Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt een uitgebreid overzicht van typische, kleine en vaak onschuldige kwalen bij kinderen. Het verduidelijkt daarnaast de overwegingen voor het handelen in de huisartsenpraktijk. Het richt zich in de eerste plaats op huisartsen en huisartsen in opleiding, consultatiebureauartsen, jeugdartsen en kinderartsen. Maar het kan ook waardevol zijn voor andere professionals die met kinderen werken, voor geïnteresseerde leken, én voor ouders.

Kleine Kwalen bij kinderen maakt deel uit van de serie Kleine kwalen. In het boek worden 165 aandoeningen behandeld aan de hand van een vaste en overzichtelijke structuur. Eerst worden de etiologie en waarmee de patient komt beschreven, dan de diagnostiek en het beleid. Het boek beschrijft aandoeningen als krentenbaard, platvoeten en waterpokken. Daarmee onderscheidt het zich van andere boeken over kindergeneeskunde, waarin vooral aandacht is voor ernstige aandoeningen. De vele foto’s helpen de tekst te verduidelijken: ze tonen duidelijk de kenmerken van de verschillende aandoeningen.

Deze herziening van het boek uit 2016 kent nieuwe hoofdstukken, verduidelijkt de differentiaal diagnose en voegt de meest recente evidence-based inzichten uit de literatuur aan alle hoofdstukken toe.

De inhoud van dit boek sluit aan bij de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).

De redactie van dit boek was in handen van Just Eekhof, Sjoerd Bruggink, Marissa Scherptong – Engbers, Annemarije Kruis en Tobias Bonten. Zij zijn praktiserend huisarts en hebben expertise als onderzoeker en docent huisartsgeneeskunde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

1. Kinderziekten met vlekjes

Samenvatting
In dit boek worden meerdere kinderziekten met vlekjes besproken. Hoewel deze aandoeningen in het verleden een belangrijk deel uitmaakten van ziekten in de huisartsenpraktijk, wordt de huisarts hiervoor tegenwoordig minder vaak geconsulteerd. Vaccinaties tegen enkele van deze infectieziekten (mazelen, rodehond) zijn immers opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.
Just Eekhof

2. Mazelen/morbilli

Samenvatting
Mazelen (morbilli) is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door het mazelenvirus. De ziekte wordt gekenmerkt door koorts, conjunctivitis, rinitis en hoesten, gevolgd door een grofvlekkig, confluerend maculopapuleus exantheem dat op het hoofd begint. Koplik-vlekken (kleine, witte vlekjes op het mondslijmvlies) zijn pathognomonisch voor deze ziekte.
Cora Kuizenga

3. Roodvonk/scarlatina

Samenvatting
Roodvonk (Latijn: scarlatina; Engels: scarlet fever) is een infectieziekte, veroorzaakt door bètahemolytische streptokokken. Kenmerken zijn keelontsteking, koorts en gegeneraliseerd exantheem.
Sjoerd Zwart

4. Rodehond/rubella

Samenvatting
Rubella is een acute, over het algemeen goedaardige infectieziekte die wordt veroorzaakt door het rubellavirus. De aandoening komt meestal voor bij niet-immune kinderen en jonge volwassenen. Besmetting vindt plaats via de tractus respiratorius als druppeltjesinfectie. Het virus verspreidt zich via het lymfatische systeem en daaropvolgend de bloedsomloop naar veel inwendige organen (inclusief de placenta).
Henk van Weert

5. Vijfde ziekte/erythema infectiosum

Samenvatting
De vijfde ziekte (erythema infectiosum, dermatitis infectiosa, slapped cheeks disease) is een virale infectie die vaak gepaard gaat met een exantheem dat op de wangen begint en daarna ook verschijnt op de strekzijde van armen en benen en op de billen. De aandoening gaat gepaard met lichte tot matige algemene verschijnselen en komt vooral voor tussen het 4e en 10e levensjaar.
Sjoerd Bruggink

6. Zesde ziekte/exanthema subitum

Samenvatting
De zesde ziekte (exanthema subitum, roseola infantum) is een exanthemateuze kinderziekte, veroorzaakt door het humaan herpesvirus type 6 (HHV-6). De aandoening komt vooral voor bij kinderen jonger dan 2 jaar en heeft een kenmerkend beloop, met een paar dagen (hoge) koorts zonder andere verschijnselen. Na het normaliseren van de temperatuur treedt een exantheem op.
Wil van den Bosch

7. Waterpokken/varicella

Samenvatting
Waterpokken of varicella (Engels: chickenpox; Duits: Windpocken) is een zeer besmettelijke, virale kinderziekte, waarbij op romp, ledematen en hoofd rode vlekjes ontstaan die na papelvorming overgaan in blaasjes met helder vocht (‘water’).
Wim Opstelten

8. Hand-, voet- en mondziekte

Samenvatting
Hand-, voet- en mondziekte is een besmettelijke virale aandoening, die vooral voorkomt bij kinderen van 1–5 jaar. Ook bij volwassenen kan de ziekte optreden. Kenmerkend zijn blaasjes en zweertjes in de mond en blaasjes op de handen en voeten.
Annelies de Vries

9. Bof/parotitis epidemica

Samenvatting
Bof (parotitis epidemica) is een virale infectieziekte, waarbij sprake is van een eenzijdige of – meestal later optredende – tweezijdige pijnlijke zwelling van de oorspeekselklier (glandula parotidea).
Annelies de Vries

10. Gianotti-Crosti-syndroom

Samenvatting
Het Gianotti-Crosti-syndroom (GCS is een viraal papulovesiculair exantheem dat met name voorkomt bij kinderen van 1–6 jaar. Een andere benaming is papulaire acrodermatitis. De huiduitslag is vaak symmetrisch en heeft als voorkeurslocaties het gelaat, de billen en de extremiteiten. De laesies genezen restloos binnen 10–60 dagen.
Aline IJsselstijn-Heslinga

11. Bijwerkingen van vaccinaties

Samenvatting
Een bijwerking is een ongewenst effect van een geneesmiddel of een vaccin. Het gewenste effect van een vaccinatie is bescherming tegen infectieziekten. Alle andere effecten zijn dus bijwerkingen. Postvaccinale verschijnselen of AEFI (adverse event following immunisation) betreft een gebeurtenis na vaccinatie waarvan de relatie met de vaccinatie nog niet bepaald is.
Dionne Gootjes

12. Koorts en koortsstuipen

Samenvatting
Koorts is verhoging van de lichaamstemperatuur boven de 38 °C, vastgesteld door een rectale meting. Andere metingen, zoals met een oorthermometer, vertonen een grote spreiding en zijn minder betrouwbaar. Vaak is het echter niet zo belangrijk om de exacte temperatuur te weten.
Eefje de Bont

13. Fysiologische icterus

Samenvatting
Met een icterus neonatorum wordt de zichtbare gele verkleuring van de huid en conjunctivae bij de pasgeborene bedoeld. De icterus begint omstreeks de tweede of derde levensdag, is op de zevende levensdag weer verdwenen en overschrijdt een bepaalde gewichtsafhankelijke bilirubineconcentratie niet. Icterus neonatorum komt vaak voor en is onschuldig.
Mariëlle Houterman

14. Voorkeurshouding hoofd

Samenvatting
Men spreekt van ‘deformatieve plagiocefalie’ wanneer het hoofd van de baby is vervormd als gevolg van prenatale of postnatale krachten op de groeiende schedel. In ernstige gevallen kan functionele plagiocefalie gepaard gaan met asymmetrieën van voorhoofd, gelaat, ogen, oren, hals, wervelkolom, bekken, heupen en ledematen.
Floor Stadhouders

15. Huilbaby’s

Samenvatting
Een huilbaby is per definitie een gezonde en goed ontwikkelende zuigeling die excessief huilt. Na het uitsluiten van somatisch onderliggend lijden is het niet nodig om het huilen te kwantificeren. In het verleden werd ‘de regel van drie’ toegepast om excessief huilen te onderscheiden van ‘normaal’ huilen: huilen gedurende ten minste drie uren per dag, op ten minste drie dagen per week, gedurende minimaal drie weken.
Thom Bongaerts

16. Koemelkallergie

Samenvatting
Koemelkallergie is een abnormale immunologische reactie op de eiwitfractie in koemelk. De aandoening behoort tot de atopische syndromen (constitutioneel eczeem, astma, allergische rinitis, allergische conjunctivitis) en is er vaak de eerste manifestatie van. Koemelkallergie komt vooral voor tijdens het 1e levensjaar.
Leonie Geenen, Peter Lucassen, Helen Silvius-van Wayenburg

17. Eenkennigheid

Samenvatting
Eenkennigheid is een fase in de normale ontwikkeling van een kind. Deze fase wordt gekenmerkt door het onderscheiden van een ouder van een vreemde, waarbij het kind angstig is voor toenadering van een vreemde en voor scheiding van de ouder.
Renske Gratama-Nierstrasz

18. Breath-holding spells

Samenvatting
Breath-holding spells zijn aanvallen waarbij na hevige emotie de adem tijdens expiratie onwillekeurig ingehouden wordt totdat kinderen blauw of bleek worden en soms het bewustzijn verliezen. Deze aanvallen duren van enkele seconden tot een minuut.
Margot Visser

19. Driftbuien

Samenvatting
Driftbuien, ook wel ‛tantrum’ genoemd, zijn korte episodes van extreme, ongecontroleerde en soms agressieve gedragingen in reactie op frustratie of woede. Bij peuters zijn driftbuien een typisch onderdeel van leeftijdgerelateerd gedrag. Na de peutertijd (7–18 jaar) vallen de terugkerende prikkelbaarheid met woedeaanvallen onder de stemmingsstoornissen van de DSM-5.
Jaji Gosschalk

