Leerboek interne geneeskunde
- 2025
- Boek
- 16. editie
- Redacteuren
- A. Thijs
- C.D.A. Stehouwer
- R.P. Koopmans
- Uitgeverij
- BSL Media & Learning
Over dit boek
Interne geneeskunde is dé kerndiscipline binnen de curatieve geneeskunde en daarmee binnen de medische opleiding. Door de jaren heen is er een onverminderde behoefte aan een Nederlandstalig boek op dit gebied blijven bestaan. Dit boek – begonnen als ‘Den Ottolander’ – verscheen voor het eerst in 1969 en heeft zich, als Leerboek interne geneeskunde, sinds die tijd ontwikkeld tot hét Nederlandse standaardwerk.
Het boek heeft grotendeels een ziektekundige benadering, waardoor het naadloos aansluit bij de pathofysiologische kennis die studenten zich meester maken in de eerste fase van hun opleiding. Vanuit dit gezichtspunt wordt de interne geneeskunde zo breed en zo geïntegreerd mogelijk behandeld: alle deelgebieden (zoals endocrinologie, oncologie, nefrologie en IC) komen aan bod, maar ook verwante ‘interne’ specialismen (zoals cardiologie, longziekten, maagdarm- leverziekten, reumatologie en geriatrie), gerelateerde specialismen (zoals klinische genetica, radiologie en psychiatrie), en enkele basisvakken (zoals epidemiologie, farmacologie en immunologie).
In alle hoofdstukken wordt pathofysiologische kennis gekoppeld aan ziektekundige kennis. Door deze opzet legt het boek voor de lezer een grondige basis om essentiële klinische kennis niet alleen te verwerven, maar ook goed te doorgronden en toe te passen. Bijna tweeduizend casuïstiekartikelen uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde complementeren deze ziektegeoriënteerde benadering: juist in de beschrijving van zoveel individuele patiënten komt brede variatie in ziektepresentatie naar voren. Deze zijn bereikbaar via de website bij het boek, waarbij ze gekoppeld zijn aan het relevante hoofdstuk.
Deze nieuwe, 16e druk is weer volledig geactualiseerd. Sommige hoofdstukken zijn herschreven, illustraties zijn opnieuw verzorgd en er zijn twee hoofdstukken toegevoegd: psychiatrie en transitiegeneeskunde voor zover relevant voor de interne geneeskunde..
Leerboek interne geneeskunde is niet alleen geschreven voor studenten geneeskunde, maar ook voor artsen die kennis van de interne geneeskunde in hun praktijk nodig hebben. Meer dan 70 vooraanstaande experts hebben meegewerkt aan dit rijk geïllustreerde standaardwerk.
Inhoudsopgave
-
Voorwerk
-
1. Klinische epidemiologie
H. Burger, A. HofmanSamenvattingAan de opbouw van medische kennis hebben zowel culturele, politieke, economische, religieuze, filosofische als wetenschappelijke elementen bijgedragen. -
2. Beeldvormende diagnostiek
J. W. Dankbaar, D. Suchá, M. E. Hol, M. L. J. Smits, W. Foppen, M. N. G. J. A. Braat, J. F. PrinceSamenvattingRadiologie is een vakgebied waarin de opleiding en de expertise van radiologen naar orgaansysteem zijn georganiseerd. -
3. Klinische farmacologie
F. H. M. Vanmolkot, R. P. KoopmansSamenvattingBehandeling met geneesmiddelen (farmacotherapie) is een belangrijke pijler van vrijwel elke therapie in de interne geneeskunde. -
4. Klinische genetica
J. M. van de Kamp, T. P. Potjer, K. van der TuinSamenvattingDe kennis binnen het vakgebied klinische genetica ontwikkelt zich explosief. In rap tempo worden nieuwe (zeldzame) genetische aandoeningen beschreven en bij veel voorkomende aandoeningen worden de genetische factoren steeds verder in kaart gebracht. -
