Skip to main content
main-content
Top

2022 | Boek

Leefstijlpsychiatrie

Redacteuren:  Cahn, Jeroen Deenik, Jentien Vermeulen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

Dit boek geeft een overzicht van wetenschappelijke kennis, ervaringsverhalen en best practices op het gebied van leefstijlpsychiatrie. Daarnaast biedt het praktische handvatten die direct toepasbaar zijn in het voorkomen en behandelen van psychiatrische aandoeningen. Het boek richt zich op alle professionals binnen de geestelijke gezondheidszorg die een bijdrage willen leveren aan verbetering van leefstijl binnen de psychiatrie.

Leefstijlpsychiatrie is het eerste brede, Nederlandstalige overzicht van actuele wetenschappelijke kennis over de rol van leefstijl in de preventie en behandeling van psychiatrische aandoeningen. Het boek beschrijft eerst het belang van leefstijl en richt zich daarna op diagnostiek en behandeling. De belangrijkste leefstijlaspecten zoals beweging, voeding, verslaving en slaap passeren uiteraard de revue, net als ervaringsverhalen en de rol van de hulpverlener. Ook is er aandacht voor de praktische kant, met hoofdstukken over bijvoorbeeld communicatie, implementatie en ethische dilemma’s.

In lijn met onder andere de versteviging van leefstijlgeneeskunde waarin de nadruk ligt op lichamelijke ziekten, neemt ook de aandacht voor de rol van leefstijl voor onze psychische gezondheid toe. Het verbeteren van leefstijlfactoren bij mensen met psychische klachten kan het herstel bespoedigen en verergering van klachten en terugval voorkomen.

Prof. dr. Wiepke Cahn is psychiater en hoogleraar lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen bij het UMC Utrecht en Altrecht. Dr. Jeroen Deenik is onderzoeker en gezondheidspsycholoog bij GGz Centraal en assistant professor bij Maastricht University. Dr. Jentien Vermeulen is psychiater in opleiding en onderzoeker aan de Afdeling Psychiatrie van Amsterdam UMC, locatie AMC.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Vandaag heb ik weer hardgelopen

Voorwerk
1. Het belang van leefstijlpsychiatrie
Samenvatting
Het onderwerp leefstijl leeft, ook in de psychiatrie. We weten steeds meer over de invloed van leefstijlfactoren, zoals beweging, voeding, slaap en roken, op het ontstaan, in stand houden en al dan niet verbeteren van psychische klachten en psychiatrische aandoeningen. Het verbeteren van leefstijlgedrag is daarmee een serieuze behandeloptie geworden naast, en in aanvulling op, traditionele farmacologische en psychologische behandelingen. Leefstijlpsychiatrie heeft veel potentie om de structurele psychische en lichamelijke gezondheidsachterstand van mensen met (een hoog risico op) een psychiatrische aandoening te verkleinen. Dit moet tezamen zorgen voor een gunstiger levensverwachting, zowel in kwaliteit als kwantiteit. In dit hoofdstuk gaan we in op de huidige evidentie voor het belang van leefstijlpsychiatrie en de potentie voor de toekomst.
Jeroen Deenik, Wiepke Cahn, Jentien Vermeulen
2. Screening en diagnostiek
Samenvatting
Leefstijlpsychiatrie gaat om gezond gedrag. Echter, wat is gezond gedrag, en hoe breng je dit in kaart? En wanneer is het nodig een diagnose te stellen en behandeling te bespreken? Het screenen, diagnosticeren en betrekken van leefstijlfactoren is zelden standaard opgenomen in een behandeling bij psychiatrische aandoeningen. In dit hoofdstuk beschrijven we wat algemene normen bij verschillende leefstijlfactoren zijn en hoe screening en diagnostiek van leefstijlpsychiatrie eruit kunnen zien om preventie en behandeling te bespoedigen.
Jentien Vermeulen, Jeroen Deenik, Wiepke Cahn