20. Hoofdpijn

Samenvatting
Hoofdpijn is pijn gelokaliseerd in en om het hoofd. Hersenweefsel zelf is gevoelloos – er zijn namelijk geen nociceptoren –, maar de intra- (bloedvaten en hersenvliezen) en extracraniële (sinussen, oogkassen, tanden, oren, gewrichtjes, bloedvaten, spieren) structuren zijn wel pijngevoelig. Hoofdpijn kan een significante impact hebben op school (aanwezigheid en de leerkwaliteit) en vrije tijd. De fenotypen kunnen verschillen tussen volwassenen en kinderen, onder andere doordat de kindertijd en adolescentie een actieve periode van hersenontwikkeling en myelinisatie is.
Madeleine Bos

21. Hoofdtrauma

Samenvatting
Onder een hoofdtrauma wordt verstaan elke vorm van trauma of letsel van het hoofd, zowel direct als indirect, bijvoorbeeld door met grote kracht stoten van het hoofd, val op het hoofd, acceleratie-deceleratietrauma of hard voorwerp tegen het hoofd krijgen tijdens sporten. De terminologie die in het verleden werd gebruikt met termen als ‘hersenschudding’, ‘commotio’ en ‘contusio’ is verlaten omdat een eenduidige definitie ontbrak. Ernstige complicaties die door een hoofdtrauma kunnen ontstaan, zijn epiduraal en subduraal hematoom.
Elleke Brink-Schots

22. Slapeloosheid

Samenvatting
Slaapstoornissen zijn verstoringen van het slaappatroon waarbij ook overdag klachten optreden. Deze kunnen door het kind geuit worden, maar ook verzorgers kunnen er problemen van ondervinden. Er kunnen problemen zijn van gedragsmatige aard, met name in- en doorslaapproblemen.
Arie Knuistingh Neven, Annemarije Kruis

23. Slaapwandelen/somnambulisme

Samenvatting
Slaapwandelen (somnambulisme) is een complexe motorische activiteit tijdens de slaap, waarvan de patiënt zich niet bewust is. Men onderscheidt een abortieve vorm, waarbij het kind rechtop in bed zit en trappelende bewegingen uitvoert, en een manifeste vorm, waarbij het kind rondwandelt. Slaapwandelen treedt vooral op bij kinderen van 8–12 jaar. Een episode duurt meestal niet langer dan 10 minuten.
Arie Knuistingh Neven

24. Nachtangst en nachtmerries

Samenvatting
Nachtangst en nachtmerries zijn nachtelijke verstoringen van de slaap. Nachtangst is een onvolledige wekreactie, een ‘bijna wakker worden’. Bij nachtelijke angstepisodes (sleep terror, night terror) maakt het kind voor anderen een verwarde indruk
Moniek Collée

25. Hoofdbonken/jactatio capitis

Samenvatting
Hoofdbonken (jactatio capitis) behoort tot de ritmische bewegingsstoornissen, een groep waartoe ook head rolling, body rocking en body rolling behoren. Hoofdbonken is de meest onderkende variant in deze groep. Ritmische bewegingsstoornissen bestaan uit stereotiepe, herhaalde bewegingen van de grote spieren, meestal van het hoofd en de nek.
Lisanne Groeneveld

26. Tics

Samenvatting
Tics zijn plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische motorische bewegingen of vocale uitingen. Zij behoren tot de groep der hyperkinesieën. Motorische tics komen het meest voor.
Henk Thiadens

27. Stotteren

Samenvatting
Stotteren is een afwijking in het ritme van de spraak. De stotteraar weet wat hij wil zeggen; het lukt echter niet vanwege onwillekeurige, stille en hoorbare herhaling en verlenging van spraakklanken. De Vereniging Stottercentra Nederland hanteert als definitie: stotteren is een neuromusculair timingprobleem ten gevolge van een al dan niet erfelijke aanleg.
Henk Thiadens

28. Reisziekte/bewegingsziekte

Samenvatting
Er zijn tal van synoniemen voor bewegingsziekte: kinetose, reisziekte, wagenziekte, luchtziekte, ruimteziekte, simulatorziekte, zeeziekte en cybersickness oftewel bewegingsziekte die het gevolg is van het spelen van computerspelletjes.
Simone van den Bulk

29. Lastig etende peuters

Samenvatting
Op de leeftijd van 1–4 jaar, de peuterleeftijd, bestaan er verschillende eetproblemen, meestal van voorbijgaande aard. We spreken van ‘miezemuizen’, picky eating of ‘lastige eters’. Er is nog geen uniforme definitie, maar meestal betreft het een sterk variabele voedselinname en selectiviteit bij eten.
Claire Schuivens-Brenninkmeijer

30. Te dik/overgewicht

Samenvatting
Bij kinderen is er een tabel per leeftijdsgroep die aangeeft of het gewicht naar lengte (Body Mass Index (BMI bij het kind gezond is of dat er sprake is van overgewicht of obesitas. Overgewicht en obesitas vormen een ernstige bedreiging voor de gezondheid van kinderen en is daarmee een ‘kleine kwaal met grote gevolgen’.
Jaap van Binsbergen, Caroline van Wayenburg, Françoise Langens

31. Te kort

Samenvatting
‘Te kort’ wordt gewoonlijk gedefinieerd als meer dan een bepaald aantal standaarddeviaties (SD) onder het gemiddelde van leeftijdgenoten van dezelfde etnische groep. Voor deze standaarddeviatiescore (SDS) wordt meestal de grens van -2 SDS gehanteerd (P2,3). De kans op pathologie wordt behalve door de mate van kleine lengte ook bepaald door de afstand tot de target height (TH; de mathematische benadering van de geschatte eindlengte van een jongen of een meisje op basis van zijn/haar genetisch potentieel) en lengteafbuiging (het verschil in lengte-SDS tussen twee metingen).
Floor Grote, Just Eekhof

32. Te lang

Samenvatting
Wanneer gesproken wordt van te lang zijn, is dit vooral een subjectieve ervaring. De ‘normale’ lengte van een kind wordt meestal gedefinieerd als lengte of lengte binnen 2 standaarddeviaties (SD) van het populatiegemiddelde (Z-score tussen −2 en +2). Met deze standaarddeviatiescore (SDS) wordt voor een kind dat te lang is, meestal de grens van meer dan 2 SDS aangehouden.
Tjeerd de Jongh, Just Eekhof

33. Groeipijn

Samenvatting
Bij groeipijnen heeft het kind klachten over diepe pijn in beide benen, vooral aan het einde van de dag en ’s nachts. Groeipijnen zijn niet-articulair en vaak slecht te lokaliseren. De pijn is intermitterend, met pijnvrije perioden. Er zijn geen aantoonbare afwijkingen en het kind heeft geen fysieke beperkingen.
Aad Voorhoeve, Marissa Scherptong-Engbers

34. Billenschuiven

Samenvatting
Billenschuiven is het zich zittend op de billen voortbewegen gedurende de periode dat een kind wordt verwacht te kruipen. Dit kan zowel symmetrisch als asymmetrisch gebeuren. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen symptomatisch billenschuiven en idiopathisch billenschuiven.
Iris von Asmuth-Höppener

35. Stoornissen in de motorische coördinatieontwikkeling/‘onhandige kinderen’

Samenvatting
Men spreekt van een ontwikkelingsachterstand in de motorische coördinatie indien het kind een aantal motorische vaardigheden (nog) niet beheerst, maar die het conform de leeftijd geacht wordt wel te moeten kunnen. De kinderen worden vaak bestempeld als ‘onhandige kinderen’.
Jona Mijalkovic

36. Pubertas praecox

Samenvatting
De puberteit is de periode van somatische seksuele ontwikkeling en rijping. Het eindresultaat is een vruchtbaar individu met volledig ontwikkelde secundaire geslachtskenmerken. Vroegtijdige puberteit, of pubertas praecox, is gedefinieerd als een start van de puberteit die 2 standaarddeviaties onder de gemiddelde leeftijd voor een bepaalde etnische en geografische populatie ligt.
Raissa Derckx

Huid, haar, nagels

Voorwerk

37. Dermoïdcyste

Samenvatting
Een dermoïdcyste is een subcutane cyste van ectodermale oorsprong, die ontstaat door inclusie van de huidlijst tijdens de embryonale ontwikkeling. Het is een benigne afwijking. De cyste kan multipele ectodermale structuren (hoorn, talg- en zweetklieren, haarfollikels, soms zelfs tanden en nagels) bevatten en in enkele gevallen zelfs mesodermale en endodermale elementen.
Nafisa Raheel-Maqbool

38. Babyacne

Samenvatting
Babyacne wordt onderscheiden in acne neonatorum en erythema toxicum neonatorum.
Tobias Bonten, Sylvia van den Berg

39. Miliaria

Samenvatting
Miliaria is een veelvoorkomende huidaandoening als gevolg van (gedeeltelijke) afsluiting van eccriene zweetklieren, die met name bij baby’s wordt gezien. Kenmerkend zijn de met helder vocht gevulde blaasjes of rode papeltjes. De meest voorkomende plekken zijn het hoofd, gelaat, nek en de romp. Miliaria wordt beschouwd als een zelflimiterende ziekte.
Annemarije Kruis

