Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In deze vierde druk van Leerboek urologie zijn, net als bij voorgaande drukken, de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van diagnostiek en therapie opgenomen. Dit leerboek geeft een heldere weergave van de stand van wetenschappelijk onderzoek door de compacte tekst en overzichtelijke schema´s. De meest voorkomende urologische klachten vormen de basis, aangevuld door de relatie met de anatomie en de (patho)fysiologie. Het boek is uitgebreid met een hoofdstuk over het nut van screening op urologische tumoren. Deze druk bevat sterk vernieuwende informatie over moleculaire diagnostiek vanwege de recente technische ontwikkelingen.

Aanschaf van het Leerboek urologie biedt de lezer online toegang tot extra materiaal, zoals instructiefilms over het urologisch onderzoek en katheterisatie en een interactieve leermodule over urodynamisch onderzoek. Ook bevat de website de volledige inhoud van dit boek, waardoor deze overal te raadplegen en snel doorzoekbaar is.

Leerboek urologie is onmisbaar voor studenten geneeskunde en basisartsen en is daarnaast een handig naslagwerk voor specialisten en huisartsen.

Uitgebracht onder auspiciën van de NVU.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding anatomie en diagnostiek

Samenvatting
Urologie is het vakgebied dat zich bezighoudt met de werking en afwijkingen van de mannelijke en vrouwelijke urinewegen. De onderverdeling van de urologie in aandachtsgebieden is weliswaar voor de logistiek in vele grotere centra begrijpelijk en bruikbaar, maar voor het onderwijs van de urologie verdient een probleemgeoriënteerde benadering van de functie en pathologie van de tractus urogenitalis de voorkeur. In dit hoofdstuk zijn een synopsis van de anatomie en een van de diagnostiek opgenomen.
R. C. M. Pelger, I. J. de Jong

2. Hematurie

Samenvatting
Hematurie wijst vaak op een belangrijk ziektebeeld. In dit hoofdstuk wordt allereerst het niercelcarcinoom, een van de differentiaaldiagnostische mogelijkheden bij hematurie, besproken aan de hand van een casus. Door het frequent uitvoeren van echografisch onderzoek van de bovenbuik, worden niercarcinomen vaker dan vroeger in een asymptomatisch, in de nier beperkt stadium gediagnosticeerd. Specifieke tumormerkstoffen ontbreken. In bijna alle gevallen kan de diagnose op een CT-scan worden gesteld. Een radicale nefrectomie is de behandeling van keuze. Het is nog steeds moeilijk te bepalen welke patiënt nu het beste reageert op welke behandeling.
P. F. A. Mulders, J. A. Witjes, R. J. A. van Moorselaar

3. Pijnlijke mictie en urineweginfecties

Samenvatting
De nadruk in dit hoofdstuk ligt op de meest voorkomende oorzaak van pijn bij mictie: de urineweginfecties. Voor de behandeling worden urineweginfecties onderverdeeld in: ongecompliceerde urineweginfecties, gecompliceerde urineweginfectie met/zonder weefselinvasie. Extra aandacht gaat uit naar risicogroepen. Een eenmalige cystitis bij kinderen is meestal geen reden voor verder onderzoek. Wanneer bij nader onderzoek een vesico-ureterale reflux (VUR) wordt geconstateerd, is een meersporenbeleid aangewezen.
J. A. Nieuwenhuijzen

4. Pijn in de buik

Samenvatting
De differentiële diagnose van pijn in de buik is uitgebreid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op niersteenlijden en infecties van de hoge urinewegen. Het is echter essentieel bij een patiënt met buikpijn rekening te houden met verschillende mogelijke oorzaken: van appendicitis acuta tot extra-uteriene graviditeit en van ureterkoliek op basis van een uretersteen tot acuut aneurysma van de aorta abdominalis. Op basis van de anamnese en lichamelijk onderzoek wordt de differentiële diagnose opgesteld die men vervolgens met aanvullend onderzoek probeert te bevestigen.
E. R. Boevé

5. Urine-incontinentie

Samenvatting
Incontinentie is geen opzichzelfstaande ziekte, maar het resultaat van een anatomische of functionele afwijking van de lage urinewegen. Deze afwijking kan het gevolg zijn van een ziekte (bijv. een neurologische aandoening) of het gevolg van een trauma (geboorte van een kind, operatie in het kleine bekken), een aangeboren afwijking of een degeneratieve aandoening. Vooral postmenopauzale vrouwen verliezen ongewild urine.
Ph. E. V. A. van Kerrebroeck, G. A. van Koeveringe