Een jong en vijandig lichaam

Voorwerk
3. Beweging
Samenvatting
Bij mensen met een psychiatrische aandoening is van alle leefstijlfactoren beweging veruit het meest onderzocht. Er is de laatste decennia steeds meer bekend geworden over de rol van beweging in het voorkomen en behandelen van psychische klachten en psychiatrische aandoeningen. In dit hoofdstuk gaan we hierop in en geven we een overzicht van het sterkste bewijs voor de effecten van interventies die zich richten op het verhogen van de hoeveelheid fysieke activiteit, het verminderen van sedentair gedrag en/of het verbeteren van fysieke fitheid (bijv. spierkracht) bij een scala aan psychiatrische aandoeningen. Ook gaan we kort in op de wetenschappelijke onderbouwing voor mind-body-interventies. We belichten achterliggende mechanismen en besteden expliciet aandacht aan implicaties en handvatten voor de dagelijkse praktijk. Tot slot bespreken we de kennishiaten die er nog zijn en werpen we een blik op nieuwe onderzoeksrichtingen met veel potentie.
Jeroen Deenik, Thomas Scheewe, Tine Van Damme, Davy Vancampfort
4. Voeding
Samenvatting
Er is steeds meer bekend over de relatie tussen voeding en psychische gezondheid. In dit hoofdstuk gaan we in op het belang van voeding bij de preventie en behandeling van diverse psychiatrische aandoeningen. We focussen ons daarbij op voedingspatronen en voedingssupplementen, vanuit een levensloopperspectief. Aan de orde komen bijvoorbeeld de Richtlijnen Goede Voeding, het mediterrane dieet, omega 3-vetzuren, vitamine D en probiotica. We gaan ook kort in op onderliggende biologische en psychologische mechanismen, en doen aanbevelingen voor implementatie in de klinische praktijk.
Roel Mocking, Anke Oenema
5. 5 Slaap
Samenvatting
Slaapproblemen zijn transdiagnostische en zeer prevalente symptomen in de psychiatrie. Dit betekent echter niet dat ze geen aandacht behoeven in de behandeling. Integendeel: voldoende en kwalitatief goede slaap is essentieel voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid,en voor het herstel van psychiatrische aandoeningen. Behandelaren in de ggz moeten dan ook voldoende kennis hebben van slaap, slaapproblemen en slaapstoornissen en weten hoe ze deze goed in kaart kunnen brengen. Voorts dienen ze te kunnen bepalen of ze de slaapproblematiek zelf kunnen aanpakken of moeten doorverwijzen naar een slaapcentrum. Gedragsinterventies gericht op het bevorderen van gezonde slaap, alleen of als onderdeel van een geïntegreerde leefstijlbehandeling, kunnen de resultaten van een psychiatrische behandeling optimaliseren. Dit hoofdstuk geeft informatie over gezonde en verstoorde slaap en biedt handvatten voor het toepassen van leefstijladviezen ter verbetering van de slaapgezondheid bij mensen met psychiatrische aandoeningen.
Marike Lancel, Inge Ensing, Maaike van Veen
6. Medicatie
Samenvatting
