Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Wat verwachten mondhygiënisten en tandartsen van elkaar? Kunnen mondhygiënisten en tandartsen gelijkwaardige gesprekpartners zijn en willen ze dat wel zijn? Hoe blijf je met passie werken? Hoe voorkom je het betuttelen van patiënten? Wat is volgens patiënten 'een professionele uitstraling'?

Deze en veel meer vragen worden in dit boek beantwoord aan de hand van interviews met mondhygiënisten, tandartsen en patiënten. De honderden adviezen die zij geven, vragen om een kritische reactie. De beslissing over ‘wie er gelijk heeft’ zullen (aankomende) mondhygiënisten en tandartsen als reflectieve beroepsbeoefenaars zelf maken.

Dit boek helpt studenten mondzorgkunde en tandheelkunde een goede beroepshouding te ontwikkelen en zich kritisch op te stellen richting collega’s en wat het werkveld adviseert. Het roept op tot discussie, reflectie en intervisie.

Dit boek is tevens interessant voor ervaren mondhygiënisten en tandartsen. De adviezen uit het werkveld kunnen hen sterken in de eigen beroepshouding naar patiënten en collega’s en nieuwe visies brengen.

Joost Dupont studeerde ethiek en promoveerde op de narratieve identiteitstheorie van Paul Ricoeur (Identiteit is kwaliteit, Uitgeverij Damon, 2010). Vanuit deze theorie probeert hij een kenniscirculatie tussen 'opleiding', student en werkveld tot stand te brengen door het werkveld uitgebreid het woord te geven over de beroepshouding van een professional. Hij doceert ethiek aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Dit boek helpt een eigen beroepshouding te ontwikkelen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Beroepshouding theorie

Voorwerk

1. Beroepshouding ontwikkelen

Samenvatting
Dit hoofdstuk bespreekt wat verstaan wordt onder beroepshouding (par. 1.1). Beroepshouding wordt verbonden met hard skills en soft skills (par. 1.2). Paragraaf 1.3 gaat in op preventie, de hoofdtaak van de mondhygiënist en tevens een belangrijke taak van de tandarts. Een adequate beroepshouding is vereist om deze taak goed te kunnen uitvoeren. In paragraaf 1.4 wordt besproken hoe visies en adviezen uit de beroepspraktijk mondhygiënist en tandarts kunnen helpen om soft skills – en daarmee een professionele beroepshouding – te ontwikkelen, waardoor zij hun preventietaak succesvoller kunnen uitvoeren.
Joost Dupont

2. Beroepshouding door verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en passie

Samenvatting
Dit hoofdstuk bespreekt de visie op professionaliteit van de deugdethiek. De deugdethiek biedt een kader waarbinnen de adviezen in dit boek kunnen worden geordend en verbonden met de ontwikkeling van vier eigenschappen die essentieel zijn voor een professionele beroepshouding. Deze eigenschappen zijn verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en passie. Het hoofdstuk eindigt met een werkwijze om dit boek in het onderwijs te gebruiken. Deze werkwijze laat zien hoe een aankomende mondhygiënist of tandarts verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en passie – en daarmee een juiste beroepshouding – kan ontwikkelen.
Joost Dupont

Beroepshouding naar collega’s

Voorwerk

3. Tandartsen over de verdeling van mondzorgtaken tussen mondhygiënist en tandarts

Samenvatting
In dit hoofdstuk geven tandartsen hun mening over de expertise van mondhygiënisten en de verdeling van mondzorgtaken tussen mondhygiënist en tandarts. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de waardering van tandartsen voor het beroep mondhygiënist (par. 3.1), de expertise van de mondhygiënist op parodontaal gebied (par. 3.2) en de expertise van mondhygiënisten om patiënten te motiveren en voorlichting te geven (par. 3.3). Paragraaf 3.4 bespreekt de verdeling van mondzorgtaken tussen mondhygiënist en tandarts en gaat in op twee hoofdbezwaren van tandartsen tegen de situatie waarin een mondhygiënist niet onder één dak samenwerkt met een tandarts.
Joost Dupont

4. Mondhygiënisten over de verdeling van mondzorgtaken tussen mondhygiënist en tandarts

Samenvatting
Mondhygiënisten geven in par. 4.1 van dit hoofdstuk hun visie op de eigen expertise op parodontaal gebied. In par. 4.2 gaan ze in drie subparagrafen in op de verdeling van mondzorgtaken tussen mondhygiënist en tandarts. Mondhygiënisten geven aan wat nadelen en voordelen zijn van het prepareren en restaureren door de mondhygiënist.
Joost Dupont

