Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Hoe bouw je een werkbare relatie op? Hoe breng je cliënten zover dat ze er zelf voor kiezen hun gedrag te veranderen? Hoe zorg je ervoor dat ze het gevoel hebben stappen te kunnen zetten op weg naar kansrijker gedrag dat (uiteindelijk) hun eigen welzijn ten goede komt? Hoe bereik je dat het niet alleen bij plannen blijft, maar dat ze de ingezette verandering ook volhouden? Motiverende gespreksvoering voor sociaalagogisch werk biedt een toegankelijke en praktische vertaling van recente inzichten over het beïnvloeden van motivatie en gedrag naar de praktijk van het sociaalagogisch werkveld. 'Motivational Interviewing' zoals ontwikkeld door Miller & Rollnick vormt daarbij de belangrijkste leidraad. Dit boek biedt een gedegen theoretisch begrip van de diverse concepten die aan de gespreksmethode ten grondslag liggen, maar is vooral praktijkgericht. De verschillende stappen in de motiverende benadering worden duidelijk uiteengezet en toegelicht. Er zijn cases en voorbeelddialogen met een toelichting.Op de begeleidende website is aanvullend materiaal beschikbaar in de vorm van reflectievragen, verschillende videovoorbeelden uit de diverse werkvelden, aanvullende dialogen, opdrachten en toetsvragen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Motiverende gespreksvoering: een introductie

Abstract
» In dit hoofdstuk geven we een definitie van motiverende gespreksvoering en bespreken we de uitgangspunten van deze kijk op motivatie. In het tweede deel van dit hoofdstuk beschrijven we hoe motiverende gespreksvoering past binnen het sociaalagogische werkveld.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

2. Theorie en achtergronden

Abstract
» Volgens de Self Determination Theory (SDT) hebben cliënten behoefte aan autonomie, competentie en verbinding. Als hun autonomie bedreigd wordt (reactance theory) of als ze het gevoel hebben dat ze niet in staat zijn om te veranderen (self-efficacy), zullen ze de situatie willen houden zoals ze is. Ze kunnen deze opstelling met argumenten omkleden (uitspreken van bezwaren) en komen in verzet als anderen druk op hen willen uitoefenen om toch te veranderen (weerstand). Zij horen zichzelf vertellen waarom ze niet willen of kunnen veranderen en raken daarvan meer overtuigd (zelfperceptietheorie), of ze maken het onderwerp minder belangrijk voor zichzelf (cognitieve dissonantietheorie). Cliënten die zich gewaardeerd en begrepen voelen in het contact met de professional (cliëntgerichte gespreksvoering), worden gestimuleerd om hun eigen redenen en mogelijkheden om te veranderen uit te spreken en daardoor versterken ze hun eigen motivatie (self-efficacy en zelfperceptietheorie). Hoe meer zij over deze wens en de noodzaak om te veranderen spreken, hoe groter de kans op daadwerkelijke gedragsverandering (zelfperceptietheorie).
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

3. Grondhouding en werkingsprocessen

Abstract
» De motiverende benadering van gedragsverandering stoelt op bepaalde uitgangspunten. Het omarmen hiervan is een belangrijke voorwaarde voor de effectiviteit van je interventies. Wie de basisprincipes weet te integreren in zijn handelen, hoeft minder na te denken over de technieken. Een motiverende benadering is veel meer dan slechts gesprekstechniek. Wie deze benadering vooral als techniek of zelfs als truc gebruikt, zal merken dat de cliënt hier minder voor open staat. In dit hoofdstuk gaan we ook in op de verschillende fasen en processen rondom het begeleiden van gedragsverandering en de rol van de begeleider daarin.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

4. Verschillende contexten en communicatiestijlen

Abstract
» Binnen het brede werkveld van de sociaalagogische hulpverlening functioneert de professional in zeer verschillende contexten. Afhankelijk daarvan kun je variëren in de vormgeving van je motiverende gespreksstijl. Dit resulteert in drie verschillende varianten van MG, die vooral van elkaar verschillen in de mate van sturing die je de client biedt. We maken onderscheid tussen richting geven, gidsen en volgen. Wie kan schakelen tussen deze stijlen, kan binnen dezelfde begeleidingscontext zijn handelen maximaal laten aansluiten op zowel de (soms tegengestelde) behoeften en eisen van zijn cliënt als de doelen en eisen van de context. De richtinggevende stijl past bij situaties waarin sprake is van dwang of (tijds)druk, of als de professional een sterk sturende rol of ‘expertrol’ kiest. Met een volgende stijl ondersteunt de professional cliënten, maar hoeft er vooraf geen sprake te zijn van een concreet doel en de uitkomsten kunnen volledig door de cliënt zelf bepaald worden. De gidsende stijl is het meest geschikt om toe te werken naar doelen en tegelijkertijd verandering bij de ander te ondersteunen. Deze variant sluit volledig aan op de definitie van MG. De motiverende grondhouding van waaruit de professional werkt, blijft in elke stijl hetzelfde. Wanneer zet je welke stijl in? Daarover gaat dit hoofdstuk.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