40. Eczeem bij baby’s

Samenvatting
Constitutioneel eczeem is een huidaandoening gekenmerkt door een droge huid met verschijnselen als roodheid, zwelling, schilfers, papels, blaasjes, korstjes of lichenificatie. Jeuk is het hoofdkenmerk. Kinderen jonger dan 2 jaar krijgen het eczeem vooral in het gelaat (behalve rond de neus en mond) en op het behaarde hoofd.
Manon van Rijn-van Vliet

41. Pityriasis alba

Samenvatting
Pityriasis alba kenmerkt zich door onscherp begrensde hypopigmentaties. Deze zijn meestal gelokaliseerd op het gelaat, maar kunnen ook voorkomen op de romp.
Annemarije Kruis

42. Luieruitslag

Samenvatting
Luieruitslag, luierdermatitis of luiereczeem is een vorm van irritatief contacteczeem in het luiergebied.
Minke van Aalst

43. Liplikeczeem

Samenvatting
Liplikeczeem (Engels: liplicking dermatitis) is een contact eczeem dat ontstaat door het frequent likken van de lippen en de omliggende huid. Door het herhaaldelijk contact met speeksel wordt de huid beschadigd en raakt vervolgens ontstoken.
Jorien van der Burg, Robert van Leeuwen

44. Berg/seborroïsch eczeem van de hoofdhuid

Samenvatting
Seborroïsch eczeem, ook wel seborroïsche dermatitis genoemd, is een chronische, recidiverende huidaandoening, gekenmerkt door erytheem met vettige, gelige schilfering of korsten op plaatsen waar zich actieve talgklieren bevinden. Naast de hoofdhuid zijn de voorkeursplaatsen bij kinderen: de nasolabiale plooien, andere lichaamsplooien, de wenkbrauwen, de wimpers, de gehoorschelpen en -gangen, retroauriculair, presternaal en interscapulair.
Lars Bosman

45. Haaruitval/alopecia

Samenvatting
Bij haaruitval in plekken is er meestal sprake van verlies van uitval van hoofdhaar in een circumscripte plek, soms echter in de wenkbrauwen. Er kan sprake zijn van alopecia areata, een dermatomycose (tinea capitis), een kale plek door zelf plukken en trekken aan de haren (trichotillomanie) of tractie (tractie-alopecia). Daarnaast kan er sprake zijn van alopecia cicatricialis door littekenvorming.
Tobias Bonten, Huug van Duijn

46. Ringworm/tinea corporis

Samenvatting
Ringworm (tinea corporis) is een door schimmels veroorzaakte oppervlakkige infectie van de gladde onbehaarde huid, meestal in een kenmerkende ringvorm. ‘Worm’ (tinea) refereert aan een vroegere opvatting dat de aandoening werd veroorzaakt door invasieve wormen. Kenmerkend voor ringworm is de zich centrifugaal uitbreidende, scherp begrensde roodheid met schilfering en randactiviteit (korstjes, verhevenheid, soms vesikeltjes en pusteltjes) en een centrale genezingstendens.
Marissa Scherptong-Engbers

47. Zwemmerseczeem/tinea pedis

Samenvatting
Zwemmerseczeem (tinea pedis, athlete’s foot) is een veelvoorkomende schimmelinfectie die zich vooral manifesteert in de nauwe ruimten tussen de derde en vierde en tussen de vierde en vijfde teen. Ook andere interdigitale ruimten kunnen echter zijn aangedaan.
Arie Knuistingh Neven, Annemarije Kruis

48. Netelroos/urticaria

Samenvatting
Netelroos, ook wel galbulten of urticaria, is een huiduitslag die ontstaat door degranulatie van mestcellen. Het wordt gekenmerkt door scherp omschreven, snel opkomende maar meestal eveneens snel verdwijnende, zich schijnbaar over het lichaam verplaatsende, heftig jeukende zwellingen (kwaddels) van de huid.
Tobias Bonten

49. Urticaria papulosa (strophulus)

Samenvatting
Urticaria papulosa of prurigo infantum zijn een vooral bij jonge kinderen van 2–10 jaar voorkomende papuleuze overgevoeligheidsuitslag, bestaande uit lichtrode, sterk jeukende papels, veroorzaakt door contact met insecten. De oude benaming is ‘strophulus’.
Noortje van den Hout

50. Insectenbeet/insectensteek

Samenvatting
Doorgaans gaat het om een beet of steek door een lid van de stam der Arthropoda (geleedpotigen). In Nederland is een aantal insectensoorten van belang. Dit zijn op de eerste plaats de Hymenoptera (vliesvleugeligen), waartoe onder andere de familie der Vespidae (wespen en horzels) en die der Apidae (bijen en hommels) behoren. Deze families gebruiken als wapen een angel, waarmee zij door de huid heen steken.
Marissa Scherptong-Engbers

51. Tekenbeet

Samenvatting
Teken (Ixodes ricinus, de gewone, schapen- of hondenteek) zijn kleine, parasitair levende spinachtigen. Een tekenbeet is een wond die ontstaat doordat een teek met zijn zuigsnuit de huid van een gastheer doorboort, en zich met weerhaakjes en een hechtstof verankert om zich te voeden met diens bloed. Bij de beet komt speeksel van de teek in contact met de huid van de gastheer. In dit speeksel zit een verdovende stof en een stof die bloedstolling tegengaat.
Walter Schrader

52. Luis/pediculosis

Samenvatting
Besmetting met hoofdluis, kleerluis en schaamluis wordt gekenmerkt door jeuk met papels en krabeffecten, aanwezigheid van neten (luizeneieren) aan de haarschachten en eventueel zichtbare aanwezigheid van de luizen tussen de haren, op de huid of in de kleren van de patiënt. Het zijn de luizen zelf – en niet de neten – die de klachten veroorzaken.
Sjoerd Bruggink

53. Schaafwonden

Samenvatting
Schaafwonden (excoriaties, ontvellingen) zijn oppervlakkige verwondingen waarbij meestal alleen de epidermis en kleine delen van de dermis beschadigd zijn.
Peter Verstappen

54. Snijwonden hechten of plakken

Samenvatting
Een wond is een onderbreking van de normale samenhang van weefsels. Een snijwond is een wond die veroorzaakt is door een scherp voorwerp, waarbij de huid vaak uiteen wijkt door de spanning.
Ilona Tiemens-van Putten

55. Honden- en kattenbeet

Samenvatting
Door een beet van hond of kat komen micro-organismen van het dierlijke gebit in de wond. Honden veroorzaken door de wijze van bijten en de anatomie van het gebit vooral scheurwonden en ‘crushletsel’; katten veroorzaken diep penetrerende wondjes.
Marissa Scherptong-Engbers

56. Oppervlakkige brandwonden

Samenvatting
Oppervlakkige brandwonden, of partial thickness burns, zijn eerstegraads of ondiepe tweedegraads verbrandingen van de huid. Bij een eerstegraads verbranding is alleen de epidermis aangetast en treedt erytheem op. Ondiepe tweedegraads verbrandingen, met slechts weinig dermisverlies, worden gekenmerkt door blaarvorming en een egaal rozerood aspect van de huid.
Marissa Scherptong-Engbers

57. Blauwe plekken

Samenvatting
Een blauwe plek (hematoom, ecchymose, contusie) is een bloeding in de huid of het slijmvlies. Het is een niet-verheven, scherp afgrensbare, ronde of irregulaire, gekleurde plek. De plek kan blauw, rood, paarsachtig of geel van kleur zijn. Een blauwe plek kan pijnloos of drukpijnlijk zijn.
Tjitske van den Bruele

58. Wratten/verrucae vulgares

Samenvatting
Wratten zijn kleine goedaardige tumoren van de huid, huidkleurig tot geelgrijs met een bloemkoolachtig aspect. De grootte varieert van enkele millimeters tot conglomeraten van enkele centimeters.
Sjoerd Bruggink, Just Eekhof

59. Waterwrat/molluscum contagiosum

Samenvatting
Molluscum contagiosum, ook wel ‘kinderwrat’ of ‘waterwrat’ genoemd, is een huidaandoening. De waterwrat wordt gekenmerkt door wasachtige papels met een centrale indeuking (delle), meestal niet groter dan 2–5 mm, die neigt tot spontane genezing zonder littekenvorming.
Ron Glotzbach

60. Gordelroos/herpes zoster

Samenvatting
Gordelroos (herpes zoster) is de secundaire manifestatie van een eerdere infectie met het varicellazostervirus in een of meer dermatomen. Karakteristiek is de eenzijdige, dermatoomgebonden huiduitslag, gekenmerkt door gegroepeerde blaasjes en erytheem. Bij oudere patiënten staat vaak pijn op de voorgrond, maar bij kinderen is dit zelden het geval.
Wim Opstelten

61. Krentenbaard/impetigo

Samenvatting
Impetigo is een besmettelijke huidinfectie door stafylokokken of streptokokken. De aandoening wordt gekarakteriseerd door een of meer laesies van geelbruine korsten op een erythemateuze, vaak vochtige ondergrond. De klassieke voorkeurslokalisatie is het gelaat (krentenbaard), maar ook armen, romp en benen zijn vaak aangedaan.
Just Eekhof, Sander Koning

62. Steenpuist/furunkel

Samenvatting
Een furunkel of steenpuist is een diepe haarzakontsteking met centrale necrose, veroorzaakt door stafylokokken. Een karbunkel is een conglomeraat van furunkels met necrotisering en abcesvorming.
Tjeerd de Jongh

63. Paronychia

Samenvatting
Paronychia of omloop is een ontstekingsreactie van de nagelriem die zich kan uitbreiden tot een klein infiltraat of abces. Er kan sprake zijn van een acute of chronische (langer dan 6 weken) vorm. De acute vorm wordt vaak veroorzaakt door een bacterie, terwijl er bij chronische paronychia eerder sprake is van een dermatitis van de hand.
Babette de Nijs

