Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt een uitgebreid overzicht van typische kleine en meestal onschuldige kwalen die bij kinderen voorkomen, zoals krentenbaard, platvoeten en waterpokken. Daarmee onderscheidt dit boek zich van andere boeken over kindergeneeskunde, waarin vooral aandacht is voor ernstige aandoeningen.

Van alle 160 aandoeningen worden etiologie, diagnostiek, beleid en beloop beschreven. De vele foto's tonen de kenmerken van de verschillende aandoeningen en verduidelijken daarmee de tekst.

In 2009 is Kleine kwalen bij kinderen geheel herzien met veel nieuw beeldmateriaal en nieuwe hoofdstukken. De opmaak heeft de bruikbaarheid verbeterd. Waar mogelijk wordt verwezen naar informatiemateriaal voor ouders en verzorgers.

Kleine kwalen bij kinderen is geschreven volgens dezelfde opzet als het succesvolle boek Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Hoewel het boek in de eerste plaats geschikt is voor huisartsen en huisartsen in opleiding, consultatiebureauartsen, jeugdartsen en kinderartsen, biedt het ook waardevolle informatie voor andere medische professionals die met kinderen werken.

De inhoud van dit boek sluit aan bij de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen

Voorwerk

1. Kinderziekten met vlekjes

Samenvatting
In dit boek worden meerdere kinderziekten met vlekjes besproken. Hoewel deze aandoeningen in het verleden een belangrijk deel uitmaakten van ziekten in de huisartsenpraktijk, wordt de huisarts hiervoor tegenwoordig minder vaak geconsulteerd.
Wim Opstelten, Just Eekhof

2. Mazelen/morbilli

Samenvatting
Mazelen (morbilli) is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door het mazelenvirus. De ziekte wordt gekenmerkt door koorts, conjunctivitis, rinitis en hoesten, gevolgd door een grofvlekkig, confluerend maculopapuleus exantheem dat op het hoofd begint. Koplikvlekken (kleine, witte vlekjes op het mondslijmvlies) zijn pathognomonisch voor deze ziekte.
Victor van der Meer

3. Roodvonk/scarlatina

Samenvatting
Roodvonk (Latijn: scarlatina; Engels: scarlet fever) is een infectieziekte, veroorzaakt door bètahemolytische streptokokken. Kenmerken zijn keelontsteking, koorts en gegeneraliseerd exantheem.
Sjoerd Zwart

4. Rodehond/rubella

Samenvatting
Rubella is een acute, over het algemeen goedaardige infectieziekte die wordt veroorzaakt door het rubellavirus.
Henk van Weert

5. Vijfde ziekte/erythema infectiosum

Samenvatting
De vijfde ziekte (erythema infectiosum, dermatitis infectiosa, slapped cheeks disease) is een virale infectie die vaak gepaard gaat met een exantheem dat op de wangen begint en daarna ook verschijnt op de strekzijde van armen en benen en op de billen.
Sjoerd Bruggink

6. Zesde ziekte/exanthema subitum

Samenvatting
De zesde ziekte (exanthema subitum, roseola infantum) is een exanthemateuze kinderziekte, veroorzaakt door het humaan herpesvirus type 6 (HHV-6).
Wil van den Bosch

7. Waterpokken/varicella

Samenvatting
Waterpokken of varicella (Engels: chickenpox; Duits: Windpocken) is een zeer besmettelijke, virale kinderziekte waarbij op romp, ledematen en hoofd rode vlekjes ontstaan, die na papelvorming overgaan in blaasjes met helder vocht (‘water’).
Wim Opstelten

8. Hand-, voet- en mondziekte

Samenvatting
Hand-, voet- en mondziekte is een besmettelijke virale aandoening, die vooral voorkomt bij kinderen van 1-5 jaar.
Wim Opstelten, Ted van Essen

9. Bof/parotitis epidemica

Samenvatting
Bof (parotitis epidemica) is een virale infectieziekte, waarbij sprake is van een eenof (meestal later optredende) tweezijdige pijnlijke zwelling van de oorspeekselklier (glandula parotidea).
Mirjam van der Waart

