Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek beschrijft de diagnostiek en behandeling van ruim 200 aandoeningen die veel voorkomen in de huisartsenpraktijk. Het zijn relatief onschuldige aandoeningen, waarbij uitleg en een eenvoudig advies dikwijls volstaan. Er wordt echter tijdens de medische opleiding weinig aandacht aan besteed en vaak zien artsen in opleiding deze aandoeningen pas voor het eerste tijdens een stage in de huisartsenpraktijk. De diagnostiek en het beleid zijn voorzien van een rationele en, zo mogelijk, een wetenschappelijke onderbouwing. De inhoud van dit boek sluit aan bij de richtlijnen en standaarden van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).

Aan de zesde, geheel herziene druk van Kleine kwalen in de huisartsenpraktijk zijn meer dan 30 nieuwe hoofdstukken toegevoegd (zoals de Eikenprocessierups en Zwemmersjeuk). Nieuw is ook dat elk hoofdstuk begint met kernpunten. Daardoor ziet de lezer in een oogopslag de belangrijkste aspecten van de aandoening. Daarnaast is aan vrijwel ieder hoofdstuk een illustratie toegevoegd.

Kleine kwalen in de huisartsenpraktijk is bedoeld voor huisartsen, huisartsen in opleiding en medisch studenten. Het boek is echter ook waardevol voor andere artsen, praktijkondersteuners, physician assistants of klinische verpleegkundigen die in hun dagelijkse praktijk met kleine kwalen worden geconfronteerd.

Naast Kleine kwalen in de huisartsenpraktijk zijn ook de volgende boeken verkrijgbaar:
Kleine kwalen bij kinderen, over aandoeningen die specifiek bij kinderen voorkomen en
Kleine kwalen en alledaagse klachten bij ouderen, over aandoeningen die specifiek bij ouderen voorkomen. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

1 Oppervlakkige brandwonden

Oppervlakkige brandwonden, ook wel partial thickness burns genoemd, zijn eerstegraads en ondiepe tweedegraads verbrandingen van de huid.1 Bij een eerstegraads verbranding is alleen de epidermis aangetast en treedt erytheem op. Ondiepe tweedegraads verbrandingen, met slechts weinig dermisverlies, kenmerken zich door blaarvorming en een egaal roze-rood aspect van de huid.
I.A. Arnold

2 Schaafwonden

Schaafwonden (excoriaties, ontvellingen) zijn oppervlakkige verwondingen waarbij meestal alleen de epidermis en kleine delen van de dermis beschadigd zijn.1
P.A. Verstappen

3 Hematoom in en rond spieren

Een hematoom is een ophoping binnen het lichaam van uit de vaten getreden bloed. Deze brede definitie houdt in dat een hematoom kan ontstaan op elke plaats in het lichaam waar zich bloedvaten bevinden, dat is dus (vrijwel) overal. Zo vallen ook bijvoorbeeld hematosalpinx, hematopericardium, hematomediastinum, haemarthros en subduraal hematoom binnen deze definitie. Deze aandoeningen gaan echter het bestek van dit hoofdstuk te buiten.
J.H. Brenninkmeijer

4 Bevriezing

Onder bevriezingsverschijnselen, in de Angelsaksische literatuur frostbite genoemd, wordt verstaan de bevriezing van weefsel wanneer intacte huid wordt blootgesteld aan temperaturen beneden het vriespunt. Bevriezing kan ook optreden bij temperaturen boven het vriespunt in combinatie met wind, waardoor de zogeheten ‘gevoelstemperatuur’ veel lager uitvalt.
N. Neven

5 Cellulitis

Cellulitis is een bacteriële huidinfectie, gekenmerkt door een acute (etterende), slecht begrensde ontsteking van los (meestal bedoeld onderhuids) bindweefsel met uitbreiding in de breedte, vaak als complicatie bij een wond, zweer of dermatose. Het gebied eromheen is gevoelig, warm, erythemateus en gezwollen. Meestal betreft het de onderste ledematen, maar ook huid op andere delen van het lichaam kan aangedaan zijn.
I.C. Schut

6 Erysipeloïd

Erysipeloïd, ook bekend als pseudoerysipelas of erysipeloïd van Rosenbach, is een lokale bacteriële huidinfectie (cellulitis), veroorzaakt door de Erysipelothrix rhusiopathiae. De aandoening komt voor bij mensen die door beroep of hobby in contact komen met besmette dieren of dierproducten, en doet zich in de meeste gevallen voor aan handen en onderarmen. Verschillende benamingen voor deze aandoening verwijzen naar de besmettingsbron: visvergiftiging, vishand, walvisvinger, blubbervinger en varkensvinger.1,2
J.C.W. van Rijn

7 Wondroos/belroos/erysipelas

Erysipelas (ook wondroos of belroos genoemd) is een acute ontsteking van de huid en het subcutane weefsel, die wordt gekenmerkt door een zich snel uitbreidende, verheven oedemateuze roodheid met een scherpe grens.1 De veroorzaker is meestal Streptococcus pyogenes. De aandoening komt vooral voor aan de onderste extremiteiten en in het gelaat.
T. Yntema

8 Bloedvergiftiging/lymfangitis

Lymfangitis is een ontsteking van de subcutane lymfevaten door verspreiding van micro-organismen vanuit een distale huidlaesie of -infectie. Lymfangitis is zichtbaar als een rode streeptekening in de huid. In de volksmond wordt dit ‘bloedvergiftiging’ genoemd. Er kan uitbreiding optreden naar regionale lymfeklierstations, wat aanleiding kan geven tot lymfadenopathie dan wel lymfadenitis.
R.P. Zwaan

9 Atheroomcyste

Atheroomcysten zijn vaak voorkomende, doorgaans langzaam in grootte toenemende, dermale bolvormige zwellingen, die meestal cosmetisch ontsierend zijn.1 Wanneer atheroomcysten geïnfecteerd raken, treden er ook andere verschijnselen op. De cyste heeft een epidermale wand en bevat talg, keratine en andere afbraakproducten. In de Amerikaanse literatuur is deze laesie bekend als sebaceous cyst, hoewel deze benoeming eigenlijk niet juist is. Tegenwoordig wordt ook de benaming ‘epidermoïdcyste’ gebruikt.
R. Al-Tayyar

10 Lipoom

Een lipoom is een subcutaan gelegen, weke, elastische nod(ul)us die verschuifbaar is ten opzichte van de onder- en bovenlaag.1 Lipomen zijn een van de meest voorkomende benigne tumoren.
M. Buijs

11 Dermatofibroom

Een dermatofibroom of histiocytoom is een veelvoorkomende goedaardige huidtumor, die meestal optreedt aan de onderbenen bij jongvolwassen vrouwen.1,2 Het is een ronde, bolvormige verhevenheid, vaak bruin-rood van kleur, met meestal wat donkerder gekleurde randen. De laesie is verbonden met de overliggende huid en voelt vast aan. Karakteristiek is het dimpling effect: bij zachte druk tussen duim en wijsvinger lijkt de tumor als een ingedeukt schijfje in de huid te liggen.3,4 Een dermatofibroom geeft bijna nooit klachten. Een enkele keer voelt men steken of jeuk.5,6
A.V. Leemereise

12 Steenpuist/furunkel

Een furunkel of steenpuist is een diepe haarzakontsteking met centrale necrose veroorzaakt door stafylokokken. Van een furunculose is sprake als er meerdere furunkels tegelijkertijd voorkomen of als er zich meer dan viermaal per jaar een recidief voordoet.1,2
T.O.H. de Jongh

13 Keratoacanthoom

Een keratoacanthoom is een snel groeiende, halfbolvormige, goedaardige tumor met een centrale inzinking, die een pasta-achtige substantie bevat.1,2 Soms kan deze klinisch en histologisch sterk lijken op het plaveiselcelcarcinoom.
C.G. Lachmansingh

14 Cornu cutaneum

Een cornu cutaneum, ook wel bekend onder de naam cutaneous horn of ‘huidhoorn’, is een aangroeisel aan de huid dat voornamelijk bestaat uit compact keratine. De afwijking ziet eruit als een miniatuurhoorn van een koe of neushoorn1,2 en presenteert zich op de aan de zon blootgestelde huid, bijvoorbeeld op het oor, de handrug of de neus. Onder de hoorn kan een scala van benigne, premaligne of maligne epidermale afwijkingen schuilgaan.
G.L. Veraart

15 Spidernaevus

Een spidernaevus (naevus araneus, angioma stellatum, spider angioma) is een benigne, asymptomatische huidafwijking die bestaat uit centraal een gedilateerde arteriole of een kleine arterie, met daaromheen uitwaaierende arteriolen. Deze vasculaire afwijking heeft veelal een diameter van 1-10 mm en zit meestal op gelaat, nek, schouders, bovenste deel van de romp, handen of onderarmen.1 De spidernaevus is een goedaardige afwijking die vaker optreedt bij kinderen en vrouwen,2 en bij bepaalde aandoeningen zoals leverziekten.1-3
M.H. Schuring

16 Kersenwrat/haemangioma senilis

Het haemangioma senilis of ‘kersenwratje’ is een, zeker op oudere leeftijd, zeer algemeen voorkomende bloedvatverwijding.1 Het is ook onder andere namen bekend, zoals ouderdomshemangioom, bloedvin, cherry angioma, ruby spot en point rubis.
P.C. Barnhoorn

17 Ouderdomswrat/verruca seborrhoica

De verruca seborrhoica of verruca senilis (ouderdomswrat) is een goedaardige huidafwijking van de volwassen leeftijd (figuur 17.1 en 17.2). Voorkeurslokalisaties zijn de romp en het gelaat.1,2
A.G. Glansdorp

18 Wrat/verruca

Wratten (verrucae) zijn kleine, goedaardige tumoren van de huid, huidkleurig tot geelgrijs met een bloemkoolachtig aspect. De grootte varieert van enkele millimeters tot een conglomeraat van centimeters.1
S.C. Bruggink, J.A.H. Eekhof

19 Hypertrofisch litteken en keloïd

Hypertrofische littekens en keloïd zijn overmatige bindweefselproliferaties van de huid, meestal ontstaan na een huidtrauma. Keloïdweefsel kan echter ook spontaan ontstaan. Het zijn rode of gelige, verheven en vaak glanzende plekken die vaster aanvoelen dan de normale huid. Voorkeursplaatsen zijn de oorlel, de schouderregio, presternaal en de rug. Alle soorten letsel kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van een hypertrofisch litteken of keloïd. Naast snijwonden en brandwonden kunnen bijvoorbeeld ook tatoeages, insectenbeten, vaccinaties of acne de oorzaak zijn.1
R.H. Meijer

20 Striae

Striae (striae distensae, linea atrophica, zwangerschapsstriemen, stretch marks) zijn littekens in de onderhuid, bedekt met atrofische epidermis.1,2 Ze zijn zichtbaar als lijnvormige huidafwijkingen.
A. Harderwijk

21 Tatoeages en hun verwijdering

Een tatoeage is een voor het leven blijvende afbeelding in de huid, ontstaan doordat inkt en/of pigmentstoffen onder de huid zijn aangebracht of per ongeluk terechtgekomen. De meeste tatoeages worden met opzet aangebracht ter verfraaiing van de huid.
M. van den Berg

22 Levervlek/lentigo solaris

Lentigo solaris is een goedaardige huidaandoening, die gekenmerkt wordt door egaal gepigmenteerde maculae op door zon beschenen delen van de huid.1,2 Andere namen voor lentigo solaris zijn lentigo senilis, lentigo benigna, lentigo actinica, ‘levervlek’, ‘zonnevlek’ en ‘ouderdomsvlek’.
A. de Koning

23 Actinische keratose

Actinische keratosen (solaire keratosen) zijn laesies van aan zonlicht blootgestelde delen van de huid. Het zijn ruw aanvoelende, verhoornde plekjes met matig begrensde randen, waarvan de kleur kan variëren van huidkleurig tot bruin. Actinische keratosen worden gezien als voorstadia van huidkanker en moeten dus ook als zodanig worden behandeld.1
B.M. Roeten

24 Erythema exsudativum multiforme

Erythema exsudativum multiforme (EEM) wordt gekenmerkt door het acuut optreden van karakteristieke schietschijflaesies en/of verheven, oedemateuze papels (figuur 24.1). De aandoening is zelflimiterend, maar er zijn vaak recidieven. De specifieke huid- en slijmvliesafwijkingen kunnen in ernst verschillen en zijn vooral op de uiteinden van de extremiteiten aanwezig.1,2
E.J.A. Heydenrijk

25 Erythema nodosum

Erythema nodosum is een pijnlijke, subcutane rode (erythema) zwelling (nodus) die zich met meestal pretibiaal presenteert.1 De aandoening berust waarschijnlijk op een verlate overgevoeligheidsreactie en kan voorkomen in het kader van verscheidene auto-immuunziekten, infecties en als reactie op medicatie.2
D.C. Brand

26 Gordelroos/herpes zoster

Herpes zoster (gordelroos) is de secundaire manifestatie van een eerdere infectie met het varicellazostervirus (VZV) in een of meer dermatomen. Karakteristiek is de eenzijdige, dermatoomgebonden huiduitslag, gekenmerkt door gegroepeerde blaasjes en erytheem, die meestal wordt voorafgegaan door en gepaard gaat met pijn. De aandoening wordt gordelroos genoemd, omdat de uitslag vaak rond het middel zit. Herpes zoster kan echter ook voorkomen op armen, benen en (relatief vaak) in het gelaat.
W. Opstelten