5. De relatie aangaan

Abstract
» Elke dienstverlening en hulpverlening begint met contact leggen met de cliënt. In die eerste ontmoeting leg je de basis voor de verdere samenwerking. In de wijze van contact leggen pas je de vaardigheden toe uit de cliëntgerichte gespreksvoering. De basistechnieken hiervan bestaan uit gesprekstechnieken zoals open vragen stellen, reflecteren, bevestigen en samenvatten. Door de toepassing hiervan beoog je vanuit het perspectief van de cliënt te kijken naar een situatie en daarop aan te sluiten in de aanpak. Behalve dat de cliënt zich gehoord en begrepen moet voelen, is het doel ook dat de cliënt zich geaccepteerd en gewaardeerd voelt. Hierdoor groeit zijn bereidheid om zichzelf te laten zien, ook voor onderwerpen waarbij hij zich niet gemakkelijk voelt.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

6. Focus aanbrengen

Abstract
» MG is een doelgerichte aanpak. Door focus aan te brengen, werken zowel cliënt als professional gerichter naar een resultaat. Bij een gidsende benadering probeert de professional de focus vast te houden in de richting van het doel. Bij een volgende benadering is de focus minder gericht. Soms worden doelen door anderen dan de cliënt bepaald. Ook bij onvrijwillige hulpverlening heeft de client meestal wel enige invloed op het bepalen van de focus. Dit is belangrijk voor het ontwikkelen van motivatie. Motiverende doelen zijn doelen die verband houden met wat iemand wil in en met zijn leven. Hoe nauwer een doel aansluit bij iets van persoonlijke waarde en bij een inspirerend toekomstbeeld, hoe groter het belang is voor de cliënt en hoe groter de motivatie om iets te veranderen.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

7. Verandertaal: uitlokken van wensen en mogelijkheden

Abstract
» Je gedrag veranderen heeft voor- en nadelen. Niet veranderen echter ook. Deze tegenstrijdige gevoelens noemen we ambivalentie. Motiverende gesprekvoering helpt de cliënt om deze natuurlijke twijfel te verminderen, zodat ruimte ontstaat voor verandering. Tegelijkertijd werk je ook aan iemands zelfvertrouwen over de haalbaarheid van de verandering. Dat doe je door het uitlokken en versterken van verandertaal: taal waarmee mensen aangeven dat ze (voorzichtig) nadenken over een andere toekomst. Veranderbereidheid en zelfvertrouwen hierover moeten sterk genoeg zijn voor een volgende stap: het maken van een concreet actieplan.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

8. Bezwaartaal

Abstract
» Verandertaal en bezwaartaal vormen twee kanten van dezelfde medaille. Ze maken beide deel uit van de ambivalente gevoelens van mensen over de kans van slagen van verandering. Waar verandertaal een voorspeller is van daadwerkelijke actie, is bezwaartaal een teken dat betrokkene (nog) obstakels ziet die verandering tegenhouden. Binnen MG worden bezwaren serieus genomen. Ze bieden informatie over wat de cliënt tegenhoudt. Dit hoofdstuk schetst de verschillende vormen van bezwaartaal en manieren om er als professional mee om te gaan.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

9. Weerstand

Abstract
» Bezwaar en weerstand lijken soms op elkaar, maar zijn toch heel verschillend. Bezwaren tegen veranderen horen bij ambivalentie. Ze hangen samen met het veranderdoel. Weerstand is tegendruk die de cliënt biedt als een ander ongewenste druk op hem uitoefent. Die druk kan afkomstig zijn van het (rechts-, gezondheidszorg- of een ander) systeem, of hij ontstaat in de werkrelatie met de professional. Weerstand staat verandering in de weg. Als professional is het dus je doel om waar mogelijk weerstand te voorkomen of anders zoveel mogelijk te verminderen.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

10. Plannen

Abstract
» Dit hoofdstuk gaat over het ontwikkelen, implementeren en vasthouden aan een veranderplan. Op dit moment in het veranderproces moet het commitment van de cliënt sterk genoeg zijn om aan de uitvoering van een plan voor concrete verandering te beginnen. Ook komt het er nu op aan om het vertrouwen van de cliënt te ontwikkelen en te versterken. De kans op succes wordt vergroot door in deze fase voldoende richting en ondersteuning te bieden.
Michaela van der Veen, Frank Goijarts

Nawerk

Meer informatie

Extras