5. De beginnende mondhygiënist en de verdeling van mondzorgtaken

Samenvatting
In dit hoofdstuk geven mondhygiënisten en tandartsen adviezen aan mondhygiënisten die voor het eerst in de praktijk als professional gaan werken, die hen kunnen helpen positie te kiezen wat betreft de verdeling van mondzorgtaken. Voor (aankomende) tandartsen is het interessant zich te verhouden tot de adviezen van hun collega’s en na te gaan hoe zij mondhygiënisten kunnen en willen helpen die adviezen uit te voeren.
In paragraaf 5.1 wordt de verdeling van mondzorgtaken vanuit het perspectief van de mondhygiënist als probleem geïntroduceerd. In paragraaf 5.2 worden mondhygiënisten opgeroepen het heft in eigen hand te nemen door drie opgaven uit te voeren. Paragraaf 5.3 gaat in op de eerste opgave: formuleren wat de eigen expertise is. Paragraaf 5.4 bespreekt de tweede opgave: beslissen welke expertise je als mondhygiënist daadwerkelijk in de praktijk wilt gaan gebruiken. Paragraaf 5.5 behandelt de derde opgave: de eigen wensen qua taken naar voren brengen en onderzoeken of deze taken ook uitgevoerd kunnen worden binnen de werksetting.
Joost Dupont

6. Tandartsen over samenwerken met mondhygiënisten: gelijkwaardigheid, overleg en feedback

Samenvatting
Samenwerken vereist communiceren. Tandartsen geven in dit hoofdstuk aan wat volgens hen een goede communicatie tussen mondhygiënist en tandarts inhoudt. De taken van mondhygiënisten en tandartsen komen in dit hoofdstuk geregeld ter sprake. Wat een adequate verdeling van mondzorgtaken inhoudt, is daarbij geen thema, want is al besproken in hoofdstuk  3 tot en met 5.
In paragraaf 6.1 stellen tandartsen dat een geslaagde communicatie tussen mondhygiënist en tandarts niet vanzelfsprekend is en geven zij voorbeelden van een geslaagde communicatie. In paragraaf 6.2 gaan tandartsen in op de gelijkwaardigheid tussen mondhygiënist en tandarts, die bestaat als beide professionals elkaars expertise waarderen én in gesprekken tegen elkaar opgewassen zijn. Paragraaf 6.3 gaat in op het belang van feedback door tandarts en mondhygiënist op elkaars werk voor de kwaliteit van de mondzorg. In paragraaf 6.4 stellen tandartsen, dat om goed samen te werken, de grenzen van de eigen expertise in acht dienen te worden genomen door de samenwerkende partners.
Joost Dupont

7. Mondhygiënisten over samenwerken met tandartsen: gelijkwaardigheid, overleg en feedback

Samenvatting
In dit hoofdstuk zeggen mondhygiënisten wat een goede communicatie tussen mondhygiënist en tandarts volgend hen inhoudt. Net zoals tandartsen in het vorige hoofdstuk aangaven, is ook voor mondhygiënisten adequaat communiceren de voorwaarde voor een goede samenwerking. In dit hoofdstuk worden per paragraaf dezelfde thema’s behandeld als in H. 6, maar nu vanuit het perspectief van de mondhygiënist.
In par. 6.1 stellen mondhygiënisten dat een geslaagde communicatie tussen mondhygiënist en tandarts niet vanzelfsprekend is en geven zij voorbeelden van een geslaagde communicatie. In par. 6.2 wordt ingegaan op de wens van mondhygiënisten om door tandartsen als gelijkwaardig aan hen te worden benaderd. In par. 6.3 geven mondhygiënisten het belang aan van feedback van mondhygiënisten en tandartsen op elkaars werk voor de kwaliteit van de mondzorg. In par. 6.4 stellen mondhygiënisten dat professionals, ten einde goed te kunnen samenwerken, de grenzen van de eigen expertise in acht moeten nemen.
Joost Dupont