5. Klinische immunologie
P. L. A. van Daele, V. A. S. H. Dalm, M. W. J. Schreurs, P. J. M. LeenenSamenvattingDe belangrijkste functie van het immuunsysteem is het handhaven van de homeostase. -
6. Infectieziekten
W. J. Wiersinga, M. van Vugt, J. W. M. van der Meer, J. M. PrinsSamenvattingOf een infectie ontstaat, hangt af van de pathogeniteit van het micro-organisme en de kwaliteit van de afweer. -
8. Hematologie
M. J. Kersten, C. E. Rutten, J. M. I. VosAbstractDe hematologie houdt zich bezig met de fysiologie en pathologie van het bloed, de bloedvormende organen en het afweersysteem (lymfeklieren, milt). In dit hoofdstuk worden vooral de hematopoëse en benigne aandoeningen besproken, in hoofdstuk 9 worden de maligne aandoeningen besproken. Bloed bestaat uit cellen gesuspendeerd in plasma, een oplossing van eiwitten (transporteiwitten, afweereiwitten, stollingseiwitten) en zouten in water. -
9. Hemato-oncologie
S. Zweegman, J. J. W. M. Janssen, A. P. KaterSamenvattingHet beenmerg is het orgaan waaruit gedurende het gehele leven uit enkele duizenden stamcellen vele miljarden rijpe bloedcellen per dag ontstaan. -
10. Oncologie
A. M. E. Walenkamp, J. J. de Haan, M. van KruchtenAbstractIn dit hoofdstuk over solide kwaadaardige tumoren wordt eerst kort ingegaan op de epidemiologie en etiologie. -
11. Verstoring van circulatie en osmoregulatie
A.A. Kroon, P.W. de LeeuwSamenvatting-
Afwijkingen in de extracellulaire vloeistof kunnen het gevolg zijn van een circulatiestoornis of van metabole afwijkingen.
-
-
12. Zuur-base-evenwicht en kaliumhuishouding
D. Soonawala, A.J. Rabelink, A.P.J. de VriesSamenvatting-
De zuurgraad (pH) in het lichaam wordt bepaald door de concentratie vrije H+-ionen [H+].
-
pH=–log [H+].
-
De concentratie vrije H+-ionen is heel klein: 40×10–6 mmol/L.
-
-
13. Cardiovasculair risicomanagement en hypertensie
Y.M. Smulders, J. DeinumSamenvattingHet humane vaatbed omvat achtereenvolgens arteriën, arteriolen, capillairen, venulen en venen. -
14. Nierziekten
J.K.J. Deegens, M.G. Vervloet, T. NijenhuisSamenvattingDe nier speelt de belangrijkste rol bij de verwijdering van afvalstoffen en bij de regulatie van het extracellulaire volume, de water- en zouthuishouding en het zuur-base-evenwicht. Daarnaast produceert de nier hormonen die betrokken zijn bij de bloeddrukregulatie, de calcium- en fosfaathuishouding, de botstofwisseling, en de aanmaak van rode bloedcellen. -
15. Hartziekten
J.M. ter Maaten, K. DammanSamenvattingIn Nederland overleden in 2022 meer vrouwen (19.849) dan mannen (19.128) aan de gevolgen van een hart- of vaatziekte (bron: Nederlandse Hartstichting). Het aantal sterfgevallen als gevolg van hart- en vaatziekten daalt nog steeds, zowel bij mannen als bij vrouwen en in alle leeftijdsklassen. -
16. Longziekten
H. A. M. Kerstjens, T. J. N. Hiltermann, C. T. Gan, O. W. Akkerman, M. van den Berge, D. J. SlebosSamenvattingLongziekten komen zeer frequent voor. De meeste longaandoeningen ontstaan in de luchtwegen of het longparenchym; voorbeelden hiervan zijn astma en COPD (chronic obstructive pulmonary disease). -
17. Ziekten van maag, darm en pancreas
