Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Fouten bij de toediening van medicatie komen in de zorg helaas nog steeds het meest voor. Medisch rekenen helpt vaardigheid in het medisch rekenen te ontwikkelen en daarmee juist deze fouten tot een minimum te beperken.

Dit boek, helder opgezet en volledig herzien, biedt eigentijdse rekenkundige vraagstukken die geschikt zijn voor zowel onderwijs als zelfstudie.

Medisch rekenen is geschreven voor iedereen die in de praktijk te maken krijgt met het uitrekenen van rekenkundige vraagstukken voor het toedienen, verdunnen en oplossen van geneesmiddelen in de patiëntenzorg.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Decimaliseren

Samenvatting
Decimaliseren is nodig, omdat alle apparaten voor hun instelling een decimaal getal nodig hebben. Bijvoorbeeld: een infuuspomp kan wel op 0,8 ml/min ingesteld worden, maar niet op 4/5 of 8/10 of 16/20 ml/min. 0,8, 4/5, 8/10 en 16/20 hebben weliswaar dezelfde waarde, maar de knop op het apparaat is alleen op 0,8 te zetten. Instelschalen gaan altijd uit van een decimale indeling.
M. Hoeve, A. Kammeyer

2. Machtsverheffen

Samenvatting
Machtsverheffen wordt gebruikt om maateenheden heel klein of heel groot te maken. Een duidelijk voorbeeld is te vinden in de computertechnologie: van kB naar MB, naar GB en TB als het gaat om de grootte van digitale bestanden. Bij andere maateenheden dan de B van bytes komt dit omzetten ook voor. Men bedient zich dan van het decimale voorvoegsel. Eerst wordt uitgelegd hoe machtsverheffen cijfermatig gaat. Voor medisch rekenen is machtsverheffen van het grondgetal 10 het meest relevant.
M. Hoeve, A. Kammeyer

3. Logaritme

Samenvatting
Onder andere in de medisch-wetenschappelijke praktijk is het noodzakelijk om sterk uiteenlopende meetwaarden in een handige maatvoering uit te drukken, bijvoorbeeld in één grafiek, die een tijdsduur van één uur tot één jaar kan weergeven. Voor zo’n weergave hanteert men dan logaritmen. De gegevens worden op een logaritmische as uitgezet. Normaal (lineair) uitzetten van de gegevens lukt in die gevallen niet zonder vervorming of met de gewenste nauwkeurigheid.
M. Hoeve, A. Kammeyer

4. Eenheden

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de eenheden toegelicht die gebruikt worden om de sterkte of concentratie van een medicijnoplossing uit te drukken. Hiermee moet gerekend worden om te bepalen hoeveel een patiënt toegediend krijgt.
M. Hoeve, A. Kammeyer

5. Oplossingen

Samenvatting
Omdat patiënten medicijnoplossingen toegediend kunnen krijgen, wordt in dit hoofdstuk toegelicht wat de kenmerken van een oplossing zijn. Men rekent hiermee om te bepalen hoeveel medicijnoplossing een patiënt toegediend krijgt, of wat de sterkte van een oplossing moet zijn waarmee de patiënt in aanraking komt.
M. Hoeve, A. Kammeyer

6. Toedienen

Samenvatting
In de vorige hoofdstukken werd toegelicht wat de kenmerken zijn van een (medicijn)oplossing. Ten slotte is het voor de medische praktijk de bedoeling om van de voorradige medicijnoplossing een deel aan een patiënt te geven. Dat deel moet berekend worden. Daarover gaat dit hoofdstuk.
M. Hoeve, A. Kammeyer

7. Verdunnen

Samenvatting
Verdunnen komt in het algemeen voor om twee redenen:
1.
Het volume van geconcentreerde voorraadoplossingen kan vele malen kleiner zijn dan de verdunde oplossingen van dezelfde stof. Dit geeft voordelen bij het transporteren en opslaan, maar betekent wel dat de sterkte of concentratie te hoog is voor het beoogde doel.
 
2.
De standaardsterkte van een medicijnoplossing moet door middel van verdunnen wel eens aangepast worden. Hierbij kan men denken aan verdunningen maken voor infusen, met name in de kindergeneeskunde.
 