De veelal ongezonde leefstijl van mensen met een psychiatrische aandoening is onlosmakelijk verbonden met de medicatie die wordt voorgeschreven in de psychiatrie. In dit hoofdstuk gaan we dan ook uitgebreid in op het psychofarmacagebruik en beschrijven we de lichamelijke gevolgen van deze medicijnen. Daarnaast gaan we in op de achtergrond en de werkingsmechanismen van medicatie. Per medicatie-groep wordt uitgelegd hoe bijwerkingen kunnen ontstaan vanuit receptorniveau naar klinisch beeld. Lichamelijke screening wordt ingezet om verschillende lichamelijke klachten en risicofactoren systematisch in kaart te brengen. Indien deze aanwezig zijn is het van belang dit te bespreken met de patiënt en samen een beleid vast te stellen. Pas als het duidelijk is welke lichamelijke belemmeringen er zijn, kan een goed beleid worden gemaakt. De eerste stap is om te kijken welke medicijnen afgebouwd of omgezet kunnen worden om de bijwerkingen te verminderen. Daarna zou in samenspraak moeten worden bepaald welke niet-medicamenteuze opties er zijn om de bijwerkingen te doen afnemen. Indien dat ontoereikend is en/of de persoon voelt niets voor leefstijlinterventies, kan medicatie nodig zijn om de afwijkende waarden te behandelen, waarbij rekening moet worden gehouden met de bijwerkingen van die medicamenten. Leefstijladviezen vormen een rode draad door alle fasen van de behandeling, en er kunnen ook specifieke leefstijl-psychiatrische interventies worden ingezet om de psychische klachten te verminderen. Dit kan weer leiden tot minder medicatiegebruik. Tot slot is het van belang dat de zorg dusdanig wordt georganiseerd dat er voldoende oog is voor zowel psychische als lichamelijke gezondheid.
Melissa Chrispijn, Daniëlle Cath, Davy Quadackers, Bennard Doornbos
7. Verslaving
Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over het samen voorkomen van verslaving en andere psychiatrische aandoeningen. Het is hierbij van belang onderscheid te maken tussen middelengebruik in het algemeen en een ‘stoornis in het gebruik van een middel’. Waar middelengebruik in het algemeen als leefstijl kan worden gezien, is het van belang een stoornis in het gebruik van een middel ook echt als psychiatrische aandoening te beschouwen. Indien verslaving louter wordt gezien als leefstijl, ontkent dit het compulsieve, pathologische karakter van verslaving. Dit impliceert bovendien dat het individu ervoor zou kunnen kiezen om ‘simpelweg’ over te stappen op een gezondere leefstijl. Onderzoek en ervaring leren dat het veranderen van verslavingsgedrag zo eenvoudig niet ligt en dat deze patiënten gebaat zijn bij evidence-based begeleiding en behandeling van hun verslaving. In dit hoofdstuk bespreken wij de comorbiditeit van de meest voorkomende verslavingsproblematiek en psychiatrische aandoeningen. Achtereenvolgens behandelen wij epidemiologie, een casus, diagnostiek, beloop en behandeling.
Wim van den Brink, Albert Batalla Cases, Arnt Schellekens

