Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Deze uitgave in handig pocketformaat biedt handvatten voor het denken en handelen rondom cardiologische ziektebeelden. Het is bedoeld als leidraad om met de juiste middelen een goede diagnose te stellen en daarna de goede therapie te starten. 

De zesde druk is geheel geactualiseerd en nieuwe inzichten en onderwerpen zijn verwerkt respectievelijk toegevoegd. Dit heeft geleid tot onder andere de volgende toevoegingen: de gemodificeerde Duke-criteria, de nieuwe interpretatie van de CHA2DS2-VASc score en het herziene antistollingsbeleid rondom niet-cardiale chirurgie bij een cardiale patiënt met noodzaak tot chronische antitrombotische therapie). Ook zijn nieuwe medicamenten met indicatiestelling en doseringen toegevoegd waaronder de niet-vitamine K afhankelijke orale anticoagulantia (NOAC’s) en de nieuwe cholesterolverlagende PCSK9-remmers. Ook zijn meer algemene onderwerpen waarmee men frequent geconfronteerd wordt, ook in de klinische cardiologische praktijk opgenomen, zoals een formele handleiding voor overdrachtsmomenten in de klinische praktijk, een beschrijving van de juiste wijze van terminale sedatie bij bijvoorbeeld terminaal hartfalen en schema’s ter beoordeling van de acuut zieke patiënt en de potentieel delirante patiënt.

Leidraad Cardiologie is bedoeld voor een ieder die betrokken is bij de cardiologische zorg: cardiologen, arts-assistenten en verpleegkundig specialisten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Leidraad algemene diagnostiek/therapie bij cardiale ziektebeelden

Samenvatting
Bijzondere vorm van cardiomyopathie met vervanging van normaal rechter- en/of linkerventrikelmyocard door vet en fibrotisch weefsel.
Hans A. Bosker, Paul R.M. van Dijkman

2. Leidraad cardiale diagnostiek

Samenvatting
Via intra-arteriële katheters, waarmee selectief de rechter- en linkerkransslagader kan worden gesondeerd, vindt contrasttoediening in de kransslagaders plaats, waarmee met behulp van röntgendiagnostiek een afbeelding van de kransslagaders kan worden gemaakt.
Hans A. Bosker, Paul R.M. van Dijkman

3. Leidraad specifieke therapeutische ingrepen

Samenvatting
Het plaatsen van één of meer arteriële (linker en/of rechter a. mammaria; a. gastroepiploica; a. radialis) en/of veneuze (v. saphena magna) grafts op één of meer coronaire arteriën distaal van de stenosering. Dit geschiedt via sternotomie en met gebruikmaking van de hart-longmachine en cardioprotectieve maatregelen (koeling, cardioplegie). In een aantal gevallen is het ook mogelijk deze ingreep uit te voeren zonder gebruikmaking van de hartlong-machine (zgn. off-pumpchirurgie). Ook bestaat er de mogelijkheid van minimaal invasieve bypasschirurgie (midcab) via links-laterale thoracotomie.
Hans A. Bosker, Paul R.M. van Dijkman

4. Leidraad intraveneuze toediening medicatie

Samenvatting
Bij langdurige intraveneuze toediening van medicijnen dient alleen gebruik te worden gemaakt van perfusoren.
Hans A. Bosker, Paul R.M. van Dijkman

5. Overige

Samenvatting
Orale antistollingstherapie kan geschieden door middel van toediening van fenprocoumon of acenocoumarol. Het voordeel van fenprocoumon is een stabielere instelling, het nadeel een tragere coupering; het wordt vooral aangewend wanneer langdurig (bijv. levenslang) antistolling gewenst/vereist is. Het voordeel van acenocoumarol is een snellere coupering van de werking indien nodig, het nadeel een veel minder stabiele instelling op langere termijn. Het wordt dan ook vooral gebruikt voor antistolling gedurende een bepaalde periode. De aanvangsdosering van fenprocoumon is 3 tabletten van 3 mg de eerste dag, 2 tabletten de tweede dag, 1 tablet de derde dag en daarna op geleide van de INR-bepaling. De aanvangsdosering van acenocoumarol is 6 tabletten van 1 mg de eerste dag, 4 tabletten de tweede dag, 2 tabletten de derde dag en daarna op geleide van de INR-bepaling.
Hans A. Bosker, Paul R.M. van Dijkman

Nawerk

Meer informatie