10. Gianotti-crostisyndroom

Samenvatting
Het gianotti-crostisyndroom (GCS) is een viraal papulovesiculair exantheem dat met name voorkomt bij kinderen van 1-6 jaar.
Aline IJsselstijn-Heslinga

11. Bijwerkingen van vaccinaties

Samenvatting
Een bijwerking is een schadelijk en/of onbedoeld effect dat optreedt bij de toepassing van een geneesmiddel in een gebruikelijke dosering voor preventie, diagnose of behandeling van een ziekte of aandoening.
Dionne Gootjes

12. Koorts en koortsstuipen

Samenvatting
Koorts is verhoging van de lichaamstemperatuur boven de 38 °C, vastgesteld door een rectale meting.
Eefje de Bont, Jochen Cals

13. Fysiologische icterus

Samenvatting
Met een icterus neonatorum wordt de zichtbare gele verkleuring van de huid en conjunctivae bij de pasgeborene bedoeld. De icterus begint omstreeks de tweede of derde levensdag, is op de zevende levensdag weer verdwenen en overschrijdt een bepaalde gewichtsafhankelijke bilirubineconcentratie niet.
Marielle Houterman, Marissa Scherptong-Engbers

14. Voorkeurshouding hoofd

Samenvatting
De JGZ-richtlijn hanteert de volgende definitie voor deze voorkeurshouding: ‘De toestand van de zuigeling waarbij deze in rugligging spontaan het hoofd óf naar de rechterzijde óf naar de linkerzijde geroteerd houdt gedurende driekwart van de observatietijd (minimaal 15 minuten), zonder actieve rotatiemogelijkheid van het hoofd over de volle 180°’.
Hetty Koetsier-den Houting

15. Huilbaby’s

Samenvatting
Een ‘huilbaby’ is een gezonde, goed groeiende zuigeling die excessief huilt. Een arbitrair criterium om excessief huilen te onderscheiden van normaal huilen is de regel van drie: huilen gedurende ten minste 3 uren per dag op ten minste 3 dagen per week gedurende minimaal 3 weken.
Peter Lucassen

16. Koemelkallergie

Samenvatting
Koemelkallergie is een abnormale immunologische reactie op de eiwitfractie in koemelk. De aandoening behoort tot de atopische syndromen (constitutioneel eczeem, astma, allergische rinitis, allergische conjunctivitis) en is er vaak de eerste manifestatie van.
Peter Lucassen, Helen Silvius-van Wayenburg

17. Eenkennigheid

Samenvatting
Eenkennigheid is een fase in de normale ontwikkeling van een kind. Deze fase wordt gekenmerkt door het onderscheiden van een ouder van een vreemde, waarbij het kind angstig is voor toenadering van een vreemde en voor scheiding van de ouder.
Renske Gratama-Nierstrasz

18. Breath-holding spells

Samenvatting
Breath-holding spells zijn perioden waarin na een uitlokkende factor, vooral boosheid, de adem tijdens expiratie ingehouden wordt. Kinderen lopen daarbij blauw aan (cyanose) en hebben soms kortdurend bewustzijnsverlies.
Isabelle van Spanje

19. Driftbuien

Samenvatting
Een driftbui (Engels: temper tantrum) is een ongecontroleerde uitbarsting van woede. Het is een veelvoorkomend verschijnsel bij kinderen in de peuterleeftijd.
Patrick van Puffelen

20. Hoofdpijn

Samenvatting
Hoofdpijn bij kinderen is niet veel anders dan bij volwassenen, maar de epidemiologie en de presentatie verschillen.
Nico van Duijn, Arie Knuistingh Neven

21. Hoofdtrauma

Samenvatting
Onder een hoofdtrauma wordt verstaan elke vorm van trauma of letsel van het hoofd, zowel direct als indirect, bijvoorbeeld door met grote kracht stoten van het hoofd, val op het hoofd, acceleratie-deceleratietrauma of hard voorwerp tegen het hoofd krijgen tijdens sporten.
Elleke Brink-Schots

