Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Doktersassistenten verrichten veel handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg. In dit boek worden daarvan de meest voorkomende medisch technische handelingen uitgewerkt. Daarbij is zoveel mogelijk uitgegaan van de beschikbare beroepsstandaarden. De handelingen worden waar nodig visueel ondersteund met foto’s en gevolgd door handige praktijktips. Aan bod komen onder andere hoofdstukken over veilig werken, instrumentenkennis, medicatie toedienen, onderzoeken en behandelingen. Door transfer van de beschreven technieken is dit boek te gebruiken in de diverse werkvelden (huisartsenpraktijk, jeugdgezondheidszorg, arbodienst en polikliniek).

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het uitvoeren van medisch-technische handelingen

Samenvatting
In het eerste hoofdstuk staat de beroepshouding centraal. Hoe stel je een patiënt op z’n gemak, geef je goede uitleg en zorg je bijvoorbeeld voor voldoende privacy. Daarnaast worden enkele wetten behandeld die van belang zijn bij het uitvoeren van medisch-technische handelingen.
Dat is in de eerste plaats de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Deze wet regelt de rechten van de patiënt. In deze wet wordt ervan uitgegaan dat er bij een medische handeling sprake is van een overeenkomst tussen de hulpverlener (bijvoorbeeld een doktersassistent) en de patiënt. De tweede wet die van belang is bij het uitvoeren van medisch-technische handelingen is de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg. Deze wet heeft als belangrijkste doel het verbeteren en waarborgen van de kwaliteit van de medische hulpverlening. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de consequenties van deze beide wetten zijn voor het handelen van een doktersassistent.
J. van Amerongen, F. Hersevoort-Zomer

2. Veilig werken

Samenvatting
In het tweede hoofdstuk gaat het over veilig werken. Dat heeft niet alleen te maken met de risico’s die je als doktersassistent kunt lopen, maar ook met de veiligheid van de patiënt.
Veilig werken begint met hygiënisch werken. Dat behelst niet alleen persoonlijke hygiëne, maar heeft daarnaast ook betrekking op het reinigen, desinfecteren en steriliseren van de instrumenten.
Als onderdeel van hygiënisch werken wordt in dit hoofdstuk ook het onderhoud van de praktijkruimten behandeld. Hierbij wordt ook aandacht gegeven aan het reinigen en waar nodig desinfecteren van grote oppervlakken. Het hoofdstuk eindigt met de manier waarop er moet worden omgegaan met praktijkafval.
J. van Amerongen, F. Hersevoort-Zomer

3. Instrumentenkennis

Samenvatting
Bij het uitvoeren van de medisch-technische handelingen zijn er verschillende instrumenten nodig. In dit hoofdstuk worden eerst de algemeen gebruikte instrumenten behandeld. Aansluitend is er ook aandacht voor de meest gebruikte instrumenten van de belangrijkste specialismen. Bij de instrumenten wordt daarbij steeds het gebruiksgebied aangegeven. Ook aan de onderzoeksbank met de verschillende posities wordt aandacht geschonken. Een microscoop wordt in de huisartsenpraktijk vooral gebruikt voor het urineonderzoek. In dit hoofdstuk wordt doorgenomen hoe de microscoop gebruikt moet worden bij het maken van een urinesediment.
Ten slotte is er ruim aandacht voor allerlei materialen die gebruikt kunnen worden bij de wondverzorging. Deze paragraaf begint met wondbedekkers en eindigt met verbandmaterialen. Steeds wordt bij de diverse materialen aangegeven wanneer en hoe ze toegepast moeten worden.
J. van Amerongen, F. Hersevoort-Zomer

4. Medicatie toedienen

Samenvatting
Geneesmiddelen kunnen op verschillende manieren in of op het lichaam worden gebracht. Voor elk van deze toedieningswegen zijn er weer verschillende toedieningsvormen. In dit hoofdstuk hebben we het vooral over de manieren om een geneesmiddel in het lichaam te brengen. In de praktijk van een doktersassistent zal vooral het injecteren een veel voorkomende (voorbehouden) handeling zijn. Uitgelegd worden de intramusculaire, de subcutane en de intracutane injecties. Bij het doornemen van de diverse manieren van injecteren wordt steeds aandacht gegeven aan veilig werken. Hoe nauwkeurig er echter ook gewerkt wordt, toch kan er een prikaccident plaatsvinden. Er wordt uitgelegd wat er in zo’n situatie gedaan moet worden om de kans op besmetting zo klein mogelijk te maken. Ook de vaccinatie tegen hepatitis B wordt onder de aandacht gebracht.
J. van Amerongen, F. Hersevoort-Zomer

5. Onderzoeken

Samenvatting
Om te kunnen beoordelen of de uitslag van een onderzoek binnen de ‘normale’ grenzen zit, zijn voor vrijwel elk onderzoek referentiewaarden bepaald. In het begin van dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe deze bepaald zijn en wat de betekenis van een uitslag buiten deze referentiewaarden is. Omdat vrijwel elk onderzoek helaas ook fout-positieve en fout-negatieve uitslagen kent, worden ook deze uitslagen aan de hand van de begrippen sensitiviteit en specificiteit behandeld. De inleiding van dit hoofdstuk eindigt met de bespreking van de eenheden waarin veel uitslagen van laboratoriumonderzoeken worden uitgedrukt.
In de rest van het hoofdstuk worden 27 veel voorkomende onderzoeken volgens een vast stramien besproken. Na het doel van het onderzoek en de informatie die aan de patiënt gegeven moet worden, wordt het verloop van de handeling stap voor stap doorgenomen. Elke handeling wordt besloten met de betekenis van de mogelijke uitslagen, foutenbronnen en handige praktijktips.
J. van Amerongen, F. Hersevoort-Zomer

6. Behandelen

Samenvatting
Een doktersassistent kan ook ingeschakeld worden bij (het assisteren bij) medisch-technische behandelingen. Bij de bespreking van deze eventueel door een doktersassistent uit te voeren behandelingen wordt veel aandacht geschonken aan de wondverzorging. De verschillende stappen van de wondbehandeling worden een voor een doorgenomen: het reinigen van de wond, het ontsmetten, de wondexcisie of het wondtoilet, de plaatselijke verdoving, de verschillende methoden van wondsluiting, de keus van de wondbedekker, de nazorg en de verslaglegging. Na de algemene wondbehandeling worden nog bijzonder wonden, tetanusprofylaxe, het assisteren bij kleine chirurgische handelingen en de diverse verbandtechnieken behandeld.
In dit hoofdstuk worden, naast de wondbehandeling, ook paragrafen gewijd aan de behandeling van wratten, het uitspuiten van het oor, het verwijderen van een teek en het inbrengen van een spiraaltje. Het hoofdstuk eindigt met een bespreking van materialen bij incontinentie en stomaverzorging.
J. van Amerongen, F. Hersevoort-Zomer

Nawerk

Meer informatie

Extras