Skip to main content
main-content

Over dit boek

Dit is een deel in de reeks Leerboeken specialistische kinderverpleegkunde. Dit boek gaat uitgebreid in op de mogelijkheden en beperkingen van kinderen met gedrags- en ontwikkelingsproblemen en van kinderen met een handicap. Communicatie met deze kinderen en omgaan met hun gedrag staan centraal.

Het boek geeft veel adviezen aan kinderverpleegkundigen en andere hulpverleners. Voor een optimale begeleiding en zorg aan kind en ouders, is goed observeren van het kind een essentiële voorwaarde. Het contact met het kind komt uitvoerig aan de orde. Behalve kennis en kunde vergt dit van de verpleegkundige inventiviteit en creativiteit.

Dit leerboek is waardevol voor verpleegkundigen en andere hulpverleners die met deze kinderen omgaan, zowel in intra- als extramurale gezondheidszorg. Het biedt theoretische informatie en praktijkvoorbeelden voor het uitdagende werk van de zorg voor deze kinderen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel A: Kind en gedrag

Voorwerk

1. Kinderen in de kinder- en jeugdpsychiatrie

De kinder- en jeugdpsychiatrie is volop in ontwikkeling. Lang heeft deze discipline in de kinderschoenen gestaan. Er werd veel over geschreven en gedacht, maar ze werd niet erkend als een professioneel vakgebied, tot ongeveer 75 jaar geleden. Vooral de laatste jaren is de kinder- en jeugdpsychiatrie in opkomst en is ze een serieus onderdeel van de Geestelijke Gezondheidszorg (ggz) in Nederland geworden.

M. J. van Wijk, P. E. C. Hopman

2. Kinderen met emotionele stoornissen

Dit hoofdstuk gaat in op een aantal factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van emotionele stoornissen bij zuigelingen en peuters. We spreken van emotionele stoornissen wanneer een kind zich op emotioneel gebied, met name op het gebied van hechting, niet goed ontwikkelt. De stoornissen kunnen veroorzaakt worden door kenmerken van het kind, van de opvoeder, van het gezin of van de omgeving. Als het kind ter wereld komt, is het onbeschermd en kwetsbaar en moet het een gehechtheidssysteem ontwikkelen om bescherming te krijgen. Door zijn gedrag – hechtingsgedrag – bijvoorbeeld huilen, zal het kind proberen de ouder dichtbij zich te houden en hulp te krijgen als dat nodig is. Die hulp houdt in dat ouders het kind affectie tonen, bemoedigen en sensitief en responsief zijn.

I. Verhagen-Kools

3. Kinderen met zindelijkheidsproblemen

In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op urineverlies en fecesverlies bij kinderen en de begeleiding van deze kinderen in het ziekenhuis. Achtereenvolgens komen aan de orde: zindelijkheidsontwikkeling, continentiebesturing, enuresis (onzindelijkheid voor urine), encopresis (onzindelijkheid voor feces), incontinentie (ongewild urine- en/of fecesverlies), anamnese en onderzoeksmethoden, en de behandeling van kinderen met zindelijkheidsproblemen, waarbij zowel de poliklinische als klinische behandeling wordt beschreven.

Z. Mulder

4. Kinderen met eetstoornissen

Eten en drinken zijn bezigheden die van essentieel belang zijn om gezond te leven en in leven te blijven. Voor kinderen en jongeren is goede voeding nodig om te groeien en zich lichamelijk te kunnen ontwikkelen tot een volwassen, gezond mens. Een peuter die slecht eet kan zijn ouders tot wanhoop drijven. In de peutertijd is dit een normaal, niet-verontrustend verschijnsel.

C. van der Laan

5. Kinderen met onbegrepen klachten

Linde (12 jaar) wordt opgenomen op de afdeling Kinderneurologie van een academisch ziekenhuis. De huisarts heeft haar laten opnemen omdat ze sinds enige tijd loopstoornissen heeft. Ze zit in een rolstoel omdat ze telkens door haar benen zakt. Er wordt uitgebreide diagnostiek aangevraagd, zoals een MRI-scan, bloedonderzoek, een EMG en een lumbaalpunctie.

