Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Klinisch redeneren is de basisvaardigheid van iedere verpleegkundige. Door klinisch redeneren kun je goede besluiten nemen en in de beroepspraktijk verantwoordelijkheid dragen. De beroepspraktijk van verpleegkundigen verandert in snel tempo. Zorg wordt complexer. Door klinisch redeneervaardigheden continu te blijven ontwikkelen kan de moderne verpleegkundige deze veranderingen aan.
Dit boek legt uit waarom het belangrijk is dat zowel studenten als verpleegkundigen aandacht besteden aan klinisch redeneren. Klinisch redeneren voor verpleegkundigen beschrijft hoe je klinisch redeneren kan leren en toepassen en hoe je daarbij gebruik maakt van kennis, ervaring en reflectie. Klinisch redeneren voor verpleegkundigen laat ook zien hoe je van gegevens tot een probleemstelling en interventies komt en waarom standaard diagnoses niet altijd passen. Als laatste gaat klinisch redeneren voor verpleegkundigen in op de relatie tussen indirecte zorg en klinisch redeneren. Ook het belang van continue professionele ontwikkeling voor het klinisch redeneren komt aan de orde.
De bijbehorende website biedt oefenmateriaal afkomstig uit de praktijk, met onder andere casuïstiek met oefenvragen. Het biedt je een realistische blik op de praktijk van de verpleegkunde en het is waardevol oefenmateriaal ter voorbereiding op stages of om je te verdiepen in een bepaalde problematiek.
Het boek Klinisch redeneren voor verpleegkundigen is bestemd voor verpleegkundigen in opleiding. Daarnaast is het voor verpleegkundigen een houvast in de dagelijkse praktijk.
Klinisch redeneren voor verpleegkundigen is geschreven door een team van docenten, wetenschappers en praktiserende verpleegkundigen uit verschillende velden.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. De verpleegkundige van de toekomst

Klinisch redeneren wordt gezien als dé onderscheidende competentie van hbo-verpleegkundigen. Dat wil overigens niet zeggen dat zij de enigen zijn die deze competentie toepassen. Het onderscheidende zit in het feit dat zij over het brede domein van het verpleegkundig beroep deze competentie kunnen benutten. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe dit domein eruitziet: wat is verplegen, met wie houd je je als verpleegkundige bezig, op welke vragen richten je je en vanuit welke blik doe je dat. Er wordt ingegaan op wat klinisch redeneren is en hoe het samenhangt met evidence based practice, wetenschappelijk onderzoek en kwaliteit van zorg. Het hoofdstuk sluit af met een blik op de toekomst. De ontwikkelingen die op je af komen maken duidelijk dat klinisch redeneren geen keuze of hype is, maar noodzakelijk om als verpleegkundige bij te dragen aan kwalitatief hoogwaardige, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg.
Marieke Schuurmans

2. Wat is klinisch redeneren?

Klinisch redeneren is de basiscompetentie van iedere verpleegkundige. Je kunt door klinisch redeneren bepalen welke zorg een patiënt nodig heeft en waarom, en daardoor beroepsverantwoordelijkheid dragen. Je richt je vaak op het voorkomen of verergeren van problemen. Klinisch redeneren is een proces (het redeneerproces) en een product (het besluit). Voor klinisch redeneren is kennis, cognitie en meta-cognitie nodig, met daarnaast veel klinische ervaring, voldoende basiskennis en goed ontwikkelde reflectieve vermogens (metacognitie). Uitgroeien tot een expert duurt vijf tot zeven jaar. Een expert herken je aan de efficiency en adequaatheid waarmee deze zowel problemen als passende interventies herkent. Je kunt door klinisch redeneren beredeneerd afwijken van een protocol of richtlijn zodat patiëntgerichte zorg mogelijk wordt. Om het klinisch redeneerproces te ondersteunen zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar. Het gebruik van deze hulpmiddelen vergt goede training zodat zij hun functie op de juiste manier waarmaken als hulpmiddel en geen invuloefening worden.
Lia van Straalen, Mariël Kanne

