Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit geheel geactualiseerde Insuline Formularium biedt een compact overzicht van de huidige stand van zaken op het gebied van insulinebehandeling zoals men dat in de 1e lijnsgeneeskunde kan uitvoeren. Beschikbare insulinen, materialen, gangbare doseerschema's en een groot aantal praktische tips bij het gebruik van insuline zijn in één oogopslag terug te vinden. De inhoud van dit formularium is in overeenstemming met de NHG-standaard Diabetes Mellitus type 2.Naast de 'technische kant' van insulinebehandeling die dit behandelt, is educatie van de diabetespatiënt een zeer wezenlijk onderdeel van de therapie. Het gaat hierbij om het bijbrengen van inzichten en vaardigheden over het hebben van diabetes waardoor de patiënt in staat is het voortouw te nemen in het 'managen' van zijn aandoening. Het Insuline Formularium kan hieraan bijdragen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Abstract
Insulinebehandeling wordt al vele decennia toegepast. Voor patiënten met diabetes mellitus type 1 is insulinebehandeling een vanzelfsprekend gegeven, terwijl het voor patiënten met diabetes mellitus type 2 aan de orde komt wanneer de behandeling met orale bloedglucoseverlagende middelen niet langer effectief is om de streefwaarden te halen.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

Diagnose- en streefwaarden en behandelschema’s diabetes mellitus

Abstract
De diagnosen gestoorde glucose (ICPC B85.01) en diabetes mellitus (ICPC T90) worden gesteld aan de hand van afwijkende glucosewaarden (mmol/l) die worden afgezet tegen de algemeen gehanteerde referentiewaarden voor de bloedglucose die zowel uit capillair volbloed als uit veneus plasma kunnen worden afgeleid. Op basis van twee metingen op afzonderlijke dagen mag de diagnose gesteld worden. Voor de betrouwbaarheid wordt een nuchter bepaalde plasma waarde in een (HA) laboratorium aanbevolen. Het HbA heeft geen waarde bij het stellen van de diagnose, maar alleen bij het monitoren van de bloedglucoseverlagende therapie.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

De moderne insulinen

Abstract
De verschillende soorten insulinen zijn onder te verdelen naar het moment en de duur van werking.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

Insulinepensystemen

Abstract
Insuline kan worden toegediend met behulp van een voorgevulde pen of een navulbare pen.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

Injectietechnieken

Abstract
Voor de juiste werking is het uiterst belangrijk dat de insuline op de goede plek wordt gespoten zodat een adequate opname in het lichaam wordt bewerkstelligd.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

Naalden

Abstract
In de tabellen 1 t/m 6 zijn de naalden die momenteel verkrijgbaar zijn, naar lengte gerangschikt.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

Instellen en aanpassen van insulinetherapie bij diabetes mellitus type 2

Abstract
In het algemeen wordt bij patiënten met diabetes mellitus type 2 overgegaan op insuline wanneer de streefwaarden niet langer bereikt worden met orale bloedglucoseverlagende middelen. Bij dit zogenaamde falen van orale middelen, kan op eenvoudige wijze een middellang- of een langwerkende insuline aan de orale bloedglucoseverlagende middelen worden toegevoegd. In de NHG-standaard wordt geadviseerd om te starten met de middellangwerkende insuline NPH voor het slapengaan en pas over te gaan op een langwerkend analogon (insuline detemir, insuline glargine) bij nachtelijke hypoglykemieën.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

Insulinegebruik in bijzondere situaties

Abstract
Enkele situaties kunnen de bloedglucosewaarden beïnvloeden en ontregeling in de hand werken. Voorbeelden daarvan zijn lichamelijke arbeid, sporten, reizen, ziekte en stress. In al deze gevallen voorkomt adequaat ingrijpen meestal dat een ontregeling optreedt of kan deze worden genormaliseerd. Bij een juiste patiënteneducatie en een adequaat behandeladvies kan dan vaak een ziekenhuisopname worden voorkomen.
K. Hoogenberg, M.G.J. Willink

Nawerk

Meer informatie