E. Sulkers

6. Kinderen met ontwikkelings- en gedragsproblemen

In dit hoofdstuk zal een aantal psychiatrische ziektebeelden gerelateerd aan ontwikkelings- en gedragsproblemen worden besproken waar men in een algemeen ziekenhuis mee te maken kan krijgen. De selectie is gebaseerd op de mate van voorkomen van het ziektebeeld, gerelateerd aan de kans dat een verpleegkundige op de kinderafdeling ermee te maken zal krijgen.

M. A. Meulenberg-Geurtsen

Deel B: Kind en handicap

Voorwerk

7. Kinderen met een handicap

Dit hoofdstuk gaat over de zorg voor kinderen met een handicap. Een aantal van deze kinderen komt in aanmerking voor revalidatie. Bij anderen zal de nadruk liggen op begeleiding en het leren omgaan met de handicap. Het zal blijken dat het begrip handicap een moeilijk te definiëren begrip is. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat deze term de afgelopen decennia onderwerp van discussie is geweest.

E. Sulkers

8. Kinderen met een motorische handicap

Een van de terreinen binnen de gezondheidszorg waar de kinderverpleegkundige werkzaam is, is de kinderrevalidatie. Dit hoofdstuk gaat over klinische kinderrevalidatie, waar een belangrijke taak is weggelegd voor de verpleegkundige, gezien de vierentwintiguurszorg die hier geboden wordt. Het hoofdstuk begint met een algemeen beeld te geven van kinderrevalidatie. Vervolgens wordt de werkwijze in een revalidatiecentrum uitgelegd en ten slotte worden enkele diagnosegroepen binnen de kinderrevalidatie aan de hand van een casus verder uitgewerkt.

J. Heurter-Driessen

9. Dove en slechthorende kinderen

Doofheid of slechthorendheid, vooral wanneer die ontstaan is vóór het derde levensjaar, heeft een grote invloed op de ontwikkeling van een kind. Aangezien het om een specifieke aandoening gaat, worden er bijzondere eisen gesteld aan degenen die met het kind omgaan, evenals aan de leefomgeving.

A. M. Schuurman-Louwerse, M. H. Ens-Dokkum

10. Blinde en slechtziende kinderen

Dit hoofdstuk besteedt aandacht aan de signalering van problemen met de visus. Tegelijkertijd wil het inzicht en begrip kweken voor de gevolgen van deze problemen en de omgang met het visueel beperkte kind en zijn omgeving. Een aanpak op maat zal hierbij nodig zijn. Het signaleren van een visuele handicap, de mogelijke motorische kenmerken van een blind of slechtziend kind en de bijzonderheden in de communicatie met een dergelijk kind zijn onderwerpen die in dit hoofdstuk besproken worden. Bovendien wordt er uitgebreid stilgestaan bij de manier waarop de zorgverlening kan inspelen op een kind met deze problematiek.

M. Roza, D. Rijneveld

11. Kinderen met problemen rond drinken, eten en spreken

Problemen rond de communicatie en voeding hebben een grote invloed op kind, ouders en omgeving. Verpleegkundigen en logopedisten zullen, naast diverse andere hulpverleners, vaak een rol spelen in de begeleiding van deze problemen. Voor een goede afstemming van het te volgen beleid is het belangrijk dat er optimaal gebruik wordt gemaakt van de deskundigheid van alle betrokkenen.

M. Beenakker, J. Dijkstra

12. Kinderen met een verstandelijke handicap

De omgang met kinderen in een ziekenhuis vraagt tijd en aandacht van de kinderverpleegkundigen. Als het kind bovendien een verstandelijke handicap heeft, kan de kinderverpleegkundige regelmatig voor vragen komen te staan als: Hoe bereik ik dit kind? Hoe kan ik het aanspreken? Daarnaast kunnen verpleegkundigen geconfronteerd worden met ouders die te horen krijgen dat hun kind verstandelijk gehandicapt is. Zij zijn dan degenen die met vragen en emoties van de ouders, zoals verdriet, boosheid en onzekerheden, te maken krijgen. Ondersteuning van de ouders en goed reageren op hun vragen en emoties zijn op zo’n moment heel belangrijk.

A. Baselier, M. Eikelenboom

Nawerk

Meer informatie