P. D. SiersemaSamenvattingEr is steeds meer kennis over ziekten van maag, darm en pancreas dankzij ontdekkingen met betrekking tot de pathogenese van een aantal ziekten (o.a. vroege stadia van colorectaal carcinoom en eosinofiele oesofagitis) en door toepassing van nieuwe diagnostische technieken (o.a. endoscopische ultrasonografie). -
18. Ziekten van lever en galwegen
H. L. A. Janssen, C. M. den HoedSamenvattingHet spectrum van ziekten van lever en galwegen is voortdurend in beweging. Wereldwijd dragen virale hepatitis, overmatig alcoholgebruik, parasieten en overvoeding in grote mate bij tot de burden of disease. -
19. Endocrinologie
P. H. Bisschop, K. M. A. Dreijerink, S. E. SiegelaarSamenvattingEndocrinologie houdt zich bezig met de (patho)fysiologie van de klieren die hormonen maken. Hormonen zijn chemische signaalstoffen die via de bloedbaan getransporteerd worden naar de doelweefsels en -organen. -
20. Diabetes mellitus
C. J. J. Tack, C. D. A. StehouwerSamenvattingDiabetes mellitus of suikerziekte is een stoornis in de stofwisseling die wordt veroorzaakt door een absoluut of relatief tekort aan insuline dat leidt tot een chronisch verhoogd bloedglucosegehalte. -
21. Stofwisselingsstoornissen
M. C. G. J. Brouwers, M. C. H. JanssenSamenvattingWe beginnen dit hoofdstuk met de definities van een aantal essentiële begrippen met betrekking tot de (vet)stofwisseling en het metabolisme. -
22. Transitie van kinderzorg naar volwassenenzorg
R. G. IJzerman, A. L. van StaaSamenvattingNaar schatting hebben in Nederland ruim 1,3 miljoen kinderen en jongeren te maken met een chronische aandoening. Dat is ruim 1 op de 4 kinderen en jongeren. Een chronische aandoening betekent niet noodzakelijkerwijs dat de aandoening nooit over zal gaan, maar wél dat er sprake is van langdurige zorgbehoefte of zorggebruik. -
23. Reumatische ziekten
S. C. Mooij, L. de Vries, H. E. VonkemanSamenvatting-
Reumatische aandoeningen zijn niet door trauma veroorzaakte klachten van het bewegingsapparaat.
-
-
24. Ouderengeneeskunde
A. M. Oleksik, S. P. MooijaartSamenvattingMet uitzondering van de kinder-, jeugdzorg- en bedrijfsartsen werkt bijna elke arts, en zeker iedere internist of huisarts, met oudere patiënten. Naar verwachting zal het percentage van de ouderen in de spreekkamer en op de verpleegafdelingen van ziekenhuizen komende decennia toenemen. -
25. Psychiatrie
J. A. van Waarde, A. M. P. Verwiel, K. Schäperclaus, M. A. van Schijndel, J. J. LuykxSamenvatting-
In het algemeen geldt: hoe ernstiger de somatische aandoening of multimorbiditeit, des te groter is het risico op een psychische aandoening.
-
-
26. Intensivecaregeneeskunde
J. G. van der HoevenSamenvatting-
Herhaald lichamelijk onderzoek, aangevuld met echografie, is de basis waarop andere gegevens geïnterpreteerd kunnen worden.
-
-
27. Differentiële diagnostiek in de interne geneeskunde
A. ThijsSamenvatting-
Een anamnese is geen standaardvragenlijst.
-
Er is niet één manier van klinisch redeneren. Informatie van de patiënt, uw kennis van bij ziekten behorende klachten en symptomen, de prevalentie en incidentie van ziekte en patroonherkenning spelen alle een rol.
-
-
Nawerk
- Titel
- Leerboek interne geneeskunde
- Redacteuren
-
A. Thijs
C.D.A. Stehouwer
R.P. Koopmans
- Copyright
- 2025
- Uitgeverij
- BSL Media & Learning
- Elektronisch ISBN
- 978-90-368-3098-0
- Print ISBN
- 978-90-368-3097-3
- DOI
- https://doi.org/10.1007/978-90-368-3098-0