27 Granuloma anulare

Granuloma anulare is een huidaandoening die haar naam dankt aan de kenmerkende verschijningsvorm: ringvormige (anularis) verhevenheden (granulomata) van de huid (figuur 27.1).1,2 Het is een chronische goedaardige huidaandoening waarvan de etiologie onbekend is.
R.L. Stevens, A. Knuistingh Neven

28 Keratosis pilaris

Keratosis pilaris, ook wel (hyper)keratosis follicularis of keratosis piliformis genoemd, is een veelvoorkomende en gemakkelijk te herkennen huidaandoening. De aandoening wordt gekenmerkt door als schuurpapier aanvoelende verhoorning (keratosis) van de haarfollikels (folliculi pilaris). Voorkeurslokalisaties zijn de strekzijde van de bovenarmen, de voorzijde van de bovenbenen en de billen. Soms zijn ook het gelaat (vooral op de laterale zijde van de wangen) en de romp aangedaan. Keratosis pilaris kan wat jeuk geven. De meeste patiënten ervaren enige seizoensvariatie met verbetering in de zomer of verslechtering in de winter.1 De symptomen verminderen vaak bij het ouder worden.3
A.M. Bakker

29 Smetten van de huid/intertrigo

Onder intertrigo of smetten verstaat men een erythemateuze eruptie in een huidplooi, die wordt veroorzaakt door warmte, vocht en wrijving. Als voorkeursplaatsen gelden de huidplooien onder de borsten (intertrigo submammaria) en de liezen (intertrigo inguinalis).
H.J. van Duijn

30 Erythrasma

Erythrasma is een intertrigineuze huidaandoening, gekenmerkt door scherp begrensde rood-bruine, droge laesies met soms fijne schilfering, die nogal eens jeuken of een branderig gevoel geven. Meestal geeft de aandoening verder geen klachten. Voorkeursplaatsen zijn de oksels en de liezen. Ook vindt men het wel tussen de vingers en onder de mammae.1
W. Opstelten

31 Netelroos/urticaria

Urticaria, ook wel ‘netelroos’ of ‘galbulten’ genoemd, wordt gekenmerkt door scherp omschreven, snel opkomende maar meestal ook weer snel verdwijnende, heftig jeukende, soms pijnlijke of branderige zwellingen (kwaddels) van de huid. Een bekende vorm van deze huidaandoening is de huiduitslag die ontstaat na contact met een brandnetel (Urtica).
C.J.H. de Vries

32 Pityriasis rosea

Pityriasis rosea is onschuldige, zelflimiterende papulosquameuze afwijking van de huid die vooral veel voorkomt onder kinderen en jongvolwassenen.1 Pityriasis staat voor ‘fijne schilfering’ en rosea staat voor ‘roze-rood’. Kenmerkend zijn het begin met de herald patch of plaque mère (een 2-5 cm grote, lichtroze, iets schilferende macula) en de gegeneraliseerde erupties die hierop volgen. Deze erupties zijn goed herkenbaar doordat de assen van de laesies parallel lopen aan de splijtlijnen van de huid.
I.C.M. Steenvoorden

33 Pityriasis versicolor

Pityriasis versicolor of tinea versicolor is een oppervlakkige schimmelinfectie van de huid, veroorzaakt door Malassezia globosa. De aandoening wordt gekarakteriseerd door afzonderlijke of samenvloeiende, meestal licht schilferende plekken, voornamelijk gelokaliseerd op het bovenste deel van de romp, hals en bovenarmen.
H.J. van Duijn

34 Vitiligo

Vitiligo is een benigne, verworven, idiopathische, hypomelanotische huidaandoening, die geleidelijk progressief is. Doordat de melanocyten in de dermis verdwijnen, verliezen huid en haren hun pigment en ontstaan er melkwitte, onregelmatige, scherp begrensde plekken van verschillende grootte, vaak met een gehyperpigmenteerde rand. Vitiligo kan gegeneraliseerd voorkomen of beperkt blijven tot een lokale vorm. Spontane repigmentatie komt voor, maar het herstel is meestal onvolledig en cosmetisch niet fraai.
I.A. Arnold

35 Ringworm/tinea corporis

Ringworm of tinea corporis is een dermatomycose met een karakteristieke anulaire verschijningsvorm. Ook de synoniemen ‘herpes tonsurans’ en ‘tinea circinatus’ verwijzen naar de kenmerkende ringvormige uitbreiding.1,2 In het verleden dacht men dat de ringvorm werd veroorzaakt door invasieve wormen, hetgeen het woord ‘worm’ in de naam verklaart, maar in feite is het een oppervlakkige infectie van de gladde, onbehaarde huid door dermatofyten.3 Karakteristiek is de zich centrifugaal uitbreidende, scherp begrensde roodheid met schilfering en randactiviteit (korstjes, verhevenheid, soms vesikeltjes en pusteltjes) en een centrale genezingstendens (figuur 35.1).2,4
J.S. de Kanter

36 Ouderdomsjeuk/pruritus senilis

Pruritus senilis is jeuk bij oudere mensen, waarvoor per definitie geen oorzaak gevonden wordt.1 Het betreft dus een diagnose per exclusionem. De term xerosis wordt gebruikt om een droog aanvoelende, licht schilferende huid te beschrijven.
E. de Jager, A. Knuistingh Neven

37 Droge huid/xerosis

Met een droge huid, ook wel xerosis genoemd, wordt een huid bedoeld die te weinig vocht bevat. Dit tekort aan vocht manifesteert zich door een lichte tot matige schilfering en soms enige roodheid en jeuk.1 De huid voelt bij aanraken ruw en droog aan. In de droge en stugge huid ontstaan gemakkelijk scheurtjes, barsten en kloven (figuur 37.1).
J.P. Cleveringa

38 Overmatig zweten/hyperhidrose

Hyperhidrose is overmatig zweten dat als onaangenaam wordt ervaren, hetzij door de abnormale hoeveelheid vocht, hetzij door de onwelriekende geur (bromidrose). Naar lokalisatie kan men hyperhidrosis axillaris, palmarum, plantaris en totalis onderscheiden.
C. Zaaijer, J.A.H. Eekhof

39 Zonneallergie/dermatitis solaris

Zonneallergie of dermatitis solaris, ook wel polymorfe lichteruptie (PLE) genoemd, wordt gekenmerkt door erythemateuze, jeukende huiduitslag met papels en/of vesikels, vooral op aan de zon blootgestelde delen van de huid.1,2 De huiduitslag ontstaat 6-8 uur na blootstelling aan zonlicht en is meestal seizoensgebonden (einde voorjaar, begin zomer, zie figuur 39.1). De uitslag verdwijnt spontaan na enkele dagen tot weken. Er zijn geen restverschijnselen.
T.A.L. Polman

40 Fototoxische en fotoallergische reactie

Fototoxische reacties zijn huidreacties die optreden wanneer in de huid stoffen zijn opgenomen die na belichting met (zon) licht een dermatitis veroorzaken.1,2 Dit komt vrij regelmatig voor. De reactie is dosisafhankelijk, zowel wat betreft de stof als wat betreft het (zon)licht.
E.M. Weissberg

41 Zwemmersjeuk/cercariëndermatitis

Zwemmersjeuk is een jeukende huiduitslag die kan optreden tijdens of na het zwemmen in open zoetwater.1 De huiduitslag wordt veroorzaakt door de larven (cercariën) van de platworm Trichobilharzia ocellata.2 Deze platwormen komen voor bij watervogels (eenden) en poelslakken. Via het water komen de larven in contact met de huid van de mens. Ze dringen de huid binnen en veroorzaken een ontstekingsreactie.
W.H. Jager

42 Steek van bij, wesp of hommel

Bijen, wespen en hommels behoren tot de familie der Hymenoptera (vliesvleugeligen). Zij hebben een angel waarmee zij gif in de huid kunnen achterlaten.1 Door dit gif ontstaat een reactie die lokaal toxisch of anafylactisch kan verlopen.2
E.M.A. Vossen

43 Muggenbeet

Bij een muggenbeet gaat het meestal om een jeukende rode bult op de plek waar men door een mug gestoken is.1 Wereldwijd zijn meer dan 3000 muggensoorten bekend en alleen al in Nederland komen minstens 22 families voor2, waarvan de dans- of vedermuggen (Chironomidae), de steekmuggen (Culicidae) en de knutten (Ceratopogonidae) als hinderlijk worden ervaren.3 Van de Culicidae komen in Nederland ten minste 26 soorten voor.
A. Severing

44 Tekenbeet

Het organisme dat verantwoordelijk is voor de tekenbeet is de nimf of volwassen vorm van een kleine parasitair levende spinachtige, Ixodes ricinus. Deze gewone teek, die ook bekend staat als schapen- of hondenteek, komt voor in de ‘vrije natuur’ van duinen en bossen, vooral op vochtige plaatsen, en in tuinen. Teken kunnen met hun bloedmaaltijd virussen, bacteriën, parasieten en gifstoffen overbrengen. Vooral besmetting met Borrelia burgdorferi (de veroorzaker van lymeziekte of lymeborreliose) moet voorkomen of behandeld worden. De infectierisico’s zijn seizoens- en regiogebonden. Nederland heeft twee activiteitspieken: in het voorjaar (mei) en in het najaar (september).1 In Nederland wisselt de besmettingsgraad van de teken met Borrelia: afhankelijk van regio en tijdstip bleek tot 29% van de teken besmet.1
W.E. Schrader

45 Vlooienbeet

Bij vlooienbeten gaat het om de stam der Arthropoda, de klasse der Insecta en de orde der Siphonaptera (zuigende vleugellozen). Vlooien zijn parasitaire insecten die op of nabij hun gastheer (zoogdieren en vogels) leven en zich voeden met diens bloed. Er zijn enkele duizenden soorten vlooien beschreven. In Nederland is de meest voorkomende soort de kattenvlo (Ctenocephalides felis), gevolgd door de honden- en de vogelvlo (C. canis en C. gallinae). De mensenvlo (Pulex irritans) komt in Nederland eigenlijk niet meer voor, maar is in andere delen van de wereld, Zuid-Afrika bijvoorbeeld, heel gewoon.1 In Nederland en omstreken komen ongeveer 54 soorten kattenvlooien voor. Enkele soorten steken de mens en zuigen bloed. Vlooien blijven echter niet op de mens verder leven.
M.M. Timmerman

46 Bijtwond

De beet van een zoogdier, met inbegrip van de mens, brengt micro-organismen uit het gebit in het slachtoffer. Honden veroorzaken door hun wijze van bijten en de anatomie van hun gebit vooral scheurwonden en kneuzingen (crushletsel); katten veroorzaken diep penetrerende wondjes.1,2
S. Zwart

47 Kwallenbeet

Men spreekt van een kwallenbeet wanneer een onbedekt lichaamsdeel in contact komt met de netelcellen in de tentakels van de kwal. In feite ‘bijt’ de kwal niet, maar vuren de netelcellen harpoentjes af, waardoor verschillende toxinen in de huid terechtkomen (figuur 47.1).
S.L. Leung

48 Slangenbeet

Dat iemand door een slang wordt gebeten komt in Nederland zelden voor. Nederland heeft drie inheemse slangensoorten: de ringslang (Natrix natrix helvetica), de gladde slang (Coronella austriaca) en de gewone adder (Vipera berus, figuur 48.1). Alleen de beet van de adder is giftig.1
N.H. Morré

49 Harige rupsen: eikenprocessierups en bastaardsatijnrups

Rupsen zijn de larven van motten en vlinders, die behoren tot de orde der Lepidoptera. Ze beschikken over verschillende afweermechanismen, onder andere brandharen, stekels, gif en toxines die klachten kunnen geven bij mensen.1 In Nederland geven vooral de brandharen van de eikenprocessierups en, in mindere mate, de bastaardsatijnrups (episodisch) veel klachten. Kenmerken van blootstelling aan deze brandharen zijn jeukende papels (urticaria), conjunctivitis en oedeem van huid en slijmvliezen.
A.J.M. Custers, D. van Duivenboden

50 Vogelmijt

De wereldwijd voorkomende vogelmijt (Dermanyssus gallinae), ook wel bloedluis, kippenbloedmijt of animale scabies genoemd, is een parasiet van wilde vogels en pluimvee.1 Deze veroorzaakt bij de mens jeukende papels, vooral op armen en benen. Er is geen leeftijdsvoorkeur. De vogelmijt kan de veroorzaker zijn van langdurig onbegrepen jeukende huiduitslag in het voorjaar en de zomer.2
D.A. Nijman

51 Orf/ecthyma contagiosum

Orf (ecthyma contagiosum) is een virale huidaandoening, vooral bij schapen en geiten, die op mensen wordt overdragen door contact met geïnfecteerde dieren. De verwekker is een parapoxvirus dat wereldwijd endemisch voorkomt bij schapen en geiten en in mindere mate bij andere hoefdieren.1,2 Orf staat ook bekend als ‘zere bekjes’, ‘bekschurft’, ‘infectieuze pustuleuze dermatitis’ of ‘ecthyma contagiosum’.
S.F.M. Broersen

52 Luis/pediculosis

Besmetting met hoofdluis, kleerluis en schaamluis wordt gekenmerkt door jeuk met papels en krabeffecten, aanwezigheid van neten (luizeneieren) aan de haarschachten en eventueel zichtbare aanwezigheid van de luizen tussen de haren, op de huid of in de kleren van de patiënt. Het zijn de luizen zelf – en niet de neten – die de klachten veroorzaken.
W. Opstelten

