Toen de heer Klinker thuis iedere dag verzorging van de thuiszorg kreeg, werd hij ’s morgens en ’s avonds door hen geholpen met wassen en aankleden. Ook werd hij geholpen met in en uit bed gaan. Het moeilijkst heeft hij het met hulp bij de toiletgang. Dat vindt hij een heel intiem gebeuren. Omdat het voor hem zo’n enorme inspanning is om naar de wc te gaan, transpireert hij nog meer dan hij gewoonlijk al doet sinds hij de ziekte van Parkinson heeft. Hij schaamt zich daarvoor. Hij is steeds bang dat hij gaat stinken en er onverzorgd uit gaat zien.