Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

Casus mevrouw Martens

Casus mevrouw Martens

Samenvatting
In de tuin van mevrouw Martens steken de eerste krokussen hun kopjes boven de grond. De voorjaarszon doet dappere pogingen om de vrieskou van de afgelopen nacht te verdrijven. In de beukenboom voor het huis ziet mevrouw Martens dat twee koolmeesjes druk bezig zijn met het klaarmaken van hun nest. Ze doen dat in een nestkastje dat haar man jaren geleden heeft opgehangen, vlak voordat hij ziek werd en kort daarna overleed. Mevrouw Martens rilt; de activiteiten van de vogeltjes maken haar verdrietig. Het doet haar denken aan de gelukkige tijd die ze met haar eigen gezin heeft gehad
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Oriëntatie op de casus

Oriëntatie op de casus

Samenvatting
Mevrouw Martens is de hoofdpersoon uit de casus die voor je ligt. Zij is een vrouw van 63 jaar, die zich midden in een moeilijke periode van haar leven bevindt. Een aantal jaren geleden overleed, na een korte periode van ziek zijn, haar echtgenoot Jan. Hanny en Jan Martens waren toen al meer dan vijfendertig jaar getrouwd. In de eerste jaren leek mevrouw Martens zich met hulp van haar dochters en kleinkinderen goed te herstellen. Maar nu worstelt ze met het verlies van haar man. Zij heeft veel van hem gehouden en heeft veel verdriet om het gemis. Naast dit verdriet mist ze een doel om voor te leven. Mogelijk heeft mevrouw Martens deze ingrijpende gebeurtenis in haar leven toch niet goed kunnen verwerken. Daarnaast is het haar niet gelukt om de draad weer op te pakken en om inhoud te geven aan haar leven. Zij bevindt zich in een vicieuze cirkel, waar ze op eigen kracht niet meer uit weet te komen. Hierdoor is niet alleen haar stemming somber, maar is ze ook lichamelijk verzwakt.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Planning van de casus

Voorwerk

Leertaak 1 Stemmingsstoornissen

Samenvatting
Op dit moment stokken de gedachten van mevrouw Martens. Ze realiseert zich dat ze het koud heeft en dat ze de verwarming wat hoger zou moeten zetten. Ze kan er niet toe komen. Ze voelt zich moe. Van eten is het vandaag nog niet gekomen. Ze heeft trouwens niets in huis. Boodschappen doen is ook vandaag weer niet gelukt. Ze heeft wel even met haar jas aan gestaan, maar de gedachte aan de drukte in de supermarkt deed haar de jas ook snel weer uittrekken. Stel je voor dat ze bekenden tegenkomt die haar vragen hoe het gaat. Ze zou niet weten wat ze zou moeten zeggen. Over straat lopen durft ze trouwens ook niet meer sinds ze het een keer zo verschrikkelijk benauwd heeft gehad. Ze kreeg toen bijna geen adem en had een verschrikkelijke pijn op de borst. Met moeite had ze zich die middag weer naar huis gesleept. Sindsdien heeft ze wel vaker van dit soort aanvallen gehad. Ze realiseert zich dat Hilde vanmiddag wel boos zal zijn als ze langskomt. Die heeft haar nog zo op het hart gedrukt dat ze beter voor zichzelf moet zorgen. Hilde maakt zich veel zorgen om haar moeder, dat weet mevrouw Martens wel. Haar jongste dochter is arts op een consultatiebureau; ze weet waarover ze het heeft als ze het belang van lichaamsbeweging en het nemen van goede voeding benadrukt. Mevrouw Martens gelooft het allemaal wel. Ze voelt zich door haar dochter niet zo begrepen. Wat weet die van de angst en de eenzaamheid die het alleen wonen met zich meebrengt. Over deze zaken zou ze beter kunnen praten met Anna, die rechter is in Arnhem. Anna kan goed luisteren, maar woont ver weg en heeft het vaak te druk om langs te komen.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Leertaak 2 Angststoornissen