22. Slapeloosheid

Samenvatting
Slaapstoornissen zijn verstoringen van het slaappatroon waarbij ook overdag klachten optreden. Deze kunnen door het kind geuit worden, maar ook verzorgers kunnen er problemen van ondervinden. Er kunnen problemen zijn van gedragsmatige aard (met name in- en doorslaapproblemen). Parasomnieën komen elders in dit boek aan de orde.
Arie Knuistingh Neven

23. Slaapwandelen/somnambulisme

Samenvatting
Slaapwandelen (somnambulisme) is een complexe motorische activiteit tijdens de slaap, waarvan de patiënt zich niet bewust is. Men onderscheidt een abortieve vorm, waarbij het kind rechtop in bed zit en trappelende bewegingen uitvoert, en een manifeste vorm, waarbij het kind rondwandelt. Slaapwandelen treedt vooral op bij kinderen van 8-12 jaar. Een episode duurt meestal niet langer dan 10 minuten.
Arie Knuistingh Neven

24. Nachtangst en nachtmerries

Samenvatting
Nachtangst en nachtmerries zijn nachtelijke verstoringen van de slaap die meestal berusten op onvolledige wekreacties. Bij nachtelijke angstepisoden (sleep terror, night terror) maakt het kind voor anderen een verwarde indruk. Nachtmerries zijn in feite beangstigende dromen die het kind uit de slaap wekken. Het wordt door de droom wakker en kan zich de droom nog goed herinneren.
Arie Knuistingh Neven, Just Eekhof

25. Hoofdbonken/jactatio capitis

Samenvatting
Hoofdbonken (jactatio capitis) behoort tot de ritmische bewegingsstoornissen, een groep waartoe ook head rolling, body rocking en body rolling behoren. en body rolling behoren. Hoofdbonken is de meest onderkende variant in deze groep. Ritmische bewegingsstoornissen bestaan uit stereotiepe, herhaalde bewegingen van de grote spieren, meestal van het hoofd en de nek. Het hoofdbonken gebeurt meestal vlak voor het in slaap vallen en kan continueren in lichte slaap. Het kan ook voorkomen gedurende rustige waakactiviteiten, zoals tijdens het luisteren van muziek of het reizen in een voertuig. Verder wordt hoofdbonken gezien tijdens het ervaren van stressvolle situaties, zoals bij boosheid, opwinding en angst.
Lisanne Groeneveld

26. Tics

Samenvatting
Tics zijn plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische motorische bewegingen of vocale uitingen. Zij behoren tot de groep der hyperkinesieën. Motorische tics komen het meest voor. Deze ziet men meestal in het gelaat (oogknipperen, grimassen, hoofdschudden), maar ze kunnen ook in armen, romp en benen voorkomen. Naast de motorische tics kent men de vocale tics, waarbij de patiënt snuift, gromt, boert of obscene woorden uit (coprolalie). Ten slotte kennen we nog de sensorische tic, waarbij een gevoelssensatie voorafgaat aan de motorische tic en de cognitieve tics, waarbij de patiënt wordt beziggehouden door ingewikkelde gedachten en gedachtespelletjes. Tics worden ingedeeld in enkelvoudige tics (zoals knipperen, snuiven) en samengestelde tics (zoals huppelpasjes, kreten uiten). De meeste tics verdwijnen weer in korte tijd. Indien tics langer dan een jaar duren en er slechts sprake is van motorische tics, spreekt men van een chronischeticstoornis.
Henk Thiadens

27. Stotteren

Samenvatting
Stotteren is een afwijking in het ritme van de spraak. De Vereniging Stottercentra Nederland hanteert als definitie: stotteren is een neuromusculair timingprobleem ten gevolge van een al dan niet erfelijke aanleg. 2 De taak van de huisarts is te differentiëren tussen normale haperingen en licht en ernstig stotteren en zo nodig tijdig te verwijzen.
Henk Thiadens

