Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Kleine kwalen en alledaagse klachten bij ouderen geeft een praktische leidraad voor zestig alledaagse klachten bij mensen van ongeveer 75 jaar of ouder. Diagnostiek en beleid krijgen een rationele en, zo mogelijk, een wetenschappelijke onderbouwing. De inhoud sluit aan bij de richtlijnen en standaarden van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).

In het boek wordt iedere aandoening aan de hand van een vaste en overzichtelijke structuur behandeld. Elk hoofdstuk begint met kernpunten die de belangrijkste aspecten van de aandoening in een oogopslag bij elkaar zetten. Aan vrijwel ieder hoofdstuk zijn illustraties toegevoegd.

Aan deze geheel herziene editie zijn 10 nieuwe hoofdstukken toegevoegd en is veel nieuw beeldmateriaal opgenomen. Daarnaast is al deze informatie ook online beschikbaar via Kleine Kwalen Online.

Kleine kwalen en alledaagse klachten bij ouderen is bedoeld voor de huisarts (in opleiding), de specialist Ouderengeneeskunde (in opleiding), de praktijkondersteuner en de wijkverpleegkundige. Het boek is ook waardevol voor andere professionals die betrokken zijn bij de medische zorg voor ouderen en net zoals de andere kleine kwalen boeken is het boek ook interessant voor medisch studenten.

De redactie van dit boek was in handen van Just Eekhof, Sjoerd Bruggink, Marissa Scherptong – Engbers, Annemarije Kruis en Tobias Bonten. De redactieleden hebben expertise als praktiserend huisarts, onderzoeker en docent huisartsgeneeskunde.

Met veel dank voor hun medewerking aan

- dr. Tony Poot, hoofd van de NHG-kaderopleiding Ouderengeneeskunde, en

- prof. dr. Wilco Achterberg hoogleraar Institutionele zorg en ouderengeneeskunde beiden werkzaam bij de afdeling Public health en Eerstelijnsgeneeskunde LUMC.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

1. Orthostatische hypotensie

Samenvatting
Kernpunten
  • Orthostatische hypotensie is een onvolledig herstel van de initiële bloeddrukdaling na opstaan, waarbij er een tijdelijke daling van de hersendoorbloeding optreedt.
  • De oorzaak van orthostatische hypotensie is vaak multifactorieel; alle antihypertensiva en veel psychofarmaca kunnen het als bijwerking geven.
  • Orthostatische hypotensie is geassocieerd met een verhoogd risico op vallen, cardiovasculaire aandoeningen, latere dementie en een verhoogde mortaliteit.
  • De behandeling bestaat uit adviezen over houdingsveranderingen, het vermijden van uitlokkende factoren zoals dehydratie en evaluatie van de medicatie.
Josta van Stappen

2. Insomnia/slapeloosheid

Samenvatting
Kernpunten
  • Ouderen slapen lichter en worden vaker wakker.
  • Secundaire insomnie speelt vooral bij ouderen een grote rol.
  • Negatieve conditionering is er vaak de oorzaak van dat het slaapprobleem chronisch wordt.
  • Centraal staan slaapadviezen, gebaseerd op cognitief-gedragstherapeutische principes.
  • Met (non-)benzodiazepinen moet men bij ouderen terughoudend zijn gezien bijwerkingen, zoals sufheid overdag en de kans op vallen.
Arie Knuistingh Neven

3. Trappen in de slaap en rusteloze benen

Samenvatting
Kernpunten
  • ‘Periodic leg movement disorder’ (PLMD) is het stelselmatig ontwaken door PLMS met arousals, zonder dat de patiënt klachten heeft van RLS.
  • Het restless legs syndrome (RLS) is een aandoening waarbij mensen slecht slapen door onrust in de benen.
  • PLMD is zeer zeldzaam en kan een oorzaak zijn van insomnie.
  • ‘Periodic leg movements in sleep’ (PLMS) zijn periodieke beenbewegingen die bij slaaponderzoek vastgesteld kunnen worden. Zij blijven zeer vaak onbewust en hoeven dus geen klinische betekenis te hebben.
  • Dopamineagonisten zijn eerste keuze bij de behandeling van RLS.
  • Medicatie moet uitsluitend worden voorgeschreven aan patiënten die een aantoonbare verstoring van de slaap hebben, waardoor overdag klachten en slaperigheid ontstaan.
Arie Knuistingh Neven

4. Chronisch slaapmiddelengebruik

Samenvatting
Kernpunten
  • Bijwerkingen van slaapmiddelen zijn sufheid, vallen, afhankelijkheid en geheugenstoornissen.
  • Het gebruik van slaapmiddelen geeft een verhoogd risico op het krijgen van een heupfractuur. Binnen twee weken na de start van de slaapmedicatie is dit risico nog groter.
  • Het sederende effect van benzodiazepinen kan al na enkele dagen tot weken gebruik afnemen door het ontstaan van tolerantie. Voor het angstremmende effect lijkt minder tolerantie op te treden.
  • Een stopbrief aan chronische gebruikers is een effectieve minimale-interventiestrategie.
  • Gereguleerde dosisreductie onder begeleiding is effectief en eenvoudig toepasbaar.
Jantine Koornneef-de Jong

