Skip to main content
Top

2016 | OriginalPaper | Hoofdstuk

12. Middelen bij neurologische aandoeningen

Auteurs : Marieke van der Burgt, Els van Mechelen-Gevers

Gepubliceerd in: Medicatie in de praktijk

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Bij de ziekte van Parkinson is er een tekort aan de neurotransmitter dopamine in de hersenen. Dopamine speelt een rol bij de spiertonus, de lichaamshouding en geautomatiseerde bewegingen, samen met de neurotransmitter acetylcholine (ACh). Daarnaast is dopamine betrokken bij emoties.
Veel geneesmiddelen kunnen niet zomaar in hersencellen terechtkomen, want er bestaat een chemische barrière tussen het bloed en de hersencellen: de bloed-hersenbarrière. Ze moeten er chemisch geschikt voor zijn (gemaakt) om die barrière te passeren (zie paragraaf 12.1.1).
Er zijn verschillende manieren om te zorgen voor meer dopamine in de hersencellen: zorgen voor meer dopamine, of zorgen voor een betere balans tussen dopamine en acetylcholine.
Zorgen voor meer dopamine. De eerste groep middelen remt de afbraak van dopamine: selegiline en rasagiline. De tweede manier is dopamine toedienen in een voorlopervorm, levodopa samen met een omzettingsremmer. Sinemet® en Madopar® bevatten zo’n combinatie. Het innemen ervan moet op vaste tijdstippen gebeuren en buiten de maaltijden om. In de loop der jaren wordt het effect van levodopa minder. Dan kan entacapon gebruikt worden om de omzetting van levodopa te remmen (zie paragraaf 12.1.2). Na jarenlang gebruik kunnen het on/off-fenomeen en tardieve dyskinesie optreden.
De derde groep bestaat uit dopamineagonisten zoals bromocriptine, ropinirol en apomorfine. Apomorfine wordt in een laat stadium van de ziekte gebruikt wanneer er veel on/off-perioden zijn. Apomorfine wordt parenteraal toegediend (zie paragraaf 12.1.2).
Zorgen voor een betere balans tussen dopamine en acetylcholine. Amantadine is zo’n middel dat de balans herstelt. Andere middelen doen dat door acetylcholine (neurotransmitter van het parasympatische zenuwstel) af te remmen. Voorbeelden daarvan zijn biperideen en dexetimide. Deze laatste middelen hebben bijwerkingen van parasympathicusremming (zie paragraaf 12.1.3).
De behandeling van de ziekte van Parkinson verloopt in stappen, volgens een richtlijn (zie paragraaf 12.1.4).
Middelen bij epilepsie
Bij epilepsie zijn er aanvallen van een overmaat aan elektrische prikkeling in (een deel van) de hersenen. De aanvallen zijn partieel of gegeneraliseerd, complex (met bewustzijnsverlies) of niet- complex. De behandeling vindt stapsgewijs plaats. Omdat het lang duurt voor het effect van een middel in een bepaalde dosering duidelijk is, duurt het instellen op medicijnen vaak lang (zie paragraaf 12.2).
Er zijn middelen om aanvallen van epilepsie te voorkomen en middelen om aanvallen te stoppen.
Barbituraten, fenytoïne, succinimide en carbamazepine zijn middelen om aanvallen te voorkomen. Carbamazepine en fenytoïne worden vaak als eerste middel gebruikt. Ze hebben interacties met veel andere geneesmiddelen. Ze versnellen bijvoorbeeld de afbraak van de pil, acenocoumarol en fenprocoumon (orale anticoagulantia)! Anticonceptie, autorijden en mondzorg verdienen extra aandacht (zie paragraaf 12.2.1).
Om aanvallen te stoppen worden vooral snelwerkende benzodiazepinen gebruikt, zoals diazepam en midazolam (zie paragraaf 12.2.2).
Metagegevens
Titel
Middelen bij neurologische aandoeningen
Auteurs
Marieke van der Burgt
Els van Mechelen-Gevers
Copyright
2016
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-1522-2_12