64. Ingegroeide teennagel

Samenvatting
Bij een ingegroeide teennagel is er sprake van ingroei van de distale rand van de nagel (meestal de laterale) in het omliggende nagelbed. De teen is pijnlijk rood en gezwollen. Naarmate de afwijking langer bestaat, kan er door chronische ontsteking of prikkeling granulatieweefsel (‘wild vlees’) ontstaan. Dit kan leiden tot een pussende wond.
Just Eekhof, Bart van Wijk

65. Nagelluxatie

Samenvatting
Een traumatische nagelluxatie (nail plate avulsion) is een afwijkende nagelstand ten gevolge van een uitwendig trauma. Ten gevolge van het trauma kan een luxatiestand van de nagel naar volair (vinger) of plantair (teen) optreden, waarbij de nagel een hoek vormt met het nagelbed. De nagel kan ook onder het eponychium (nagelriem) vandaan luxeren. Een nagelluxatie kan onderdeel zijn van een topletsel, maar kan ook op zichzelf aanwezig zijn.
Rob van der Spruit, Annemarije Kruis

66. Naevi

Samenvatting
Naevus is het Latijnse woord voor ‘moedervlek’. Meestal wordt met naevus een gewone moedervlek bedoeld, de naevus naevocellularis, ofwel een melanocytaire afwijking. Per definitie zijn naevi goedaardig; veel kinderen en adolescenten hebben naevi naevocellularis. Er zijn meerdere soorten; dit hoofdstuk behandelt de congenitale naevus, de atypische naevus, de Spitz-naevus, de mongolenvlek en de café-au-laitvlek.
Meindina Haarman, Mark van der Voort

67. Wijnvlek/naevus flammeus

Samenvatting
Een naevus flammeus, ook wel wijnvlek (port-wine stain) of capillaire malformatie genoemd, is een goedaardige vaatafwijking in de huid. Ze worden gekenmerkt door te sterk uitgezette haarvaten (capillairen), wat zorgt voor een rozerode tot paarse verkleuring van de huid. Wijnvlekken zijn vanaf de geboorte aanwezig en verdwijnen nooit spontaan.
Elja Verkijk-Kamp

68. Ooievaarsbeet/hemangioma cutis neonatorum

Samenvatting
Een hemangioma cutis neonatorum (naevus van Unna, ooievaarsbeet, naevus simplex) is een vlak, capillair hemangioom dat gezien wordt in het gelaat, voornamelijk op de neusrug en oogleden, én in de nek van de pasgeborene. Soms bevindt een ooievaarsbeet zich op het sacrum.
Noor Roeleveld-Kuijper

69. Infantiel hemangioom

Samenvatting
Infantiele hemangiomen (IH) zijn de meest voorkomende vaattumoren bij kinderen. Ze worden gekarakteriseerd door abnormale proliferatie van endotheelcellen en afwijkende vasculaire architectuur. Ze ontstaan in de eerste weken na de geboorte (maar niet later dan de 12e week), en vertonen vaak een snelle groei in de eerste 4 tot 6 maanden, gevolgd door een plateaufase met daarna spontane regressie. Vaak zijn IH onschuldig, maar vanwege de locatie van het IH en complicaties is bij 5–10 % het IH niet onschuldig.
Annemarije Kruis

70. Granuloma pyogenicum

Samenvatting
Granuloma pyogenicum wordt ook wel lobulair capillair hemangioom of granuloma teleangiectaticum genoemd. Het is een verworven benigne vaattumor die in korte tijd ontstaat. De laesie wordt vooral gezien op de huid en kan ook op de mucosa van de mond voorkomen.
Mirjam Bosker-Botermans

71. Feoderma

Samenvatting
Feoderma betekent ‘donkere verkleuring van de huid’ en heeft als gangbare medische benaming terrafirmaforme dermatose (TFFD, ‘aardkorstvormige dermatose’. Het is voor het eerst beschreven in 1987 door Duncan en staat zodoende ook bekend als Duncan’s dirty dermatose.
Jasper Wijnen

72. Mastocytoom

Samenvatting
Het mastocytoom is een goedaardige huidafwijking met lokale ophoping van mestcellen. Het is een geel- of roodbruine ovale, iets verheven gepigmenteerde plaque, papel of macula tot vijf centimeter. Na mestcelactivatie treden lokale zwelling, roodheid en jeuk op. Deze activatie kan spontaan optreden of na triggers zoals hard wrijven (teken van Darier), plotselinge temperatuurverandering, inspanning en stress.
Nienke Spoor

73. Juveniele plantaire dermatose

Samenvatting
Juveniele plantaire dermatose (JPD), ook wel ‘atopic winter feet’ of ‘zweetvoetsyndroom’ genoemd, is een chronische, eczemateuze huidaandoening die wordt gekenmerkt door een symmetrisch, glanzend, schilferig huidoppervlak met pijnlijke fissuren en erytheem aan de plantaire zijde van de voetzolen en grote tenen.
Larissa Brezden

74. Acromial dimple

Samenvatting
Een acromial dimple is een deuk(je) in de huid rond het schoudergewricht, dat vanaf de geboorte aanwezig is. De dimples komen meestal aan twee kanten (bi-acromial dimple) voor en aan de posterieure zijde van de schouder. De afmetingen bedragen tussen de 3 en 10 mm in diameter en 5 tot 10 mm in diepte. De symmetrische variant wordt ook wel ‘supraspinous fossa’ genoemd.
Marjolijn Schings

Keel, neus- en oorgebied

Voorwerk

75. Prop in het oor/cerumen

Samenvatting
Cerumen of oorsmeer is het fysiologische afscheidingsproduct van tubulaire apocriene klieren, gelegen in het buitenste derde gedeelte van de uitwendige gehoorgang. Cerumen in de gehoorgang wordt een probleem als de cerumenprop de uitwendige gehoorgang zodanig afsluit dat verminderd gehoor, een gevoel van verstopping of andere klachten optreden.
Just Eekhof

76. Voorwerp in het oor/corpus alienum auri

Samenvatting
Een corpus alienum auri is een voorwerp in de uitwendige gehoorgang dat niet zonder hulpmiddelen kan worden verwijderd.
Chris Walinga

77. Slechter horen

Samenvatting
Een kind zal niet spontaan melden dat het niet goed hoort. Bij jonge kinderen is het niet goed kunnen horen vaak een onderdeel van een complex van symptomen. Twijfels over het gehoor van het kind worden vooral door de ouders, de consultatiebureauarts, jeugdarts of de leerkracht op school opgemerkt.
Miriam Blok, Raoul Helmes, Just Eekhof

78. Acute middenoorontsteking/otitis media acuta (OMA)

Samenvatting
Otitis media acuta (OMA is een infectieuze ontsteking van het middenoor met een duur korter dan 3 weken. De aanwezigheid van middenoorvloeistof is een belangrijke voorwaarde voor het stellen van de diagnose OMA. Belangrijke kenmerken zijn acuut ontstane oorpijn en/of algemene ziekte verschijnselen (waaronder koorts) of een acuut loopoor en bij otoscopie een rood, bomberend of niet-doorschijnend trommelvlies of otorroe.
Roderick Venekamp, Roger Damoiseaux

79. Middenoorontsteking/otitis media met effusie (OME)

Samenvatting
Otitis media met effusie (OME) is een conditie van het middenoor die wordt gekenmerkt door ophoping van vloeistof achter het gesloten trommelvlies zonder tekenen van een acute infectie. Een belangrijk kenmerk van OME is gehoorverlies. Dit kan een negatieve invloed hebben op functioneren (zich uitend in gedragsproblemen) en ontwikkeling (zich uitend in een taal- en spraakachterstand).
Roderick Venekamp, Roger Damoiseaux

80. Bijoortje

Samenvatting
Het bijoortje is een vleesachtig papeltje dat in de meeste gevallen een kern van kraakbeen bevat. Het bevindt zich meestal anterior van de tragus of de helix. In zeldzamere gevallen kan het zich op de wang of anterior van de musculus sternocleidomastoideus bevinden.
Thecla van Dun

81. Flaporen/afstaande oren

Samenvatting
Afstaande oren worden in de volksmond ook wel zeiloren of flaporen genoemd. In de literatuur is de definitie voor een ‘afstaand oor’ als bij jongens het bovenste deel van de oorschelp meer dan 21,5 mm of het onderste deel meer dan 20,0 mm van het mastoïd afstaat en bij meisjes bij 17,5 mm en 15,5 mm. Een andere definitie die ook wel gebruikt wordt, is dat de hoek tussen de oorschelp en het hoofd meer dan 25 graden is. Uiteindelijk is het een subjectief probleem: een flapoor is pas een probleem als de patiënt er last van heeft.
Ineke Weenink

82. Lenteoren/juvenile spring eruption

Samenvatting
Lenteoren (juvenile spring eruption) is een zelflimiterende aandoening die wordt gekenmerkt door jeukend erytheem, blaasjes en gegroepeerde papels die ontstaan op de aan zonlicht blootgestelde randen van de oorschelpen. Soms verworden de vesikels tot korsten. Lenteoren genezen binnen 2 weken met weinig tot geen littekenweefsel.
Esmé Marissen

83. Verkoudheid/coryza

Samenvatting
Een verkoudheid, coryza of rinitis is een situatie waarbij een kind korte of lange tijd heldere of purulente afvloed uit de neus heeft met eventueel neusverstopping of niezen. Daarbij kunnen ook andere verschijnselen, zoals koorts, hoesten, keelpijn en algehele malaise aanwezig zijn.
Willy Graffelman, Just Eekhof

