Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2016 | OriginalPaper | Hoofdstuk

6. Methoden van het lichamelijk onderzoek

Auteurs : prof.dr. J.W.M van der Meer, prof.dr. J. van der Meer, dr. G. Linthorst, dr. C.T. Postma, prof.dr. D. Blockmans

Gepubliceerd in: Anamnese en lichamelijk onderzoek

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

  • Bij het lichamelijk onderzoek is het van groot belang dat de patiënt zich op zijn gemak voelt. De onderzoeker moet de patiënt met respect en begrip voor zijn kwetsbaarheid benaderen (zie paragraaf Algemene adviezen).
  • Naar uitgebreidheid kan men in de praktijk de volgende drie vormen van lichamelijk onderzoek onderscheiden (zie paragraaf Hoe uitvoerig moet het onderzoek zijn?):
    1
    onderzoek van alleen de status localis;
     
    2
    het screenende volledige onderzoek;
     
    3
    als 2, maar aangevuld met extra onderzoek van een bepaalde regio.
     
  • De vier essentiële methoden van het lichamelijk onderzoek zijn: inspectie, percussie, auscultatie en palpatie (zie paragraaf De onderzoeksmethoden).
  • Een veelgemaakte fout bij de inspectie is dat het te onderzoeken lichaamsdeel meteen wordt betast; ‘eerst kijken en handen thuis’ is de stelregel (zie paragraaf Inspectie).
  • Bij de percussie maakt men onderscheid tussen mat, gedempt, (hyper)sonoor en tympanisch (zie paragraaf Percussie).
  • Bij gebruik van de kelk van de stethoscoop worden vooral laagfrequente geluiden gehoord en met de membraan hoogfrequente geluiden (zie paragraaf Auscultatie).
  • De palpatie wordt bij voorkeur zittend uitgevoerd: de gevoeligheid van de vingers is in dat geval groter dan in staande houding. De tastzin is het fijnst aan de volaire zijde van de vingertoppen (zie paragraaf Palpatie).
  • Met eenvoudig instrumentarium worden de arteriële bloeddruk, de centraalveneuze druk (CVD), de lengte, het gewicht en de lichaamstemperatuur gemeten. De bloeddruk moet zowel palpatoir als auscultatoir worden gemeten. De meting van de CVD is onder andere van belang bij patiënten met oedeem en bij shock (zie paragraaf Eenvoudig instrumenteel onderzoek).
  • Om praktische redenen wordt bij het lichamelijk onderzoek niet dezelfde volgorde aangehouden als bij de anamnese. Het onderzoek vindt in principe plaats per regio: hoofd-hals, voorzijde thorax en oksels, achterzijde thorax en lumbale regio, abdomen, liezen en genitalia externa (bij de man), extremiteiten, rectaal en vaginaal toucher, zo nodig staand onderzoek van het bewegingsapparaat (zie paragraaf De volgorde bij het lichamelijk onderzoek).
Metagegevens
Titel
Methoden van het lichamelijk onderzoek
Auteurs
prof.dr. J.W.M van der Meer
prof.dr. J. van der Meer
dr. G. Linthorst
dr. C.T. Postma
prof.dr. D. Blockmans
Copyright
2016
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-1080-7_6