28. Reisziekte/bewegingsziekte

Samenvatting
Er zijn tal van synoniemen voor bewegingsziekte, waaronder ‘kinetose’en ‘reisziekte’. bewegingsziekte die het gevolg is van het spelen van computerspelletjes.
André Verheij

29. Lastig etende peuters

Samenvatting
Op de leeftijd van 1-4 jaar, de peuterleeftijd, bestaan er verschillende eetproblemen, meestal van voorbijgaande aard. of ‘lastige eters’. De eetproblemen kunnen zich uiten in niet, weinig of traag eten. Ook kan de peuter kieskeurig zijn in soort, hoeveelheid en consistentie van de voeding. Dit kan aanleiding zijn tot een eetstrijd en ongewenst eetgedrag. Als eetproblemen leiden tot belangrijk gewichtverlies, onvoldoende groei of ontwikkelingsachterstand, spreken we over een eetstoornis.
Claire Schuivens-Brenninkmeijer

30. Te dik/overgewicht

Samenvatting
Overgewicht en obesitas vormen een ernstige bedreiging voor de gezondheid van kinderen en zijn daarmee eigenlijk ‘kleine kwalen met grote gevolgen’. Doorgaans worden de bekende gewicht-naar-lengte-diagrammen gebruikt om een uit de hand lopend lichaamsgewicht op het spoor te komen. Deze transversale methode zegt evenwel niets over het longitudinaal bepaalde gezondheidsrisico van overgewicht en voldoet dus niet. De bij volwassenen gebruikte afkapwaarden van de body mass index (BMI) blijken bij kinderen niet zonder meer toepasbaar. Tabel 30.1 geeft de aangepaste indices voor overgewicht en obesitas bij kinderen en adolescenten.
Jaap van Binsbergen, Caroline van Wayenburg, Françoise Langens

31. Te kort

Samenvatting
Te kort’ wordt gewoonlijk gedefinieerd als meer dan een bepaald aantal standaarddeviaties (SD) onder het gemiddelde van leeftijdgenoten van dezelfde etnische groep. Voor deze standaarddeviatiescore (SDS) wordt meestal de grens van -2 SDS gehanteerd, een grens waaronder 2,3% van de kinderen zich bevindt (P2,3). De kans op pathologie wordt behalve door de mate van kleine lengte ook bepaald door de afstand tot de target height (TH), dat is de mathematische benadering van de geschatte eindlengte van een jongen of een meisje op basis van zijn of haar genetisch potentieel, en de lengteafbuiging, dat is het verschil in lengte-SDS tussen twee metingen.
Floor Landsmeer-Grote

32. Te lang

Samenvatting
Te lang zijn is vooral een subjectieve ervaring.
Tjeerd de Jongh

33. Groeipijn

Samenvatting
Men spreekt van groeipijn wanneer kinderen klagen over diepe pijn in beide benen, vooral aan het einde van de dag en ’s nachts. De duur van de klachten is meestal 10-15 minuten. De pijn zit doorgaans diep in de spieren van beide kuiten of dijen, bijna nooit in de armen.
Aad Voorhoeve, Marissa Scherptong-Engbers

34. Billenschuiven

Samenvatting
Billenschuiven is het zich zittend op de billen voortbewegen gedurende de periode dat een kind wordt verwacht te kruipen.
Iris von Asmuth-Höppener