5. Problematisch alcoholgebruik

Samenvatting
Kernpunten
  • Het aantal ouderen met alcoholproblematiek is de laatste jaren gestegen en zal naar verwachting met de toenemende vergrijzing verder stijgen.
  • Bij ouderen leidt alcoholinname eerder tot fysieke en/of psychische klachten dan bij jongeren.
  • Hoeksteen van de aanpak is signalering. Wees erop bedacht dat de geriatrische presentatie atypisch is.
Bernard van Rossum

6. Ouderenmishandeling

Samenvatting
Kernpunten
  • Ouderen met dementie hebben een hoger risico om het slachtoffer te worden van mishandeling.
  • Het natuurlijke beloop van chronische of acute ziekten bij ouderen kan de aanwezigheid van mishandeling of verwaarlozing maskeren.
  • Vroegtijdig met mantelzorgers in gesprek gaan over de belasting van de zorg voor ouderen kan ouderenmishandeling voorkomen.
  • Mantelzorgers die een overbelaste indruk maken, onverschillig overkomen of weinig interesse tonen, moeten de huisarts alert maken op de mogelijkheid van mishandeling of verwaarlozing.
  • Veilig Thuis, het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, geeft advies bij een vermoeden van ouderenmishandeling.
Eefje Louwers, Annemarije Kruis

7. Eenzaamheid

Samenvatting
Kernpunten
  • Eenzaamheid komt vaak voor onder ouderen: 63 % van de 85-plussers voelt zich eenzaam en 15 % voelt zich ernstig eenzaam.
  • Signalen die kunnen wijzen op eenzaamheidsproblematiek zijn fysiek, psychisch, sociaal en gedragsmatig van aard.
  • Eenzaamheid bestrijden vraagt om een multidisciplinaire aanpak. De effectiviteit van verschillende interventies moet nog worden aangetoond.
  • De rol van de huisarts is signalerend, ondersteunend en verwijzend.
Arlette de Voogd

8. Vergeetachtigheid

Samenvatting
Kernpunten
  • Vergeetachtigheid bij ouderen komt veel voor en is een normaal fysiologisch proces van de ouder wordende hersenen.
  • In de meeste gevallen is vergeetachtigheid geen uiting van een onderliggende neurocognitieve ziekte, maar wel een licht verhoogd risico op het ontwikkelen van dementie.
  • Screeningstests, zoals de MMSE, kloktekentest, MoCA en RUDAS kunnen helpen om onderscheid te maken tussen vergeetachtigheid ten gevolge van een normaal fysiologisch proces en een neurocognitieve ziekte.
  • De huisarts geeft voorlichting aan patiënten en naasten die zich presenteren met vergeetachtigheid. Hierbij dient aandacht te zijn voor zorgen en angsten.
  • De heteroanamnese is van belang om de ernst van de klachten in te schatten.
Diede Vissers

9. Apathie

Samenvatting
Kernpunten
  • Bij apathie is er sprake van verminderde doelgerichte activiteit in gedrag, emotie en sociale interactie.
  • Apathie komt veel voor in het kader van dementie, maar kan ook bestaan als losstaand syndroom.
  • Voor de diagnose is met name de heteroanamnese van belang.
  • De behandeling van apathie is gericht op het bieden van structuur, het geven van visuele of auditieve aanwijzingen en het zoeken van stimulerende activiteiten passend bij de patiënt.
Marileen Portegies

10. Valangst

Samenvatting
Kernpunten
  • Bij de helft van de ouderen met een valhistorie ontstaat valangst, maar valangst kan ook zonder valhistorie ontstaan.
  • Onzekerheid bij het lopen is het belangrijkste teken van valangst.
  • Zoek naar somatische oorzaken van valangst, zoals neurologische of orthopedische aandoeningen.
  • Fysiotherapie is waarschijnlijk de meest praktische en effectiefste interventie voor valangst.
Sander Gransjean

11. Essentiële tremor

Samenvatting
Kernpunten
  • Essentiële tremor verergert bij beweging en neemt af in rust.
  • Het onderscheid tussen essentiële tremor en een tremor bij de ziekte van Parkinson of een cerebellaire tremor is van belang voor zowel de prognose als behandeling.
  • Uitleg en geruststelling staan centraal.
  • Bij medicamenteuze behandeling is propranolol eerste keus voor zowel continue als intermitterende behandeling.
Wendy van der Zande, Mariëtte Koster