84. Sinusitis

Samenvatting
Bij een sinusitis zijn de slijmvliezen van de sinusholtes rondom de neusholte ontstoken. De neusgangen (ostia) raken verstopt door ontsteking van het nasale slijmvlies, waardoor een verminderde klaring van het slijm (mucus) ontstaat. Sinusitis komt bij kinderen vrijwel altijd voor in het kader van een bovensteluchtweginfectie.
Jasmina Desku

85. Snurken

Samenvatting
Snurken is een inspiratoir geluid dat wordt geproduceerd door de vibratie van het zachte weefsel van de wanden van de bovenste luchtwegen gedurende de slaap. Snurken is een van de verschijnselen die gerekend worden tot de groep ‘slaapgerelateerde ademhalingsproblemen’ (sleep-disordered breathing).
Arie Knuistingh Neven, Annemarije Kruis

86. Neusbloeding/epistaxis

Samenvatting
Epistaxis is een bloeding uit de neusholte.
Froukje Boukes

87. Voorwerp in de neus/corpus alienum nasi

Samenvatting
Een voorwerp in de neus kan zich in principe in de gehele neusholte van het kind bevinden. Meestal zal het op de neusbodem onder de concha nasalis inferior gelokaliseerd zijn of anterior van de concha nasalis media.
Chris Walinga

88. Keelpijn en keelontsteking

Samenvatting
Onder keelpijn wordt verstaan: klachten over pijn in de keel die acuut, chronisch of recidiverend kunnen zijn. Veelal is er sprake van een infectie van de bovenste luchtwegen, waarbij ook de keel betrokken is. Minder vaak is alleen de keel aangedaan. Dan wordt gesproken van keelontsteking of tonsillitis; in de Amerikaanse literatuur spreekt men van faryngitis.
Tobias Bonten

89. Heesheid/dysfonie

Samenvatting
Heesheid of dysfonie is een geluid dat veel mensen beschrijven als een hese of schorre stem. Soms spreekt een kind van ‘last of moeheid van de keel’, een rare stem of het gevoel een prop in de keel te hebben. In de literatuur wordt over heesheid geschreven als een stemprobleem of afwijking van de stemkwaliteit.
Annemarije Kruis

Ogen

Voorwerk

90. Kleurenblindheid

Samenvatting
Gehele of gedeeltelijke kleurenblindheid is het niet of niet volledig waarnemen van kleuren. ‘Kleurenblindheid’ is eigenlijk geen goede benaming, omdat het meestal gaat om kleurenzwakte of een gestoord kleurenzicht. Kleurenzwakte, het minder goed kunnen onderscheiden van kleuren, komt meer voor dan echte kleurenblindheid, waarbij een van de drie kleurwaarnemingssystemen helemaal is uitgevallen.
Miriam Bal, Just Eekhof

91. Strabisme en pseudostrabisme

Samenvatting
Strabisme (scheelzien) is een aandoening waarbij er een onvermogen bestaat om beide ogen blijvend op één fixatiepunt te richten. Bij esotropie (strabismus convergens) staat het niet-fixerende oog naar binnen, bij exotropie (strabismus divergens) naar buiten, bij hypertropie (strabismus sursumvergens) naar boven en bij hypotropie (strabismus deosumvergens) naar beneden.
Nienke Burger

92. Verschil in pupilgrootte/anisocorie

Samenvatting
Onder anisocorie verstaat men een ongelijkheid in de diameter van de pupillen van het oog.
Anne Vroling

93. Conjunctivitis

Samenvatting
Een conjunctivitis is een niet-pijnlijke ontsteking van de conjunctiva (het bind- of slijmvlies) van één of beide ogen. Het klinisch beeld wordt gekenmerkt door roodheid van het oogwit, branderigheid, corpus alienum-gevoel (ten gevolge van zwelling), jeuk en milde afscheiding. Het gezichtsvermogen is onveranderd.
Minke van Aalst

94. Verstopte traanbuis/dacryostenose

Samenvatting
Traanvocht dient om het uitwendige oog te reinigen en te behoeden voor uitdroging. Het wordt afgevoerd door twee kanaaltjes: de canaliculi lacrimales. In het boven- en onderooglid kan op ongeveer 5 mm vanaf de mediale ooghoek een puntje ter grootte van een speldenprik worden waargenomen: de traanpunt of punctum lacrimale, het begin van de canaliculi. De kanaaltjes komen beide uit in de traanzak (saccus lacrimalis), die via een benige doorgang (de canalis nasolacrimalis) uitmondt in de neusholte net onder de concha inferior. Het ostium nasolacrimale kan na de geboorte door een dun vliesje (membraan van Hasner) afgesloten blijven, waardoor het traanvocht niet kan passeren. Dit leidt tot een stase van het traanvocht in de traanzak en zodra deze gevuld is, zal het traanvocht vanuit de fornix conjunctivae inferior over de wang lopen (epiphora). Secundair kan er een bacteriële ontsteking in de traanzak ontstaan, die leidt tot een purulente secretie vanuit de traanpunt. De afsluiting kan zowel uni- als bilateraal voorkomen.
Luca Marler

Mond

Voorwerk

95. Spruw bij zuigelingen/candidiasis

Samenvatting
Spruw (thrush) is een acute Candida-infectie van het mondslijmvlies die met name bij neonaten en zuigelingen voorkomt. De spruw zoals hier besproken heeft niets te maken met de darmaandoeningen tropische en niet-tropische spruw (coeliakie).
Rama Wahab

96. Ragaden aan de mondhoek/perlèche

Samenvatting
Mondhoekragaden (cheilitis angularis, perlèche, stomatitis angularis) worden gekenmerkt door maceratie en fissuurvorming bij de mondhoeken, soms met korstvorming en uitbreiding naar de aangrenzende huid.
Rosalie Remijn

97. Aften/stomatitis aphthosa

Samenvatting
Aften zijn pijnlijke, solitaire of multipele ulceraties van het mondslijmvlies. Stomatitis aphthosa is een recidiverende ontsteking van het niet-gekeratiniseerde mondslijmvlies, waarbij enkele tot vele afteuze laesies aanwezig zijn.
Hanneke Oltheten

98. Herpes stomatitis/stomatitis herpetica

Samenvatting
Stomatitis herpetica is een pijnlijke, vesiculeuze aandoening van het mondslijmvlies, die wordt veroorzaakt door het herpessimplexvirus (HSV). De infectie verloopt vaak subklinisch.
Rosalie Remijn

99. Te kort tongriempje

Samenvatting
Het te korte tongriempje (partiële ankyloglossie) wordt gekenmerkt door een bijna of helemaal tot aan de tongpunt vastzittend, kort frenulum linguae. Het frenulum linguae is de slijmvliesplooi in de mediaanlijn tussen de onderkant van de tong en de mondbodem. Het te korte tongriempje is een congenitale, orale anomalie die de tongbewegingen kan belemmeren, en bij het uitsteken van de tong een inkeping kan veroorzaken (‘hartvormige’ tong). Tot op heden is er geen richtlijn om de gradatie (anatomisch of functioneel) van ankyloglossie te bepalen.
Marissa Scherptong-Engbers

100. Fissuurtong

Samenvatting
De fissuurtong wordt gekenmerkt door groeven in de tong die variëren in de diepte. De groeven komen met name voor op de tongrug en kunnen naar lateraal uitstrekken. De fissuurtong wordt in de literatuur ook lingua fissurata, lingua plicata, ‘scrotal tongue’ en ‘grooved tongue’ genoemd.
Muthher Al-Rushdy

101. Duimzuigen/speenzuigen

Samenvatting
Duim- en speenzuigen zijn normale activiteiten van kinderen. Deze zuiggewoonten van kinderen kunnen voedingsgericht zijn en niet-voedingsgericht. Dit hoofdstuk gaat over niet-voedingsgericht zuigen en dan specifiek het zuigen op een duim, vingers of een speen.
Marissa Scherptong-Engbers

102. Kwijlen/sialorroe

Samenvatting
Kwijlen, het verliezen van speeksel uit de mond, wordt in medische terminologie ook wel sialorroe genoemd. Sialorroe wordt met name gezien bij neurologische ziektebeelden, bijvoorbeeld bij kinderen met mentale retardatie of cerebrale parese, en bij volwassenen met de ziekte van Parkinson. In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan op kwijlen in afwezigheid van neurologische ziekten.
Jackelien Geerlings

103. Doorkomende tandjes

Samenvatting
Het doorkomen van het melkgebit is een proces waarbij de melktandjes en -kiezen zich verplaatsen vanuit de kaken naar hun uiteindelijke functionele positie in de mondholte. Dit is een fysiologisch proces dat bij alle kinderen optreedt.
Yvonne de Haas, Marissa Scherptong-Engbers

104. Tand uit de mond

Samenvatting
Een gebitselement kan door verschillende oorzaken uit de mond (los)raken. Meestal gebeurt het door een val of een ander trauma. Het gebitselement kan afgebroken zijn, als geheel uit de kaak zijn verplaatst (geluxeerd), of uit de tandkas zijn losgekomen (avulsie).
Chantal Jongen

105. Cariës in het melkgebit

Samenvatting
Cariës is een aandoening van het gebit waarbij het glazuur van de tanden wordt aangetast (caries is Latijn voor ‘vermolmdheid, rotheid’). Er is sprake van een verkleuring van de tanden of kiezen van wit via bruin tot zwart. De snijtanden van de bovenkaak zijn het meest aangedaan; vervolgens de molaren van de bovenkaak van het melkgebit. Vanaf het moment waarop de tanden doorbreken, kan er cariës ontstaan.
Mielensha Merhai