Al maanden maak ik mij zorgen

Voorwerk
8. Kinderen
Samenvatting
Uit onderzoek blijkt dat kinderen met psychiatrische aandoeningen vaker een ongezonde leefstijl hebben dan leeftijdsgenoten zonder psychiatrische aandoeningen. Zoals bekend is er een verband tussen een ongezonde leefstijl, zoals een dieet dat rijk is aan verzadigde vetten en suiker, inactiviteit, overmatig gamen en verstoorde slaappatronen, en een hoger risico op verschillende aandoeningen zoals overgewicht, diabetes mellitus, hart- en vaatziekten en slaapproblemen. Dit effect is nog sterker wanneer een ongezonde leefstijl al op jonge leeftijd is ontstaan, zoals juist vaak gebeurt bij kinderen met psychische klachten. Een recente metareview over leefstijlpsychiatrie laat zien dat een ongezonde leefstijl het risico op psychische klachten vergroot. Ook wordt er beschreven wat de mogelijkheden zijn van het inzetten van een leefstijlbehandeling ter vermindering van psychische klachten. Deze leefstijlstudies zijn echter met name bij volwassenen gedaan. Bovendien zijn in deze metareview studies met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zoals een autismespectrumstoornis geëxcludeerd. Kinderen en jongeren met psychiatrische aandoeningen en hun systemen worden helaas vaak uitgesloten van leefstijlbehandeling en wetenschappelijk onderzoek hiernaar vanwege de complexiteit van zorg. De komende jaren zal er wetenschappelijk onderzoek plaatsvinden om een leefstijlinterventieprogramma voor kinderen met psychiatrische aandoeningen te ontwikkelen met als doel om leefstijlpsychiatrie op jonge leeftijd in te zetten. De behandeling zal zich richten op een combinatie van verbetering van de slaap, gezonde voeding, meer bewegen, minder schermgebruik en optimaliseren van psychofarmaca voor zowel het kind als het systeem.
Jet Muskens, Wouter Staal
9. Ouderen
Samenvatting
Veroudering is het gevolg van de levenslange opeenstapeling van blijvende schade aan het lichaam onder invloed van genen, omgeving en gedrag. Hoewel het verouderingsproces onontkoombaar is, kan de snelheid van veroudering mogelijk gunstig worden beïnvloed door gedragsveranderingen. Uiteraard geldt dat hoe eerder in het leven een gezonde gedragsverandering wordt ingezet, hoe beter. Ook op latere leeftijd ingezette gedragsveranderingen kunnen nog voldoende gezondheidswinst opleveren voor zowel lichamelijk als mentaal welbevinden. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het belang van een gezonde leefstijl bij ouderen, en in het bijzonder bij ouderen met een psychiatrische aandoening. In kort bestek zullen we het belang belichten van beweging, voeding, alcoholgebruik, slaap, zelfredzaamheid en sociale contacten bij ouderen met een psychiatrisch aandoening.
Hans Jeuring, Maarten Rozing
10. Niet-westerse migranten
Samenvatting
Veel migrantengroepen in Nederland hebben een verhoogd risico op hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en diabetes mellitus. Het is belangrijk om dit niet te generaliseren, omdat er bijvoorbeeld bij mannen met een Marokkaanse migratieachtergrond juist minder cardiovasculaire risico’s zijn, minder vaak hoge bloeddruk voorkomt, minder wordt gerookt en er betere cholesterolwaarden bestaan. Verschillen tussen bevolkingsgroepen wat betreft risico’s op bepaalde aandoeningen hebben soms te maken met sociaaleconomische klasse, en ook verschillen in voedingsgewoonten hebben hier invloed op. Men dient op het gebied van leefstijl vooral rekening te houden met taal- en communicatiebarrières, met alternatieve verklaringsmodellen voor gezondheidsgewoonten en met de wijze van acculturatie.
Mario Braakman
11. Mensen met een verstandelijke beperking
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het gebruik van leefstijl­interventies bij mensen met psychiatrische aandoeningen en zwak-begaafdheid of een lichte verstandelijke beperking. Leefstijlpsychiatrie kan een belangrijke rol spelen in het bevorderen van lichamelijke gezondheid, het voorkomen van psychiatrische aandoeningen en het verminderen van gestapelde problematiek bij deze doelgroep. Naast herkenning van het lage IQ zijn aanpassing van de communicatie en het gebruikmaken van geprotocolleerd maatwerk belangrijke voorwaarden voor het effectief inzetten van leefstijlinterventies bij mensen met zwakbegaafdheid of een lichte verstandelijke beperking.
Jannelien Wieland