53 Schurft/scabies

Scabies of schurft is een besmettelijke huidaandoening die bij de mens wordt veroorzaakt door de schurftmijt (Sarcoptes scabiei hominis). Honden, katten, paarden, konijnen, varkens en andere dieren hebben hun eigen variëteiten, die in principe niet levensvatbaar zijn in de menselijke huid maar soms wel klachten kunnen geven als er langdurig nauw contact met een besmet dier is.
I.A. Arnold

54 Zonnesteek/heliose

Een hitteberoerte of zonnesteek (Engels: heat stroke) wordt gedefinieerd als hyperthermie met een lichaamstemperatuur > 40 °C, gepaard gaande met neurologische verschijnselen zoals verwardheid, delirium, convulsies of coma.1 Hitteberoerte kan ontstaan bij een hoge omgevingstemperatuur of extreme inspanning. De hitteberoerte die in de volksmond ‘zonnesteek’ genoemd wordt, wordt veroorzaakt door inwerking van zonnehitte op het blote hoofd. Bij uitblijvende behandeling kan hitteberoerte uiteindelijk leiden tot blijvende beschadiging van inwendige organen met de dood tot gevolg.
S.A. Westermann

55 Kater

Een kater treedt op na het gebruik van een forse hoeveelheid alcohol en bestaat uit een combinatie van verschillende symptomen, zowel fysiek als mentaal.1 Lichamelijke klachten zijn vermoeidheid, dorst, hoofdpijn, spierpijn, anorexie, misselijkheid, braken, maagpijn en rode ogen. Daarnaast kunnen symptomen van verhoogde sympathicusactiviteit optreden: verhoogde systolische bloeddruk, tachycardie, tremoren en zweten. Onder de mentale klachten vallen overgevoeligheid voor licht en geluid, duizeligheid, concentratiestoornissen, stemmingsstoornissen, angst en spanningsklachten.
J.C.W. van Rijn

56 Dysmenorroe

Dysmenorroe wordt gedefinieerd als een hevige, krampende pijn in de onderbuik of rug, die soms gepaard gaat met braken, depressieve stemming en hoofdpijn, vlak voor en/of tijdens de menstruatie.1 Bij primaire dysmenorroe is er geen aantoonbare organische oorzaak voor de klachten, bij secundaire dysmenorroe wel. Het kan daarbij gaan om endometriose, ovariumcyste, pelvic inflammatory disease (PID) of een intra-uterine device (IUD).1 Primaire dysmenorroe begint meestal binnen 24 maanden na de menarche. De dysmenorroeklachten duren doorgaans 48-72 uur. Naarmate vrouwen ouder worden en nadat ze kinderen hebben gekregen, neemt de prevalentie af. Bij secundaire dysmenorroe echter ontstaan de klachten meestal jaren na de menarche en doen ze zich zowel vóór als tijdens de menstruatie voor.2-4
P.C. Barnhoorn

57 Premenstrueel syndroom

Het premenstrueel syndroom (PMS) wordt gedefinieerd als het maandelijkse optreden van symptomen die het normale leefpatroon verstoren en die in een consistente en voorspelbare relatie staan tot de menstruatiecyclus. De cyclus kent een symptoomvrije periode van minimaal 1 week (figuur 59.1 geeft een overzicht van de menstruatiecyclus).1
J.A.H. Eekhof, S.B.M. Zondag-Coulier

58 Ovulatiepijn

Ovulatiepijn wordt ook wel middenpijn genoemd (Mittelschmerz, ook in het Engels). Het is pijn die optreedt midden tussen twee menstruaties, bij het barsten van een eifollikel.1,2 Soms gaat middenpijn gepaard met een zwakke bloeding uit het endometrium (zie het overzicht van de menstruatiecyclus in figuur 59.1).
K. Romijn

59 Uitstellen van de menstruatie

Het gedurende een korte tijd uitstellen van de verwachte spontane menstruatie of van de onttrekkingsbloeding om medische of niet-medische redenen.
M.E.B. Lems

60 Aspecifieke hoest

Hoesten is het pathofysiologische verschijnsel waarbij eerst diep wordt ingeademd, vervolgens de glottis gesloten wordt, de thoracale en abdominale spieren worden aangespannen en ten slotte de glottis snel en stootsgewijs wordt geopend zodat de lucht op explosieve wijze ontsnapt. We spreken van acuut hoesten bij een duur korter dan 3 weken, subacuut hoesten bij een duur van 3-8 weken en van chronisch hoesten bij een duur langer dan 8 weken.1 Soms kan voor de hoestklachten geen specifieke oorzaak worden gevonden; men spreekt dan van aspecifieke hoest.
Z. Damen-van Beek

61 Verkoudheid/coryza

Een verkoudheid (coryza of rinitis) is een situatie waarin de patiënt korte of langere tijd een heldere of purulente afvloed uit de neus heeft, met eventueel neusverstopping of niezen. Daarbij kunnen ook andere verschijnselen zoals koorts, hoesten, keelpijn en algemene malaise aanwezig zijn. Verkoudheid is afgeleid van het Middelnederlandse woord vercouden, dat ‘afkoelen’ betekent.1
A.W. Graffelman, J.A.H. Eekhof

62 Hooikoorts

Hooikoorts, ook wel pollinosis genoemd, is een allergische reactie op stuifmeelkorrels van grassen, planten of bomen in de lucht. Hooikoorts is seizoensgebonden en de tijd waarin de klachten optreden, verschilt per type allergeen (zie figuur 62.1). Patiënten met allergieën voor pollen van bomen hebben voornamelijk last van februari tot en met mei, terwijl patiënten met allergieën voor pollen van grassen van april t/m augustus (met name in juni en juli) klachten hebben.1 De aandoening wordt gekarakteriseerd door irritatie van slijmvliezen in de neus, ogen en keel, uitend in een allergische rinitis, conjunctivitis en soms ademhalingsproblemen.
K.E. Hermans

63 Benigne paroxismale positieduizeligheid

Benigne paroxismale positieduizeligheid (BPPD) is een van de meest voorkomende oorzaken van acute draaiduizeligheid. BPPD wordt gekenmerkt door aanvallen van draaiduizeligheid uitgelokt door veranderingen van de stand van het hoofd (zoals draaien in bed, vooroverbuigen, omhoog kijken). De duizeligheid duurt enkele seconden tot enkele minuten. Bij herhalen van de beweging die de duizeligheid uitlokt, vermindert de duizeligheidsreactie. Bij het merendeel van de patiënten gaan de klachten binnen vier weken vanzelf over.1
S.P. Lemmens, J.A.H. Eekhof

64 Plankenkoorts/examenvrees

Examenvrees of plankenkoorts wordt om-schreven als een duidelijke en aanhoudende angst, die overdreven of onredelijk is en wordt uitgelokt door situaties waarin de persoon voelt dat hij wordt geëvalueerd. Deze angststoornis wordt in de DSM-IV geclassificeerd als specifieke fobie van het situationele type.1 Voor dit hoofdstuk beperken we ons tot de plankenkoorts die optreedt in situaties waarvoor de huisarts regelmatig wordt geconsulteerd: examenvrees bij scholieren, podiumvrees bij musici en angst voor het afleggen van een rijexamen.
M.E. Maijer

65 Hik/singultus

De hik (singultus) is een samentrekking van het diafragma met een voor ieder herkenbaar geluid. De pathologische hik kan onderverdeeld worden naar gelang de duur van de episode. Een acute hikaanval is een episode van hikken tot maximaal 48 uur achtereen. Duurt de episode langer dan 48 uur, dan spreken we van persisterende hik en bij meer dan een maand van hardnekkige hik.1 Frequente hikepisoden die langer dan 24 uur duren, wijzen op onderliggende pathologie.2
C.G. van Heuven

66 Hypoglykemie (postprandiaal of reactief)

Postprandiale of reactieve hypoglykemie is een klinisch syndroom dat bestaat uit onwelbevinden, onrust, transpireren, trillen, duizeligheid en andere onaangename verschijnselen na een maaltijd. De symptomen worden toegeschreven aan hypoglykemie, een te laag bloedglucosegehalte. Hypoglykemie wordt niet eensluidend gedefinieerd, maar veneuze bloedglucosespiegels tussen 2,5-3,3 mmol/l wijzen sterk op hypoglykemie, terwijl waarden lager dan 2,5 mmol/l indicatief zijn voor belangrijke pathologie.1
C. Moerland, Y. Groeneveld

67 Syndroom van Gilbert

Het syndroom van Gilbert is een erfelijke en chronische, maar onschuldige en goedaardige leverziekte waarbij geringe ongeconjugeerde hyperbilirubinemie wordt gezien met intermitterende icterus.1
J. Rebel

68 Krakende gewrichten

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen het spontaan kraken van gewrichten en het kraken na manipulatie. Bij spontaan kraken van gewrichten speelt de conditie van het gewricht waarschijnlijk een belangrijke rol. Maar ook in geheel gezonde gewrichten kunnen bij bewegen spontane knak- of kraakgeluiden ontstaan.
B.D.L. Broekhuizen

69 Ziekte van Pfeiffer/mononucleosis infectiosa

Mononucleosis infectiosa (ziekte van Pfeiffer; kissing disease; glandular fever) is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door het epstein-barrvirus (EBV), een van de humane herpesvirussen. Kenmerkende klachten zijn moeheid, keelpijn (tonsillitis) en vergrote lymfeklieren (‘klierkoorts’).1
W.J.H.M. van den Bosch

70 Orthostatische hypotensie

Orthostatische hypotensie kan worden gedefinieerd als een abnormale daling van de bloeddruk in staande houding. Het betreft een daling van de systolische bloeddruk met meer dan 20 mmHg en/of een daling van de diastolische bloeddruk met meer dan 10 mmHg, binnen 3 minuten na het aannemen van een staande houding.1
E.P. Walma

71 Essentiële tremor

De essentiële tremor wordt gekarakteriseerd door een specifiek patroon van zichtbare tremoren, die het meest uitgesproken zijn in de handen en onderarmen. Soms is er alleen een tremor van de nek die leidt tot hoofdschudden zonder dat daar een andere aanwijsbare oorzaak voor is (zie hoofdstuk 131). De tremor treedt op bij beweging en neemt af in rust. De klachten nemen in de meeste gevallen toe bij het ouder worden. Inname van alcohol geeft symptoomverlichting bij 50-70% van de patiënten.1 Bij naar schatting 30-50% van de patiënten met een essentiële tremor wordt deze ten onrechte toegeschreven aan de ziekte van Parkinson of aan een andere met tremoren gepaard gaande aandoening.2
W. van der Lip

72 ‘Overslaan’/extrasystolie

Het ‘overslaan’ van de hartslag is het subjectieve gevoel van het missen van een hartslag of enkele hartslagen achtereen. Deze bewuste ervaring van een onregelmatige hartslag wordt soms als onplezierig en beangstigend ervaren.1,2
E. Soliman

73 Flauwvallen/syncope

Een wegraking is een tijdelijke bewusteloosheid van korte duur (hooguit enkele minuten), die spontaan overgaat.1 De vier voornaamste soorten wegrakingen zijn syncope, epilepsie, psychogene wegrakingen en wegrakingen die het gevolg zijn van een groep zeldzamere aandoeningen. In dit hoofdstuk beperken we ons tot het meest voorkomende type, de syncope. Syncope, ook wel flauwvallen of collaps genoemd, is een wegraking ten gevolge van cerebrale hypoperfusie.1
J. Fontein

74 Moeheid, eerste presentatie

Moeheid is een fysiologisch gevoel van uitputting na fysieke of mentale inspanning. Het wordt gekenmerkt door een verminderd vermogen tot hernieuwde lichamelijke activiteit en verminderd reageren op prikkels. Moeheidsklachten worden gepresenteerd bij de huisarts als het gevoel van uitputting aanhoudt of de patiënt sneller vermoeid is, slaperig of minder energiek. De ernst van de moeheid kan variëren, de klacht heeft een subjectief karakter en is bovendien aspecifiek.
M.J. Nijboer

75 Jetlag

Het ‘jetlagsyndroom’ wordt gedefinieerd als een chronobiologische aandoening die het resultaat is van het passeren van een aantal tijdzones in een korte tijdspanne.1 De kenmerkende verschijnselen zijn: slapeloosheid of overmatige slaperigheid, moeheid, concentratiestoornissen, prikkelbaarheid, en klachten van het maagdarmkanaal. Jetlag wordt daarom ook wel de ‘transatlantische kater’ genoemd.
A. Knuistingh Neven

76 Reis- en bewegingsziekte/kinetose

Bewegingsziekte kent een aantal synoniemen, zoals kinetose en reisziekte. Bekende voorbeelden zijn wagen-, lucht- en zeeziekte.1,2 Hippocrates heeft de symptomen van zeeziekte voor het eerst beschreven. Nausea, een vrijwel obligaat symptoom van bewegingsziekte, is afgeleid van het Griekse woord naus (‘schip’). De bekende verschijnselen zijn misselijkheid, braken, bleekheid en sterk transpireren. Verder kunnen er nevenverschijnselen optreden zoals geeuwen, zuchten, flatulentie, hoofdpijn, slaperigheid, ongeïnteresseerdheid en hyperventilatie.3
A.A.A. Verheij

77 Hoogteziekte

Onder het begrip ‘hoogteziekte’ of ‘hoogteziektesyndroom’ vallen drie aandoeningen.
F.C. van Koppen

