Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

In de dagelijkse praktijk hebben artsen regelmatig te maken met juridische vraagstukken. Hoe is de relatie tussen arts en patiënt geregeld? Waarop komt het juridisch aan bij gedwongen opneming, levensbeëindiging of vermoedens van kindermishandeling? Deze en andere onderwerpen worden uitgebreid behandeld in Leerboek gezondheidsrecht.

Hoewel gezondheidsrecht een verplicht onderdeel van het artsexamen is, is dit boek de eerste uitgave over dit onderwerp die in het bijzonder geschikt is voor studenten geneeskunde. De auteurs van Leerboek gezondheidsrecht behandelen onder meer de soorten wetgeving binnen de gezondheidszorg, de relatie arts-patiënt, de opneming en behandeling van psychiatrische patiënten en onbekwamen, juridische vraagstukken rond het begin en het einde van het leven, orgaantransplantatie en bloedtransfusie, de belangen van derden, de wettelijke regeling van de beroepsuitoefening en de invloed van het Europese recht op de Nederlandse gezondheidszorg. Bovendien is een hoofdstuk toegevoegd over de verhouding van het gezondheidsrecht tot de biomedische ethiek.

De auteurs bieden met deze derde, herziene druk een verhelderend theoretisch kader, dat tot leven komt door de verbinding met casuïstiek uit de dagelijkse praktijk. Leerboek gezondheidsrecht is geschreven voor studenten geneeskunde en artsen en tevens een bron van kennis voor iedereen die beroepshalve bij de gezondheidszorg is betrokken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Een samenleving kan alleen bestaan als verhoudingen tussen mensen een zekere voorzienbaarheid hebben wat betreft hun beloop en ontwikkeling. Dat geldt voor samenlevingen die vanuit hedendaags westers perspectief als primitief gelden; het geldt in nog sterker mate voor gecompliceerde samenlevingen. Om niet te eindigen in chaos en stagnatie moet voorzienbaar zijn hoe duurzame verhoudingen, zoals die tussen echtelieden, worden vormgegeven, wie verantwoordelijk is voor kinderen die worden geboren, wat er met iemands nalatenschap gebeurt, hoe roerende en onroerende zaken kunnen worden verhandeld, hoe overeenkomsten tot stand komen, welke verplichtingen daaruit voortvloeien en hoe nakoming kan worden afgedwongen in geval van wanprestatie.
D.P. Engberts

2. Relatie arts-patiënt

De reflectie op de aard van de relatie arts-patiënt en de daarmee samenhangende verplichtingen is eeuwenlang een aangelegenheid geweest die in hoofdzaak artsen bezighield. Een vroeg voorbeeld hiervan is de Eed van Hippocrates, waarvan – anders dan de naam doet vermoeden – de auteur onbekend is, maar waarvan het tevens aannemelijk is dat hij is ontstaan in de tijd dat Hippocrates leefde (omstreeks 400 voor Christus) en zeer wel kan zijn verbonden met de gedachtewereld en de beroepsopvatting van de medische traditie die met zijn persoon in verband worden gebracht. De relatie arts-patiënt is in de gedachtegang van de Eed een afgeleide van de verplichtingen van de arts. De patiënt figureert hier nog niet als een zelfstandige drager van rechten jegens de arts, maar is veeleer het object van de professionele verplichtingen die de arts op zich heeft genomen bij zijn toetreding tot de medische beroepsgroep.
D.P. Engberts

3. Opneming en behandeling in de geestelijke gezondheidszorg

De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen heeft sinds zijn inwerkingtreding in 1994 geen rustig bestaan geleid. Vanaf het begin was er kritiek op de reikwijdte (toepasselijkheid op psychogeriatrische patiënten en patiënten met een verstandelijke beperking) maar ook de regeling voor opneming en behandeling van psychiatrische patiënten leidde in de praktijk tot verscheidene problemen. De verschillende aanpassingen van de wet die volgden, zullen hierna worden besproken. Uit de derde evaluatie van de wet en het daarop gevolgde kabinetsstandpunt blijkt dat deze wijzigingen niet voldoende worden geacht om de wet toekomstbestendig te maken. De wet zal op termijn worden ingetrokken en worden vervangen door een wet die gericht is op de zorg voor psychiatrische patiënten en een wet die betrekking heeft op zorg aan psychogeriatrische patiënten en patiënten met een verstandelijke beperking (zie par. 3.7). Zover is het nog niet. Op dit moment hebben we nog te maken met de op verschillende onderdelen aangepaste Wet Bopz, die in dit zal worden besproken. In de laatste paragraaf zullen de contouren van de toekomstige wetgeving worden geschetst.
L.E. Kalkman-Bogerd

