Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek beschrijft de methodiek van klinisch redeneren stap voor stap en aan de hand van veel praktijkvoorbeelden. Klinisch redeneren, de werkwijze die bij ‘evidencebased handelen’ hoort, gaat vooral om het maken van keuzes die worden gebaseerd op verschillende vormen van kennis en in directe samenspraak met de zorgvrager.

Welke vragen stel ik bij een opnamegesprek? Waar let ik op in het contact met een zorgvrager? Hoe kom ik tot het vaststellen van de best passende zorgvraag? Wat is een haalbaar resultaat? Welke acties zijn daarbij zinvol en waarom? In de opleiding tot verpleegkundige, zorgkundige of verzorgende leer je deze vragen toe te passen op zorgvragers in verschillende praktijkvelden.

Het toepassen van klinisch redeneren is een belangrijke beroepscompetentie, die ook binnen de nieuwe beroepsprofielen centraal staat. Je maakt bewust en weloverwogen keuzes in het zorgproces, gebaseerd op de laatste inzichten en afgestemd met collega's en de zorgvrager zelf. Dit boek geeft inzicht in al die besluitvormingsprocessen. De verschillende stappen zijn bovendien weergegeven in schema's, die samen een handig hulpmiddel vormen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Klinisch redeneren als methodiek voor verantwoord professioneel handelen
Inleiding
Logisch nadenken en klinisch redeneren zijn niet nieuw. In veel op wetenschap gebaseerde disciplines en vakgebieden wordt gebruikgemaakt van een vorm van klinisch redeneren, methodisch redeneren of een of andere vorm van analytisch en logisch denken. Deze methoden zijn allemaal grotendeels gebaseerd op dezelfde stappen. De medische discipline is al veel langer gewend diagnosen te benoemen en het handelen te baseren op kennisontwikkeling op basis van wetenschappelijk onderzoek. Artsen krijgen in hun opleiding ‘logisch en analytisch’ denken met de paplepel ingegoten.
C.J.M. van der Cingel

2. Informatie verzamelen

Inleiding
In dit hoofdstuk wordt eerst een aantal situaties geschetst, waarbij verschillende praktijkvelden van de gezondheidszorg aan bod komen. De situaties zullen als voorbeelden in de rest van dit boek worden uitgewerkt. Waarschijnlijk zul je bij het doorlezen van de casus zelf al een idee hebben wat er met de verschillende familieleden aan de hand is. Het is goed om dat idee in je achterhoofd te houden, maar het is erg belangrijk om niet meteen een vaststaand oordeel te vormen. Het is een papieren casus in een boek en dat maakt het lastig om vast te stellen wat er precies aan de hand is, maar in de werkelijkheid is dit zeker zo lastig. Klinisch redeneren is vooral een methodiek om zo goed mogelijk aan de werkelijkheid te toetsen of het klopt wat jij als hulpverlener denkt dat er aan de hand is en wat je doet. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van informatie waarvan je nog niet op de hoogte bent of, en dat komt zeker vaak voor, jouw interpretatie van de informatie is anders dan die van de zorgvrager, collega of andere hulpverlener. Probeer dus te lezen wat er staat en niet wat je ervan denkt.
C.J.M. van der Cingel

3. De diagnose vaststellen

Inleiding
Het stellen van een diagnose heeft tot doel te komen tot een beeld van de actuele gezondheidstoestand van de zorgvrager. In feite gaat het veelal om een vertaling van het ‘verhaal’ van de zorgvrager omtrent zijn gezondheid naar het benoemen van de zorgproblemen in diagnostische (vak)termen.
C.J.M. van der Cingel

4. Resultaatgericht werken

Inleiding
Nadat je een diagnose hebt gesteld moet je nadenken over het doel of resultaat dat je wilt bereiken. Natuurlijk wil je als zorgverlener het liefst problemen oplossen. Maar is dat wel altijd mogelijk? Hier gaat het over het vaststellen van het resultaat dat de zorgvrager wil bereiken. Je probeert zo goed mogelijk vast te stellen wat dat resultaat zou kunnen zijn, wat je verwacht of beoogt dat de zorgvrager kan en wil behalen. Je maakt dus een prognose. Vervolgens moet je steeds evalueren of dit resultaat ook behaald wordt. Het vaststellen en toetsen van resultaten is weer een besluitvormingsproces op zich, net als het vaststellen van de diagnose. Je let daarbij echter op een aantal andere zaken.
C.J.M. van der Cingel

5. Interventies kiezen

Inleiding
Interventies zijn handelingen die ervoor zorgen dat de gezondheidstoestand van de zorgvrager verbetert, niet verslechtert of minder snel achteruitgaat. Worden diagnosen en resultaten beschreven vanuit het gedrag van zorgvragers, bij interventies gaat het om het handelen en gedrag van de zorgverlener. Oftewel activiteiten die de verpleegkundige of verzorgende onderneemt. Dit kunnen zowel activiteiten zijn waarover zelfstandig besloten kan worden als activiteiten die zij verricht vanuit een opdracht van een andere hulpverlener, meestal de arts.
C.J.M. van der Cingel

Nawerk

Meer informatie