Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De elektrocardiografie heeft zich ontwikkeld tot een veelzijdige onderzoekmethode, die veel informatie over het hartritme en onder bepaalde condities over structurele en functionele afwijkingen van het hart kan verschaffen. De methode is veilig, niet belastend voor de patient reproduceerbaar en relatief goedkoop. Elektrocardiografie heeft een onmisbare plaats gekregen als eerste gerichte laboratoriumtest bij de evaluatie van hartpatienten of patienten waarbij een hartaandoening vermoed wordt. In dit boek ligt de nadruk op de uitleg van elektrocardiografische en elektrofysiologische concepten die aan de interpretatie van het ECG ten grondslag liggen en kunnen bijdragen aan een beter begrip van de diagnostische criteria. De auteur wijst op het belang van een systematische beoordeling van het ECG en interpretatie van de bevindingen in de context van de klinische bevindingen. Dit boek is geschreven voor de training van artsen die zich uit hoofde van hun functie met de zelfstandige beoordeling van het elektrocardiogram (ECG) moeten of willen bezighouden. In de eerste plaats zijn dit arts-assistenten, huisartsen en verpleeghuisartsen, maar ook internisten en cardiologen die hun kennis op het gebied van de elektrocardiografie willen opfrissen. Diverse onderdelen zijn zeer geschikt voor algemeen geinteresseerde artsen, medisch studenten en verpleegkundigen met ruime ervaring in de hartbewaking, die zich in de principes van de elektrocardiografie willen verdiepen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Elektrische activiteit van het hart

Samenvatting
Evenals de skeletspier moet ook het hart elektrisch worden geprikkeld voordat de spiercellen tot contractie komen. De skeletspier ontvangt hiertoe prikkels (impulsen) uit het centrale zenuwstelsel, terwijl de hartspier de impulsen die het contractieproces inleiden zelf genereert.
E. O. Robles de Medina†

2 Excitatie van het hart en het ECG

Samenvatting
In hoofdstuk 1 hebben we gezien hoe als gevolg van ionenstromen over de celmembraan er kleine elektrische stroompjes ontstaan (actiepotentialen) die zich van cel tot cel voortplanten.
E. O. Robles de Medina†

3 Geleidingsstoornissen en ritmestoornissen

Samenvatting
Een ritmestoornis of aritmie wordt gedefinieerd als een stoornis in of verstoring van de normale regelmaat of frequentie van het sinusritme. Deze stoornis kan het gevolg zijn van prikkelvorming buiten de sinusknoop (ectopische prikkelvorming), van onfysiologische veranderingen in de regelmaat of frequentie van het sinusritme, bijvoorbeeld in de vorm van een abnormale vertraging of versnelling van het sinusritme, of van een stoornis in de voortgeleiding van de sinusimpuls.
E. O. Robles de Medina†

4 Evaluatie van de patiënt met een hartritmestoornis

Samenvatting
Hartritmestoornissen kunnen asymptomatisch zijn en bij toeval worden ontdekt bij het tellen van de pols, of op een ecg. Ze kunnen echter ook tot een veelheid van klachten aanleiding geven, waarvan de meest voorkomende zijn: palpitaties, dyspneu, verminderd uithoudingsvermogen door snelle vermoeidheid, plotseling optredende, kortdurende duizeligheid, syncope, (verergering van) angina pectoris of decompensatio cordis, of plotse hartdood.
E. O. Robles de Medina†

5 Veranderingen in het patroon van de ECG-complexen

Samenvatting
Afwijkingen in de structuur of functie van het hart en sommige extracardiale aandoeningen kunnen, naast ritme- en geleidingsstoornissen, ook aanleiding geven tot veranderingen in de vorm en/of het voltage van de P-top, het qrs-complex, het ST-segment, de T-top en de U-golf.
E. O. Robles de Medina†

6 Het pacemaker-elektrocardiogram

Samenvatting
Wanneer de spontane elektrische impulsvorming van het hart tekortschiet of ontbreekt, of wanneer de voortgeleiding van impulsen in het specifieke geleidingssysteem wordt geblokkeerd, zal een traag ventrikelritme optreden of kan asystolie ontstaan.
E. O. Robles de Medina†

Nawerk

Meer informatie