Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

Gepubliceerd in:
Omslag van het boek

2013 | OriginalPaper | Hoofdstuk

15. Liespijn bij een 47-jarige keeper, ontstaan na een voetbalwedstrijd

Auteur: Koos van Nugteren

Gepubliceerd in: Onderzoek en behandeling van het bekken

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Inleiding

Een 47-jarige man was al sinds zijn kindertijd een fanatiek voetballer. Vele blessures had hij al gehad, onder andere een kruisbandlaesie. Hij besloot om deze maar niet te laten opereren en koos ervoor om als keeper zijn team verder te ondersteunen. Ook dat leidde nogal eens tot letsels en blessures. Tijdens een mooie actie om een hoge bal tegen te houden, dook hij min of meer achterover samen met de bal het doel in. Hij voelde daarbij iets in de lies, verklaarde hij later. Aangezien tijdens de volgende wedstrijd de pijn in sterkere mate terugkwam, besloot hij enige tijd rust te houden. Sinds die tweede wedstrijd bleef hij echter wat last houden. Toen na drie maanden de klachten nog steeds niet waren verdwenen, besloot hij de fysiotherapeut te raadplegen.
Een 47-jarige man was al sinds zijn kindertijd een fanatiek voetballer. Vele blessures had hij al gehad, onder andere een kruisbandlaesie. Hij besloot om deze maar niet te laten opereren en koos ervoor om als keeper zijn team verder te ondersteunen. Ook dat leidde nogal eens tot letsels en blessures. Tijdens een mooie actie om een hoge bal tegen te houden, dook hij min of meer achterover samen met de bal het doel in. Hij voelde daarbij iets in de lies, verklaarde hij later. Aangezien tijdens de volgende wedstrijd de pijn in sterkere mate terugkwam, besloot hij enige tijd rust te houden. Sinds die tweede wedstrijd bleef hij echter wat last houden. Toen na drie maanden de klachten nog steeds niet waren verdwenen, besloot hij de fysiotherapeut te raadplegen.

Status praesens

Patiënt heeft pijn als hij op zijn hurken zit, waarbij de heupen bijna maximaal zijn geflecteerd. Dat geldt in mindere mate ook als hij met sterk gebogen heupgewrichten op een rechte stoel zit. Tijdens wandelen heeft patiënt geen last. Er zijn ook geen tintelingen. Op mijn vraag waar precies de pijn zit, wijst hij mediaal op het ligamentum inguinale (figuur 15.1). De pijn straalt niet uit naar het been, aldus patiënt, maar wel lijkt het alsof het uitstraalt naar het scrotum.1 Hoesten, niezen en persen zijn in geringe mate pijnlijk.

15.1 Inspectie

Er zijn geen bijzonderheden te zien.

15.2 Algemene palpatie

Er geen sprake van een verhoogde temperatuur. Er is ook geen zwelling palpabel.

15.3 Functieonderzoek

  • Maximale flexie van de heup provoceert in geringe mate pijn.
  • De rest van het functieonderzoek is volledig negatief.
  • Ook onderzoek van de rug toont geen bijzonderheden.
Het vrijwel negatieve functieonderzoek van de heup, de locatie van de pijn en het feit dat de pijn uitstraalt tot in het scrotum kunnen erop wijzen dat sprake is van een hernia inguinalis (liesbreuk).
Interpretatie
Ik laat patiënt op de hand blazen om hiermee de druk in de buikholte te verhogen. Dit provoceert echter geen pijn. Er ontstaat ook geen bobbel ter plaatse van het lieskanaal.

15.4 Specifieke palpatie

Nauwkeurige palpatie toont de meest gevoelige plek: deze bevindt zich ter plaatse van het lieskanaal. Dit versterkt het vermoeden op een hernia inguinalis.
Het lieskanaal (canalis inguinalis) is de plaats waar de zaadstreng het ligamentum inguinale doorboort. Het is een zwakke plek in de begrenzing van de buikholte naar de testikel. Door deze natuurlijke opening kunnen zich, als deze uitscheurt, buikorganen persen; er is dan sprake van een liesbreuk. Bij een liesbreuk provoceert hoge druk in de buikholte meestal pijn en er wordt dan een bobbel waarneembaar ter plaatse van de breuk. Bij deze patiënt is dit echter niet het geval. We besluiten, gezien de locatie van de pijn, toch nader aanvullend onderzoek te laten doen om een liesbreuk aan te tonen of uit te sluiten.
Interpretatie
Via de huisarts wordt een echografie aangevraagd.