3. Gegevens verzamelen en probleemstelling

Gegevens leren je wat er met een patiënt aan de hand is, of er sprake is van bepaalde risico’s, hoe de patiënt zijn of haar situatie ervaart maar ook hoe ernstig of dringend een situatie is. Als verpleegkundige verzamel je gegevens niet op één moment maar continue. Aan de hand van gegevens en de interpretatie ervan maak je keuzes en neem je besluiten. Van verpleegkundigen wordt verwacht dat zij kritisch zijn in het verzamelen van gegevens en het gebruik van meetinstrumenten. Aan de hand van de interpretatie van gegevens kom je tot een probleemstelling, als het ware een ultrakorte samenvatting van gegevens. Vaak worden probleemstellingen opgeschreven als patiëntproblemen of verpleegkundige diagnosen. We bespreken wat een diagnose precies is, wat het belang van inzicht in de oorzaken is en het belang van inzicht in de verwachtingen over het beloop van een probleem.
Barbara Stringer, Wolter Paans, Jan Sitvast, Renate Kieft

4. Gewenste resultaten, interventies en evaluatie van zorg

Als verpleegkundige verleen je zorg op basis van een continu, cyclisch proces van klinisch redeneren. Dit omvat risico-inschatting, vroegsignalering, probleemherkenning, evidence-based interventies, monitoring en evaluatie. Door de zorgbehoefte of een gezondheidsrisico van de patiënt tijdig te signaleren en op basis van klinisch redeneren de juiste diagnose, interventies en resultaten te formuleren, kun je komen tot hoogwaardige, optimale patiëntenzorg. In het cyclisch proces van klinisch redeneren maak je weloverwogen en beargumenteerde keuzes voor een passende interventie op basis van evidence, wensen en voorkeur van de patiënt, verzamelde gegevens en eigen inzicht en ervaring. Dit hoofdstuk beschrijft de gewenste resultaten van de zorgverlening, hoe je als verpleegkundige interventies inzet om tot een gewenst resultaat te komen en hoe de zorg geëvalueerd wordt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen cognitieve, gedragsmatige en technische interventies. Aan bod komen enkelvoudige en meervoudige interventies, best practice en evidence-based interventies, protocollen, richtlijnen, evaluatie van zorg en monitoring.
Nienke Bleijenberg, Helen Kamphuis

5. Klinisch redeneren en indirecte zorg

In toenemende mate gebruikt de professional in de zorg een elektronisch patiëntendossier (EPD) om zorg- en behandelgegevens vast te leggen. Het elektronisch dossier is een softwaretoepassing waarbij patiëntengegevens in digitale vorm worden geregistreerd en bewaard. Het doel van het registreren van patiëntgegevens is het ondersteunen van goede zorg verlening aan de patiënt. Patiënten met een aandoening of beperking ontvangen frequent meerdere diensten of vormen van zorg om in hun behoefte aan behandeling, zorg en begeleiding te kunnen voorzien. Deze zorg wordt niet alleen door verschillende professionals, maar ook uit verschillende organisaties geleverd. Een goede samenwerking is daarom essentieel met als doel consistente, hoge kwaliteit van zorg, resulterend in een naadloze aansluiting op alle gebieden van de gezondheidszorg en sociale zorg. Dit vraagt veel inzicht in wat de patiënt nodig heeft en het betekent dat professionals de zorg moeten coördineren, bij voorkeur in ketens. Het coördineren van zorg kan dus niet zonder klinisch redeneren, want er komen veel aspecten kijken bij (keten)zorg.
Bianca Buijck, Erna Vreeke

6. Een echte verpleegkundige is een lerende verpleegkundige

De vaardigheid ‘klinisch redeneren’ doet een voortdurend appèl op het nauwgezet waarnemen van veranderingen en daarop reageren – vanuit een grote kennis van zaken. Daarnaast is kennis geen statisch, maar een zeer dynamisch begrip. Door onderzoek en praktijkervaring komt steeds nieuwe kennis beschikbaar die van betekenis is voor het beroepsmatig handelen. Bij klinisch redeneren is dus telkens de vraag aan de orde: zijn er nieuwe inzichten? Is er nieuwe kennis beschikbaar die van invloed is op de manier waarop ik de situatie inschat en die mogelijk tot andere conclusies en interventies leidt? Klinisch redeneren is een vaardigheid die permanent onderhoud vraagt. Het gaat om een continu leerproces. In dit hoofdstuk beschrijven we formeel en non-formeel (via georganiseerde leertrajecten) en informeel (in en van het werk) leren. Werk, beroep, kennis, zorg en maatschappij veranderen zo snel dat werken zonder leren niet meer mogelijk is. Werken en leren vallen steeds meer samen.
Ans Grotendorst, Angela Tuijp

Nawerk

Meer informatie

Extra’s