12. Tremor van het hoofd

Samenvatting
Kernpunten
  • Een tremor van het hoofd is meestal een essentiële (primaire) tremor.
  • De diagnose wordt per exclusionem en op grond van patroonherkenning gesteld.
  • Meestal volstaan uitleg en geruststelling.
  • Bij wens tot medicatie is propranolol eerste keus.
Wiebe Jan Lubbers

13. Polyneuropathie

Samenvatting
Kernpunten
  • Polyneuropathie is een veelvoorkomende, multifactoriële en progressieve aandoening van de perifere zenuwen bij ouderen.
  • De zenuwen zijn vaak symmetrisch en meer distaal dan proximaal aangedaan en kunnen zowel sensibele als motorische afwijkingen geven.
  • Bij ouderen zijn de meest voorkomende oorzaken van polyneuropathie langdurig alcoholgebruik, diabetes mellitus, medicatie en vitaminedeficiënties.
  • Onderzoek en behandeling van de oorzaak zijn belangrijk om progressie van de ziekte te voorkomen.
  • Pijnlijke polyneuropathieën worden symptomatisch behandeld, maar de behandelingen zijn matig succesvol en geven bij ouderen vaak risico’s op bijwerkingen.
Lisa Nijland

14. Laag gewicht/ondervoeding

Samenvatting
Kernpunten
  • Bij ouderen kenmerkt ondervoeding zich door ten minste functieverlies en ongewenst gewichtsverlies en/of een acute of chronische disbalans tussen inname en verbruik.
  • 7 tot 35 % van de thuiswonende ouderen is ondervoed. Wees extra alert op ondervoeding indien een oudere thuiszorg heeft.
  • De ondervoeding kan een lichamelijke oorzaak hebben, bijvoorbeeld mondproblemen of vermindering van smaak. Ook psychosociale factoren kunnen meespelen, bijvoorbeeld een cognitieve stoornis, verlies van zelfredzaamheid of alleen moeten eten na het verlies van een dierbare.
Cynthia van Vliet, Marissa Scherptong-Engbers

Huid, haar en nagels

Voorwerk

15. Pruritus senilis/ouderdomsjeuk

Samenvatting
Kernpunten
  • Pruritus senilis is jeuk op oudere leeftijd zonder bekende oorzaak.
  • De jeuk gaat vaak samen met een droge huid.
  • Niet-medicamenteuze adviezen (zoals beperkt zeepgebruik) en gebruik van indifferente middelen (zoals Cetomacrogolzalf of (vet)crème FNA®) zijn de hoeksteen van de behandeling.
  • Orale antihistaminica zijn zelden geïndiceerd en geven vooral bij ouderen vaak bijwerkingen.
Esther de Jager, Arie Knuistingh Neven

16. Droge huid

Samenvatting
Kernpunten
  • Jeuk is de meest voorkomende klacht bij ouderen met een droge huid.
  • Wanneer een droge huid onvoldoende wordt behandeld kan dit leiden tot het ontstaan van eczeem.
  • Frequent douchen en gebruik van zeepproducten kunnen een droge huid veroorzaken.
  • Consequent gebruik van emollienta is essentieel in het behandelen van een droge huid.
Charlotte Bruijsten

17. Actinische keratose

Samenvatting
Kernpunten
  • De prevalentie van actinische keratose onder de Nederlandse bevolking van ≥ 50 jaar is naar schatting 29 % voor mannen en 19 % voor vrouwen.
  • Het risico op maligne ontaarding wordt laag ingeschat, maar wordt aanzienlijk naarmate er sprake is van meerdere en langer bestaande laesies.
  • Cryotherapie en 5-fluoro-uracilcrème zijn effectieve behandelopties voor respectievelijk een beperkt aantal actinische keratosen of zogenoemde veldbehandeling bij een groter gebied met multipele laesies.
  • Een afwachtend beleid is te overwegen in het geval van een kleine solitaire, door de patiënt goed controleerbare laesie zonder klachten.
Jacco Kroese

18. Verruca seborrhoica/ouderdomswrat

Samenvatting
Kernpunten
  • De verruca seborrhoica of verruca senilis (ouderdomswrat) is een benigne huidafwijking die op volwassen leeftijd optreedt.
  • Bijna alle ouderen hebben een of meer ouderdomswratten.
  • Behandeling is in de regel niet nodig, maar kan eenvoudig worden uitgevoerd met cryotherapie, curettage of diathermie.
  • Een recente ontwikkeling is behandeling met waterstofperoxide 40 %.
Siert Peters, Eline van der Stoep

19. Intertrigo/smetten van de huid

Samenvatting
Kernpunten
  • Intertrigo wordt veroorzaakt door een combinatie van warmte, vocht en wrijving in een huidplooi.
  • Predisponerende factoren zijn obesitas, overmatig transpireren, strak zittende kleding en verminderde hygiëne.
  • Behandeling begint met dagelijks de huid wassen, droog deppen en huid-op-huidcontact voorkomen door gebruik te maken van Engels pluksel of scheurlinnen.
  • Bij een Candida-infectie is behandeling met een antimycotische crème geïndiceerd.
Stephanie Stassen