Leefstijl en integrale psychiatrie

Voorwerk
12. Motiveren tot verandering
Hoe schil je de gedragsui?
Samenvatting
Hoewel de meeste patiënten beseffen dat meer bewegen, gezonder eten en minder of niet roken hun lichamelijke en mentale gezondheid ten goede zal komen, slaagt slechts een minderheid erin om tot blijvende gedragsverandering te komen. Hulpverleners worstelen dan ook met de vraag waarom het voor veel mensen zo moeilijk is om hun leefstijl te veranderen en hoe ze daarbij geholpen kunnen worden. In deze bijdrage duiden we eerst waarom gedragsverandering voor de moderne mens zo’n uitdaging vormt. Daarna stellen we kort drie dominante theorieën van gedragsverandering voor die ons als hulpverlener en als mens kunnen helpen om een gezonde leefstijl op een succesvolle en duurzame manier in het leven in te bouwen: de zelfdeterminatietheorie (die focust op de motivatie vanuit het individuele verklaringsniveau), de sociale identiteitsbenadering (die zich richt op het sociale verklaringsniveau) en het nudgingperspectief (dat inzoomt op de fysieke omgeving als verklaringsniveau). Elk van deze theoretische kaders richt zich op een andere schil van wat we de gedragsui noemen: het individuele niveau, het sociale niveau en het omgevingsniveau. Vanuit onze eigen achtergrond zullen we de aangehaalde principes vooral illustreren aan de hand van het motiveren tot regelmatige fysieke activiteit, maar de inzichten zijn toepasbaar in alle domeinen van leefstijlverandering. We eindigen met een oproep tot integratie van de drie gedragsniveaus in de praktijk om zo de kracht van de drie verklaringsniveaus tegelijkertijd te kunnen aanboren.
Filip Boen, Jan Seghers, Jannique van Uffelen
13. De rol van de zorgprofessional
Samenvatting
Ongezond leefstijlgedrag is een van de belangrijkste te voorkomen oorzaken van lichamelijke en psychische klachten en ziekten, ongevallen, vroegtijdige sterfgevallen en sociaal-maatschappelijke problemen, zoals delicten, huiselijk geweld, kindermishandeling en schulden. Zorg­profes­sionals moeten in het contact met hun patiënten het belang van gezond leefstijlgedrag benoemen, screenen op ongezond leefstijlgedrag en indien nodig de patiënt zo motiveren, ondersteunen en behandelen dat hij of zij het ongezonde gedrag wil en kan reduceren of ermee kan stoppen. Daarmee kunnen ongewenste consequenties voorkomen of reeds bestaande negatieve gevolgen verminderd worden. In dit hoofdstuk ligt de nadruk op wat een zorgprofessional zou kunnen doen om het leef­stijl­gedrag van patiënten te beïnvloeden. Ook zullen we in dit hoofdstuk bespreken of en wat men eventueel buiten de behandelsetting kan doen om de omvang van de leefstijlgerelateerde problematiek in de maatschappij en de ggz-populatie terug te dringen. Dit hoofdstuk is geschre­ven voor alle zorgprofessionals. Het is bedoeld om een goede basis te leggen waarmee een zorgprofessional doelbewuster en –gerichter kan bepalen of een leefstijlinterventie moet worden uitgevoerd, welke doelpersoon of doelgroep wordt beïnvloed, welke interventie wordt gedaan en waar dit waarschijnlijk effect op zal hebben. Hiervoor wordt een praktisch denkmodel geïntroduceerd waarmee alle zorgprofessio­nals hun invloed kunnen uitoefenen om anderen in beweging te brengen als het gaat om leefstijlgedrag.
Robert van de Graaf, Mirije Kuitert
14. Implementatie van leefstijlinterventies op de werkvloer
Samenvatting
Er is steeds meer bekend over leefstijlfactoren en evidence-based leefstijlinterventies. Het vervolgens implementeren en borgen van interventies in de dagelijkse praktijk gaat echter niet vanzelf en wordt vaak ervaren als taai en uitdagend. Een geslaagde implementatie is afhankelijk van bepaalde randvoorwaarden, zoals gereedheid van de organisatie(structuren), leiderschap en professionals die met de interventie gaan werken. Verschillende bevorderende en belemmerende factoren spelen hierbij een rol. Deze factoren kunnen worden aangepakt met implementatiestrategieën die het invoeren van een leefstijl­inter­ventie bevorderen, zoals een training, een kartrekker aanstellen en cultuurverandering. Belangrijk hierbij is om ernaar te streven dat de interventie onderdeel wordt van de bestaande werkwijze binnen de organisatie. Het monitoren van belangrijke stappen tijdens de implementatie kan vervolgens helpen om waar nodig bij te sturen. Het doel van dit hoofdstuk is om uitleg en praktische handvatten te geven die kunnen helpen om verschillende fasen van implementatie te herkennen en te doorlopen.