78 Slaapwandelen

Slaapwandelen of somnambulisme is een complexe motorische activiteit tijdens de slaap zonder dat men zich daarvan bewust is.1,2 Onderscheiden worden een abortieve vorm, waarbij men rechtop in bed zit en trappelende bewegingen maakt, en een manifeste vorm waarbij men gaat rondwandelen.
A. Knuistingh Neven

79 Tics bij volwassenen

Tics zijn snelle, stereotiepe, onwillekeurige en plotseling optredende contracties in een spier of spiergroep, die een beweging (motorische tic) of geluid (vocale tic) voortbrengen. Motorische tics komen het meeste voor op een vaste locatie in het lichaam, meestal het gelaat of het bovenste gedeelte van de romp.1 Er bestaan simpele en complexe tics.
M. van den Berg

Hoofd

Voorwerk

80 Haaruitval/alopecia

Diffuse haaruitval is verlies van hoofdhaar volgens een diffuus patroon en zonder scherp omschreven lokalisatie. Een bijzondere vorm van min of meer diffuse haaruitval is alopecia androgenetica. Deze genetisch bepaalde, meestal bij mannen voorkomende haaruitval rond de kruin en aan de slapen begint meestal omstreeks het 20e jaar, neemt toe bij het ouder worden en kan ten slotte tot kaalheid leiden. Bij vrouwen met alopecia androgenetica ontstaat het haarverlies later en wordt het haar diffuus dunner, terwijl de voorste haargrens intact blijft.
H.J. van Duijn

81 Ringworm van het hoofd/tinea capitis

Tinea capitis of ringworm van het hoofd is een infectie van de hoofdhuid die veroorzaakt wordt door dermatofyten, die in staat zijn te groeien op de huid, de haren en de nagels. De infectie kan zich manifesteren in verschillende vormen. Deze variëren van schilferende, grijs-witte, soms rode nummulaire laesies of korstvorming, tot vorming van abcederende infiltraten bij uitbreiding naar diepere huidlagen (kerion Celsi).1
M. Lachman

82 Roos/eczema seborrhoicum

Seborroïsch eczeem, ook wel seborroïsche dermatitis genoemd, is een chronische recidiverende huidaandoening, gekenmerkt door erytheem met vettige, gelige korsten of droge witte schilfering op plaatsen waar zich actieve talgklieren bevinden. Naast de hoofdhuid (‘roos’) zijn de voorkeursplaatsen de nasolabiale plooien, andere lichaamsplooien, de baardstreek, wenkbrauwen, wimpers, gehoorschelpen en gehoorgangen, retroauriculair, presternaal en interscapulair.
I.A. Arnold

83 Bloemkooloor/cauliflower ear

Een bloemkooloor (cauliflower ear) of boksersoor is een verworven deformiteit van de oorschelp, meestal als gevolg van een auriculair hematoom of een perichondritis.1 De deformiteit bestaat uit een onregelmatige verdikking van de voorzijde van de oorschelp.2 Als ook de concha zelf gedeformeerd is, kan er occlusie van de gehoorgang zijn. Bij aantasting van de achterzijde van het oor zal het oor ook naar voren staan. Het oor ziet er verfrommeld, bobbelig en een beetje bleek uit, vandaar de vergelijking met bloemkool.
A. Datema-Meinen

84 Surfersoor/exostosis externa

Een surfersoor is een exostose van het gehoorkanaal, die ontstaat door veelvuldige expositie aan koud water, koude wind en lage luchttemperaturen. De aandoening komt vooral voor bij beoefenaars van watersport zoals golfsurfers.
M. Sijbom

85 Chondrodermatitis nodularis chronica helicis

Chondrodermatitis nodularis chronica helicis (CNCH) is een wit-gele tot rode zwelling op de oorschelp, met als belangrijkste kenmerk dat zij pijnlijk is. De nodulus heeft vaak een crusteus uiterlijk, voelt hard aan, is scherp begrensd en heeft soms ulcererende kenmerken. De meest voorkomende lokalisatie is op de helix, maar de antihelix kan ook aangedaan zijn. De nodulus vormt zich meestal rechts en heeft een duidelijke voorkeur voor de zijde waar doorgaans op geslapen wordt.1,2
K. Mosterd

86 Oorlelontsteking

Oorlelontsteking is een exsudatieve ontsteking van de dermis van de lobuli auriculae met roodheid, jeuk, oedeem, blaar- en korstvorming. Het klinische beeld heeft vooral de kenmerken van een dermatitis.
H.W.J. van Marwijk

87 Trommelvliesperforatie

Een trommelvliesperforatie is het ontstaan van een gat in het trommelvlies (de membrana tympani).1 Het is een regelmatig voorkomende aandoening met als voornaamste oorzaak infectie.2 Trommelvliesperforaties kunnen worden onderverdeeld in acuut en chronisch. Acute perforaties ontstaan door acute infectie, trauma en medisch handelen. Chronische perforaties ontstaan over het algemeen ten gevolge van recidiverende infecties van het middenoor.3,4
F.S. van Dijk

88 Oorpijn bij vliegreizen

Oorpijn als gevolg van vliegreizen (aerotitis media, barotitis media, barotrauma) ontstaat door een acute of chronische traumatische ontsteking in het middenoor als gevolg van een luchtdrukverschil tussen buitenlucht en middenoor.
R.A.M.J. Damoiseaux

89 Oorsuizen/tinnitus

Oorsuizen of tinnitus (van het Latijnse tinnire = ‘rinkelen’) wordt gedefinieerd als een in hoofd of oren gelokaliseerde geluidssensatie zonder externe geluidsbron. Men onderscheidt objectieve en subjectieve tinnitus. Objectieve tinnitus kan soms door de onderzoeker waargenomen worden bij auscultatie. Deze vorm van oorsuizen is echter zeer zeldzaam. Subjectieve tinnitus wordt alleen waargenomen door de patiënt zelf. De klachten kunnen allerlei verschillende geluiden betreffen, zoals piepen, fluiten, ruisen of bonzen. Soms kan hierbij ook gehoorverlies optreden.1,2
E.D.C.M. Schots

90 Tubadisfunctie/tubaire catarre

Voor tubadisfunctie (ook wel tubaire catarre of tubastenose genoemd) worden verschillende definities gebruikt. In het algemeen wordt ermee bedoeld dat de ventilatiefunctie van de buis van Eustachius niet goed werkt en waardoor ook de drukregulatie, door de buis van Eustachius, van het middenoor faalt. Een andere functie van de buis is het beschermen van het middenoor tegen infecties, door het tegengaan van reflux vanuit de nasofarynx. Een derde functie is de klaring van het middenoor, door drainage van mucus en pathogenen vanuit het middenoor naar de nasofarynx.1-3 Tubadisfunctie kan leiden tot of samenhangen met verschillende ziektebeelden zoals otitis media met effusie (OME) en negatieve middenoordruk.2,4 Vaak worden deze definities door elkaar gebruikt.
A. van Zuijlen, J.A.H. Eekhof

91 Prop in het oor/cerumenprop

Cerumen of oorsmeer is het fysiologische afscheidingsproduct van tubulaire apocriene klieren gelegen in het buitenste derde gedeelte van de uitwendige gehoorgang. Cerumen wordt een probleem als de cerumenprop de uitwendige gehoorgang zodanig afsluit dat gehoorverlies, een gevoel van verstopping of andere klachten optreden.
J.A.H. Eekhof

92 Neusbloeding/epistaxis

Epistaxis is een bloeding uit de neusholte.1
F.S. Boukes, E.P. Walma

93 Rhinophyma

Rhinophyma is een deformerende aandoening van de neus (‘aardappelneus’ of ‘aardbeienneus’) die voornamelijk bij mannen voorkomt. De aandoening wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een rode tot paarse verkleuring van de neus, teleangiëctasieën, verwijde follikelopeningen en hyperplasie van de huid van de neus.
H. van den Berg

94 Chalazion

Het chalazion is een omschreven, pijnloze, noduleuze zwelling in het bovenste of onderste ooglid op basis van een chronische ontsteking van een klier van Meibom.1-3
P.H.J. Giesen, V.L. Renaud

95 Strontje/hordeolum

Een hordeolum of ‘strontje’ is een furunkelachtige acute ontsteking (abcesje) in een ooglid. Anatomisch onderscheidt men het hordeolum externum en het hordeolum internum. Het eerste gaat uit van een zweetklier (van Moll) of van een talgklier (van Zeis) aan de huidzijde van het ooglid, het tweede van een talgklier van Meibom, gelegen onder de tarsale conjunctiva.
P.H.J. Giesen, V.L. Renaud

96 Ontstoken oogleden/blefaritis

Blefaritis is een meestal chronische ontsteking van de ooglidranden van beide ogen. De patiënt heeft vaak al jaren klachten, waarbij jeuk, een brandend of zanderig gevoel, pijn en roodheid aan de ooglidranden op de voorgrond staan. De klachten zijn ’s ochtends bij het opstaan het meest uitgesproken. Incidenteel is er een toegenomen tranenvloed of lichtschuwheid.
H. de Vries

97 Droge ogen/xeroftalmie

Onder droge ogen (xeroftalmie) verstaat men een symptomencomplex – siccasyndroom – dat veroorzaakt wordt door een te geringe traanproductie, achteruitgang in kwaliteit van de traanfilm of een te spaarzame lidslag (keratitis e lagophthalmo). Het cornea-epitheel heeft hiervan te lijden. Termen die in dit verband gebruikt worden, zijn keratoconjunctivitis sicca en keratitis filiformis.1
Y.D. van Leeuwen, J.L. Baggen

98 Tranende ogen/epiphora

Onder tranende ogen (epiphora) verstaat men een voor de patiënt meestal hinderlijke tranenvloed van een of beide ogen.1 De oorzaak is soms een vermeerderde aanvoer van traanvocht door irritaties van het voorste oogsegment (corpus alienum, trichiasis, blefaritis, infectie), maar meestal een gestoorde afvloed.
Y.D. van Leeuwen, J.L. Baggen

99 Lasogen, sneeuwblindheid/keratoconjunctivitis photoelectrica

Lasogen en sneeuwblindheid zijn vormen van keratoconjunctivitis photoelectrica. Keratoconjunctivitis photoelectrica is een ontsteking van de cornea en conjunctivae ten gevolge van overmatige blootstelling aan ultraviolette straling.1
T.O.H. de Jongh

100 Subconjunctivaal hematoom

Een subconjunctivaal hematoom is een bloeding onder het bindvlies rond de cornea, gekenmerkt door de aanwezigheid van een homogeen gekleurde, scherp begrensde rode vlek (figuur 100.1).1
E. Crone-Kraaijeveld

101 Pterygium

Het woord ‘pterygium’ is afkomstig van het Griekse woord pterygion, dat letterlijk ‘vleugeltje’ betekent. Het is een afwijking waarbij de conjunctiva als een driehoekige, gevasculariseerde membraan in de oppervlakkige lagen van de cornea groeit (figuur 101.1). Het pterygium is meestal gelokaliseerd aan de nasale zijde van het oog, maar komt ook temporaal voor.1-3
E.D.C.M. Brink-Schots

102 Vuiltje in het oog/corpus alienum oculi

Een corpus alienum oculi is een voorwerp of irriterende stof in de conjunctivazak, op of in het hoornvlies of (zelden) in de oogbol zelf. Het vuiltje is meestal van metaal, glas of organisch materiaal.
E. Crone-Kraaijeveld

103 Mouches volantes

Mouches volantes (letterlijk: ‘vliegende vliegjes’) zijn een optisch fenomeen van glasvochttroebelingen, die gezien worden als draadjes, pluisjes of vlokjes en die zich enigszins vertraagd meebewegen met de blikrichting. Ze worden vooral waargenomen bij het kijken naar een heldere achtergrond, zoals een blauwe hemel of een witte muur. Het is niet mogelijk om te fixeren op een van deze vlekken, aangezien ze uit het gezichtsveld drijven. Mouches volantes komen vaak eenzijdig voor, soms gelijktijdig in beide ogen.
S. Jonkers, P. Hoogwater

104 Xanthelasma palpebrarum

Xanthelasmata zijn scherp begrensde gelige plaques op de oogleden. De term komt van de Griekse woorden xanthos (‘geel’) en elasma (‘verhevenheid’). Bij het grootste deel van de patiënten is de aandoening bilateraal en rond de nasale ooghoek aanwezig. Cholesterolophopingen in de huid elders in het lichaam worden xanthomen genoemd.
S.L. Kleijn

105 Hangende oogleden/dermatochalasis

‘Hangende oogleden’ of dermatochalasis is het slapper worden van spieren en huid van de bovenen onderoogleden.1 Dat is het gevolg van een fysiologisch verouderingsproces. Onderscheid moet worden gemaakt tussen een ooglid dat werkelijk afhangt (blefaroptosis), en een ooglid dat ogenschijnlijk afhangt ten gevolge van dermatochalasis of een combinatie van beide. Bij jongvolwassenen en/of enkelzijdig voorkomen van de aandoening zal eerder moeten worden gedacht aan een geïsoleerde ptosis en moet worden gezocht naar de onderliggende oorzaak.
B. Aldewereld

106 Rimpels

Rimpels zijn zichtbare plooien of vouwen in de huid.1 Rimpels minder dan 1 mm breed en diep noemt men fijne rimpels; rimpels die groter zijn, noemt men diepe rimpels.
M.S.P. de Boer-Manichand, A. Knuistingh Neven

