Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De meest gestelde vragen over: hypertensie biedt een overzicht van veel voorkomende vragen over hypertensie en de daarbij behorende antwoorden en is een selectie uit de vele nieuwe vragen en antwoorden die de afgelopen jaren in Vademecum zijn gepubliceerd. De in deze selectie opgenomen vragen zijn door de oorspronkelijke auteurs – zo nodig – aan de nieuwste inzichten aangepast. Het resultaat is een handzaam en nuttig naslagwerk, dat ook de ‘professionele patiënt’ van pas kan komen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

Waarom is grapefruit gecontra-indiceerd Bij het gebruik van sommige calciumantagonisten?

Abstract
Bij de verwerking van geneesmiddelen in ons lichaam speelt de lever, naast andere organen, een belangrijke rol. Deze metabolisering kent zogenaamde fase I- en fase II-reacties.
A. A. van Sorge, F. H. Bosch

Wat is de correlatie tussen zoutgebruik en bloeddruk?

Abstract
In de afgelopen eeuw hebben vele onderzoekers gezocht naar een verband tussen zoutinname en de hoogte van de bloeddruk. Het gegeven dat bij bepaalde populaties met een zeer lage natriumconsumptie geen hypertensie voorkomt, heeft de hypothese ondersteund dat hoge bloeddruk zoutafhankelijk is. Alhoewel er inderdaad een verband lijkt te bestaan tussen zoutgebruik en de hoogte van de bloeddruk indien men verschillende bevolkingen met elkaar vergelijkt, is een dergelijke associatie minder duidelijk binnen één gegeven populatie. Door de Intersalt onderzoekers werd evenwel gesuggereerd, dat niet zozeer de bloeddruk op een bepaald moment in de tijd samenhangt met zoutgebruik, maar dat veeleer de natuurlijke stijging van de bloeddruk met het voortschrijden van de leeftijd steiler verloopt in landen met een hoge zoutconsumptie (1).
M. M. E. Krekels, P. W. de Leeuw

Wat is de ratio van het elke 3 maanden controleren van de bloeddruk?

Abstract
Het antwoord gaat uit van de situatie dat de bloeddruk enige tijd goed is ingesteld. De vraag valt dan uiteen in 2 subvragen, namelijk: Waarom is controle nodig? En: Wat zou dan de termijn moeten zijn?
Th. Thien

Diagnostiek

Voorwerk

In welke houding moet de bloeddruk bij senioren worden opgenomen?

Abstract
Meting van de bloeddruk is van belang ter opsporing van hypertensie, hypotensie en orthostatische hypotensie en ter controle van de bloeddruk na instellen van een behandeling. De techniek van bloeddrukmeting bij oude patiënten verschilt niet wezenlijk van de adviezen zoals die nationaal en internationaal in de consensus diagnostiek en behandeling van hypertensie zijn weergegeven (1–3).
P. A. F. Jansen

Is een 24-uurs bloeddrukregistratie beter dan 3x bloeddruk meten op verschillende tijdstippen om hypertensie vast te stellen?

Abstract
Hoge bloeddruk is geen ziekte, maar een risicofactor. De vraagsteller wil dus weten welke methode het beste het cardiovasculaire risico voorspelt. Dat hangt af van tenminste 2 hoofdfactoren.
Th. Thienv

Hoe is de bloeddruk te bepalen bij patiënten met boezemfibrilleren die wisselende, niet altijd hoorbare harttonen hebben?

Abstract
Het betrouwbaar meten van de bloeddruk bij patiënt met boezemfibrilleren (BF) kan alleen intra-arterieel, waarbij men dan van een groot aantal bloeddrukken het gemiddelde en de standaardafwijking berekent en weergeeft omdat bij boezemfibrilleren iedere hartslag zijn eigen bloeddruk heeft. Hoewel dit het meest exact is, is het natuurlijk geen reële optie om bij deze toch vrij aanzienlijke groep patiënten bij ieder bezoek intra-arterieel te meten.
Thien

Is 24-uurs ABPM gelijkwaardig aan het NHG-protocol voor vaststellen van hypertensie? Zo ja, wanneer liggen de afkappunten bij ABPM?

Abstract
De vraag van de collega is tweeledig: is de bloeddruk gemeten volgens de NHG-richtlijn vergelijkbaar met de bloeddruk zoals gemeten met een ABPM, om de diagnose hypertensie te stellen en zo ja waar liggen dan de afkappunten ?
Th. Thien, J. C. Bakx

Is bloeddruk meten aan niet-ontklede arm mogelijk?