8. Stagiair in de eerste lijn: wat verwachten stagiair mondzorgkunde en stagebegeleider van elkaar?

Samenvatting
De (beroeps)houding van stagebegeleiders (tandartsen en mondhygiënisten) en stagiaires mondzorgkunde in de eerste lijn (algemene praktijken en parodontologiepraktijken) ten opzichte van elkaar, is het thema van dit hoofdstuk. Paragraaf 8.1 introduceert ‘de stage’. Paragraaf 8.2 presenteert adviezen van stagiaires mondzorgkunde aan stagebegeleiders die in de eerste lijn werken over de manier waarop ze graag begeleid willen worden. Stagebegeleiders geven vervolgens in par. 8.3 aan wat zij – omgekeerd – verwachten van de beroepshouding van hun stagiair.
Joost Dupont

9. Stagiair in de ouderenzorg: verzorgenden betrekken bij de mondzorg

Samenvatting
Dit hoofdstuk bespreekt hoe stagiaires mondzorgkunde zich, samen met verzorgenden in de ouderenzorg, kunnen inzetten voor de mondverzorging van cliënten. De vraag hoe mondhygiënisten verzorgenden kunnen benaderen staat daarbij centraal. In par. 9.1 wordt duidelijk gemaakt waarom verzorgenden het moeilijk vinden aandacht te besteden aan de mondverzorging van hun cliënten. In par. 9.2 geven verzorgenden en andere professionals adviezen aan stagiaires mondzorgkunde over hoe zij verzorgenden kunnen motiveren zich in te zetten voor de mondverzorging van hun cliënten.
Joost Dupont

10. Beroepshouding ten opzichte van collega’s door verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en passie

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden adviezen over het opbouwen van een adequate beroepshouding ten opzichte van collega’s uit H. 3 tot en met 8 verbonden met de eigenschappen verstandigheid, rechtvaardigheid, moed en passie. Er is een selectie gemaakt die wil laten zien op welke manier met deze adviezen de vier eigenschappen – en daarmee een professionele beroepshouding ten opzichte van collega’s – kunnen worden ontwikkeld. Adviezen die stagiaires en stagebegeleiders elkaar geven, laten vooral het belang van de eigenschap verstandigheid zien en worden in dit hoofdstuk niet opnieuw genoemd; zie hiervoor H 8. Bovendien beperkt dit hoofdstuk zich tot de eerste lijn en zijn adviezen aan stagiaires in de ouderenzorg er niet in opgenomen; zie hiervoor H 9.
Paragraaf 9.1 geeft een korte samenvatting van de vier eigenschappen die in H 2 uitgebreider zijn besproken. Paragraaf 9.2 behandelt adviezen die vooral de eigenschap verstandigheid opbouwen. Paragraaf 9.3 geeft adviezen weer die vooral de eigenschap rechtvaardigheid versterken. Paragraaf 9.4 bespreekt adviezen waarbij met name de eigenschap moed aangesproken wordt. En par 9.5 verzamelt tot slot adviezen waarbij het maat geven aan de eigen emoties (passie) centraal staat.
Joost Dupont

Beroepshouding naar patiënten

Voorwerk

11. Verstandigheid: werken aan een professionele uitstraling

Samenvatting
In dit hoofdstuk staat de eigenschap verstandigheid (prudentia ) centraal en wordt duidelijk dat het verstandig is als de behandelaar werkt aan ‘een professionele uitstraling’. Besproken wordt wat een professionele uitstraling ten opzichte van patiënten betekent, volgens mondhygiënisten, tandartsen én patiënten. par. 11.1 maakt duidelijk wat met uitstraling wordt bedoeld. In par. 11.2 wordt ingegaan op het belang van een positieve uitstraling. par. 11.3 bespreekt een zelfverzekerde uitstraling en par. 11.4 een verzorgde uitstraling. par. 11.5 behandelt de uitstraling van de behandelaar op de patiënt door stemgebruik en stemklank.
Joost Dupont

12. Verstandigheid: patiënten niet betuttelen

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt duidelijk wat verstandigheid (prudentia) voor de beroepshouding ten opzichte van patiënten betekent door in te gaan op een benadering die er, ongemerkt, bij een behandelaar kan insluipen: het betuttelen van de patiënt. Het is verstandig dit te voorkomen en dat zal beter lukken door kennis te nemen van de vormen van betuttelen die patiënten ervaren. Paragraaf 12.1 maakt duidelijk wat onder betuttelen wordt verstaan. Paragraaf 12.2 laat zien dat een betuttelende, belerende benadering ontstaat als de behandelaar geen rekening houdt met wat de patiënt al weet. Paragraaf 12.3 bespreekt het betuttelende effect van ‘te veel herhalen’. Paragraaf 12.4 bespreekt een betuttelende benadering die kan ontstaan doordat de behandelaar, door de eigen expertise in te brengen, de baas speelt over de patiënt. Paragraaf 12.5 gaat in op het betuttelen van de rokende patiënt. Paragraaf 12.6 sluit af met adviezen van mondhygiënisten en tandartsen, die kunnen helpen betutteling te voorkomen.
Joost Dupont