Aanvullend onderzoek

De echografie toont een duidelijke liesbreuk.
Diagnose
Liesbreuk rechts.

15.5 Therapie

Patiënt wordt geopereerd. Hierbij wordt een matje, ook wel mesh genoemd, tegen de breuk gelegd aan de kant van de buikholte. Bij verhoogde buikdruk wordt het matje vanzelf steviger tegen de plaats van de breuk aangeduwd zodat buikorganen, meestal darmen, zich niet meer door de opening heen kunnen dringen.

15.6 Bespreking

Deze casus toont hoe lastig het soms is als fysiotherapeut om orthopedische aandoeningen te onderscheiden van andere aandoeningen. Niet altijd vertoont de patiënt exact dezelfde symptomatologie die in het pathologieboek beschreven staat en moet een inschatting worden gemaakt op grond van de beschikbare informatie. In dit geval is het belangrijk te vermelden dat een liesbreuk niet zichtbaar hoeft te zijn als een lokale zwelling. Ook blazen op de handrug provoceert niet altijd de symptomen.
Enkele feiten1
  • Er wordt onderscheid gemaakt tussen mediale en laterale liesbreuken; klinisch is niet te onderscheiden van welk type sprake is.
  • Er worden inguinale en femorale liesbreuken beschreven. Een femorale liesbreuk, ook wel dijbeenbreuk genoemd, komt minder vaak voor. Deze bevindt zich iets inferieur van de inguinale liesbreuk, vlak langs de vena iliaca externa. De pijn en zwelling bevinden zich gewoonlijk caudaal van het ligamentum inguinale (figuur 15.1).
  • Het wordt aanbevolen bij patiënten met typische klachten van een liesbreuk, maar zonder zwelling bij lichamelijk onderzoek, herniografie 2 of MRI te verrichten. Echografie is minder betrouwbaar voor wat betreft de sensitiviteit en de specificiteit.
  • Liesbreuken kunnen volledig asymptomatisch voorkomen.
  • Kleine asymptomatische liesbreuken bij ouderen hoeven niet altijd geopereerd te worden; risico’s van een operatie en de voordelen ervan moeten hierbij goed tegen elkaar worden afgewogen.
  • Wanneer alleen bij aanvullend onderzoek een liesbreuk wordt vastgesteld, dient men terughoudend te zijn met opereren; dit geldt dus als bij lichamelijk onderzoek onvoldoende symptomen voor een liesbreuk aanwezig zijn.
  • Liesbreuken komen veel vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.
  • Het wordt aanbevolen bij vrouwen en mannen dezelfde behandeling te verrichten.
  • Een operatie kan open of endoscopisch worden verricht.
  • Het wordt aanbevolen na een liesbreukoperatie de patiënt geen beperkingen op te leggen in het dagelijks leven. Alleen zwaar werk en excessief sporten worden gedurende de eerste drie weken afgeraden.
  • Afhankelijk van het type werkzaamheden, kan men gemiddeld zes tot tien dagen na de operatie weer aan het werk.
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Voetnoten
1
Scrotum = balzak.
 
2
Herniografie: hierbij wordt een röntgenfoto gemaakt na inspuiten van een contrastmiddel in de buikholte, dichtbij de vermoede liesbreuk.
 
Literatuur
1.
go back to reference Uit: Richtlijn Behandeling van de liesbreuk. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde. Alphen aan den Rijn: Van Zuiden Communications BV, 2003. Uit: Richtlijn Behandeling van de liesbreuk. Nederlandse Vereniging voor Heelkunde. Alphen aan den Rijn: Van Zuiden Communications BV, 2003.
Metagegevens
Titel
Liespijn bij een 47-jarige keeper, ontstaan na een voetbalwedstrijd
Auteur
Koos van Nugteren
Copyright
2013
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-0356-4_15