Abstract
De bloeddruk is een van de factoren die het cardiovasculaire risicoprofiel van een patiënt bepaalt. Daarom is het van belang een juiste bloeddrukmeting uit te voeren. Richtlijnen geven aan dat de bloeddruk aan de blote bovenarm gemeten dient te worden. In de praktijk wordt de bloeddruk uit tijdgebrek vaak over een laag kleding gemeten. De vraag luidt of deze laag kleding invloed heeft op de uitkomst van de bloeddrukmeting.
E. B. M. Keltjens, J. Deinum, Th. Thien

Therapie

Voorwerk

Kunnen bij angineuze klachten en hypertensie niet beter retard-preparaten worden voorgeschreven?

Abstract
Retard-preparaten, beter gezegd afleveringsvormen met een vertraagde afgifte, zijn ontwikkeld om met een klein aantal toedieningen per dag (het liefst slechts één) een zo constant mogelijke serumconcentratie van het geneesmiddel en daarmee het hele etmaal een constant effect te verkrijgen.
J. J. Schipperheijn

Wat is de eerste keus bij behandeling van hypertensie bij type 2 diabetes?

Abstract
De laatste jaren zijn resultaten van vele hypertensie trials, gepubliceerd. Een deel daarvan richtte zich speciaal op diabetespatiënten (meestal type 2) of hadden een subgroep van diabeten. Regelmatig worden er nieuwe Europeserichtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van hypertensie bekend gemaakt, de meest recente in 2007 (1).
J. W. F. Elte

Moet bij de overstap van een ß-blokker naar een ACE- of A-II-remmer een uitsluipschema worden aangehouden?

Abstract
Het plotseling stoppen van de hypertensietherapie met een ß-blokker veroorzaakt meestal geen problemen omdat de verlaagde bloeddruk slechts langzaam weer omhoog gaat. Bij de behandeling van angina pectoris met een ß-blokker kan het plotseling stoppen van deze medicatie leiden tot reboundaanvallen van angina pectoris omdat de hartfrequentie snel toeneemt.
P. A. van Zwieten

Wat is de rol van angiotensine-II-antagonisten bij de behandeling van hypertensie/diabetes mellitus/hart- en vaatziekten?

Abstract
Hoge bloeddruk geldt als de belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van levensbedreigende en -verkortende eindorgaanschade, zoals CVA, hartziekte en nierfalen (1).
L. Vogt

Wat zijn de voor- en nadelen van antihypertensieve behandeling bij de zeer oude patiënt (> 80 jaar)?

Abstract
Aan de vraag wat de voor- en nadelen zijn van antihypertensieve behandeling bij patiënten boven de 80 jaar, dient een andere vraag vooraf te gaan, namelijk wat de implicaties zijn van een hoge bloeddruk op oudere leeftijd. Men kan namelijk de opvatting huldigen (en velen doen dat ook) dat hypertensie bij ouderen als een noodzakelijk kwaad van de ouderdom beschouwd dient te worden. Ook wordt wel gesteld dat wanneer iemand de 80 jaar heeft gehaald zonder therapie, het de rest van diens leven ook wel goed zal gaan. In het hiernavolgende zullen wij bezien of deze mening gerechtvaardigd is.
P. W. de Leeuw

Voor welke bètablokkers en diuretica is een effect op mortaliteit en morbiditeit bij hypertensie vastgesteld?

Abstract
Bètablokkers en diuretica, ook hun combinatie, zijn sinds de jaren zestig op grote schaal in gebruik bij de behandeling van essentiële hypertensie. Veel van deze farmaca zijn in grote gerandomiseerde trials onderzocht, niet alleen wat betreft hun bloeddrukverlagende werking, maar ook met de vraag in hoeverre deze behandeling bescherming biedt tegen de bekende gevolgen van hypertensie (CVA, coronarialijden, hartfalen, beschadigingen van de nier, enzovoorts).
P. A. van Zwieten

Is de combinatie bètablokker met AII-antagonist of ACE-remmer een zinnige combinatie?

Abstract
β-blokkers zijn bekende geneesmiddelen die voor diverse cardiovasculaire aandoeningen worden gebruikt (tabel 1). Het werkingsmechanisme berust op de blokkade van de β-adrenoreceptor.
L. H. B. Baur

Moet een bètablokker altijd worden gestaakt bij COPD?

Abstract
Bètareceptorblokkerende geneesmiddelen (bètablokkers) hebben een breed indicatiegebied binnen de cardiologie en worden dan ook veelvuldig voorgeschreven. De werking geschiedt via bloeddrukdaling, met een afname van de hartfrequentie (en vertraagde AV-geleiding) en het hartminuutvolume. Selectieve bètablokkers (acebutolol, atenolol, betaxolol, bisoprolol, celiprolol, esmolol, metroprolol en nebivolol) oefenen hun werking vooral uit op de (cardiale) bèta-1-receptoren. Niet-selectieve bètablokkers (carvedilol, oxprenolol, pindolol, propranolol en sotalol) blokkeren ook bèta-2-receptoren en hebben daardoor een aantal additionele (vaak ongewenste) werkingen.
J. P. Ottervanger
Meer informatie