107 Bijtfibroom

Het bijtfibroom is een niet-pijnlijke, goedaardige verdikking van het bindweefsel in de mond, die stevig en elastisch of zacht en sponsachtig kan zijn. Het bijtfibroom bevindt zich meestal (70%) op het wangslijmvlies, op de laterale rand van de tong of op de onderlip.1,2 Het is rond of ovaal, heeft een glad oppervlak en een roze-rode kleur zoals het omliggende weefsel. Meestal is de zwelling ongesteeld, maar de gesteelde variant komt ook voor.
H.I. Janssens

108 Mucocele in de mond

Een mucocele is een goedaardige, met mucus (slijmerig speeksel) gevulde zwelling in de mondholte die uitgaat van de speekselklieren. De laesie is zacht en pijnloos, fluctueert, heeft een glad oppervlak en de kleur kan variëren van diepblauw tot normaal roze. Indien de mucocele zich in de mondbodem bevindt, spreekt men over een ranula (rana = kikker), omdat de zwelling lijkt op de luchtzak van een kikker. De mucocele is naast het bijtfibroom een van de meest voorkomende goedaardige wekedelenzwellingen in de mond.1
P. Bougie-de Leeuw

109 Mondbranden

Mondbranden is een chronische aandoening die gekenmerkt wordt door sensaties van pijn en/of branden in de mond. Soms zijn de klachten beperkt tot de tong. Men spreekt dan ook wel van tongbranden of glossodynie. Naast pijn als hoofdsymptoom komen ook jeuk en vreemde smaaksensaties (bijvoorbeeld metaal) of juist verlies van smaak voor.1,2
B.S. Wanrooij

110 Droge mond/xerostomie

Een droge mond als gevolg van verminderde speekselsecretie wordt xerostomie genoemd.
J.M.Th. Oltheten

111 Foetor ex ore

Foetor ex ore, ook halitosis of ozostomie genoemd, is de medische aanduiding voor ‘stank uit de mond’ oftewel ‘slechte adem’.1 Van halitofobie spreekt men wanneer de patiënt (bij herhaling) een slechte adem meent te hebben, terwijl deze niet door de arts wordt waargenomen.
W. de Ruijter

112 Fissuurtong

De fissuurtong wordt gekenmerkt door groeven in de tong die variëren in diepte.1 De groeven komen met name voor op de tongrug en kunnen zich naar lateraal uitstrekken. De fissuurtong wordt in de literatuur ook wel lingua fissurata, lingua plicata, scrotal tongue en grooved tongue genoemd.
M.N.O. Al-Rushdy

113 Zwarte haartong/lingua villosa nigra

Zwarte haartong, ook wel lingua villosa nigra, black hairy tongue of hyperkeratosis linguae genoemd, is een meestal pijnloze en altijd goedaardige afwijking van de tong. Er is sprake van een abnormale bruin-zwarte verkleuring van het dorsale oppervlak van de tong en een verlenging van de tongpapillen ter plaatse. Ook een geel- of groenachtige verkleuring is beschreven. De zijkanten en de punt van de tong zijn zelden betrokken.1
M. Tijssen

114 Landkaarttong/lingua geographica

De landkaarttong, ook wel lingua geographica of benigne migrerende glossitis genoemd, is een afwijking die zich presenteert op de tongrug.1 Er zijn rode laesies met een wit-gele rand, waarvan patroon en locatie binnen uren tot weken kunnen veranderen.2,3
S.R. van Beek

115 Tandvleesontsteking/gingivitis

Gingivitis is een ontsteking van de gingiva, het tandvlees of tandslijmvlies van een of meer gebitselementen. Gingivitis is bijna altijd chronisch. Zeldzame vormen zijn acute gingivitis, chronische desquamatieve gingivitis en plasmacellengingivitis.
J.S. de Kanter

116 Speekselsteen/sialolithiasis

Speekselsteen of sialolithiasis is steenvorming die optreedt in de afvoergang van een speekselklier of in de klier zelf. In 80% van de gevallen ontstaat de steen in de glandula submandibularis, in 20% in de glandula parotis.1 Slechts zeer zelden bevinden zich stenen in de glandula sublingualis. Bij 25% van de patiënten worden meerdere stenen aangetroffen.2
V. van der Meer

117 Aften/stomatitis aphthosa

Aften zijn pijnlijke, solitaire of multipele ulceraties van het mondslijmvlies. Stomatitis aphthosa is een recidiverende ontsteking van het niet-gekeratiniseerde mondslijmvlies, waarbij enkele tot vele afteuze laesies aanwezig zijn.
J.M.Th. Oltheten

118 Ragaden aan de mondhoeken/perlèche

Mondhoekragaden, ook wel anguli infectiosi, cheilitis angularis, perlèche of stomatitis angularis genoemd, worden gekenmerkt door maceratie en fissuurvorming bij de mondhoeken, soms met korstvorming en uitbreiding naar de aangrenzende huid.1
Th.J.M. Verheij

119 Rosacea

Rosacea is een chronische infectieuze dermatose die voorkomt in het gelaat en gekenmerkt wordt door de symmetrische aanwezigheid van erytheem, oedeem, teleangiëctasieën, papels en pustels op wangen, kin, neus en oren. Ook de ogen kunnen betrokken zijn bij deze huidaandoening; het betreft dan meestal een conjunctivitis en blefaritis. Bij mannen kan een folliculaire verdikking van de neus optreden (rhinophyma, zie hoofdstuk 93).1
M. Bruinsma

120 Dermatitis perioralis

Dermatitis perioralis is een dermatose die symmetrisch rond de mond gelokaliseerd is en gepaard gaat met branderigheid, roodheid, papels en pustels.1,2 Soms is er enige schilfering. Het wordt ook wel ‘clownseczeem’ genoemd.3
W. Schuurman

121 Koortslip/herpes labialis

Herpes labialis (koortslip) is een vaak recidiverende uitslag van huid en slijmvliezen (vooral de lippen), gekenmerkt door erytheem en blaasjes, voorafgegaan door en gepaard gaand met een branderige pijn.
W. Opstelten

122 Tandenknarsen/bruxisme

Tandenknarsen (bruxisme) en kaakklemmen komen op alle leeftijden frequent voor. Het woord bruxisme is afgeleid van het Griekse brychein (‘tandenknarsen’). Bij tandenknarsen en kaakklemmen worden vooral ’s nachts in de slaap de tanden en kiezen met geweld over elkaar geschoven of tegen elkaar geklemd. Men beschouwt bruxisme als een periodieke, stereotiepe bewegingsstoornis van het tand- en kaakstelsel.1,2
T.J.M. Anicic-Bader

123 Snurken

Snurken kan worden gedefinieerd als geluidsproductie tijdens de slaap, die vooral ontstaat door vernauwing van de bovenste luchtwegen in het gebied van de farynx.1 Als snurken niet gepaard gaat met ademstilstanden of overmatige slaperigheid overdag, spreekt men van ‘primair of benigne snurken’.2 Bij gelijktijdige aanwezigheid van apneu én slaperigheid overdag spreekt men van het obstructieveslaapapneusyndroom (OSAS).1 Snurken leidt tot sociale ongemakken omdat de omgeving, en vooral de partner, er hinder van ondervindt. Ook kan chronisch snurken problemen doen ontstaan in werk en verkeer, door vermoeidheid en slaperigheid.3
F.S. van Dijk, A. Knuistingh Neven

124 Slotklachten/temporomandibulaire disfunctie

Patiënten presenteren zich regelmatig op het spreekuur van de huisarts met klachten van of rondom het kaakgewricht. Vaak gaat het om meerdere symptomen, zoals pijn in het hoofd-halsgebied, bewegingsstoornissen van de onderkaak en het optreden van slotklachten en geluiden (zoals knappen) in het kaakgewricht.
M. Veenstra-Groot

125 Witte brokjes in de keel/detritus tonsillaris

Detritus tonsillaris, oftewel afval van de tonsillen, bestaat uit witte brokjes die kunnen worden opgehoest vanuit de keel. De patiënten ondervinden van deze brokjes zelf weinig hinder, maar vinden ze vaak wel onaangenaam, vooral door de soms bijkomstige klachten van slechte adem.
B. Aalders

126 Heesheid/dysfonie

Heesheid is een verstoring van de stemvorming waarbij het door de glottis geproduceerde basisgeluid meer het karakter heeft van een ruis dan van een toon.1 Naast heesheid vallen ook andere kwalificaties van de stem binnen de definitie van dysfonie, zoals een schor, gesluierd, geknepen of gebroken stemgeluid.
E.P. Walma

127 Bof/parotitis epidemica

Bof (parotitis epidemica) is een virale infectieziekte, waarbij meestal sprake is van een één- of (meestal later optredende) tweezijdige pijnlijke zwelling van de oorspeekselklier (glandula parotis).
W. Opstelten

128 Hirsutisme

Hirsutisme is overmatige haargroei bij vrouwen volgens het mannelijke beharingspatroon.1,2 Er is haargroei op borst, bovenlip en kin, en van de schaamstreek opstijgend in de linea alba. Ook de haargroei op armen en benen is meer uitgesproken dan normaal. Hirsutisme moet niet verward worden met hypertrichose, een diffuse androgeenonafhankelijke toename van de haargroei op plaatsen waar bij vrouwen normaal ook al haargroei bestaat. Hirsutisme moet ook onderscheiden worden van virilisatie, waarbij een extreem mannelijk beharingspatroon optreedt in de vorm van Geheimratsecken en kaalheid, tezamen met vergroting van de clitoris, verlaging van de stem en toename van spiermassa. Hirsutisme kan pathologisch zijn, maar is dat veelal niet, virilisatie is per definitie wel pathologisch. In dit hoofdstuk wordt alleen hirsutisme behandeld.
J.G.H. van Nes, B. Lemaire

129 IJscohoofdpijn

IJscohoofdpijn of ice cream headache is een acute hoofdpijn die direct na het eten of drinken van zeer koude substanties ontstaat. Het is volkomen onschuldig, duurt tien à twintig seconden tot maximaal vijf minuten.1 De term ice pick headache beschrijft meer de acute, heftige, stekende pijn alsof men gestoken is met een spijker, naald of ijspriem.2 Het effect van ijs werd voor het eerst beschreven door Daniel Drake in 1850 in het boek Principal diseases of North America.2 IJs veroorzaakt een acute pijn in de farynx en een onaangenaam gevoel in de maagstreek. De Amerikaanse schrijver James Jones (1929-1979) beschreef in het verhaal The ice-cream headache (1968) het verband tussen hoofdpijn en ijs.
A. Knuistingh Neven

130 Zwangerschapsmasker/chloasma

Chloasma is een verkregen hyperpigmentatie van het gelaat.1,2 Het is de meest voorkomende vorm van hyperpigmentatie in het gelaat. Synoniemen zijn melasma, melanoderma, melanosis faciei, ‘levervlekken’ en vanwege het optreden tijdens de zwangerschap ‘zwangerschapsmasker’. Chloasma is afgeleid van het Griekse chloazein (‘groen zijn’). Melasma zou dus in feite een correctere benaming zijn (het Griekse melas betekent ‘zwart’).
A. Knuistingh Neven

131 Tremor van het hoofd

Een tremor is een zichtbare, ritmische contractie van willekeurig bestuurde spieren. Een tremor van het hoofd is meestal een essentiële (primaire) tremor (zie hoofdstuk 71), waarvan de oorzaak onbekend is. De aandoening wordt ook wel titubatie, seniele, benigne of familiaire tremor genoemd.
W.J. Lubbers

Romp

Voorwerk

132 Opboeren/ructus

Opboeren (ructus) is het door de mond uitstoten van uit de maag afkomstig gas in de vorm van een ‘gasbel’. Wanneer het verschijnsel objectief of subjectief abnormale vormen aanneemt, wordt soms hulp of advies van anderen gevraagd. Excessief boeren is een klacht die veel voorkomt in combinatie met andere aandoeningen, waaronder refluxziekte en functionele dyspepsie. Soms treedt excessief boeren op als geïsoleerd symptoom.1
F.M. van Haalen, J.A.H. Eekhof

133 Borstzwelling bij mannen/gynaecomastie

Gynaecomastie is een overmatige ontwikkeling van de mannelijke borstklieren.1 Soms wordt als voorwaarde gesteld: een palpabele schijf van borstklierweefsel van minimaal 2 cm in doorsnede.2 Gynaecomastie is in principe asymptomatisch en in de meeste gevallen bilateraal. Wanneer de borst vergroot is door vetophoping, spreekt men van pseudogynaecomastie.
T.O.H. de Jongh

134 Pijnlijke borsten/mastopathie

Mastopathie is een verzamelbegrip dat diverse klachten en aandoeningen van een of beide borsten omvat, zowel bij mannen als bij vrouwen. De hier gebruikte definitie luidt: mastopathie is vast, korrelig en hobbelig aanvoelend borstweefsel, gevoelig bij palpatie en soms spontaan pijnlijk, bij vrouwen vooral premenstrueel.1
A. Knuistingh Neven, G.H. de Bock

135 Galactorroe

Galactorroe wordt gekenmerkt door de afscheiding van melk uit een of beide mammae, meestal bilateraal.1 Het kan continu of intermitterend voorkomen. Er wordt ook van galactorroe gesproken wanneer het alleen optreedt bij stimulatie van de tepel. Galactorroe komt zowel bij mannen als bij vrouwen voor. Bij vrouwen wordt alleen van galactorroe gesproken als er geen relatie is met zwangerschap en wanneer de melkafscheiding langer dan 6 maanden na het staken van de borstvoeding optreedt.
S.P.M. van Dinther

