Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit leerboek geeft uitleg over de belangrijkste anatomische termen en brengt ze met elkaar in verband. Het boek is bedoeld voor professionals (in opleiding) in de gezondheidszorg voor wie medische terminologie geen uitgebreid onderdeel van hun opleiding was. Bijvoorbeeld doktersassistenten, medisch secretaresses en medewerkers van een GGD of Arbodienst. Ook voor professionals in andere sectoren die vanuit hun functie worstelen met de betekenis van medische termen, biedt het boek uitkomst. Zoals voor medewerkers van zorgverzekeraars en overheden.
Medische terminologie anatomie en fysiologie maakt inzichtelijk hoe het lichaam is opgebouwd en hoe het functioneert. In combinatie met Medische terminologie pathologie geeft het een goed overzicht van de in de praktijk gebruikte termen. Als anatomieboek is het ook heel goed zelfstandig te gebruiken.
Auteur G.H. Mellema is van oorsprong huisarts. Hij werkte bij verschillende zorgverzekeraars en heeft jarenlange ervaring in het opleiden van medisch secretaresses en doktersassistentes.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding in de medische terminologie

Samenvatting
Medische termen zijn vaak opgebouwd uit Latijnse of Griekse woorddelen die anatomische of fysiologische begrippen aanduiden. Dit zijn begrippen die de bouw van het menselijk lichaam of het normale functioneren ervan omschrijven. Dit hoofdstuk bespreekt de belangrijkste spelling- en uitspraakregels voor Latijnse en Griekse woorden en geeft een overzicht van voor- en achtervoegsels en veel gebruikte medische termen uit die klassieke talen.
G. H. Mellema

2. Opbouw van het menselijk lichaam

Samenvatting
Al onze organen en weefsels zijn terug te brengen tot de bouwstenen waaruit ze zijn opgebouwd, de lichaamscellen. Een cel is heel klein (Ø 0,01–0,001 mm). Cellen zijn de kleinste zelfstandig functionerende eenheden van het menselijk lichaam. In dit hoofdstuk komen de kenmerken aan de orde die alle lichaamscellen met elkaar gemeen hebben, maar ook de specifieke kenmerken van cellen van verschillende weefsels. Daarna volgt een korte bespreking van de verschillende organen en orgaanstelsels.
G. H. Mellema

3. Algemene fysiologie

Samenvatting
Binnen de medische wetenschap houdt fysiologie zich bezig met het normale functioneren van de mens, vanaf het niveau van de cel tot op het niveau van het gehele organisme. Drie processen die binnen het bereik van de fysiologie vallen, worden in dit hoofdstuk nader toegelicht: diffusie, osmose en stofwisseling.
G. H. Mellema

4. Spijsverteringsstelsel

Samenvatting
Het spijsverteringsstelsel (tractus digestivus) heeft tot functie voedsel opnemen en het zodanig bewerken (verteren), dat het door het lichaam kan worden opgenomen. De onverteerbare bestanddelen worden door het lichaam weer uitgescheiden. Verteren is het zodanig bewerken en verkleinen van de moleculaire ketens – de ketens van aan elkaar ‘geplakte’ moleculen waaruit ons voedsel bestaat – dat ze via de darmwand in de bloedbaan kunnen worden opgenomen. In dit hoofdstuk komen de bouw en functies van het spijsverteringsstelsel aan bod.
G. H. Mellema

5. Ademhalingsstelsel

Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de onderdelen van het ademhalingsstelsel (tractus respiratorius), te weten de luchtwegen en de longen (pulmones) en de spieren de ademhaling mogelijk maken. Voorts wordt nog beknopt ingegaan op de bloedvoorziening rond de longen en op de zenuwprikkels die tot ademhaling aanzetten.
G. H. Mellema

6. Bloedsomloop

Samenvatting
Een volwassen mens heeft ongeveer vijf liter bloed, dat voortdurend via de bloedvaten door het lichaam stroomt: de bloedsomloop (tractus circulatorius). In dit hoofdstuk worden de bouw en functies van het hart en de bloedvaten beschreven. Ook wordt aandacht besteed aan de lymfe en het weefselvocht.
G. H. Mellema

7. Bloed

Samenvatting
Bloed is de vloeistof die in het bloedvatensysteem door het lichaam circuleert. Bloed bestaat voor ongeveer 55 % uit een geelachtige vloeistof, het bloedplasma, waarin allerlei stoffen zijn opgelost; 45 % van het bloed bestaat uit bloedcellen. Dit hoofdstuk gaat in op de samenstelling en functies van het bloed. Daarbij komen ook de afweer en stolling ter sprake. Tot slot worden de bloedgroepen, het ABO-mechanisme en de resusfactor besproken.
G. H. Mellema