35. Stoornissen in de motorische coördinatieontwikkeling/ ‘onhandige kinderen’

Samenvatting
Men spreekt van een ontwikkelingsachterstand in de motorische coördinatie indien het kind een aantal motorische vaardigheden (nog) niet beheerst, maar die het conform de leeftijd geacht wordt wel te moeten kunnen. In de DSM-5 wordt de aandoening omschreven als ‘coördinatieontwikkelingsstoornis’ of developmental coordination disorder (DCD). De kinderen worden vaak bestempeld als ‘onhandige kinderen’. Voorbeelden van een achterstand in de motorische coördinatie kunnen zijn: laat zijn met het bereiken van motorische mijlpalen zoals leren staan en lopen, kruipen, zitten, fietsen, de schoenveters strikken, de knopen van het overhemd dichtmaken, het sluiten van ritsen, een bal vangen en puzzelstukjes in elkaar passen. Het kind kan vaak struikelen, onhandig zijn, een bepaalde houterigheid in de bewegingen hebben en het kind kan een slecht handschrift hebben of veel moeite hebben met schrijven. Als synoniem voor DCD wordt soms de term ‘dyspraxie’ gebruikt.
Just Hofmans

36. Pubertas praecox

Samenvatting
De puberteit is de periode waarin het kind zich ontwikkelt tot adolescent.
B. G. Brusse

Huid, haar, nagels

Voorwerk

37. Dermoïdcyste

Samenvatting
Een dermoïdcyste is een subcutane cyste van ectodermale oorsprong, die ontstaat door inclusie van de huidlijst tijdens de embryonale ontwikkeling. Het is een benigne afwijking. De cyste kan multipele ectodermale structuren (hoorn, talgen zweetklieren, haarfollikels, soms zelfs tanden en nagels) bevatten en in enkele gevallen zelfs mesodermale en endodermale elementen. In de meeste gevallen is er sprake van een congenitaal ontwikkelingsdefect. In enkele gevallen kan echter een dermoïdcyste zich op de kinderleeftijd ontwikkelen. In dit hoofdstuk worden alleen de voor de huisarts zichtbare dermoïdcystes besproken.
Nafisa Raheel-Maqbool

38. Babyacne/erythema neonatorum toxicum

Samenvatting
Babyacne wordt onderscheiden in acne neonatorum en erythema toxicum neonatorum.
Sylvia van den Berg

39. Miliaria

Samenvatting
Miliaria is een algemeen voorkomende huidaandoening als gevolg van (gedeeltelijke) afsluiting van eccriene zweetklieren met name bij baby’s. Kenmerkend zijn de met helder vocht gevulde blaasjes of rode papeltjes. De meest voorkomende plekken zijn het hoofd, gelaat, nek en de romp. Miliaria wordt beschouwd als een zelflimiterende ziekte.
Irene Wassenaar-Hrlic

40. Eczeem bij baby’s

Samenvatting
Constitutioneel eczeem is een huidaandoening gekenmerkt door een droge huid met verschijnselen als roodheid, zwelling, schilfers, papels, blaasjes, korstjes of lichenificatie.
Manon van Rijn-van Vliet

41. Pityriasis alba

Samenvatting
Pityriasis alba is een onschuldige huidaandoening die vooral bij kinderen en adolescenten voorkomt en gekenmerkt wordt door matig tot scherp begrensde, gehypopigmenteerde huidafwijkingen. Deze zijn meestal gelokaliseerd in het gelaat en vallen vooral op bij mensen met een donkere huid.
Masja Loogman, Wim Opstelten

42. Luieruitslag

Samenvatting
Luieruitslag (luiereczeem, eczema natuum) ontstaat door het gebruik van luiers. Roodheid, schilfering en jeuk zijn de meest voorkomende verschijnselen.
Marissa Scherptong-Engbers

43. Liplikeczeem

Samenvatting
Liplikeczeem (lip-licking dermatitis) is een contacteczeem dat ontstaat door het frequent likken van de lippen en de omliggende huid. Door het herhaaldelijk contact met speeksel wordt de huid beschadigd en raakt vervolgens ontstoken.
Jorien van der Burg, Robert van Leeuwen

44. Berg/seborroisch eczeem van de hoofdhuid

Samenvatting
Seborroïsch eczeem, ook wel seborroïsche dermatitis genoemd, is een chronische, recidiverende huidaandoening, gekenmerkt door erytheem met vettige, gelige korsten op plaatsen waar zich actieve talgklieren bevinden.
Ingrid Arnold

