Door al die activiteiten valt meneer Klinker af en toe overdag in slaap waardoor hij ’s nachts weer moeite heeft met inslapen of doorslapen. Thuis had hij zijn eigen heerlijke bed met een donsdekbed. Nu vindt hij het matras te hard en vindt hij het te benauwd op de kamer, want zijn buurman wil het raam niet open hebben. Ook zijn er ’s nachts veel geluiden van de afdeling waar hij gauw wakker van wordt. De verpleging heeft af en toe veel pret en dat vindt hij leuk, maar niet ’s nachts.