20. Lentigo solaris/levervlek

Samenvatting
Kernpunten
  • Lentigo solaris is een pigmentvlek die ontstaat door herhaaldelijke blootstelling van de huid aan UV-straling (zonexpositie).
  • Het is een benigne aandoening, behandeling is medisch gezien niet noodzakelijk.
  • Bij cosmetische bezwaren is cryotherapie de eerste keus in de huisartsenpraktijk.
  • Wees bij patiënten met lentigo solaris bedacht op andere vormen van UV-gerelateerde huidkanker en denk differentiaaldiagnostisch aan lentigo maligna.
Natasja Foudraine-de Wolde

21. Haemangioma senilis/kersenwrat

Samenvatting
Kernpunten
  • Vooral op oudere leeftijd komt een haemangioma senilis veel voor.
  • Kenmerkend zijn de felrode kleur, de scherpe begrenzing en de lichte verhevenheid.
  • Een getromboseerd haemangioma senilis is soms lastig te differentiëren van een melanoom.
  • Om cosmetische redenen kunnen hemangiomen worden verwijderd, maar dit leidt vrijwel altijd tot vorming van littekens.
Pieter Barnhoorn

22. Wondgenezing en wondbehandeling

Samenvtting
Kernpunten
  • Bij ouderen met een slecht genezende wond is de wondgenezing vaak verstoord door diabetes, vaatstoornissen, een dunne huid of andere comorbiditeit.
  • Het uitgangspunt bij wondbehandeling is: ‘eenvoudig en goedkoop als het kan, complex en duur als het moet’.
  • Voor de behandeling van een nieuwe wond gelden zeven tips:
    • primair gesloten wonden niet reinigen;
    • acute open wonden reinigen met schoon kraanwater;
    • de WHO-pijnladder gebruiken voor de keuze van analgetica;
    • lidocaïne of prilocaïne geven als lokale pijnbestrijding bij manipulaties;
    • primair gesloten wonden niet bedekken met verbandmateriaal;
    • gebruik simpele bedekkers voor open wonden;
    • geef de patiënt heldere instructies mee.
  • Bij chronische wonden is het belangrijk om onderscheid te maken tussen rode, gele en zwarte wonden.
Sophie Mooij

23. Scheur- of lapverwonding bij dunne huid (skin tear)

Samenvatting
Kernpunten
  • Scheur- of lapverwondingen treden bij ouderen gemakkelijker op doordat de huid veroudert.
  • De wond moet verbonden worden met een niet-verklevend verband dat zorgt voor een vochtig wondmilieu.
  • Hechten en Steri-strips® worden ontraden.
  • Bij een ongecompliceerd beloop geneest de wond na 7–10 dagen.
  • Bij een goed gehydrateerde huid is de kans op scheur- of lapverwondingen kleiner.
Niels Langhout

24. Erysipelas/cellulitis/wondroos

Samenvatting
Kernpunten
  • Het onderscheid tussen cellulitis en erysipelas is niet relevant voor de pathofysiologie en de behandeling.
  • Kenmerkend is een zich uitbreidende, warme, pijnlijke roodheid van de huid, die gepaard kan gaan met koorts en algemene ziekteverschijnselen.
  • Ouderen maken minder vaak koorts, wat zowel ten nadele komt van de afweer als vertraging kan opleveren bij de diagnose.
  • Recidieven komen vaak voor, vooral bij ouderen met comorbiditeit.
  • Antibiotische behandeling van eerste keus is flucloxacilline 4dd 500 mg voor 10–14 dagen.
Sabine Bezstarosti, Manon van der Togt

25. Herpes zoster/gordelroos

Samenvatting
Kernpunten
  • Bij een normaal functionerend immuunsysteem geneest gordelroos spontaan binnen enkele weken.
  • Bij herpes zoster ophthalmicus zijn antivirale middelen altijd geïndiceerd, ongeacht de leeftijd van de patiënt en de ernst van de symptomen.
  • Het teken van Hutchinson in de vroege fase, oogklachten en een rood oog zijn redenen voor beoordeling door een oogarts.
  • Het is niet zinvol om bij gezonde patiënten met gordelroos nader onderzoek te verrichten naar mogelijke uitlokkende factoren.
Wim Opstelten

Keel, neus, oor en evenwichtsorgaan

Voorwerk

26. Hese stem

Samenvatting
Kernpunten
  • Presbyfonie is dysfonie door veroudering van de laryngeale structuren.
  • Heesheid heeft een uitgebreide differentiaaldiagnose, waaronder ook enkele ernstige oorzaken.
  • Patiënten met dysfonie dienen verwezen te worden naar de KNO-arts bij persistentie van de klachten gedurende drie tot zes weken.
  • Stemhygiëne door adequaat gebruik van de stem, voldoende te drinken en door te stoppen met roken en alcohol kan de klachten verlichten.
Vishant Jankipersadsing