8. Urinewegen

Samenvatting
Het urinestelsel wordt gevormd door de nieren en de urinewegen. Het zorgt voor de uitscheiding van overtollige, onbruikbare en schadelijke stoffen uit het lichaam. Het uitscheidingsproduct, de urine, bevat naast water een groot aantal daarin opgeloste stoffen.
G. H. Mellema

9. Huid

Samenvatting
De huid is het deel van ons lichaam dat het meest aan de buitenwereld is blootgesteld. Voor veel mensen geldt de huid als een belangrijke parameter voor gezondheid, schoonheid en soms welvaart. De huid heeft vijf belangrijke functies: bescherming, temperatuurregeling, vetopslag, zintuiglijke waarneming en vitamine D-productie. Behalve deze functies komt ook de bouw van de huid in dit hoofdstuk aan bod.
G. H. Mellema

10. Skelet

Samenvatting
Het skelet of geraamte geeft stevigheid aan het lichaam. Het is opgebouwd uit been en kraakbeen. Tussen de diverse beenderen bestaan verbindingen. Onbeweeglijke verbindingen vinden we bijvoorbeeld tussen de schedelbeenderen; beweeglijke verbindingen zijn de gewrichten. Behalve bouw en functie van beenweefsel en beenverbindingen bespreken we in de hoofdstuk ook de verschillende botten afzonderlijk.
G. H. Mellema

11. Spierstelsel

Samenvatting
In dit hoofdstuk komen de functies en bouw van de skeletspieren, de dwarsgestreepte spieren, aan bod. Tot slot vindt een opsomming plaats van de belangrijkste spiergroepen van ons lichaam en hun functies.
G. H. Mellema

12. Zenuwstelsel

Samenvatting
We onderscheiden in dit hoofdstuk het willekeurige of centrale zenuwstelsel en het onwillekeurige of autonome zenuwstelsel. Van beide stelsels komen bouw en functies aan de orde.
G. H. Mellema

13. Hormoonstelsel

Samenvatting
Het hormoonstelsel of endocriene stelsel bestaat uit klieren met interne secretie; ze geven hun producten (hormonen) via het bloed af aan cellen, weefsels en organen die gevoelig zijn voor dat bepaalde hormoon. Een hormoon is een in het lichaam gevormde stof die de activiteit van cellen, weefsels en organen regelt. Hormoonproducerende klieren doen hun werk onder invloed van signalen uit de hersenen. De hypothalamus zendt prikkels naar de hypofyse. Deze prikkels worden verstuurd wanneer er in het lichaam meer of juist minder behoefte is aan een bepaald hormoon. Het feedbackmechanisme is een terugkoppelingsmechanisme dat ervoor zorgt dat binnen nauwe grenzen een evenwicht wordt bereikt, afgestemd op de behoefte van het lichaam op dat moment. In het lichaam wordt het evenwicht bewaard door de regulering van de afgifte van een hormoon dat het proces versterkt dan wel remt. In dit hoofdstuk komen de belangrijkste hormoonproducerende klieren aan de orde.
G. H. Mellema

14. Zintuigen

Samenvatting
Een zintuig vangt specifieke prikkels op, die vervolgens via een sensorische (sensibele) zenuw naar de hersenen worden geleid. Daar ontstaat een directe reactie (reflex) op de prikkel, of een bewustwording ervan. We onderscheiden gevoelszintuigen, chemische zintuigen, het gehoorzintuig, het evenwichtszintuig en het gezichtszintuig. In dit hoofdstuk worden bouw en functie van deze zintuigen besproken.
G. H. Mellema

15. Geslachtsorganen

Samenvatting
De mannelijke geslachtsorganen hebben als taak zaadcellen (spermatozoa) te produceren (in de testikels), en deze spermatozoa via geslachtsgemeenschap (coïtus) in te brengen bij de vrouw, waarna ze contact kunnen maken met de vrouwelijke eicel (ovum) en deze kunnen bevruchten. De vrouwelijke geslachtsorganen produceren eicellen die, indien bevrucht, in de baarmoeder kunnen uit te groeien tot een mens. Na de geboorte kan de moeder haar baby via de borsten (mammae) voeden met moedermelk. We onderscheiden primaire en secundaire geslachtskenmerken en bespreken bouw en functie van de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen.
G. H. Mellema
Meer informatie

Extra’s