereiken.
Ger Keijsers, Caroline Vossen, Lam Keijsers

6. Besluit

Abstract
In dit boek stelden we allereerst de vraag waarom motiveren voor psychotherapie nodig is. Het antwoord dat wij gaven, ligt voor de hand. Psychotherapie is een behandelvorm waarin niet de behandelaar, maar de patiënt het grootste deel van het werk moet doen. Dat werk komt er bovendien op neer aspecten van zichzelf – bepaald gedrag of de manier waarop de patiënt bepaalde situaties beleeft – te veranderen. Aspecten van jezelf veranderen is moeilijk. Dat geldt beslist als het gaat om aanhoudende of terugkerende gedragsneigingen, emoties of gedachten die kenmerkend zijn voor psychische stoornissen. Deze belevingen doen zich voor zonder dat de patiënt er directe controle op heeft. Ze zijn ongewenst, onvrijwillig en worden als bevreemdend en onoplosbaar beleefd. Ze worden gedeeltelijk door automatische cognitieve en neurobiologische processen in stand gehouden. Daarnaast zijn ze ingebed in opvattingen die evenmin gemakkelijk te veranderen zijn. Ze leiden bovendien tot impasses met de omgeving zodat ook op dat front voor de hand liggende oplossingen zijn uitgeput. Dat maakt dat deze ongewenste belevingen niet zonder meer te veranderen zijn en patiënten professionele hulp zoeken. Verandering door psychotherapie is mogelijk, maar voornamelijk met behandelmethoden waarbij veel oefenen noodzakelijk is en waarbij vooral de patiënt veel inspanning moet leveren, tijd moet vrijmaken en meestal flink moet betalen voor de geboden hulp.
Ger Keijsers, Caroline Vossen, Lam Keijsers

Nawerk

Meer informatie