4. Vruchtbaarheid en voortplanting

In dit zullen juridische aspecten worden besproken die samenhangen met het begin van het leven. Enerzijds zal het gaan om juridische vragen die zijn verbonden aan het toepassen van technieken ter voorkoming van zwangerschap of de beëindiging daarvan. Anderzijds om de juridische problematiek die voortvloeit uit de toepassing van vruchtbaarheidsbevorderende technieken, alsmede het draagmoederschap. Ook de status van de ongeborene en de juridische gevolgen van de geboorte zullen worden besproken.
L.E. Kalkman-Bogerd

5. Rondom het einde van het leven

Iedere samenleving heeft gebruiken en regels die samenhangen met het overlijden van mensen. Weliswaar is het overlijden van een mens in emotionele zin vooral iets dat de directe nabestaanden raakt, in meer verwijderde zin is het ook een aangelegenheid die het bredere samenlevingsverband aangaat, waarbij dikwijls een religieuze of levensbeschouwelijke gemeenschap een rol speelt en waarbij steeds ook de burgerlijke samenleving is betrokken. Om die laatste betrokkenheid gaat het in dit hoofdstuk.
D.P. Engberts

6. Orgaantransplantatie en bloedtransfusie

Al in het begin van de 20e eeuw was het chirurgisch gezien mogelijk om organen van de ene mens te transplanteren naar een andere. Veel langer duurde het voordat het mogelijk was een getransplanteerd orgaan in de ontvanger duurzaam te laten functioneren. Na transplantatie trad dikwijls afstoting, infectie of trombosering op, zodat het transplantaat spoedig weer verloren ging. Vooral het afstotingsprobleem bleek lastig te overwinnen, zodat de enige transplantaties die succesvol waren, die transplantaties waren die plaatsvonden tussen identieke tweelingen of – min of meer bij toeval – tussen broers en zusters die een goeddeels identiek afweersysteem hadden. Pas na het identificeren van de weefselkenmerken die bepalend zijn voor afstotingsreacties en het beschikbaar komen van werkzame afweeronderdrukkende geneesmiddelen (immunosuppressiva) konden succesvolle transplantaties worden uitgevoerd met organen van donors wier afweersysteem niet (geheel) gelijk was aan dat van de ontvanger.
D.P. Engberts

7. Belangen van derden: medische verklaringen, keuringen en adviezen

Handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg worden niet altijd uitsluitend ten behoeve van de curatieve hulpverlening verricht. Het kan zijn dat andere belangen een rol spelen, waarbij het kan gaan om een niet-curatief belang van betrokkene, bijvoorbeeld het doktersbriefje waaruit moet blijken dat betrokkene door ziekte niet in staat was om examen te doen (medische verklaring). Ook kan het gaan om niet-curatieve belangen van een ander, bijvoorbeeld de verzekeraar die door middel van een medisch onderzoek bij betrokkene wil kunnen vaststellen of het verantwoord is het leven van deze persoon te verzekeren (medische keuring).
L.E. Kalkman-Bogerd

8. Preventieve gezondheidszorg

Voorkomen is beter dan genezen, is een veelgehoorde uitspraak. Preventie heeft als doel ervoor te zorgen dat mensen gezond blijven door enerzijds de gezondheid te bevorderen en anderzijds de gezondheid te beschermen. Dit kan bereikt worden door ziekten en aandoeningen te voorkomen of in een vroeg stadium op te sporen en door complicaties van ziekten te voorkomen. Maar het bevorderen van gezondheid moet ook in de bredere context van de definitie van de World Health Organisation van gezondheid gezien worden: preventie heeft als doel om te bevorderen dat mensen optimaal functioneren, zowel fysiek als mentaal als sociaal. De algehele kwaliteit van leven staat daarbij centraal.
Y.M. Drewes

9. Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek is onontbeerlijk om nieuwe behandelingen, geneesmiddelen en onderzoeksmethoden te ontwikkelen voor bestaande en nieuwe ziekten. Van de medische wetenschap wordt dan ook verwacht dat er vooruitgang wordt geboekt en de weg naar vooruitgang is medisch-wetenschappelijk onderzoek. Die vooruitgang is overigens geen gestaag opgaande rechte lijn. Tegenover aanwijsbare successen staan zeer veel onderzoekingen die niet tot het gehoopte resultaat leiden.
D.P. Engberts, Y.M. Koster-Reidsma

10. Klachtrecht en aansprakelijkheid

Vrijwel iedere arts zal tijdens zijn beroepsuitoefening te maken krijgen met ontevreden patiënten. Ontevreden patiënten zijn onlosmakelijk verbonden met de uitoefening van het beroep. Het is voor de arts dan ook van belang om te weten hoe hij met deze onvrede moet omgaan. In de praktijk gebeurt het dat de arts bij door de patiënt geuite kritiek zich verdedigend en ook geïrriteerd opstelt. Hoe haalt de patiënt het in zijn hoofd om de handelwijze van de arts ter discussie te stellen? Hoe begrijpelijk die reactie misschien ook is, verstandig is ze niet. Beter is het om met de patiënt een gesprek aan te gaan over de oorzaak van onvrede. Waar zit precies het probleem en hoe zou het kunnen worden opgelost? Het geven van goede adequate informatie is daarbij heel belangrijk. In de in het Burgerlijk Wetboek geregelde overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (WGBO) is opgenomen dat de patiënt recht heeft op informatie. Algemeen wordt aangenomen dat dit recht ook informatie over fout en en complicatie s omvat. De arts moet incidenten, complicaties en calamiteiten uit zichzelf en onverwijld met de patiënt bespreken en aantekenen in het medisch dossier . Handelingen waarvan nog niet duidelijk is of het om foutief handelen gaat, moeten niet als fout worden getypeerd. Verder is het van belang om informatie over fouten en complicaties te onderscheiden van het erkennen van aansprakelijkheid en het doen van uitlatingen over eventuele schadevergoeding . Over aansprakelijkheid en schadevergoeding moeten geen uitspraken worden gedaan (zie ▶ par. 10.4.1). Openheid, ook als een behandeling niet goed is verlopen, kan in een aantal gevallen voorkomen dat een patiënt zijn klacht elders aan de orde stelt (zie de volgende paragrafen).
L.E. Kalkman-Bogerd

11. Beroepenwetgeving

Mag iedereen in Nederland handelingen verrichten op het gebied van de gezondheidszorg? Of zijn sommige handelingen gereserveerd voor artsen? Wanneer mag iemand zich eigenlijk arts of chirurg noemen? Maakt het wat betreft de bevoegdheid tot het verrichten van geneeskundige handelingen uit of de betrokkene zojuist de artsenopleiding heeft afgerond of al jaren ervaring heeft?
A.C. Hendriks

12. Het stelsel van gezondheidszorg

Het stelsel van gezondheidszorg zoals we dat in Nederland kennen, is volop in beweging. Dat is niet nieuw. De organisatie, structuur en financiering van de gezondheidszorg hebben zich in de afgelopen eeuwen geleidelijk aan ontwikkeld tot het huidige, complexe systeem. De overheid tracht door fundamentele veranderingen een stelsel van gezondheidszorg te creëren waarbinnen op doelmatige wijze kwalitatief hoogwaardige zorg wordt geleverd.
H.L. Hoeksema, Y.M. Koster-Reidsma, W. Kool

13. Gezondheidsrecht en Europa

Het in Nederland geldende systeem van regels dat de samenleving ordent (‘recht’) wordt maar ten dele bepaald door de Nederlandse wetgever. Allereerst omvat het recht meer dan wetten die zijn vastgesteld in samenspraak tussen de regering en het parlement, zoals de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG).
A.C. Hendriks

14. Gezondheidsrecht en medische ethiek

Bovenstaande woorden uit de Instituten van Justinianus, een juridisch leerboek dat deel uitmaakt van het Corpus Iuris Civilis en in 533 kracht van wet kreeg, zullen in hedendaagse leerboeken niet snel als uitgangspunt worden geformuleerd. Niet zozeer omdat de bewoordingen plechtstatig zijn, maar vooral omdat naar moderne inzichten de grens van het recht erg ruim wordt getrokken.
D.P. Engberts

Nawerk

Meer informatie