106. Kaaskiezen

Samenvatting
Kaaskiezen (molaren) of kaastanden worden gekenmerkt door witte, gele of bruine verkleuring van glazuurdelen van het melkgebit of van permanente gebitselementen. De onderliggende oorzaak is een verstoorde aanleg van het glazuur van de kies of tand.
Johan de Vos, Marlies Elfrink

107. Tandenknarsen/bruxisme

Samenvatting
Tandenknarsen of tandenklemmen, oftewel bruxisme, komt op alle leeftijden voor, ook bij kinderen). Het woord bruxisme is afgeleid van brychein, het Griekse woord voor ‘tandenknarsen’. Bij tandenknarsen of -klemmen worden vooraL 'S nachts in de slaap de tanden en kiezen vaak met kracht over elkaar geschoven of tegen elkaar geklemd. Men beschouwt bruxisme als een repetitieve kauwspieractiviteit, gekarakteriseerd door klemmen of knarsen met de tanden/kiezen en/of fixeren van of duwen met de onderkaak.
Marissa Scherptong-Engbers

108. Habitueel mondademen

Samenvatting
Habitueel mondademen is een aandoening die met regelmaat voorkomt bij peuters, kleuters en schoolgaande kinderen. Het is de gewoonte om in rust een deel van de ademlucht door de mond in te ademen, terwijl de neus voldoende toegankelijk is. De gewoontevorming onderscheidt mondademen van obstructief ademhalen, waarbij een neusverstopping noodzaakt tot mondademen, en van ‘openmondgedrag’, waarbij de lippen in rust niet gesloten zijn maar wel door de neus geademd wordt. Op lange termijn kan habitueel mondademen leiden tot schadelijke effecten.
Marissa Scherptong-Engbers

109. Slissen/lispelen

Samenvatting
Slissen en lispelen (sigmatisme) zijn fonetische articulatiestoornissen, waarbij de sisklanken zoals s, z, sj, ts, tsj, zj en dzj verkeerd worden uitgesproken.
Annika van der Zanden

Romp, hals, nek

Voorwerk

110. Hoesten

Samenvatting
Hoesten is het pathofysiologische verschijnsel waarbij het kind eerst diep inademt, vervolgens de glottis sluit en thoracale en abdominale spieren aanspant, en ten slotte de glottis snel en stootsgewijs opent waarbij lucht op explosieve wijze ontsnapt.
Mees van Zijverden, Marissa Scherptong-Engbers

111. Kinkhoest

Samenvatting
Kinkhoest is een door Bordetella pertussis veroorzaakte luchtweginfectie, die vaak gekenmerkt wordt door de paroxismale fase met de aanvalsgewijze staccatohoest, gevolgd door een lange gierende inspiratie.
Daphne Peeters

112. Pseudokroep

Samenvatting
Pseudokroep (laryngitis subglottica) is een aandoening bij jonge kinderen. Er is sprake van benauwdheid, hoorbare inademing en blafhoest, in de meeste gevallen veroorzaakt door een ontsteking van het slijmvlies van het strottenhoofd. De naam van deze aandoening is vanwege gelijkenis van de symptomen ontleend aan difterie, de ‘echte’ kroep. Van alle kinderen die door de huisarts worden gezien met pseudokroep, wordt slechts een klein deel (minder dan 5 %) naar de kinderarts verwezen.
Willy Graffelman, Just Eekhof

113. Piepende ademhaling/happy wheezer

Samenvatting
Piepende ademhaling, ook wel ‘zagen’ of wheezing genoemd, is een bemoeilijkte ademhaling die gepaard gaat met een fluitend geluid, zoals bij asthma bronchiale. Het piepen wordt gehoord tijdens auscultatie van de thorax. Piepen komt vooral voor bij kinderen in de eerste vier levensjaren. Het piepen zelf geeft over het algemeen geen klachten.
Folkert van Bruggen, Harma Mol-Alma

114. Lymfeklierzwelling in de hals

Samenvatting
Men spreekt van lymfadenopathie wanneer er sprake is van een of meerdere abnormaal vergrote lymfeklieren. De meeste klieren liggen onder de huid en zijn normaal niet voelbaar; bij elke lymfeklier die voelbaar is, spreekt men van een vergroting. Er wordt echter gesproken van een abnormale vergroting (lymfadenopathie) van cervicale (of axillaire) klieren indien zij groter zijn dan 10 mm. Verder speelt ook de consistentie en het aantal klieren een rol. De aanwezigheid van cervicale klieren met een maximale doorsnede van 10 mm, vast-elastisch en glad aanvoelend en los van huid en onderlaag, wordt bij kinderen als normaal beschouwd. Een supraclaviculaire klier wordt per definitie als afwijkend beschouwd.
Desiree Baaleman

115. Verworven torticollis

Samenvatting
Torticollis (‘scheefhals’) is het klinische verschijnsel dat gekenmerkt wordt door een rotatiestand van de hals en een scheefstand van het hoofd. Torticollis is geen ziekte, maar een uiting van onderliggende pathologie. Een praktisch onderscheid is de tweedeling in de congenitale torticollis bij neonaten en de verworven torticollis, die over het algemeen voorkomt bij oudere kinderen.
Firmin Candido

116. Aangeboren torticollis

Samenvatting
Torticollis is afgeleid van de Latijnse woorden tortus, ‘gedraaid’, en collum, ‘nek’. In ons land wordt ook wel gesproken van een ‘scheefhals’, in de Engelse literatuur van congenital muscular torticollis, pseudo-tumor of infancy of wryneck. Het betreft een lateroflexie van het hoofd naar de ipsilaterale zijde en een rotatie van de kin en het gelaat naar de contralaterale zijde. De richting van de oogstand geeft tevens de aangedane zijde aan. Bij kinderen kan onderscheid worden gemaakt tussen congenitale torticollis bij pasgeborenen, die in dit hoofdstuk wordt behandeld, en de verworven torticollis bij wat oudere kinderen, vaak na een keelinfectie of operatie in het KNO-gebied.
Sebastiaan Dam

117. Mediane halscyste

Samenvatting
De mediane halscyste, ook wel ductus thyreoglossuscyste genoemd, wordt gekenmerkt door een al dan niet pijnlijke zwelling in de middenlijn van de hals, zoals de naam al aangeeft. De mediane halscyste is een congenitale afwijking.
Matthijs de Boer

118. Laterale halscyste

Samenvatting
Een laterale halscyste, een zwelling aan de zijkant van de hals, is meestal het restant van de embryonale kieuwspleet, dus een kieuwboogcyste, maar heeft een bredere differentiaaldiagnose.
Lise Weissberg

119. Onschuldige hartruis

Samenvatting
Een hartruis wordt gedefinieerd als een extra of ongebruikelijk geluid dat gehoord wordt naast een normale eerste en tweede harttoon. Een onschuldige hartruis wordt beschouwd als een variatie op de normale harttonen die niet het gevolg is van een structurele cardiale aandoening. Dit type hartruis wordt ook ‘functioneel’, ‘fysiologisch’ of ‘normaal’ genoemd. De diagnose ‘onschuldige hartruis’ wordt per exclusionem gesteld, nadat zorgvuldige beoordeling van de ruis, goede anamnese en lichamelijk onderzoek een pathologische hartruis heeft uitgesloten.
Nicoline van Hattem

120. Extra tepels/polythelie

Samenvatting
Polythelie is de aanwezigheid van extra tepels. De extra tepels zijn bij de geboorte al aanwezig. Ze bevinden zich meestal caudaal van de normale tepels of axillair, maar kunnen overal langs de melklijsten voorkomen. De melklijsten lopen bilateraal van de liezen tot aan de oksels. Extra tepels kunnen zowel unilateraal als bilateraal voorkomen en zijn vaak kleiner dan de normale tepel.
Raoul Helmes, Mariam Blok

121. Tepeluitvloed bij zuigelingen

Samenvatting
We spreken van tepeluitvloed bij zuigelingen als uit één of beide tepels van de zuigeling vocht lekt.
Maaike Smit

122. Pectus excavatum

Samenvatting
Pectus excavatum, ook wel trechterborst of schoenmakersborst genoemd, is een aangeboren afwijking van de thorax, waarbij het onderste deel van het borstbeen en de aldaar aanliggende ribben naar dorsaal groeien. Hierdoor ontstaat de ingedeukte, assymmetrische borstkas. Van alle thoraxwandafwijkingen bij kinderen is pectus excavatum de meest voorkomende: ze komt ongeveer tienmaal vaker voor dan pectus carinatum, ook wel kippenborst genoemd, die gekenmerkt wordt door een naar voren stekend borstbeen.
Sebastiaan Somers

123. Ziekte van Scheuermann/kyfose

Samenvatting
De wervelkolom heeft een aantal fysiologische krommingen in voorachterwaartse (sagittale) richting: de cervicale en lumbale lordose zijn naar ventraal gericht, de thoracale en sacrale kyfose naar dorsaal. Bij een versterkte thoracale kyfose spreekt men van hyperkyfose. Daarbij onderscheidt men de niet-structurele (houdingsafwijking) en de structurele hyperkyfose (ziekte van Scheuermann), die actief noch passief corrigeerbaar is.
Annemarije Kruis