27. Verslikken

Samenvatting
Kernpunten
  • Ouderdom alleen is geen reden voor slikproblemen.
  • Beoordeel bij slikproblemen altijd of de patiënt medicatie gebruikt die invloed kan hebben op de slikfunctie.
  • Bij slikproblemen is meestal verwijzing nodig voor nadere diagnostiek (en multidisciplinaire) behandeling.
  • Denk aan de psychosociale implicaties van slikproblemen en ondersteun de patiënt én zijn partner hierin.
Mayke Franssen

28. Loopneus

Samenvatting
Kernpunten
  • Bij een loopneus bij ouderen staat het continu uit de neus lopen van slijm op de voorgrond.
  • Bij ouderen heeft het meestal een niet-allergische oorzaak.
  • Een loopneus is een hardnekkige aandoening die de kwaliteit van leven kan beïnvloeden.
  • Behandeling met ipratropiumbromide neusspray is een optie.
Louise Kooiman

29. Verminderd reukvermogen

Samenvatting
Kernpunten
  • Verminderd reukvermogen komt vaak voor op oudere leeftijd.
  • Verminderd reukvermogen oefent een negatieve invloed uit op de kwaliteit van leven.
  • Reukverlies kan een vroeg symptoom zijn van neurodegeneratieve ziekten, zoals de ziekte van Parkinson of van Alzheimer.
  • Hoewel er enige kennis is over de oorzaken van een verminderd reukvermogen, zijn er nog weinig behandelingsopties.
Sharon Moerman, Saskia Anders

30. Epistaxis/neusbloeding

Samenvatting
Kernpunten
  • Maak onderscheid tussen neusbloedingen waarbij de oorzaak in de neus zelf ligt en neusbloedingen als uiting van een aandoening elders in het lichaam.
  • Bloedingen uit de locus Kiesselbachi op het neusseptum komen het frequentst voor.
  • Essentiële handelingen bij neusbloedingen zijn: zitten in de schrijfhouding, stolsels uitsnuiten, daarna dichtdrukken onder het os nasale.
  • Bij ernstige bloedingen is tamponneren (met kant-en-klare tampons) noodzakelijk.
  • Wees bij ouderen alert op bloedingen uit hoger gelegen vaten in de neus.
Froukje Boukes

31. Cerumenprop/prop in het oor

Samenvatting
Kernpunten
  • Cerumen in de gehoorgang is pas een probleem als de cerumenprop de gehoorgang volledig afsluit en leidt tot gehoorklachten, pijn of een verstoppingsgevoel.
  • Bij patiënten met een trommelvliesperforatie of met een radicaalholte kan het oor niet worden uitgespoten.
  • Oorsmeer hoeft in principe alleen verwijderd te worden als het klachten geeft.
  • Bij ouderen met een hoortoestel moet men extra alert zijn op de aanwezigheid van cerumen.
  • Bij patiënten met een verminderd cognitief functioneren kan een cerumenprop de oorzaak van een plotselinge verslechtering zijn.
  • In de meeste huisartsenpraktijken wordt oorsmeer verwijderd door uitspuiten met handwarm water (circa 37 °C).
Just Eekhof

32. Verminderd gehoor, presbyacusis en problemen met hoortoestellen

Samenvatting
Presbyacusis of ouderdomsslechthorendheid is een normaal verouderingsverschijnsel, waarbij het gehoor geleidelijk vermindert. Het is een langzaam progressieve vorm van perceptief gehoorverlies aan beide oren tegelijk, dat niet door andere oorzaken kan worden verklaard dan door fysiologische veroudering van het hoorzintuig. Hierbij kan ook oorsuizen optreden. Harde geluiden ervaart de patiënt vaak als hinderlijk (‘recruitment’). Ook het richtinghoren kan gestoord zijn, waardoor het verstaan van spraak in een lawaaiige omgeving moeilijker wordt.
Victor van Duuren, Just Eekhof

33. Duizeligheid

Samenvatting
Er zijn drie vormen van duizeligheid: draaiduizeligheid (vertigo), licht in het hoofd (presyncope) en bewegingsonzekerheid (desequilibrium). De patiënt heeft respectievelijk het gevoel dat hij zelf of de wereld om hem heen beweegt, van bijna-flauwvallen of voelt zich onvast ter been. Bij ouderen kunnen de verschillende vormen van duizeligheid los van elkaar, afwisselend en/of tegelijkertijd voorkomen.
Arlette de Voogd

Mond

Voorwerk

34. Xerostomie/droge mond

Samenvatting
Een subjectief gevoel van droge mond wordt xerostomie genoemd. Dit kan een gevolg zijn van verminderde speekselsecretie, maar de klachten kunnen ook voorkomen zonder dat er sprake is van een objectief verminderde speekselproductie.
Sumya Khaliq