Samenvatting
Frank komt nu sinds vier weken bij mevrouw Martens. Het gaat redelijk goed met haar. De buurvrouw komt iedere ochtend langs zodat mevrouw Martens een stok achter de deur heeft om op te staan. Op deze manier lukt het haar steeds beter om zichzelf te verzorgen. Door het vaste ritme overdag gaat het ’s nachts ook wat beter met slapen. Alleen met het eten wil het nog niet zo. ‘‘Ik ben ’s ochtends zo misselijk dat ik al ga kokhalzen bij alleen maar de gedachte aan eten.’’ Ook vertelt mevrouw Martens dat ze nog steeds niet de deur uitdurft om boodschappen te doen. ‘‘Ik heb het idee dat iedereen naar me kijkt; ik voel me toch al zo onzeker en dan heb ik ook nog van die afschuwelijke angstaanvallen als ik buiten kom.’’ Mevrouw Martens beschrijft hoe ze zich lichamelijk onwel voelt worden op het moment dat ze de deur uitstapt. ‘‘Ik begin te zweten en krijg hartkloppingen. Daarna begint de pijn op mijn borst en krijg ik tintelende vingers. Het lijkt dan wel alsof ik een hartaanval krijg.’’ Frank heeft deze klacht met de psychiater en de psychologe van de kliniek besproken. Gezamenlijk zijn ze tot het voorstel gekomen dat Frank de komende tijd regelmatig samen met mevrouw Martens een wandeling richting de supermarkt zal maken, steeds een stukje verder. ‘‘Op deze manier denken we dat u weer zelfvertrouwen krijgt. Bovendien kan ik u dan ondersteunen in het geval u in paniek raakt’’, legt Frank uit.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Leertaak 3 Vermaatschappelijking van zorg

Samenvatting
Na haar verhaal beluisterd te hebben komt de psychiater met een voorstel. Hij bespreekt met haar dat haar stemming depressief is en dat daar verschillende oorzaken voor kunnen zijn. Hij legt haar uit dat hij daarom de komende tijd een aantal diagnostische onderzoeken wil doen, maar dat ze daarvoor niet per se opgenomen hoeft te worden in de psychiatrische kliniek. Het is mogelijk dat ze thuis begeleid gaat worden door een verpleegkundige van de Psychiatrische Intensieve Thuiszorg. ‘‘Het voordeel hiervan is dat u in uw eigen omgeving kunt blijven’’, legt de dokter uit. ‘‘Ik word uw behandelend psychiater en via de verpleegkundige blijf ik op de hoogte van hoe het met u gaat. Hij of zij kan samen met u een plan maken over hoe u uw leven weer op de rails krijgt en u daar ook mee op weg helpen.’’ Mevrouw Martens knikt: de rust en het vertrouwen waarmee de psychiater vertelt en uitlegt geeft haar een sprankje hoop. ‘‘Voorwaarde is wel dat we kunnen afspreken dat u zichzelf niets aandoet’’, voegt de dokter eraan toe. ‘‘Wanneer we die afspraak kunnen maken moet u uw pillen maar laten vernietigen.’’ Ze besluiten dat mevrouw Martens de gespaarde pillen in zal leveren bij haar dochter en dat deze ze naar de apotheek zal brengen. Hilde is blij met het thuiszorgidee van de psychiater. Ze kent als arts de gevaren van hospitalisatie maar al te goed. ‘‘U wordt binnenkort gebeld voor een afspraak’’, besluit de arts zijn verhaal.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Leertaak 4 Effectieve zorg

Samenvatting
Het is de bedoeling dat Frank vanochtend met mevrouw Martens kennismaakt, een verpleegkundige anamnese afneemt en een eerste opzet maakt voor de verpleegkundige begeleiding. Hij neemt rustig de tijd om uit te leggen wie hij is en wat voor hulp mevrouw Martens van hem kan verwachten. Hij legt haar uit dat hij samen met haar een plan gaat maken en uitvoeren, waardoor zij zich mogelijk weer beter gaat voelen. Hij vertelt dat het daarom nodig is dat hij eerst een uitgebreide verpleegkundige anamnese afneemt, zodat op grond daarvan doelen geformuleerd kunnen worden. Allereerst geeft hij voorlichting over de symptomen waar mevrouw Martens aan lijdt.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Leertaak 5 (Thuis) zorgmogelijkheden in de psychiatrie

