Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft behandelaren werkend binnen het veld van Infant Mental Health en trauma inzicht in de videofeedbackmethode Modified Interaction Guidance (MIG). Deze methode voor jonge kinderen (0 – 6 jaar) met gehechtheidsproblematiek en met ouders die een onverwerkt traumatisch verleden hebben, wordt in Nederland steeds vaker toegepast. Dit boek is de eerste Nederlandse vertaling van deze methode.

De MIG: Interventie bij gedesorganiseerde gehechtheid streeft twee doelen na: enerzijds het versterken van adequaat, sensitief oudergedrag, en anderzijds het verminderen van het verstoorde affectieve gedrag van de ouders. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel omvat een theoretische onderbouwing en een protocollaire beschrijving van de methodiek, zodat behandelaars die stap voor stap kunnen uitvoeren.

Het tweede deel is een onderbouwing en protocollaire beschrijving van een aantal optionele sessies (de Trauma Focused Videofeedback Interventie) die uitgevoerd kunnen worden na de MIG. Behandelaars krijgen hierin handvatten om met ouders in gesprek te gaan over het effect van hun traumatisch verleden op het ouderschap en manieren om daar beter mee om te gaan.

Drs. N.M. van der Boon is klinisch psycholoog en psychotraumatherapeut en werkzaam op het gebied van psychotrauma en Infant Mental Health.

Prof.dr. H.J.A. van Bakel is gz-psycholoog en werkzaam als bijzonder hoogleraar Infant Mental Health bij Tilburg University.

Inhoudsopgave

Voorwerk

De Modified Interaction Guidance

Voorwerk

1. Trauma en gedesorganiseerde gehechtheid

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de theoretische onderbouwing van Modified Interaction Guidance beschreven. Het begrip gehechtheid wordt toegelicht, gevolgd door een overzicht van de diverse gehechtheidsstijlen, waarbij vooral wordt ingegaan op het verschil tussen de georganiseerde en gedesorganiseerde vorm van gehechtheid. Vervolgens wordt de rol van de ouders beschreven in relatie tot de kwaliteit van de gehechtheidsstijl. Speciale aandacht krijgt onverwerkt trauma in de gehechtheidsgeschiedenis van de ouder als belangrijke voorspeller van gedesorganiseerde gehechtheid. Beschreven wordt hoe het onverwerkte trauma zowel het mentaliserend vermogen als het sensitief gedrag van de ouder onder druk zet en tot verstoord oudergedrag leidt. Aan het einde van het hoofdstuk wordt stilgestaan bij de vraag wat de implicaties zijn van de beschreven inzichten in de genese van gedesorganiseerde gehechtheid voor de behandeling van deze onveilige gehechtheidsstijl.
N. M. van der Boon, H. van Bakel

2. Modified Interaction Guidance: de werkzame elementen

Samenvatting
De Modified Interaction Guidance bestaat uit een diagnostische fase en een behandelfase; beide onderdelen van deze methodiek worden in dit hoofdstuk belicht. Er wordt allereerst een toelichting gegeven op het gebruik van de AMBIANCE en de WMCI in de diagnostische fase. Daarnaast is er aandacht voor de motivering van de ouder voor de behandeling. Vervolgens wordt beschreven uit welke werkzaam veronderstelde elementen de behandeling bestaat. Speciale aandacht krijgt de duale gerichtheid op het zowel versterken van het sensitieve gedrag als het verminderen van het verstoorde oudergedrag. Er wordt uiteengezet hoe aan deze doelstelling wordt gewerkt met behulp van gedragstherapeutische en oplossingsgerichte methodieken. Ten slotte wordt ook beschreven hoe, impliciet, gewerkt wordt aan het mentaliserend vermogen van de ouder.
N. M. van der Boon, H. van Bakel

3. Handleiding voor behandelaren

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de handleiding voor behandelaren van de Modified Interaction Guidance. Per sessie wordt het beloop van de sessie uiteengezet en wordt stap voor stap toegelicht hoe de behandelaar samen met de ouder werkt aan de duale doelstelling van de Modified Interaction Guidance.
N. M. van der Boon, H. van Bakel

Trauma & Focused Videofeedback Intervention (TFVI)

4. Trauma’s in de gehechtheidsrelaties

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de vraag hoe het komt dat het vooral de ouders met een onveilige, met trauma belaste gehechtheidgeschiedenis zijn, die meer risico lopen op zogenoemde ‘onveilig ouderschap’. De vraag wordt beantwoord vanuit een neurobiologisch-psychologisch perspectief. Alvorens in te gaan op die vraag, wordt het begrip trauma nader toegelicht. Vervolgens wordt beschreven wat de invloed is van trauma op de informatieverwerking en met name op de waarneming van gevaar. Daarna wordt aan de hand van de ‘polyvagale theorie van Porges’ uitgelegd welk effect de verstoorde waarneming van gevaar heeft op de zelfregulatie. Ten slotte wordt concluderend beschreven wat vroegkinderlijk getraumatiseerde ouders kwetsbaar maakt voor het overdragen van hun trauma op de eigen huidige relatie met hun kind.
N. M. van der Boon, H. van Bakel

5. Trauma-Focused Videofeedback Interventie

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de belangrijkste kenmerken van de Trauma-Focused Videofeedback Interventie (TFVI). Naast de beschrijving van de doelgroep, inclusie- en exclusiecriteria, doelstelling en focus van de interventie, wordt ook ingegaan op hoe de TFVI gebruikt kan worden als een aanvulling op de MIG. Afgesloten wordt met een belangrijke noot ten aanzien van de houding van de behandelaar.
N. M. van der Boon, H. van Bakel

6. Handleiding voor de behandelaar

Samenvatting
Dit hoofdstuk bevat de handleiding voor behandelaren van de Trauma-Focused Videofeedback Interventie. Per sessie wordt het beloop van de sessie uiteengezet en wordt stap voor stap toegelicht hoe de behandelaar samen met de ouder werkt aan een verandering in de representaties die de ouder, onder invloed van het onverwerkte trauma, heeft van zichzelf als ouder en van haar kind.
N. M. van der Boon, H. van Bakel

Nawerk

Meer informatie