124. Afwijkende stand van de rug/scoliose

Samenvatting
Scoliose is een kromming van de wervelkolom. In dit hoofdstuk richten we ons vooral op de structurele scoliose. Hierbij blijft bij vooroverbuigen (de buktest) de uitbochting bestaan: de gibbus. Deze vorm wordt ook wel de torsie-scoliose genoemd. De grootte van de scoliose wordt door middel van een röntgenfoto in graden gemeten, uitgedrukt in Cobbse hoek. Internationaal wordt ervan uitgegaan dat er sprake is van scoliose als er bij aanvullend onderzoek een Cobbse hoek van ≥ 10 graden wordt vastgesteld.
Rosanne Loef

125. Ingeslikt voorwerp/ingestie van een corpus alienum

Samenvatting
Bij patiënten die een corpus alienum hebben ingeslikt, zal het in de meeste gevallen gaan om jonge kinderen. In dit hoofdstuk gaat het om voorwerpen die duidelijk zijn ingeslikt; niet over kinderen die zich in een voorwerp hebben ‘verslikt’: in dat geval bevindt zich het voorwerp in de luchtweg.
Ilja Wagenaar, Sjoerd Bruggink

126. Ingeslikte sigaret of peuk

Samenvatting
Het inslikken van een sigaret of sigarettenpeuk (restant van gerookte sigaret) door een jong kind leidt vaak tot grote ongerustheid bij de ouders en onzekerheid bij hulpverleners over hoe te handelen. Het inslikken van een sigaret of sigarettenpeuk zorgt voor circa 5–7 % van alle op het ziekenhuis gepresenteerde accidentele vergiftigingen van kinderen tot 6 jaar.
Juriaan Stassen

127. Gastro-oesofageale reflux bij kinderen van 0–18 maanden

Samenvatting
Gastro-oesofageale reflux (GORR) wordt gedefinieerd als de terugvloed van maaginhoud in de slokdarm, vaak met regurgitatie. Reflux is een normaal fysiologisch proces dat meerdere keren per dag optreedt bij gezonde kinderen van alle leeftijden, meestal na de maaltijd. Van gastro-oesofageale refluxziekte (GORZ, GOR mét klachten) wordt gesproken wanneer GOR leidt tot hinderlijke klachten met invloed op het dagelijks leven en/of complicaties zoals prikkelbaar gedrag, voedselweigering, groeivertraging, het opgeven van bloedsliertjes, slaapproblemen, luchtwegklachten of ‘apparent life-threatening events’.
Gertrude van den Brink

128. Acute diarree en braken

Samenvatting
Acute diarree is een plotseling optredende afwijking van het gebruikelijke defecatiepatroon die korter dan 14 dagen bestaat, waarbij de frequentie en hoeveelheid van de ontlasting zijn toegenomen, typisch meer dan drie keer per 24 uur. De ontlasting bevat meer water dan gewoonlijk.
Tanya Tolido

129. Peuterdiarree

Samenvatting
Peuterdiarree, of chronische niet-specifieke diarree, is een veelvoorkomende vorm van chronische diarree bij kinderen tussen de 1 en 4 jaar oud. Het wordt gekenmerkt door frequente (4–10 maal per dag), vaak waterdunne ontlasting met onverteerde voedingsresten, die geruime tijd (> 4 weken) aanhoudt bij een verder gezond kind. Er is geen sprake van algemeen ziek-zijn of gewichtsverlies (failure to thrive). Peuterdiarree valt onder de groep functionele gastro-intestinale ziekten (functional gastrointestinal disorders, FIGDs).
Britt van Winsen

130. Fecale incontinentie

Samenvatting
Fecale incontinentie is onvrijwillig verlies van ontlasting boven de leeftijd van 4 jaar (overdag of 's nachts). De meest voorkomende oorzaak is obstipatie. Het kan hier om kleine veegjes ontlasting gaan, maar ook om grotere hoeveelheden. Zowel voor kinderen als ouders is dit een lastig probleem waar vaak ook veel schaamte bij komt kijken. Fecale incontinentie wordt geassocieerd met een lage zelfwaardering, depressie en angst. Recentelijk hebben gastro-enterologen besloten de termen ‘soiling’ en ‘encopresis’ niet meer te gebruiken.
Corrie Jongsma, Just Eekhof

131. Giardia lamblia

Samenvatting
Giardia lamblia (synoniemen: G. intestinalis, G. duodenalis en Lamblia intestinalis) is een protozo die wereldwijd voorkomt. Besmetting met Giardia lamblia wordt giardiasis genoemd.
Nadia Ikan

132. Worminfecties: spoelworm, zweepworm en lintworm

Samenvatting
De in dit hoofdstuk besproken infecties worden veroorzaakt door Ascaris lumbricoides (spoelworm), Trichuris trichiura (zweepworm), Taenia saginata en Taenia solium (lintwormen), vier soorten die in Nederland inheems zijn.
Fulco van der Leer

133. Aarsmaden/enterobiasis

Samenvatting
Enterobiasis is een besmetting door Enterobius vermicularis, in de volksmond aarsmade of wormpjes genoemd. Vroeger werd de naam oxyuriasis gebruikt.
Marissa Scherptong-Engbers

134. Obstipatie

Samenvatting
Obstipatie is een persoonlijk ervaren, abnormaal veranderd defecatiepatroon waarbij vaak weinig, vaak te harde of te moeilijk produceerbare ontlasting wordt geloosd. Per definitie is de frequentie minder dan drie keer per week. Vaak treedt obstipatie op in combinatie met onvrijwillig verlies van ontlasting. Bij kinderen wisselt het normale defecatiepatroon met de leeftijd. Een frequentie tussen driemaal per dag en eenmaal per drie dagen wordt normaal geacht. Culturele of gezinsopvattingen bepalen de grens met het normale in sterkere mate dan medisch-wetenschappelijke inzichten.
André Verheij, Annemieke Verheij-Bakker

135. Anusfissuur/fissura ani

Samenvatting
Fissura ani is een pijnlijke, lineaire, meestal dorsaal gelegen laesie in de huid of het slijmvlies van het distale gedeelte van het anale kanaal. Bij een fissuur die langer dan 4 weken bestaat of klinische kenmerken vertoont zoals geïndureerde wondranden en zichtbare bleke spiervezels, wordt gesproken van een chronische anusfissuur.
Willem Draijer

136. Navelproblemen bij zuigelingen

Samenvatting
Navelproblemen bij zuigelingen uiten zich door de aanwezigheid van vocht, roodheid, zwelling of abnormaal weefsel in het navelgebied na het afvallen van de navelstreng. Te onderscheiden zijn hernia umbilicalis, infectie van het navelgebied, poliep en granuloma umbilicale. Laatstgenoemde afwijking wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van granulatieweefsel (ook wel wild vlees genoemd) als teken van een chronische ontsteking.
Jeroen van Vonderen

137. Urachuscyste

Samenvatting
Een cyste is een niet-lichaamseigen holte die bekleed is met het (epitheel) weefsel vanwaaruit het is ontstaan. Deze kan gevuld zijn met vocht, lucht of débris. Een urachuscyste is een holte die uitgaat van de urachus, de embryonale verbinding tussen blaas en navel.
Britt van Winsen

138. Navelbreuk

Samenvatting
De navelbreuk of hernia umbilicalis is een defect van de buikwand ter plaatse van de navel, waardoor breukinhoud naar buiten puilt. Het buikwanddefect bestaat als gevolg van onvoldoende littekenretractie van de navelring na de geboorte.
Floor Welman

139. Steek in de zij

Samenvatting
Elk kind en elke volwassene kent het fenomeen van een steek in de zij die optreedt tijdens lichamelijke inspanning. Het is een voorbijgaande acute, plaatselijke scherpe pijn. Het komt het meest voor bij hardlopen en zwemmen, maar kan ook voorkomen bij balsporten, paardrijden en fietsen. De steek in de zij wordt meestal beschreven als een scherpe of stekende pijn en, wanneer de pijn wat afneemt, als een krampende zeurende, soms ook trekkende pijn. In dit hoofdstuk beperken wij ons tot de steken in de zij, gerelateerd aan inspanning.
Caroline Reincke-Grootendorst

140. Urineweginfectie

Samenvatting
De diagnose ‘urineweginfectie’ berust op een combinatie van klinische verschijnselen, zoals pijn bij het plassen, vaker plassen, buikpijn of koorts, en de aanwezigheid van bacteriën in urine. Als de infectie beperkt blijft tot de mucosa van de blaas betreft het een cystitis. Bij systemische symptomen, zoals koorts of flankpijn, is ook het nierweefsel aangedaan. Dan wordt er gesproken van een (acute) pyelonefritis.
Tiffany Smit

141. Bedplassen/Enuresis nocturna

Samenvatting
Enuresis nocturna, ook wel bedplassen genoemd, houdt in dat er blaasontlediging plaatsvindt volgens een normaal mictiepatroon op een ongewenst moment en ongewenste plaats. Er is sprake van enuresis nocturna als een kind van 5–6 jaar in de drie voorafgaande maanden ten minste tweemaal per week 's nachts in bed heeft geplast of als een kind van 7 jaar of ouder (of volwassene) ten minste eenmaal per maand in bed plast zonder andere lichamelijke ziekte of andere symptomen (monosymptomatisch).
Door van Dijk

142. Métrorrhagie des vierges

Samenvatting
Métrorrhagie des vierges (puberteitsmetrorragie) of disfunctionele baarmoederbloedingen in de adolescentie is langdurig vaginaal bloedverlies aan het begin van de fertiele levensfase op basis van een anovulatoire cyclus waarin persisterende follikels ontstaan.
Marissa Scherptong-Engbers