136 Tepelkloven/fissurae mammae

Tepelkloven (synoniemen fissurae mammae en fissurae mammillae) zijn kloofjes in de huid van de tepelhof of de tepel.
J.A.H. Eekhof

137 Artrose van het sternoclaviculaire gewricht

Artrose van het sternoclaviculaire gewricht is een degeneratieve aantasting van de verbinding tussen het sternum en de clavicula, die zich klinisch manifesteert als een harde, soms pijnlijke, zwelling.
P. Rijsman, W. Opstelten

138 Tietzesyndroom

Het tietzesyndroom is een pijnlijke zwelling van een van de sternoclaviculaire of bovenste sternocostale gewrichten. Meestal is de zwelling unilateraal.1 De aandoening is onschuldig en na enkele maanden verdwijnen de klachten meestal spontaan. Omdat pijn en zwelling van de thoraxwand ook minder onschuldige oorzaken kunnen hebben, moet de diagnose tietzesyndroom niet te lichtvaardig worden gesteld. Het tietzesyndroom is een symptoomdiagnose.
A.N. Goudswaard

139 Pijnlijk stuitje/coccygodynie

Coccygodynie wordt gedefinieerd als pijn in en rond het os coccygis (stuitbeentje), die niet duidelijk uitstraalt en die erger wordt door zitten of door opstaan uit zit. Het is een symptoom, naar de oorzaak waarvan moet worden gezocht. De pijn is chronisch en kan acuut of sluipend zijn begonnen, na een trauma of een partus, maar ook zonder aanwijsbare oorzaak.
C.R. Reintjes

140 Sinus pilonidalis

Een sinus pilonidalis is een harenbevattende cyste op het midden van het sacrum. In het Latijn betekent pilus ‘haartje’ en nidus ‘nest’. Sinus pilonidalis wordt daarom ook wel een haarnestcyste genoemd.1-4
P.M. Bloem

141 Anusfissuur/fissura ani

Een anusfissuur is een pijnlijke, meestal dorsaal gelegen kloofvormige laesie in de huid en/of het slijmvlies van het distale anale kanaal. Voor de behandeling van een fissuur speelt het onderscheid tussen een acute en een chronische fissuur een belangrijke rol.
L.W. Draijer

142 Aambeien/hemorroïden

Wanneer het corpus cavernosum recti door verscheuring of verzwakking van het steunweefsel in het anale kanaal omlaag zakt, spreekt men van hemorroïden. Voorheen gebruikte men de term ‘inwendige aambeien’. Wat men vroeger uitwendige aambeien noemde, zijn in feite gestuwde perianale venen (venectasieën van de plexus recti inferior). Mariscae zijn uitwendig zichtbare, uitgezakte, gefibroseerde perianale huidplooien.
J.W.M. Muris

143 Perianale jeuk/pruritus ani

Pruritus ani is een symptoomdiagnose waarbij de klacht bestaat uit jeuk rond de anus die zich kan uitbreiden in het perineale gebied. Vaak ontstaat er een vicieuze cirkel met klachten van jeuk, branderigheid en krabben. Door krabben kan een traumatische dermatitis ontstaan, die weer jeuk geeft.
S. Jonkers

144 Proctalgia fugax

Onder proctalgia fugax verstaat men meestal hevige, krampende pijn rond het rectum gedurende enkele seconden of minuten tot een half uur, die vooral ‘s nachts optreedt, doorgaans met tussenpozen van weken tot vele maanden terugkomt en waarbij geen lichamelijke afwijking wordt gevonden.1,2
M. Matthijsen, A. Knuistingh Neven

145 Winderigheid/flatulentie

Onder winderigheid of flatulentie verstaat men het overmatig laten van winden. Uiteraard is flatulentie alleen een kwaal wanneer de betrokkene of zijn omgeving er hinder van ondervinden, of wanneer het een symptoom is van een onderliggende ziekte. De oorzaken zijn vergelijkbaar met die van boeren (ructus), vol gevoel, borrelen (borborygmi en meteorisme). In buitenlandse literatuur worden ze dan ook dikwijls met een en dezelfde term aangeduid.
J.A.H. Eekhof

146 Giardiasis

Giardiasis (lambliasis) is een besmetting door het protozoön Giardia lamblia (G. intestinalis, G. duodenalis en Lamblia intestinalis).1 Dit is een kosmopolitische parasiet. Giardia lamblia presenteert zich vaak met volumineuze diarree, buikkrampen en gewichtsverlies.2 De feces kan daarbij aan de wc-pot blijven plakken. De infectie komt op elke leeftijd voor, vooral tussen 5-14 jaar. Giardia lamblia kan incidenteel verantwoordelijk zijn voor chronische diarree.
T.O. Breek

147 Aarsmaden/enterobiasis

Enterobiasis is een besmetting door Enterobius vermicularis, in de volksmond aarsmade genoemd. Vroeger werd de naam oxyuriasis gebruikt.
Th.J.M. Verheij

148 Worminfecties: spoelworm, zweepworm en lintworm

De in dit hoofdstuk besproken infecties worden veroorzaakt door Ascaris lumbricoides (spoelworm), Trichuris trichiura (zweepworm), Taenia saginata en Taenia solium (lintwormen), vier soorten die in Nederland inheems zijn.1 De Enterobius vermicularis (aarsmade) wordt besproken in hoofdstuk 147.
F.C. van der Leer

149 Zwangerschapsgerelateerde bekkengordelpijn

Er bestaat geen eenduidige definitie van zwangerschapsgerelateerde bekkengordelpijn.1 Het is een symptoomdiagnose, gebaseerd op pijn in de regio van een of beide sacro-iliacale gewrichten en/of de symfyse, die in de zwangerschap of in de kraamperiode ontstaat. Bekkengordelpijn wordt ook wel met de term ‘bekkeninstabiliteit’ aangeduid.2 Deze term suggereert dat de pijn veroorzaakt wordt door een vergrote beweeglijkheid in de bekkengewrichten.3-5
L.C.M. van Wayenburg, J.M.A. Mens

150 Verzakking/uterovaginale prolaps

Men spreekt van een prolaps (‘verzakking’) als een of meer organen van het kleine bekken vanuit de normale positie naar beneden of voorwaarts zijn verplaatst. Een prolaps van de vaginavoorwand, waarbij de blaas al dan niet met de urethra uitzakt, noemt men een cystocele (figuur 150.1), een prolaps van de vagina-achterwand waarbij het rectum uitzakt, noemt men rectocele (figuur 150.2). Men spreekt van enterocele wanneer het peritoneum met dunne darm uitzakt. Ook de uterus en/ of vaginatop kunnen geprolabeerd zijn. Een combinatie komt het meest voor. Demate van prolabering wordt internationaal aangegeven met behulp van de pelvic organ prolapse quantification (POP-Q), die de afstand tot het hymen als criterium neemt.1,2 De indeling van Baden-Walker (figuur 150.3) geeft de mate van verzakking aan in graden (0 t/m 3).
S. van Markus-Floor, A.G. Glansdorp

151 Bartholincyste

Een bartholincyste is een zwelling aan de binnenzijde van de labia minora, die ontstaat als de afvoergang van een van de twee vochtproducerende klieren van Bartholin (glandulae vestibulares majores) verstopt raakt. De bartholinklieren zijn ongeveer 1,5 cm lang, boonvormig en hebben een afvoerkanaal van 2,5 cm. Zij bevinden zich bilateraal in het vulvovaginale gebied op ongeveer 04:00 en 08:00 uur posterolateraal van de vagina-ingang.1
E.E.F. Hendriks-Sijstermanns

152 Waterbreuk/hydrocele

Een waterbreuk of hydrocele is een vochtophoping in het scrotum tussen de bladen van de tunica vaginalis.1,2 Deze bladen bevinden zich rondom de testis en zijn een restant van het sluiten van de processus vaginalis. De processus vaginalis is de onderste uitstulping van de peritoneumholte, die sluit als gevolg van het normale indalingsproces van de testis.
M. Buis

153 Spermatocele

Een spermatocele is een pijnloze, spermabevattende cyste van voornamelijk de ductuli efferentes van de epididymis. Minder vaak betreft het cysteuze dilataties van de rete testis of de epididymis. Spermatoceles kunnen zich overal in de epididymis voordoen, maar voornamelijk in de kop. Ze zijn lastig te onderscheiden van andere benigne en maligne aandoeningen in het scrotum.1
M.K. Ninaber

154 Ejaculatio praecox

Ejaculatio praecox of vroegtijdige zaadlozing is het klaarkomen van de man na minimale seksuele stimulatie voor, tijdens of net na penetratie, zonder dat de man daarover controle heeft.1 Bij vroegtijdige zaadlozing komt een man vrijwel altijd zeer snel klaar, dat wil zeggen binnen 1-2 minuten en in 80% van de gevallen zelfs binnen 30 seconden.2 Ondanks pogingen om de zaadlozing te vertragen (bijvoorbeeld aan andere dingen denken, vermijden van seksuele opwinding), komt de zaadlozing zonder dat er controle over is.
M. Venekamp

155 Acute epididymitis

Epididymitis is een meestal acuut of subacuut ontstane ontsteking van de bijbal.1 De belangrijkste symptomen zijn unilaterale scrotale pijn en zwelling. Altijd, maar vooral bij jongeren, dient bij acute scrotale pijn een torsio testis te worden uitgesloten.
M.H. Blanker

156 Anogenitale wrat/condyloma acuminatum

Anogenitale wratten (condylomata acuminata) zijn roze-rode tot grijs-witte of gepigmenteerde papillomen met een bloemkoolachtig oppervlak in het anogenitale gebied.1 Ze worden veroorzaakt door een (seksueel overgedragen) infectie met de humane papillomavirussen HPV-6 en HPV-11.
I. Cornelissen-van der Jagt

157 Bloed in sperma/hemospermie

De definite van hemospermie of hematospermie (bloederig sperma) ligt besloten in het woord: bloed in het ejaculaat.1
R. Glotzbach

158 Pijnlijkeblaassyndroom/interstitiële cystitis

Het pijnlijkeblaassyndroom, of interstitiële cystitis, is een blaasaandoening die gekenmerkt wordt door pijn onder in de buik die toeneemt bij blaasvulling (dus plassen verlicht de pijn).1 De klachten waarmee de patiënt zich presenteert, zoals frequente, pijnlijke mictie, nycturie en soms (microscopische) hematurie, komen overeen met de klachten van een bacteriële cystitis. De diagnose wordt dan ook vaak pas na verloop van tijd gesteld omdat de patiënt bij herhaling met klachten komt die lijken op een klassieke blaasontsteking, terwijl bij onderzoek geen infectie kan worden aangetoond.
A. Knuistingh Neven

159 Pearly penile papules

Pearly penile papules zijn kleine, gladde, koepelvormige of spitse papels op de corona van de glans penis. Ze zijn wittig, gelig, rozig of soms bijna doorzichtig, 1-4 mm in doorsnee en in een of meer rijen gerangschikt op de corona.1-3 Ze zijn vrijwel altijd asymptomatisch.
B.P. Tasseron

160 Spaanse kraag/paraphimosis

Paraphimosis is een pijnlijke afklemming van de glans penis door het preputium (voorhuid) dat teruggetrokken is achter de corona van de glans penis.1 Karakteristieke kenmerken hiervan zijn een oedemateuze en pijnlijke glans en het niet zelf door de patiënt kunnen terugschuiven van de teruggetrokken voorhuid. Paraphimosis wordt ook wel ‘Spaanse kraag’ genoemd, omdat de aandoening lijkt op de brede ronde kragen die Spanjaarden droegen in de zestiende eeuw.
H.C.M. van der Krogt

161 Priapisme

Priapisme is een ongewenste persisterende erectie van de penis zonder seksuele stimulatie, opwinding of orgasme.1 Gemiddeld wordt gesproken over een tijdsbestek van langer dan 4-6 uur. De term komt uit de Grieks-Romeinse mythologie, waarin Priapus, de god van vruchtbaarheid en tuinen en de zoon van Aphrodite en Zeus, werd afgebeeld met een disproportioneel groot genitaal.
N.P. de Windt

162 Ziekte van Peyronie

De ziekte van Peyronie werd in 1743 voor het eerst beschreven door de Parijse chirurg François de la Peyronie. De ziekte wordt gekenmerkt door een plaatselijke verdikking van het bindweefsel van de penis met als gevolg een scheefstand, in horizontaal of verticaal vlak, van de penis in erectie.1 Verkorting of plaatselijke versmalling van de penis kunnen ook uitingsvormen zijn. De verdikking ontstaat door plaquevorming in de tunica albugina van het corpus cavernosum.
P.C. Barnhoorn

163 Balanitis

Balanitis is een ontsteking van de glans penis. Phostitis is een ontsteking van de voorhuid. Wanneer beide structuren ontstoken zijn, is er sprake van een balanophostitis.
M.H. Blanker

Armen

Voorwerk

164 Acromioclaviculaire luxatie

De acromioclaviculaire luxatie (AC-luxatie) is al beschreven door Hippocrates als een naar voren treden van de clavicula over het schouderniveau. De benige gewrichtsvlakken van clavicula en acromion verschuiven ten opzichte van elkaar en beschadigen het gewrichtskapsel en de gewrichtsbanden, waardoor er een uitwendig zichtbare hoogstand van de clavicula ten opzichte van het acromion ontstaat.
W.J. Heijmans