45. Haaruitval/alopecia

Samenvatting
Bij haaruitval in plekken is er meestal sprake van verlies van hoofdhaar in een circumscripte plek, soms in de wenkbrauwen.
Huug van Duijn

46. Ringworm/tinea corporis

Samenvatting
Ringworm (tinea corporis) is een door schimmels veroorzaakte oppervlakkige infectie van de gladde onbehaarde huid, meestal in een kenmerkende ringvorm. ‘Worm’ (tinea) refereert aan een vroegere opvatting dat de aandoening werd veroorzaakt door invasieve wormen. Kenmerkend voor ringworm is de zich centrifugaal uitbreidende, scherp begrensde roodheid met schilfering en randactiviteit (korstjes, verhevenheid, soms vesikeltjes en pusteltjes) en een centrale genezingstendens.
Joost de Kanter

47. Zwemmerseczeem/tinea pedis

Samenvatting
Zwemmerseczeem (tinea pedis, athlete’s foot) is een veelvoorkomende schimmelinfectie die zich vooral manifesteert in de nauwe ruimten tussen de derde en vierde en tussen de vierde en vijfde teen. is een veelvoorkomende schimmelinfectie die zich vooral manifesteert in de nauwe ruimten tussen de derde en vierde en tussen de vierde en vijfde teen. Ook andere interdigitale ruimten kunnen echter zijn aangedaan.
Mirjam Veenema, Arie Knuistingh Neven

48. Acute netelroos/urticaria acuta

Samenvatting
Netelroos, ook wel galbulten of urticaria genoemd, is een huiduitslag die ontstaat door degranulatie van mestcellen. Het wordt gekenmerkt door scherp omschreven, snel opkomende maar meestal eveneens snel verdwijnende, zich schijnbaar over het lichaam verplaatsende, heftig jeukende zwellingen (kwaddels) van de huid. Veelal gaat urticaria gepaard met wisselend heftige jeuk, soms ook met pijn. Een bekende vorm van deze huidaandoening is de huiduitslag die ontstaat na contact met een brandnetel (Urtica). Urticaria wordt onderscheiden in een acute vorm, die verreweg het meest voorkomt (80%) en binnen enkele weken verdwijnt, en een chronische dan wel recidiverende vorm die 6 weken of langer kan duren.
Arie Knuistingh Neven

49. Strophulus/urticaria papulosa

Samenvatting
Urticaria papulosa zijn een vooral bij jonge kinderen van 2-10 jaar voorkomende papuleuze overgevoeligheidsuitslag bestaande uit lichtrode, sterk jeukende papels, veroorzaakt door contact met insecten. De oude benaming is ‘strophulus’.
Ymte Groeneveld

50. Insectenbeet/insectensteek

Samenvatting
Doorgaans gaat het om een beet of steek door een lid van de stam der Arthropoda (geleedpotigen). In Nederland is een aantal orden van belang. Dit zijn op de eerste plaats de Hymenoptera (vliesvleugeligen), waartoe onder andere de familie der Vespidae (wespen en horzels) en die der Apidae (bijen en hommels) behoren. Deze families gebruiken als wapen een angel, waarmee zij door de huid heen steken. Op de tweede plaats is er de orde der Diptera (tweevleugeligen), met als belangrijke families de Culicidae (muggen) en Tabanidae (dazen of steekvliegen). Dit zijn bloedzuigende insecten die hun monddelen gebruiken om een opening in de huid te maken en na deze beet bloed van hun gastheer op te zuigen. Bloedzuigende insecten uit andere orden zijn de vlo en de teek.
Ingrid Arnold

51. Tekenbeet

Samenvatting
Een tekenbeet is een beet van de kleine, parasitair levende, spinachtige Ixodes ricinus, de gewone, schapen- of hondenteek.
Walter Schrader