143. Vaginaal bloedverlies bij zuigelingen

Samenvatting
Vaginaal bloedverlies bij zuigelingen is een macroscopisch waarneembare bloeding uit de schede bij meisjes van 0–1 jaar.
Janny Dekker

144. Vaginale afscheiding

Samenvatting
Vaginale afscheiding (fluor vaginalis) is een meestal niet-bloederige afscheiding die afwijkend is wat betreft hoeveelheid, geur of kleur. Vaak is er niet alleen sprake van afscheiding, maar ook van jeuk, roodheid of irritatie van de uitwendige genitalia, of een branderig gevoel bij het plassen.
Janny Dekker

145. Verkleefde labia/synechia vulvae

Samenvatting
Synechia vulvae is een gedeeltelijke of volledige verkleving van de kleine schaamlippen; men spreekt ook wel van agglutinatie van de labia minora, labiumadhesie of labiale fusie. Het is een verworven aandoening waarbij de kleine schaamlippen aan elkaar verkleefd zijn en als het ware een geheel vormen. De verkleving gaat meestal uit van de commissura posterior, waarbij de introïtus gedeeltelijk of volledig bedekt wordt. Het lijkt dan alsof de vagina afwezig is. Soms is de verkleving zo uitgebreid dat zelfs het ostium van de urethra niet meer zichtbaar is.
Annemarije Kruis

146. Voorhuidvernauwing/phimosis

Samenvatting
Voorhuidvernauwing (phimosis) is een vernauwing van de opening van het preputium, waardoor de voorhuid niet geheel kan worden teruggeschoven over de glans penis. Phimosis is afgeleid van het Griekse phimos, ‘afsluiting’ of ‘vernauwing’. Een slurfpreputium is een ruimere hoeveelheid voorhuid die eruitziet als een slurfje; dit hoeft geen relatie te hebben met een voorhuidvernauwing.
Nada Breuking

147. Niet-scrotale testis

Samenvatting
Niet in het scrotum gelegen testes zijn onder te verdelen in retractiele testes en niet-scrotale testes.
Carolien Bakker, Sjoerd Bruggink

148. Hydrokèle

Samenvatting
Een hydrokèle (van hydor, ‘water’, en kèle, ‘breuk’) is een ophoping van vocht rond de testis. Kenmerkend is een pijnloze zwelling in het scrotum die aanvoelt als een waterballon.
Barbara Stravers

149. Balanitis

Samenvatting
Balanitis is een ontsteking van de glans penis. Bij gelijktijdige ontsteking van het preputium spreekt men van een balanopostitis (van balanos, ‘eikel’, en posthe, ‘voorhuid’). Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt.
Marissa Scherptong-Engbers

Armen en benen

Voorwerk

150. Zondagmiddagarmpje

Samenvatting
Het zondagmiddagarmpje (subluxatio capitelli radii, pulled elbow, nursemaid’s elbow) is een traumatische ontwrichting van het kopje van de radius, die vooral voorkomt bij kinderen van 0–4 jaar.
Arie Knuistingh Neven, Marjolein Krul

151. Triggerduim bij kinderen

Samenvatting
De triggerduim kent in de literatuur meerdere benamingen, zoals springduim, hokkende duim, knappende duim of tenovaginitis stenosans. De aandoening komt zowel bij volwassenen voor als bij kinderen. Typerend voor een triggerduim is dat het normale, soepele glijden van de flexorpees wordt belemmerd. Pijn bij buigen en ‘hokken’ bij strekken zijn de meest karakteristieke kenmerken. Kinderen presenteren zich vaak met een flexiecontractuur waarbij extensie van de duim beperkt is.
Mireille van der Sluijs

152. Extra vingers of tenen/polydactylie

Samenvatting
Polydactylie is de aanwezigheid van een of meer extra vingers of tenen. Dit kan variëren van een stompvormig aanhangsel zonder bot tot een partiële of totale duplicatie van een of meer digiti. Deze congenitale afwijking valt meestal direct na de geboorte op.
Willemijn van den Hout

153. Vergroeide vingers of tenen/syndactylie

Samenvatting
Syndactylie (syn, ‘samen’, daktylos, ‘vinger’) is een aangeboren aandoening waarbij vingers of tenen tijdens de zwangerschap niet van elkaar zijn gescheiden. Synoniemen zijn verkleefde vingers, zwemvlieshand of -voet, webbed digits, webbed toes.
Ellen Lohmann

154. Asymmetrische bilplooi/heupdysplasie

Samenvatting
Een asymmetrische bilplooi bij een zuigeling kan een aanwijzing zijn voor heupluxatie. Er is dan een extra bilplooi aan één zijde. Vooral als deze extra plooi zich dicht bij het perineum bevindt, is de kans op heupluxatie vergroot. Heupluxatie, waarbij de femurkop uit het acetabulum ligt, is de ernstigste vorm van heupdysplasie, ook wel ‘Developmental Dysplasia of the Hip’ (DDH) genoemd.
Annette Broos-Kerste

155. Coxitis fugax

Samenvatting
Coxitis fugax is een aandoening van het heupgewricht die vooral voorkomt bij kinderen van 2–12 jaar. Het is een zelflimiterende steriele goedaardige ontsteking van de synovia van het heupgewricht. Er zijn veel verschillende termen in omloop, waarvan transitory coxitis, transient synovitis, coxitis fugax en irritable hip de meest voorkomende zijn. Irritable hip wordt ook wel gebruikt voor pijn in de heup waarbij de oorzaak niet duidelijk kan worden vastgesteld.
Josta Parigger

156. Snapping hip/coxa saltans

Samenvatting
De term snapping hip (coxa saltans) betekent letterlijk ‘knappende heup’ en wordt ook wel vertaald als ‘verende’ of ‘klikkende’ heup. De termen snapping hip en coxa saltans (springende/verspringende heup) worden door elkaar gebruikt in de literatuur.
Marissa Scherptong-Engbers

157. Beenlengteverschil

Samenvatting
Men spreekt van beenlengteverschil als de afstand tussen spina iliaca anterior superior en de hiel van het linkerbeen verschilt ten opzichte van het rechterbeen.
Josta Parigger

158. Idiopathisch tenenlopen

Samenvatting
‘Habituele tenenlopers’ zijn kinderen die altijd op de tenen lopen zonder dat er aanwijzingen bestaan voor een onderliggende stoornis. Het is dus een diagnose per exclusionem. Als een kind gaat lopen, kan het in de eerste fase (3–6 maanden) op de tenen lopen; dit is een normale variant van het looppatroon. Het op de tenen lopen bij het kind wordt als afwijkend beschouwd als dit persisteert na het 3e levensjaar. Dit wordt ook wel idiopathisch tenenlopen genoemd (‘idiopathic toe-walking’).
Annemarije Kruis

159. Naar binnen wijzende voeten/intoeing

Samenvatting
Intoeing is een stand van de benen of looppatroon waarbij de tenen naar binnen wijzen. Intoeing wordt veroorzaakt door een versterkte endorotatie van de heup, een versterkte endorotatie van het onderbeen of een standsafwijking van de voorvoet. De afwijking is meestal leeftijdsafhankelijk en gaat dus meestal vanzelf over.
Danique Gorter-Verheij

160. X- en O-benen/genua valga en vara

Samenvatting
O-benen (genua vara) en X-benen (genua valga) zijn standafwijkingen van de knie in het frontale vlak. Deze standafwijkingen worden vaak gezien in bepaalde leeftijdscategorieën en zijn meestal fysiologisch. Uiteindelijk vindt in de meeste gevallen een spontane ontwikkeling naar een rechte stand plaats. Pathologische standsafwijkingen van de knie zijn zeldzaam.
Wilma Spinnewijn

161. Ziekte van Osgood-Schlatter

Samenvatting
De ziekte van Osgood-Schlatter is een van de meest voorkomende oorzaken van kniepijn bij kinderen. Het betreft een aandoening van de tuberositas tibiae, die gekenmerkt wordt door lokale pijn, zwelling en gevoeligheid. De ziekte komt vooral voor bij kinderen die actief een sport beoefenen.
Selma Jonkers

162. Ziekte van Sever

Samenvatting
Bij de ziekte van Sever is er sprake van een overbelasting van de groeischijf van het hielbeen, waardoor kinderen hielpijn hebben, vaak tijdens en na beweging (sporten). Het komt vooral voor in de leeftijd 7–15 jaar. De ziekte van Sever (ook wel calcaneal apophysitis genoemd) is de meest voorkomende hielpijn bij kinderen.
Marissa Scherptong-Engbers

163. Platvoeten/pedes plani

Samenvatting
Bij een platvoet (pes planus) is het mediale voetgewelf verstreken. Meestal staat de achtervoet in valgusstand (knikvoet). Men kan onderscheid maken tussen een soepele platvoet, die bij onderzoek te corrigeren is, en een contracte platvoet, waarbij dit niet mogelijk is.
Marjolein Krul, Annemarije Kruis

164. Overliggende tenen

Samenvatting
Een overliggende teen (ook wel ruiterteen genoemd) is bij kinderen meestal het gevolg van een tweetal aangeboren aandoeningen.
Jasper Luyendijk

165. Haartourniquetsyndroom

Samenvatting
Het haartourniquetsyndroom is een gedeeltelijke of volledige obstructie van de circulatie door omwikkeling van een lichaamsdeel door een haar of draadje textiel. Het syndroom komt vooral voor bij zuigelingen; de tenen zijn het vaakst aangedaan, maar ook vingers, labia, clitoris, penis, tong, huig en zelfs de nek kan zijn omwikkeld.
Aurystella Wever

Nawerk

Meer informatie