165 Thoracic-outletsyndroom

Het thoracic-outletsyndroom (TOS) is een verzamelnaam voor een aantal processen in de bovenste thoraxapertuur (thoracic outlet) die aanleiding geven tot mechanische compressie van de plexus brachialis en van de a. en v. subclavia.1,2 Andere benamingen zijn scalenus(poort)syndroom, hals-ribsyndroom, cervicobrachiaal syndroom, neurovasculair compressiesyndroom en costoclaviculair compressiesyndroom.
T.J.M. Muller

166 Saturday night palsy

De saturday night palsy, ook bekend onder de naam paralysie des ivrognes, paralysie des amoureux en Parkbanklahmung, is een tijdelijke paralyse van de arm na compressie van de n. radialis.1 Het beeld is herkenbaar aan de klassieke afhangende hand (dropping hand) waarmee de patiënt bij de dokter komt.
M.C. Maks

167 Hand-armvibratiesyndroom

Het hand-armvibratiesyndroom kenmerkt zich door een complex van klachten aan de handen, namelijk het periodiek verbleken van de vingers, gevoelloosheid, tintelingen en verminderde tactiele discriminatie van de vingers.1 Het hand-armvibratiesyndroom komt voor bij mensen die met trilgereedschap werken, zoals polijstmachines, strimmers, trilmachines in bouw-, sloop en mijnbedrijven, land- en bosbouwmachines, hamers (timmerlieden) en boren (tandartsen en orthodontisten).
M. Boveree

168 Studentenelleboog/bursitis olecrani

Bursitis (subcutanea) olecrani is een al dan niet infectieuze ontsteking van de slijmbeurs op het olecranon.1 De meeste ontstekingen (70%) zijn niet-infectieus. Men onderscheidt daarbij idiopathische bursitis, ook wel studentenelleboog of miner’s elbow genoemd, traumatische bursitis en bursitis als gevolg van bijvoorbeeld reumatoïde artritis of jicht. Een infectieuze bursitis olecrani (30%) is een gevolg van infectie met bacteriën vanuit de directe omgeving, meestal via de huid, zeer zelden vanuit de bloedbaan.
A. Knuistingh Neven

169 Ganglion

Een ganglion is een cysteuze zwelling in een gewrichtskapsel of peesschede, als gevolg van degeneratie van het gewrichtskapsel of de peesschede.1 De zwelling is rond, vast-elastisch, varieert in grootte van enkele millimeters tot enkele centimeters, en ligt los van de huid. In een enkel geval wordt de zwelling pas zichtbaar bij strekken of buigen van de pols.
P.C.C. Raats

170 Paroxismaal vingerhematoom/achenbachsyndroom

Het paroxismale vingerhematoom, ook wel vingerapoplexie of achenbachsyndroom genoemd, is een vaak voorkomende, maar zelden onderzochte aandoening die in 1955 voor het eerst beschreven is door Achenbach. Het betreft een spontaan of na minimaal trauma optredende bloeding in de hand, meestal aan de buigzijde van de vinger of handpalm, zelden op de handrug.1 De bloeding is dikwijls nummulair en gaat vaak gepaard met pijn of met een gespannen gevoel. Na enkele uren worden de klachten minder, na 3-14 dagen zijn de afwijkingen spontaan verdwenen.2
E.M. Weissberg

171 Knuckle pads

Knuckle pads zijn fibromateuze subcutane afwijkingen van de huid, meestal dorsaal van kleine handgewrichtjes.1 Voor knuckle pads worden in de literatuur verschillende benamingen gebruikt, zoals subcutaan fibroom, tylositas articuli, helodermie en Garrod’s pads (naar Garrod, die het klinische beeld in 1893 voor het eerst beschreef). Hoewel de fibromen voornamelijk boven de proximale interfalangeale (PIP-)gewrichten voorkomen en dus niet boven de knokkels (de metacarpofalangeale (MCP-)gewrichten), is knuckle pads toch de meest gehanteerde benaming. Ze komen waarschijnlijk redelijk vaak voor, maar men zal er niet vaak mee naar een arts gaan.
S.A.M. Terpstra

172 Raynaudfenomeen

Het raynaudfenomeen wordt gekenmerkt door een bleke of cyanotische verkleuring van de vingers of tenen. Deze ischemische fase wordt uitgelokt door kou of emotie, en gevolgd door een reactieve hyperemie waarbij de huid erythemateus verkleurt. Tijdens de kleurverandering zijn de acra koud, is de sensibiliteit verminderd en kan pijn optreden.1-3 Men spreekt van een primair raynaudfenomeen wanneer er geen duidelijke ziekte of oorzaak is en van een secundaire vorm wanneer dit wel het geval is. Klinische criteria voor de primaire vorm zijn: symmetrische vasospastische aanvallen voorafgegaan door koude of emotie, afwezigheid van weefselnecrose, ulceratie of gangreen, afwezigheid van een secundaire oorzaak op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek, normale capillairen van het nagelbed, negatieve test voor antinucleaire antilichamen en een normale bezinking.1,4
V. van der Meer, L.C. de Jong-Potjer

173 Mallet finger

Men spreekt van een mallet finger wanneer er een niet actief te corrigeren flexiestand bestaat van het distale interfalangeale (DIP-) gewricht van een van de vingers.1,2 Dit is het gevolg van een letsel van het strekpeesmechanisme, vaak na een relatief licht trauma.
M.I. Millenaar

174 Nagelbijten/onychophagia

Nagelbijten of onychofagie is veelvoorkomend repeterend, zelfmutilerend gedrag, waarbij de nagels worden afgebeten.1 Nagelbijten is hinderlijk, onaantrekkelijk, sociaal onwenselijk en kan predisponeren tot het ontstaan van paronychia.
I. Wagenaar, A. Knuistingh Neven

175 Skiduim

De term ‘skiduim’ (ook wel Wackeldaum of gamekeeper’s thumb genoemd) heeft zijn naam te danken aan een veelvoorkomend trauma bij skiërs van wie de stok blijft haken zodat de duim traumatisch wordt geabduceerd. Dit leidt tot een acuut letsel van het ulnaire collaterale ligament van het metacarpofalangeale (MCP-)gewricht van de duim.1-4 De term ‘skiduim’ kan misleidend zijn, want de aandoening kan voorkomen na elk trauma waarbij de duim traumatisch wordt geabduceerd (val op de uitgestrekte hand, contact met de bal bij basketbal, handbal of volleybal, of met het stuur bij mountainbiken en motorcross).1-3
M. van Straalen

176 Huisvrouwenduim/artrose van het CMC-I-gewricht

‘Huisvrouwenduim’ is een verzamelnaam voor klachten van de duimbasis als gevolg van degeneratieve veranderingen aan het carpometacarpale (CMC-)gewricht. Artrose van het CMC-I-gewricht of van het trapezio-metacarpale gewricht is een veelvoorkomende artrose in vergelijking met artrose van andere handgewrichten.1 De duim is aan de basis gezwollen en pijnlijk. Ook is er krachtsvermindering en bewegingsbeperking, waardoor de eenvoudige huishoudelijke taken, zoals het draaien van deurknoppen en het openen van potten, moeizamer worden.
F. Tokhi

177 Splinter onder nagel

Een splinter onder de nagel is een stukje hout, metaal, glas, steen, bot of kunststof dat zich tussen nagelplaat en nagelbed bevindt.
A.F.M. Haverkort

178 Witte stippen en strepen in de nagel/leukonychia punctata en leukonychia striata

Leukonychia is een nagelaandoening die zijn naam ontleent aan de Griekse woorden leukos (‘wit’) en onyx (‘nagel’). Er bestaan verschillende vormen en daardoor ook verschillende classificaties.1-5 Leukonychia punctata zijn kleine witte puntjes in de nagel, leukonychia striata zijn witte strepen in de nagel en bij leukonychia totalis zijn de nagels geheel wit, wat bijvoorbeeld bij onychomycose het geval kan zijn. In dit hoofdstuk worden leukonychia punctata en leukonychia striata besproken.
H.A. Schuuring

179 Blauwe nagel/subunguaal hematoom

Een subunguaal hematoom is een bloeduitstorting die zich bevindt tussen de nagel en het nagelbed.
Th.B. Voorn

180 Omloop/paronychia

Paronychia of omloop is een infectie van de nagelriem (eponychium) die zich kan uitbreiden tot een klein infiltraat of abces. Bij acute infecties is de oorzaak meestal bacterieel. De meer chronische vormen worden vaker door schimmels veroorzaakt.
W.J.H.M. van den Bosch, Th.B. Voorn

181 Nagelluxatie

Een traumatische nagelluxatie (Engels: nail plate avulsion) is een afwijkende nagelstand ten gevolge van een uitwendig trauma.1
R. van der Spruit

182 Topletsels van de vinger

Topletsels zijn verwondingen van de vingertop met een oppervlakte > 1 cm2, distaal van het distale interfalangeale (DIP-)gewricht van de vingers of van het interfalangeale (IP-)gewricht van de duim, en zonder peesbeschadiging.1 Het gaat meestal om huis-, tuin- en keukenverwondingen of om verwondingen opgelopen op het werk met bijvoorbeeld snij- en perforatiemachines.
Q.E.V. Ruitenberg

183 Mucoïdcyste aan de vinger

Een mucoïdcyste is een afwijking aan een vinger of duim. De cyste is met een heldere viskeuze vloeistof gevuld die uitgaat van het dorsum van het distale interfalangeale (DlP-)gewricht van de vingers, of van het interfalangeale (IP-)gewricht van de duim. Ook in het proximale interfalangeale (PIP-) gewricht kan de cyste voorkomen. De afwijking werd voor het eerst beschreven in 1883 als synovial lesion of the skin.1 Sindsdien zijn er vele andere namen gegeven aan deze afwijking: muceuze cyste, nagelcyste, dorsale cyste, synoviale cyste, periarticulair fibroom, periunguaal ganglion, epidermale cyste en myxomateuze cyste.2
M. Oyman

184 Brosse nagels/fragilitas unguium

Brosse nagels oftewel brokkelige nagels (fragilitas unguium, brittle nails) is een onychose waarbij de nagel minder hard wordt en sneller geneigd is tot breken of splijten. Onychorrhexis is het ontstaan van overmatige longitudinale richelvorming. Onychoschisis is een horizontale lamellaire splijting van de distale nagelplaat met ruwheid en onregelmatigheid van de rand.1,2
I.A. Arnold

185 Vinger- en handkloven/tylotisch eczeem

Tylotisch eczeem oftewel kloven aan de vingertoppen is een sterk jeukende, veelal chronische aandoening aan de handen waarbij eeltvorming en pijnlijke bloedende kloofjes op de voorgrond staan. Het kan gezien worden als een eindstadium van andere handeczemen en staat ook wel bekend als eczema hyperkeratoticum et rhagadiforme. Mensen die voor hun beroep of hobby regelmatig in contact komen met stoffen of fysieke omstandigheden die de huidbarrière aantasten, zijn gepredisponeerd voor het ontwikkelen van deze aandoening.1
J.C.W. van Rijn

Benen

Voorwerk

186 Dikke enkels/idiopathisch oedeem

Bij een toegenomen hoeveelheid vocht in de benen waardoor de normale enkelcontouren verstrijken, spreken we van ‘dikke enkels’. Het oedeem kan veroorzaakt zijn door een trauma (fractuur, enkeldistorsie, zweepslag) of door een infectie aan voet of onderbeen (erysipelas). Ook kan de hoeveelheid vocht zijn toegenomen als complicatie van een hart- en vaatziekte of door veneuze vaatafwijkingen in de benen.
S. Waagmeester

187 Lipo-oedeem

Lipo-oedeem wordt gekenmerkt door dikke benen als gevolg van een abnormale depositie van vet, gecombineerd met vaak mild oedeem. De armen zijn minder vaak aangedaan.1 Er is een distale begrenzing bij de enkels en polsen, waardoor een soort vetkraag ontstaat.2 De aandoening gaat gepaard met aanzienlijke morbiditeit en het beloop is chronisch progressief waarbij drie stadia te onderscheiden zijn. In eerste instantie ervaren patiënten ongemak (een zwaar, gespannen en moe gevoel in de benen), daarna ontstaan er makkelijk blauwe plekken en gevoeligheid van de benen, die uiteindelijk kan toenemen tot intense pijn en beperkte mobiliteit. Naast de fysieke problemen kunnen er ook psychologische problemen zijn. Lipo-oedeem wordt in het algemeen weinig herkend.
P. Pastoors

188 Trochanterpijnsyndroom

Het trochanterpijnsyndroom wordt gekenmerkt door chronische, intermitterende pijn ter hoogte van de trochanter major femoris en de laterale zijde van heup of bovenbeen, soms uitstralend naar de laterale zijde van de knie.1
J. van der Leden

189 Meralgia paraesthetica

Meralgia paraesthetica (Grieks meros = bovenbeen, algos = pijn) oftewel het syndroom van Bernhardt-Roth, is een compressiemononeuropathie van een volledige sensorische zenuw, de n. cutaneus femoris lateralis.1 Deze zenuw verzorgt de huid van het anterolaterale bovenbeen. De oorzaak van de pijn is bijna altijd entrapment van deze zenuw.
Y. Groeneveld