6. Bemoeilijkte mictie bij de man – niet altijd het gevolg van benigne prostaathyperplasie

Samenvatting
Een bemoeilijkte mictie bij mannen kan ontstaan door vermindering van de kracht waarmee de blaas samentrekt, door obstructie van de urinewegen ergens tussen de blaasuitgang en meatus urethrae of door een combinatie daarvan. Klachten die hierbij kunnen optreden worden vaak met de Engelse afkorting LUTS aangeduid (lower urinary tract symptoms). Naast een bemoeilijkte mictie kan bij deze patiënten soms sprake zijn van een urineresidu of incontinentie. Oorzaken van een bemoeilijkte mictie kunnen dus in de blaas zelf gelegen zijn, bijvoorbeeld als er sprake is van verminderde contractiliteit of het tegenovergestelde: een overactieve blaas. Obstructie vanaf het niveau van de blaasuitgang kan het gevolg zijn van blaashalsstenose, blaashalsdisfunctie, benigne prostaathyperplasie, acute prostatitis, overactieve bekkenbodemspieren, detrusorsfincterdissynergie, urethrastricturen, meatusstenose en soms zelfs van een ernstige fimosis. De behandeling van bemoeilijkte mictie is uiteraard afhankelijk van de oorzaak en kan afhankelijk daarvan bestaan uit leefstijladviezen, medicijnen, fysiotherapie of een endoscopische of open operatie.
J. L. H. R. Bosch

7. Mannelijke infertiliteit

Samenvatting
De oorzaak van ongewenste kinderloosheid ligt globaal in een derde van de gevallen bij de vrouw, in een derde van de gevallen bij de man en in een derde bij beiden. Met het stijgen van de leeftijd van de vrouw kan een zwangerschap langer uitblijven door een afname van de eicelreserve. Soms worden er zowel bij de man als bij zijn partner geen fertiliteitsbeperkende factoren gevonden. De kwaliteit van het sperma zal met de leeftijd slechts geleidelijk afnemen. Wel neemt het aantal zaadcellen met DNA-mutaties toe met de leeftijd. De diagnostiek van fertiliteitsstoornissen bij mannen moet gericht zijn op een aantal geregeld voorkomende afwijkingen.
G. R. Dohle

8. Zwelling van het scrotum

Samenvatting
Het is van belang onderscheid te maken tussen zwellingen in de scrotumhuid en intrascrotaal. Afwijkingen in de scrotumhuid zijn meestal goedaardig (bijvoorbeeld atheroom- of epidermoïdcysten) en behandeling hiervan is alleen geïndiceerd wanneer er een ontsteking optreedt. Zwellingen van de scrotuminhoud (testis, epididymis en funiculus) komen frequenter voor en kunnen berusten op onschuldige afwijkingen, maar ook op spoedeisende aandoeningen. In het laatste geval moet snel een diagnose worden gesteld en vervolgens een behandeling worden bepaald.
I. S. G. Brummelhuis, T. M. de Reijke

9. Erectiele disfunctie

Samenvatting
Impotentie of erectiele disfunctie wordt gedefinieerd als het probleem van een voortdurend of terugkerend onvermogen een erectie te krijgen of vol te houden tot de voltooiing van de seksuele activiteit. Er zijn veel factoren die het ontstaan van een erectiestoornis in de hand kunnen werken. De prevalentie van erectiele disfunctie wordt onderschat, wat ook het gevolg kan zijn van schaamte bij de patiënt om erover te praten.
A. A. B. Lycklama à Nijeholt

10. Afwijkingen van de penis

Samenvatting
Het hoofdstuk begint met afwijkingen van de voorhuid. Vervolgens worden tumoren (condyloom en atheroomcyste) van de penis beschreven. Plaveiselcelcarcinomen komen frequent voor, maar de lokalisatie op de penis is zeldzaam. Onder andere de etiologie, presentatie, stadiëring en behandeling worden besproken. Hierna volgt bespreking van het plaveiselcelcarcinoom van de urethra. Dit is nog zeldzamer dan dat van de penis. Tot slot komen aangeboren en verworven afwijkingen van de penis en urethra aan de orde.
S. Horenblas