35. Perlèche/ragaden aan de mondhoeken

Samenvatting
Mondhoekragaden, ook wel cheilitis angularis, perlèche of stomatitis angularis genoemd, worden gekenmerkt door erytheem, maceratie en fissuurvorming bij de mondhoeken, soms met korstvorming en uitbreiding naar de aangrenzende huid.
Alev Karasu

36. Gebitsproblemen

Samenvatting
Gebitsproblemen kunnen zowel bij het eigen gebit als bij een prothese ontstaan. Problemen met het eigen gebit zijn vooral aan cariës gerelateerd; dat wordt ook wel benoemd als ‘caviteit’, ‘een gaatje’ of ‘tandbederf’. Bij cariës is het tandglazuur en soms ook het tandbeen aangetast door bacteriën. Wanneer de ontsteking dieper is, kan een pulpitis ontstaan, een ontsteking van het merg van de tand.
Pelle Kloos

37. Sialorroe/overmatige speekselafscheiding

Samenvatting
Bij overmatige speekselafscheiding (sialorroe) kan er sprake zijn van hypersalivatie, een daadwerkelijke toename van de speekselsecretie. In veel gevallen van sialorroe is de speekselsecretie echter normaal of zelfs verlaagd. Desondanks vindt men in de literatuur vaak ‘hypersalivatie’ als synoniem voor sialorroe. In dit hoofdstuk gebruiken wij de term ‘sialorroe’ en zullen we alleen spreken van ‘hypersalivatie’ wanneer er daadwerkelijk sprake is van een toegenomen speekselproductie.
Nikki Bakker, Vicky Louwen

Ogen

Voorwerk

38. Droge-ogensyndroom

Samenvatting
Het droge-ogensyndroom kenmerkt zich door klachten van branderige, zanderige, prikkende, jeukende en – paradoxaal genoeg – ook vaak overmatig tranende ogen als reflex op de uitdroging. Een gouden standaard voor de definitie van het syndroom ontbreekt. De kwaal kan het beste op basis van het klachtenpatroon worden vastgesteld, waarbij bevindingen bij lichamelijk onderzoek van aanvullende waarde kunnen zijn.
Jan de Waard

39. Tranende ogen

Samenvatting
Bij tranende ogen of epiphora is sprake van een aanhoudende hinderlijke tranenvloed van één of beide ogen.
Jan de Waard

40. Ectropion/naar buiten gekeerd ooglid

Samenvatting
De term ‘ectropion’ betekent ‘omstulping, uitstulping van een slijmvlies’ en is daarmee niet voorbehouden aan afwijkingen van de oogleden. Ook bijvoorbeeld bij de cervix uteri kan sprake zijn van een ectropion. Bij een ectropion van het oog is een rand van het ooglid naar buiten gekeerd. Daardoor ligt het ooglid niet meer tegen de oogbol aan, zijn de conjunctiva zichtbaar en ontstaat tranenvloed door eversie van de traanpunt.
Sophie van Blijswijk

41. Entropion/naar binnen gekeerd ooglid

Samenvatting
Bij entropion is de ooglidrand naar binnen gekeerd, waardoor de oogharen de oogbol raken. Entropion gaat veelal gepaard met trichiasis. Bij trichiasis komen de haren van het onder- of bovenooglid tegen het hoornvlies aan.
Sophie van Blijswijk

42. Syndroom van Charles Bonnet

Samenvatting
Het syndroom van Charles Bonnet (CBS kenmerkt zich door herhaaldelijke of persisterende complexe visuele hallucinaties, voornamelijk bij patiënten met verminderde gezichtsscherpte of gezichtsvelduitval. Tijdens de hallucinaties behoudt men intacte realiteitstoetsing: de patiënt heeft inzicht in de fictieve aard van de hallucinaties. Er zijn dus geen wanen of hallucinaties van andere zintuigen, veranderde cognitie of onderliggende psychiatrische of neurologische aandoeningen. Gezien de intacte realiteitstoetsing gebruikt men ook termen als ‘niet-psychotische hallucinaties’, ‘fantoombeelden’ en ‘release hallucinaties’. Naast CBS bestaan er ook soortgelijke auditieve hallucinaties waarop dit hoofdstuk verder niet ingaat.
Rosier Hoogelander

Romp

Voorwerk

43. Hyperkyfose/kromme rug

Samenvatting
Kyfose is een natuurlijke achterwaartse kromming van de thoracale wervelkolom. Wanneer de kromming meer toeneemt spreekt men van een hyperkyfose of kromme rug.
Annemarije Kruis