13. Verstandigheid: de patiënt centraal door empathie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het belang van empathie om de preventietaak van de behandelaar te laten slagen. Opnieuw staat – net zoals in H. 12 en H. 13 – daarbij het belang van de eigenschap verstandigheid (prudentia) voor de beroepshouding centraal: het is verstandig met empathie met een patiënt om te gaan. Paragraaf 13.1 bepreekt het begrip empathie en het verband tussen empathie en verstandigheid. Paragraaf 13.2 maakt duidelijk dat empathie betekent dat de behandelaar rekening houdt met de behoefte van veel patiënten aan een duidelijke en beknopte uitleg. In par. 13.3 wordt een aantal zaken genoemd die patiënten prettig en onprettig vinden tijdens de behandeling. Empathie tonen is daar als behandelaar rekening mee houden. Paragraaf 13.4 bespreekt het belang dat patiënten kunnen hechten aan ‘een praatje maken’ en aandacht geven aan hun persoonlijke leven. Inschatten of een patiënt daar inderdaad behoefte aan heeft, vereist empathie. Paragraaf 13.5 verbindt empathie met de behoefte van patiënten aan complimenten.
Joost Dupont

14. Rechtvaardigheid

Samenvatting
Mondhygiënisten en tandartsen zien rechtvaardigheid (justitia) als een belangrijke eigenschap van een professional. In par. 14.1 wordt de eigenschap rechtvaardigheid verhelderd met een paar voorbeelden en wordt ingegaan op de overeenkomsten en verschillen tussen rechtvaardigheid en empathie. Paragraaf 14.2 verbindt rechtvaardigheid met het ‘zonder onderscheid’ behandelen van patiënten. Daarna wordt rechtvaardigheid verbonden met eerlijkheid als een aspect ervan. Patiënten hebben er recht op dat een professional eerlijk is over de vereiste inzet van de patiënt (par. 14.3), eerlijk is over de mondgezondheid van de patiënt (par. 14.4) en fouten die hij maakt eerlijk meldt aan de patiënt (par. 14.5). Paragraaf 14.6 behandelt de manier waarop je iets eerlijk aan een patiënt kunt zeggen.
Joost Dupont

15. Moed

Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft voorbeelden die laten zien dat moed (fortitudo) essentieel is voor professionaliteit. Paragraaf 15.1 onderscheidt twee betekenissen van moed: durven en volhouden, en gaat nader in op de laatste betekenis. Vanaf par. 15.2 staat moed in de betekenis van ‘durven’ centraal en gaat in op de moed die vereist kan zijn om zelfverzekerd te zijn. Paragraaf 15.3 laat zien dat moed nodig is om een patiënt onaangename informatie te geven over de (mond)gezondheid. Paragraaf 15.4 bespreekt dat moed aangesproken kan worden om de inspraak van de patiënt bij het behandelplan te beperken. Paragraaf 15.5 bespreekt de moed die nodig is om functioneel boos te worden op een patiënt. Paragraaf 15.6 laat zien dat moed het mogelijk maakt grenzen te stellen aan ongewenst gedrag van patiënten, waaronder ongewenste intimiteiten.
Joost Dupont

16. Passie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt een indruk gegeven van wat ‘maat geven aan passie’ (temperantia) voor de beroepshouding betekent. Paragraaf 16.1 gaat in op de betekenis van de eigenschap passie. Paragraaf 16.2 bespreekt het belang van passie voor het beroep. In par. 16.3 worden adviezen verzameld over de manier waarop een professional zijn passie voor het beroep weet te bewaren. Paragraaf 16.4 behandelt de nadelen van een te grote passie voor het beroep. Paragraaf 16.5 laat zien hoe professionals negatieve emoties die het gedrag van patiënten bij hen oproepen, weten te matigen.
Joost Dupont

Nawerk

Meer informatie