Samenvatting
De daaropvolgende maandag volgt belt Frank Ottensomhalf tien ’s ochtends aan de voordeur van mevrouw Martens. Frank werkt als psychiatrisch verpleegkundige in de opnamekliniek voor Geestelijke Gezondheidszorg. Daarnaast heeft hij – net als veel van zijn collega’s – taken als verpleegkundige in de Psychiatrisch Intensieve Thuiszorg, ook wel de PIT genoemd. Donderdagmiddag heeft hij telefonisch contact gezocht met zijn nieuwe cliënte nadat de psychiater hem hiervoor benaderd had en de belangrijkste zaken met hem heeft doorgesproken. Frank fluit een deuntje terwijl hij wacht: glimlachend ziet hij hoe ijverig de koolmezen alweer met hun nestjes in de weer zijn. Het is de bedoeling dat hij vanochtend met mevrouw Martens kennismaakt, een verpleegkundige anamnese afneemt en een eerste opzet maakt voor de verpleegkundige begeleiding.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Leertaak 6 Suïcidaal gedrag

Samenvatting
De psychiater luistert en maakt af en toe wat aantekeningen. Dan richt hij het woord tot mevrouw Martens. Zij schrikt hiervan, eigenlijk was ze er met haar gedachten al niet meer zo bij. Ze schrikt nog meer als de dokter haar op de man af vraagt of ze wel eens aan zelfdoding denkt. Een beetje afwerend haalt ze de schouders op, maar de dokter herhaalt zijn vraag. Aarzelend biecht ze op dat ze inderdaad een voorraadje pillen heeft gespaard. De dokter knikt haar bemoedigend toe en vraagt naar de hoeveelheid en naar het soort pillen. Mede door zijn houding begint mevrouw Martens te vertellen over de periode die achter haar ligt. Over de troosteloze winterperiode waarin de dagen kort en de nachten oneindig lang leken. Over haar uitputting en het iedere dag opnieuw moeten vechten om op te staan. Over haar gevoel iedereen tot last te zijn en geen zinvolle besteding meer te hebben in het leven. Ergens in die winter was het idee geboren dat de dood een bevrijding zou kunnen zijn. De gedachte aan het verdriet dat ze haar kinderen en kleinkinderen met haar daad aan zou doen weerhield haar er tot nu toe van. Toch was ze begonnen met het sparen van slaappillen die ze van de huisarts had gekregen in verband met haar slechte nachtrust. Eigenlijk ging dat heel gemakkelijk. De huisarts schreef op verzoek een herhalingsrecept voor haar uit, zonder dat ze op het spreekuur hoefde te komen.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Leertaak 7 Kwaliteitszorg en deskundigheidsbevordering

Samenvatting
Die ochtend bespreekt Frank met mevrouw Martens hoe hij haar als verpleegkundige kan ondersteunen.
Mevrouw Martens beschrijft hoe ze zich lichamelijk onwel voelt worden op het moment dat ze de deur uitstapt. Frank heeft deze klacht met de psychiater en de psychologe van de kliniek besproken. Gezamenlijk zijn ze tot het voorstel gekomen dat Frank de komende tijd regelmatig met mevrouw Martens een wandeling richting de supermarkt zal maken, steeds een stukje verder.
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Evaluatie van de casus

Evaluatie van de casus

Samenvatting
Lees nog eens de oriëntatie op de casus door. Zijn de onderwerpen die je het meest aanspraken inhoudelijk voldoende aan bod geweest? Zijn er onderwerpen bijgekomen die je eerst minder aanspraken? Beantwoord nu voor jezelf de discussievragen onder punt 2 van de oriëntatieopdrachten. Zijn je inzichten en meningen veranderd na het doorlopen van de leertaken?
M. Kers, E. Oosterhoff, P. Ottink

Nawerk

Meer informatie