44. Ribs-on-pelvissyndroom

Samenvatting
Het ribs-on-pelvissyndroom ontstaat doordat de onderste ribben tegen de bekkenkam aanstoten, wat bewegings- en houdingsafhankelijke pijn veroorzaakt. Het ziektebeeld staat bekend onder verschillende namen, waaronder ‘costo-iliacaal syndroom’, ‘rib-tipsyndroom’ en ‘iliocostalefrictiesyndroom’. Er is weinig onderzoek naar gedaan en er worden verschillende definities gehanteerd.
Annie Bos, Anouk Meijer

45. Obstipatie

Samenvatting
Er is sprake van obstipatie bij ouderen wanneer ten minste twee van de volgende symptomen aanwezig zijn:
  • minder dan drie keer per week ontlasting;
  • hard moeten persen tijdens het produceren van ontlasting;
  • harde, pijnlijke en/of keutelvormige ontlasting;
  • gevoel van incomplete defecatie;
  • gevoel van anorectale obstructie óf blokkade;
  • digitale handelingen noodzakelijk om de ontlasting te verwijderen.
Birgitta Cloosterman

46. Soiling/fecale incontinentie

Samenvatting
Soiling is het onwillekeurig verliezen van fecaal materiaal uit de anus in de kleding. Het betreft dus een lichte vorm van anale incontinentie, ook wel fecale incontinentie, encopresis of incontinentia alvi genoemd. In relatie tot ouderen wordt met de term ‘soiling’ in de praktijk meestal verlies van vocht uit de anus bedoeld. In relatie tot kinderen wordt meestal verlies van alle soorten van feces bedoeld. Fecale incontinentie wordt volgens Browning en Parks ingedeeld in vier groepen: I normale continentie, II incontinentie voor flatus, III incontinentie voor dunne feces, IV complete incontinentie voor feces.
Gerrit Roorda

47. Dyspareunie bij oudere vrouwen

Samenvatting
Dyspareunie is pijn tijdens de geslachtsgemeenschap. In dit hoofdstuk gaat het specifiek over dyspareunie bij postmenopauzale vrouwen.
Arie Knuistingh Neven

48. Prolaps/verzakking

Samenvatting
Bij een prolaps zakken de vaginawanden met de achterliggende organen of de baarmoeder vanuit hun normale positie naar beneden; dit wordt ook wel verzakking genoemd. In het geval van de vagina-achterwand kan dit leiden tot een moeizame stoelgang als gevolg van een rectocele. In het geval van de vagina-voorwand (cystocele) kan dit leiden tot overactieve blaasklachten en het moeilijk ledigen van de blaas met als gevolg recidiverende urineweginfecties. De mate van prolabering wordt – internationaal – aangegeven met behulp van de pelvic organ prolapse quantification (POP-Q), die de afstand tot het hymen als criterium neemt.
Imke Esser, Suzanne van Markus-Floor

49. Nycturie

Samenvatting
Nycturie betekent letterlijk ‘nachtelijk plassen’. Het is een symptoom dat bij verschillende aandoeningen voorkomt. De precieze definitie is één of meermalen in de nacht wakker worden om te urineren en daarna weer door te slapen. Uit onderzoek blijkt dat nycturie klinisch relevant is als het tweemaal of vaker per nacht voorkomt. Dit wordt als zeer storend ervaren en kan een grote impact hebben op de slaap en op de kwaliteit van leven. Ondanks dat het veel voorkomt, blijft het een ondergerapporteerd en onderbehandeld probleem.
Willemijn de Graaf, Arie Knuistingh Neven

50. Urine-incontinentie

Samenvatting
Urine-incontinentie is ongewenst urineverlies. Er zijn drie typen: stressincontinentie, urgency-incontinentie en gemengde incontinentie. Bij ongewenst urineverlies door verhoging van de intra-abdominale druk, spreekt men van stressincontinentie. Bij urgency-incontinentie gaat het ongewenst urineverlies samen met een plotselinge aandrang om te plassen. Gemengde incontinentie heeft kenmerken van beide. Bij overloopincontinentie (overloopblaas) is er sprake van onwillekeurig urineverlies door overvulling van de blaas.
Els Visser

51. Bemoeilijkte mictie bij mannen

Samenvatting
Onder bemoeilijkte mictie (aspecifieke mictieklachten) verstaat men een verandering van de mictie die leidt tot klachten, zoals moeilijk op gang komen, een zwakke straal, moeilijk te bedwingen aandrang (overactieve blaas), nadruppelen, minder goed uitplassen en toegenomen mictiefrequentie overdag en ’s nachts.
Jeannaïs Marchena

52. Urineweginfecties (acuut en recidiverend)

Samenvatting
Een urineweginfectie wordt gekenmerkt door infiltratie van bacteriën in de urinewegen, leidend tot specifieke symptomen bij de patiënt, zoals dysurie, mictiedrang, toegenomen mictiefrequentie of recent ontstane/verergerde urine-incontinentie.
Charlotte Gijsbers