190 Kachelbenen/erythema ab igne

Erythema ab igne (letterlijk ‘roodheid door vuur’), wordt veroorzaakt door chronische blootstelling aan warmtebronnen. Het wordt gekenmerkt door een netvormig patroon van erytheem en bij langdurige expositie een rood-bruine, gehyperpigmenteerde macula. Deze huidafwijking werd vaak gezien toen men zich nog warmde bij open vuur en kachels en werd daarom ook wel ‘kachelbenen’ genoemd. De aandoening kan echter ook op andere delen van het lichaam voorkomen.1
E.M. de Kroon

191 Huisvrouwenknie/bursitis prepatellaris

Bursitis (subcutanea) prepatellaris (‘huisvrouwenknie’) is een al dan niet infectieuze ontsteking van de slijmbeurs op de patella.1 Niet-infectieuze slijmbeursontstekingen (70%) zijn idiopathisch of het gevolg van een trauma of systemische aandoening (reumatoïde artritis, jicht). Infectieuze bursitis patellaris (30%) is een gevolg van een bacteriële infectie vanuit de directe omgeving, meestal via de huid, zeer zelden vanuit de bloedbaan.
A. Knuistingh Neven

192 Bakercyste

Een bakercyste, ook wel kniekuilcyste genoemd, is een fluctuerende, niet-pijnlijke zwelling in de knieholte.1 Het is in feite een uitgezette bursa in de fossa poplitea. De eerste die deze aandoening beschreef (in 1877) was de Engelse chirurg William Morrant Baker (1839-1896).2,3
V.J. Kip

193 Jumper’s knee/apexitis patellae

Apexitis patellae is een overbelastingsblessure van het strekapparaat van de knie, in de literatuur ook wel jumper’s knee, ‘springersknie’ of infrapatellaire insertietendinopathie genoemd. Dit letsel wordt vooral gezien bij sporten waarbij veel gesprongen wordt: basketbal, korfbal, handbal, volleybal, squash en atletiek (vooral verspringen en hoogspringen).1,2
J. Holst

194 Retropatellaire chondropathie/chondropathia patellae

Het patellofemorale pijnsyndroom is een klinisch syndroom met pijnklachten aan de voorzijde van de knie. Er zijn vele oorzaken. Bij een deel van deze mensen berust de klacht op lokale degeneratie van het kraakbeen aan de achterzijde van de patella. In dat geval spreekt men van chondropathia patellae, chondromalacie van de patella of retropatellaire chondropathie.
A.M. Bohnen

195 Scheenbeenklachten bij sporters

Voor pijnklachten aan het scheenbeen bij sporters worden verschillende termen gebruikt, waaronder shin splints, periostitis, springschenen, logeklachten, tibialis-anteriorsyndroom en compartimentsyndroom. In de huisartsenpraktijk worden deze benamingen nogal eens door elkaar gebruikt.1-3 Vooral de term shin splints geeft veel verwarring, maar betekent in feite niets anders dan ‘inspanningsgebonden pijn aan de voorzijde van het onderbeen’.
I.L. Smeeman

196 Zweepslag/coup de fouet

Zweepslag is een (gedeeltelijke) ruptuur van de m. gastrocnemius en wordt ook wel tennis leg of coup de fouet genoemd. Kenmerkend zijn een plotselinge, hevige pijn in de kuit en onvermogen om door te lopen. Een zweepslag treedt meestal op tijdens het sporten of wanneer men zich verstapt, maar ook wel bij stilstaan.1
J. Theunissen

197 Nachtelijke kuitkrampen

Kuitkrampen zijn plotselinge episoden van onwillekeurige, gelokaliseerde, meestal pijnlijke spiercontracties, die vooral ‘s nachts optreden en een aantal seconden tot minuten kunnen aanhouden.1,2 Nachtelijke kuitkrampen moeten nadrukkelijk onderscheiden worden van restless legs en nachtelijke spierschokken oftewel periodic limb movement disorder(PLMD). Bij nachtelijke spierkrampen is pijn het belangrijkste verschijnsel; restless legs en spierschokken zijn niet pijnlijk.
N. Inan-Arslan

198 Restless legs/anxietas tibiarum

Het restless legs syndrome (RLS) of rustelozebenensyndroom (RBS) (anxietas tibiarum) is een neurologisch syndroom gekenmerkt door de drang om de benen te bewegen. Dit gaat gepaard met een onaangenaam gevoel. De klachten verergeren tijdens rust en in de avond en nacht en verminderen door de benen te bewegen. Meestal is het beloop chronisch.1-5 Bij 80% van de patiënten gaat RLS gepaard met onwillekeurige spierbewegingen tijdens de slaap (periodic limb movement disorder, PLMD). PLMD kan echter ook voorkomen bij andere slaapstoornissen en bij mensen zonder klachten.4 RLS dient te worden onderscheiden van nachtelijke kuitkrampen, waarbij pijn een obligaat kenmerk is (zie tabel 197.1).
Z. Damen-van Beek

199 Besenreiservarices

Besenreiservarices zijn pathologische dilataties van kleine oppervlakkige vaten in de huid. Ze danken hun naam aan de gelijkenis met de ouderwetse takkenbezem of ‘heksenbezem’. De besenreiservarices kunnen blauw of rood gekleurd zijn. Andere benamingen zijn cutane microvarices, penseelvarices, berkentwijgjes, teleangiëctasieën, Pinzelfiguren, hyphen webs en spider webs.1
M. Darby

200 Oppervlakkige tromboflebitis van het been

Oppervlakkige tromboflebitis, ook wel superficiële veneuze trombose (SVT) genoemd, is een lokale, door een trombus veroorzaakte, niet-infectieuze ontsteking van een oppervlakkige, meestal variceuze vene.1,2
S.K. Kingma

201 Tendinopathie van de achillespees

Tendinopathie van de achillespees is een pijnlijke, degeneratieve afwijking van de pees die loopt tussen de grote kuitspier en de calcaneus. Ook de weefsels rondom de achillespees kunnen ontstoken raken. Het gaat dan om de bursa tussen achillespees en tibia (voorste achillobursitis) en/of die tussen de huid rond de hiel en de achillespees (achterste achillobursitis).
K.J. Gorter

202 Hielspoor/fasciitis plantaris

Fasciitis plantaris (synoniemen zijn joggershiel of tennishiel) is een irritatie van de fascia plantaris bij de aanhechting aan de calcaneus, die pijn in de hiel veroorzaakt. Wanneer bij radiologisch onderzoek een verkalking zichtbaar is, wordt ook wel van een hielspoor gesproken.1
K.J. Gorter

203 Mortonneuralgie

Mortonneuralgie wordt omschreven als aanvalsgewijze pijn in de voorvoet, brandend of stekend van karakter, gelokaliseerd in de interdigitale ruimte. De pijn zou worden veroorzaakt door een beschadiging van een zenuw in de interdigitale ruimte. Meestal is de zenuw in de ruimte tussen digiti III en IV aangedaan, maar mortonneuralgie is ook in de aangrenzende interdigitale ruimten beschreven. De pijn neemt toe bij het belasten van de voet.
J.L. Verweij, J.A.H. Eekhof

204 Platvoet/pes planovalgus

De platvoet (pes planovalgus) is een voettype gekenmerkt door een gedeeltelijk of volledig verlies van het mediale longitudinale voetgewelf.
J. Hoekstra

205 Hallux rigidus

Een hallux rigidus of hallux flexus is een osteoartrose van het eerste metatarsofalangeale (MTP-)gewricht van de grote teen en wordt gekarakteriseerd door verminderde beweeglijkheid en degeneratieve veranderingen.
I.M.J. van Oorschot-Beerling

206 Hallux valgus

Hallux valgus is een frequent voorkomende aandoening die lastig en pijnlijk kan zijn en vaak ook als ontsierend wordt ervaren.1 Bij een hallux valgus is er sprake van een standafwijking van de grote teen. Er is een valgusstand naar lateraal (abductie), waarbij bovendien een rotatie optreedt en de nagel naar de middenlijn draait (pronatie).1,2 Dit gaat gepaard met een varusstand van het eerste os metatarsale, waarbij het kopje naar mediaal uitsteekt. Door de grote teen wordt druk uitgeoefend op de tweede en soms andere tenen. Dit kan leiden tot een flexiecontractuur van de tweede teen. De term bunion duidt op de zwelling veroorzaakt door het prominerende kopje van het eerste os metatarsale bedoeld. Deze zwelling kan toenemen door lokale ontsteking van het kopje en de tegenoverliggende bursa en door eeltvorming. Radiologische criteria wisselen, maar over het algemeen wordt een abductiehoek van meer dan 14,5° als abnormaal beschouwd.
E.C. Barg

207 Hamerteen/digitus malleus

Een hamerteen, ook wel digitus malleus genoemd, is een afwijking aan de teen waarbij een flexiestand bestaat van het proximale interfalangeale (PIP-)gewricht bij hyperextensie van het distale interfalangeale (DIP-) en het metatarsofalangeale (MCP-)gewricht.1
T.H.N.J. Vosters

208 Brandende voeten

‘Brandende voeten’ wordt beschouwd als symptoom van onderliggend lijden en niet als ziekte op zichzelf. De meeste handboeken beschrijven brandende voeten dan ook niet als een separate ziekte-entiteit. Toch wordt de klacht soms aangeduid als het burning jeet syndrome of griersongopalansyndroom.1 Hieronder verstaat men dan paresthesieën, met aanvallen vooral ‘s nachts, vaak gepaard met afwijkingen aan tong en mondhoeken. De associatie met oogsymptomen en afwijkingen aan tong en mondhoeken lijkt vooral verband te houden met ernstige voedingsdeficiënties zoals die in concentratiekampen voorkwamen.
F.A. van de Laar

209 Wintertenen/perniones

Onder perniones wordt verstaan: een door koude geïnduceerd plaatselijk ontstekingsbeeld van de huid. De aandoening komt voor aan de vingers (winterhanden) en voeten (wintertenen), maar ook op andere plaatsen, zoals de oorschelp (winteroren) of de buitenzijde van de dij (kibes of winterdijen).1,2
I.H. Souwer, A.L.M. Lagro-Janssen

210 Eelt, eeltknobbels en eeltkloven op de voet

Een eeltknobbel of callus is een hyperkeratotisch gebied van de voetzolen. Het is een natuurlijke reactie van de huid op regelmatige of aanhoudende druk of wrijving. Callus is wit-geel, voelt hard aan en vertoont soms kloven (figuur 185.1). Meestal ontstaat callus op de bal van de voet of de hiel, of op plaatsen waar de huid op benige uitsteeksels drukt. In tegenstelling tot eksterogen heeft eelt geen kern of ‘pit’.
R.A. van Randeraat, J.A.H. Eekhof

211 Eksteroog/clavus

Een eksteroog, ook wel likdoorn of clavus genoemd, is een lokale hyperkeratose met een bijzondere vorm: een scherp begrensde en wigvormige eeltplek in de voetzool met een diameter van enkele millimeters, gelegen boven en tegen het bot, onder de oppervlakte van de huid gedrukt en soms ontstoken.
H.C.P.M. van Weert

212 Zwemmerseczeem/tinea pedis

Zwemmerseczeem (tinea pedis, athlete’s foot) is een veelvoorkomende schimmelinfectie die zich vooral manifesteert in de nauwe ruimten tussen de digiti III en IV, en tussen de digiti IV en V. Ook andere interdigitale ruimten kunnen echter zijn aangedaan (figuur 212.1).1
M. Veenema, A. Knuistingh Neven

213 Ingegroeide teennagel/unguis incarnatus

Bij een ingegroeide teennagel (unguis incarnatus, ingrowing toenail) is er sprake van ingroei van de distale rand van de nagel (meestal de laterale) in het omliggende nagelbed. De teen is pijnlijk rood en gezwollen. Naarmate de afwijking langer bestaat, kan er door chronische ontsteking of prikkeling granulatieweefsel (‘wild vlees’) ontstaan. Dit kan leiden tot een pussige afscheiding.1,2
J.A.H. Eekhof, B. van Wijk

214 Schimmelinfectie van de nagel/onychomycose

Een onychomycose of schimmelinfectie van de nagel (‘kalknagel’) is de meest voorkomende aandoening van de nagel.1 Het is een infectie aan een of meer nagels door schimmels of gisten van het nagelbed, die een karakteristieke geel-witte verkleuring van de nagelplaat geeft met distale loslating van de nagel, subunguale hyperkeratose of totale nageldystrofie.2
L.H. van Berkel

215 Steek van de pieterman

De pieterman is een bodemvis die ‘s nachts actief is en zich overdag ingraaft in het zand. De stekels van de rugvinnen steken boven het zand uit.1 Badgasten lopen verwondingen op aan hun voeten, doordat ze bij het baden in zee in de stekels gaan staan. Beroepszeevissers kunnen in hun handen worden gestoken bij het leeghalen van hun netten. Er ontstaan een zeer hevige pijn en een lokaal oedeem en erytheem. Er is een beperkte kans op systemische reacties. In Nederland zullen vooral huisartsen in de kustgebieden en huisartsen met zeevissers in hun populatie met deze klacht te maken krijgen.
A.H. Douma

216 Voetblaren/combustio pedis

Een voetblaar is een oppervlakkige subdermale of epidermale holte aan de voet, gevuld met helder vocht en gelokaliseerd op plaatsen die aan abnormale wrijving hebben blootgestaan. Meestal zijn ze lastig, maar onschuldig. Blaren bij patiënten met diabetes mellitus verdienen bijzondere aandacht.
W. Opstelten

Nawerk

Meer informatie