11. Gestoorde nierfunctie

Samenvatting
Al tijdens de zwangerschap kunnen veel aangeboren afwijkingen van de urinewegen worden vastgesteld. De meest voorkomende aandoeningen worden in dit hoofdstuk beschreven, zoals antenatale hydronefrose, urethrakleppen, subpelviene stenose, mega-ureter, ureterokèle, vesico-ureterale reflux en cysteuze nieraandoeningen. Na een kort overzicht van de embryologie worden symptomen, diagnostiek en behandeling besproken. In een aantal gevallen zijn de aandoeningen dusdanig ernstig dat uiteindelijk nierfunctievervangende behandeling noodzakelijk wordt: meestal op wat oudere leeftijd. Maar ook door obstructie van de ureters door bijvoorbeeld bestraling, urinewegstenen of operatieve interventies (in abdomen of kleine bekken) kan de nierfunctie ernstig worden bedreigd.
J. M. Nijman

12. Congenitale urogenitale aandoeningen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de meest voorkomende aangeboren aandoeningen van de urinewegen behandeld. Sommige van deze aandoeningen behoeven geen behandeling, omdat ze geen klachten veroorzaken (bijvoorbeeld een hoefijzernier zonder afvloedbelemmering), maar de meeste moeten chirurgisch worden gecorrigeerd. Aandoeningen van de urinewegen kunnen op zichzelf staan (subpelviene stenose, hypospadie e.d.), maar ook het gevolg zijn van andere aangeboren afwijkingen zoals secundaire afvloedbelemmering van de nieren of reflux bij een neurogene blaasfunctiestoornis die het gevolg is van spina bifida. Samenwerking met andere specialismen is voor veel kinderen met aangeboren aandoeningen van de urinewegen een absolute noodzaak (kindernefroloog, endocrinoloog, kinderchirurg e.d.). Dit laatste geldt met name ook voor kinderen die bij de geboorte een niet duidelijk geslacht hebben (disorder of sex development): in korte tijd moeten er dan vele onderzoeken worden gedaan om uiteindelijk tot een juiste diagnose te kunnen komen.
J. M. Nijman, W. F. J. Feitz

13. Oud worden

Samenvatting
Het hoofdstuk opent met erectiestoornissen en plasklachten. Deze komen, vaak in combinatie, bij mannen boven de 50 jaar voor en worden beschouwd als verschijnselen van een normaal verouderingsproces van de mannelijke tractus urogenitalis. Hierna komt het metabool syndroom aan de orde. Dit kent verschillende definities. Het is een stofwisselingsziekte die mede veroorzaakt wordt door een onbalans tussen voedselopname en lichamelijke activiteit. Tot slot wordt hypogonadisme besproken. Wanneer een lage testosteronspiegel (hypogonadisme) gepaard gaat met symptomen spreekt men van een testosterondeficiëntiesyndroom (TDS).
E. J. H. Meuleman

14. De moleculaire biologie van urologische tumoren

Samenvatting
Kanker is een ziekte van het DNA. De opeenstapeling van mutaties in genen die groei en celdood reguleren kan leiden tot het ontstaan van tumoren. Omdat in verschillende weefsels de celgroei anders wordt aangestuurd, zijn de mutaties in ieder type kanker gedeeltelijk uniek. Dit heeft direct effect op de behandeling van urologische tumoren, de manieren van therapieresistentie en progressie van de ziekte. In dit hoofdstuk worden de algemene principes van DNA-afwijkingen in het ontstaan van kanker en de unieke groeicascades in prostaat-, niercel-, blaas- en testiskanker besproken. Daarnaast worden de technologische ontwikkelingen in DNA-, RNA- en eiwitonderzoek uitgelegd en hoe de nieuwste technieken de toekomst van onderzoek en de klinische praktijk, gaan vormgeven.
G. W. Jenster

15. Screening en preventie

Samenvatting
In de huidige geneeskunde heeft het voorkómen van ziekten (primaire preventie) een steeds belangrijker plaats ingenomen, naast de behandeling van symptomen en het genezen van reeds bestaande ziekten. Door vaccinatieprogramma’s en ‘lifestyle’ interventies wordt geprobeerd tot een duurzame vorm van gezondheidszorg te komen. Secundaire preventie is het opsporen van ziekte in een stadium dat deze geen symptomen geeft, maar dat door een medische interventie voorkómen kan worden dat deze ziekte uitgroeit tot een stadium dat er hinder of beperking optreedt. Dit wordt aangeduid met de term screening of vroegdetectie. Voor screening van bevolkingsgroepen adviseert de Gezondheidsraad derhalve aan de minister of een bevolkingsonderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor de dagelijkse praktijk in de eerste en tweede lijn is de vraag om te screenen het meest betrokken op het opsporen van prostaatkanker.
C. H. Bangma

Nawerk

Meer informatie

Extra’s