Femke van Nassau, Pauline Goense, Jeroen Deenik
15. Samenwerken
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft samenwerking vanuit het perspectief van behandelaren bekeken vanuit het behandeldoel om mensen met psychiatrische aandoeningen meer en betere ondersteuning te bieden bij hun persoonlijke en maatschappelijke herstel, onder meer door leefstijlpsychiatrie, en in de gelegenheid te stellen om een gezond, veilig, sociaal en maatschappelijk leven te leiden. Deze beschrijving volgt het traject van een doorsneepatiënt: het voortraject en de verwijzing, diagnose en vaststelling van een behandeldoel door gezamenlijke besluitvorming met patiënten en hun familie en de eventuele transfer naar herstelzorg, die vooral binnen het sociaal domein en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) valt. Dit hoofdstuk begint met de theoretische kaders van professionele samenwerking. Samenwerking van behandelaren met de besturen van hun instellingen of die met zorgverzekeraars en politici vallen buiten de reikwijdte van dit hoofdstuk, ook al zijn deze factoren een belangrijke randvoorwaarde voor professionele samenwerking.
Guus Schrijvers
16. E-health en innovatie
Samenvatting
E-health kan leefstijlpsychiatrie op allerlei manieren ondersteunen. Zo leent het internet zich uitstekend voor informatie­voorziening (psycho-educatie) en kunnen mobiele applicaties leefstijlvariabelen door middel van vragenlijsten monitoren of zelf­standig meten door middel van ingebouwde sensoren (beweging, hartslag, slaap). Daarnaast kunnen patiënten zelfstandig aan hun behandeling werken met interactieve behandelprotocollen op internet, die kunnen worden ingezet als onbegeleide zelfhulp, begeleide zelfhulp (met onlinefeedback) of blended behandeling, waarbij face-to-face- of videobelsessies worden afgewisseld met onlinesessies. Overigens zijn ontwikkelingen op het gebied van virtual reality en serious gaming veelbelovend. Implementatie van deze behandelvormen vraagt van behandelaren om een aangepaste werkwijze. Dat is een van de redenen dat de daadwerkelijke toepassing nog ver achterblijft bij de mogelijk­heden. In dit hoofdstuk zullen we de beschikbare middelen die relevant zijn voor de leefstijlpsychiatrie bespreken en samenvatten wat de stand van zaken is van het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.
Anneke van Schaik, Victor Buwalda
17. Een ethische reflectie
Samenvatting
Leefstijladviezen vormen een belangrijk onderdeel van preventie; denk aan stoppen met roken en gezonder eten. Het gaat om keuzen die het individu maakt; in de psychiatrie kan dan de vraag ontstaan hoeveel dwang en drang mag worden toegepast bij het bevorderen van gezond gedrag. Door het begrip autonomie te analyseren bieden we daarvoor enkele aangrijpingspunten. In een geïnstitutionaliseerde psychiatrie kunnen hulpverleners zich verantwoordelijk gaan voelen voor de leefstijl van hun patiënten. Bij de inrichting van de zorg moeten daarom vormen van participatie van cliënten worden ontwikkeld die de kansen ver­groten op het leiden van een bevredigend, hoopvol leven, met een zinvolle bijdrage aan de gemeenschap, ondanks de beperkingen van de psychiatrische aandoening. De herstelbeweging biedt daarvoor aanknopingspunten. Dan evolueert het begrip ‘leefstijladvies’ van een medisch gedomineerd idee over gezond gedrag en gezondheids­uitkomsten naar een dialoog over hoe een betekenisvol leven van iemand met een psychiatrische aandoening kan worden ondersteund.
Hans van Delden, Jim van Os
Nawerk
Meer informatie
Titel
Leefstijlpsychiatrie
Redacteuren
Cahn
Jeroen Deenik
Jentien Vermeulen
Copyright
2022
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-368-2705-8
Print ISBN
978-90-368-2704-1
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2705-8