Armen

Voorwerk

53. Noduli van Heberden (osteoartrose van de hand)

Samenvatting
Noduli van Heberden zijn benige verdikkingen (noduli) bij de DIP-gewrichten van de hand, meestal als uiting van een onderliggende artrose van het DIP-gewricht in het kader van een handartrose.
Josta van Stappen

54. Artrose van het CMC-I-gewricht

Samenvatting
Bij CMC-I-artrose, ook wel huisvrouwenduim, is er sprake van klachten van de duimbasis als gevolg van degeneratieve veranderingen aan het carpometacarpale (CMC-)gewricht. Artrose van het CMC-I-gewricht (ook wel trapeziometacarpaal gewricht) is na artrose aan het DIP-gewricht van de wijsvinger de meest voorkomende artrose onder de handgewrichten. Er ontstaat pijn, progressieve standsafwijking, krachtsvermindering en bewegingsbeperking, waardoor eenvoudige taken, zoals het draaien van sleutels en deurknoppen en het openen van potten, moeizamer worden.
Tom Alkemade, Rianne Remmerswaal

Benen

Voorwerk

55. Hypostatisch eczeem

Samenvatting
Hypostatisch eczeem wordt ook wel variceus eczeem of eczema cruris genoemd. Deze vorm van eczeem is secundair aan chronische veneuze insufficiëntie (CVI). Het wordt gekenmerkt door een erytheem met schilfering en in veel gevallen lichenificatie aan de onderbenen. Hiernaast zijn er vaak andere tekenen van CVI, zoals varices, oedeem en hyperpigmentatie.
Carolien Jonker

56. Hyperkeratose van de voet: eelt, eeltknobbels en eeltkloven

Samenvatting
Hyperkeratose van de voeten, eeltknobbels of callus, is een verhoorning van de huid, vaak veroorzaakt door druk- of wrijfkrachten. Callus is wit-geel, voelt hard aan en vertoont soms kloven. Meestal ontstaat callus op de bal van de voet of op de hiel, plaatsen waar de huid op benige uitsteeksels drukt. Ook bij standsafwijkingen van de tenen kan op de drukpunten een dikke eeltlaag ontstaan. In tegenstelling tot eksterogen (clavi, likdoorns) heeft eelt geen kern of ‘pit’.
Martine van de Weert, Jacqueline Dekker

57. Hallux valgus

Samenvatting
Hallux valgus is een veelvoorkomende aandoening die lastig en pijnlijk kan zijn, en vaak ook als ontsierend wordt ervaren. Er is een standsafwijkingvan de grote teen, die een valgusstand naar lateraal inneemt (abductie), waarbij bovendien rotatie optreedt en de nagel naar de middenlijn draait (pronatie). Dit gaat gepaard met een varusstand van het eerste os metatarsale, waarbij het kopje naar mediaal uitsteekt. Door de grote teen wordt druk uitgeoefend op de tweede en soms ook andere tenen. Dit kan leiden tot een flexiecontractuur van de tweede teen. De term ‘bunion’ duidt op de zwelling, veroorzaakt door het prominerende kopje van het eerste os metatarsale. Deze zwelling kan toenemen door lokale ontsteking van het kopje en de tegenoverliggende bursa en door eeltvorming. Radiologische criteria wisselen, maar over het algemeen wordt een abductiehoek van meer dan 14,5° als abnormaal beschouwd.
Ella Barg

58. Hamerteen

Samenvatting
De hamerteen is een standsafwijking van een van de kleine tenen. Karakteristiek voor de hamerteen is de soepele dan wel rigide flexiestand van het proximale interfalangeale (PIP-)gewricht in combinatie met een hyperextensiestand van het distale interfalangeale (DIP-)gewricht. Daarbij kan het metatarsofalangeale (MTP-)gewricht zowel in neutrale als in extensiestand staan.
Anne van der Hoeven

59. Ingegroeide teennagel

Samenvatting
Bij een ingegroeide teennagel is er sprake van ingroei van de distale rand van de nagel (meestal de laterale) in het omliggende nagelbed. De teen is pijnlijk rood en gezwollen. Naarmate de afwijking langer bestaat, kan er door chronische ontsteking of prikkeling granulatieweefsel (‘wild vlees’) ontstaan. Dit kan leiden tot een pussende wond.
Just Eekhof, Bart van Wijk

60. Clavus/eksteroog

Samenvatting
Een clavus (eksteroog/likdoorn) is een veelvoorkomende goedaardige, maar vaak pijnlijke scherp begrensde hyperkeratotische papel met een verhoornde kern. De aandoening komt vaker voor op oudere leeftijd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een harde clavus (meest voorkomend) en een zachte clavus. De harde clavusbestaat uit een droge harde verhoornde kern en wordt vooral gezien op het dorsum van de tenen of de bal van de voet. De zachte clavus kenmerkt zich door maceratie en wordt vaak gezien tussen de tenen en dan voornamelijk in de interdigitale ruimte van dig. IV–V.
Ruud Kievit

Nawerk

Meer informatie