M. Hoeve, A. Kammeyer

8. Infuus

Samenvatting
Een infuus is een systeem waarmee onder lage, constante snelheid een hoeveelheid vloeistof (intraveneus) wordt toegediend. Deze hoeveelheid is vaak vele malen groter dan een éénmalige injectie.
Het toedienen per infuus kan op twee manieren gebeuren:
1.
Met de omgekeerde fles + slangensysteem, waarbij inlopen van de infuusvloeistof door de zwaartekracht wordt gedreven.
 
2.
Met de infuuspomp, waarbij een gecontroleerde inloopsnelheid beter gewaarborgd is.
 
M. Hoeve, A. Kammeyer

9. Toedienen per infuus

Samenvatting
In voorgaande hoofdstukken zijn de aspecten van het toedienen, verdunnen en de infuussystemen afzonderlijk behandeld. In dit hoofdstuk gaat het juist om toedienen met een infuussysteem, met wel/niet vooraf verdunnen van de medicijnoplossing. Hierbij wordt het rekenen uitgebreid met een extra aspect: de inlooptijd en het volume van het infuus zullen erbij betrokken moeten worden.
M. Hoeve, A. Kammeyer

10. Energiematen

Samenvatting
Bij de patiëntenzorg wordt voeding een steeds belangrijker aspect. Voeding geeft de mens onder andere energie, maar teveel energie uit (teveel) voeding leidt tot ziekmakende processen in het lichaam. Om dit beheersbaar te maken, zoals bij diëten, heeft men maatvoering nodig. Daarvoor wordt de maat kilocalorie (kcal) vaak gebruikt. In de laatste decennia komt de joule (J), de energiemaat uit het SI-stelsel, steeds meer op de voorgrond.
M. Hoeve, A. Kammeyer

11. Gascilinders

Samenvatting
Bij de complexere patiëntenzorg kan de verpleegkundige te maken krijgen met het toedienen van medische gassen. Zij zou voorafgaande aan het transport van een patiënt moeten weten hoe lang er uit een gascilinder gas toegediend kan worden voordat de cilinder leeg is. Daarbij is een bepalende factor de uitstroomsnelheid van het gas, de gasflow. Het zal duidelijk zijn dat hierbij gerekend moet worden.
In de loop van de medische geschiedenis zijn er verschillende gasdrukmaten geïntroduceerd, die ieder voor zich een andere basis hebben, en waarmee de zorgverlener geconfronteerd kan worden. In dit hoofdstuk worden de meest voorkomende gasdrukmaten besproken en worden rekenvoorbeelden ermee uit de praktijk gegeven.
M. Hoeve, A. Kammeyer

12. Oefenvraagstukken

Samenvatting
De vaardigheden die in de voorgaande hoofdstukken zijn opgedaan, kunnen nu in dit hoofdstuk door elkaar heen geoefend worden. Probeer al lezend te herkennen met welk type vraagstuk je bezig bent, zodat dit de sleutel wordt voor verdere aanpak. Wordt de aanpak zoals die bij ‘verdunnen’ is behandeld?  Of is het de aanpak als bij ‘oplossen’, ‘toedienen’, enzovoort? De meeste vraagstukken hebben betrekking op medisch-verpleegkundig handelen. Aan het eind van dit hoofdstuk staan ook oefenvraagstukken die een natuurkundige of scheikundige impact hebben.
M. Hoeve, A. Kammeyer

13. Antwoorden

Samenvatting
In dit laatste hoofdstuk treft men alle antwoorden aan op de vraagstukken van de hoofdstukken met een specifiek onderwerp (H. 1 t/m H. 11), maar ook de antwoorden op de oefenvraagstukken (H. 12) zijn hier te vinden. Houd er rekening mee dat door de manier van afronden er verschillen kunnen ontstaan. Er kan bijvoorbeeld 1,25 uitgerekend zijn terwijl het gegeven antwoord 1,3 is.
M. Hoeve, A. Kammeyer

Nawerk

Meer informatie

Extra’s