52. Luis/pediculosis

Samenvatting
Besmetting met hoofdluis en kleerluis, respectievelijk pediculosis capitis en pediculosis corporis, wordt gekenmerkt door jeuk met papels en krabeffecten, aanwezigheid van neten (luizeneieren) aan de haarschachten en eventueel zichtbare aanwezigheid van de veroorzakers van de klachten (de luizen zelf) tussen de haren, op de huid of in de kleren van de patiënt.
Arie Knuistingh Neven

53. Schaafwonden

Samenvatting
Schaafwonden (excoriaties, ontvellingen) zijn oppervlakkige verwondingen waarbij meestal alleen de epidermis en kleine delen van de dermis beschadigd zijn.
Peter Verstappen

54. Snijwonden hechten of plakken

Samenvatting
Een wond is een onderbreking van de normale samenhang van weefsels. Een snijwond is een wond die veroorzaakt is door een scherp voorwerp, waarbij de huid vaak uiteen wijkt door de spanning. Een snijwond bij een kind is vaak een klein drama. Het slachtoffer is dikwijls overstuur, net als de ouder of begeleider. De aanwezigheid van veel bloed maakt de paniek dan nog groter.
Fred Dijkers

55. Honden- en kattenbeet

Samenvatting
Door een beet van hond of kat komen micro-organismen van het dierlijke gebit in de wond.
Sjoerd Zwart

56. Oppervlakkige brandwonden

Samenvatting
Oppervlakkige brandwonden, in de Angelsaksische literatuur partial thickness burns genoemd, zijn eerstegraads of ondiepe tweedegraads verbrandingen van de huid. Bij een eerstegraads verbranding is alleen de epidermis aangetast en treedt erytheem op. Ondiepe tweedegraads verbrandingen, met slechts weinig dermisverlies, worden gekenmerkt door blaarvorming en een egaal rozerood aspect van de huid.
Ingrid Arnold

57. Blauwe plekken

Samenvatting
Een blauwe plek (hematoom, ecchymose, contusie) is een bloeding in de huid of het slijmvlies.
Tjitske van den Bruele

58. Wratten/verrucae vulgares

Samenvatting
Wratten zijn kleine goedaardige tumoren van de huid, huidkleurig tot geelgrijs met een bloemkoolachtig aspect. De grootte varieert van enkele millimeters tot conglomeraten van enkele centimeters.
Sjoerd Bruggink, Just Eekhof

59. Waterwrat/molluscum contagiosum

Samenvatting
Molluscum contagiosum, ook wel ‘kinderwrat’ of ‘waterwrat’ genoemd, is een huidaandoening die wordt gekenmerkt door wasachtige papels met een centrale indeuking (delle), meestal niet groter dan 2-5 mm, die neigt tot spontane genezing zonder littekenvorming.
Ron Glotzbach

60. Gordelroos/herpes zoster

Samenvatting
Gordelroos (herpes zoster) is de secundaire manifestatie van een eerdere infectie met het varicellazostervirus in een of meer dermatomen. Karakteristiek is de eenzijdige, dermatoomgebonden huiduitslag, gekenmerkt door gegroepeerde blaasjes en erytheem. Bij oudere patiënten staat vaak pijn op de voorgrond; bij kinderen is dit echter zelden het geval. De aandoening wordt ‘gordelroos’ genoemd omdat de uitslag vaak rond het middel zit.
Wim Opstelten

61. Krentenbaard/impetigo

Samenvatting
Impetigo is een besmettelijke huidinfectie door stafylokokken of streptokokken. De aandoening wordt gekarakteriseerd door een of meer laesies van geelbruine korsten op een erythemateuze, vaak vochtige ondergrond. De klassieke voorkeurslokalisatie is het gelaat (krentenbaard), maar ook armen, romp en benen zijn vaak aangedaan.
Sander Koning, Just Eekhof

62. Steenpuist/furunkel

Samenvatting
Een furunkel of steenpuist is een diepe haarzakontsteking met centrale necrose, veroorzaakt door stafylokokken. Een karbunkel is een conglomeraat van furunkels met necrotisering en abcesvorming.
Tjeerd de Jongh

63. Paronychia

Samenvatting
Paronychia of omloop is een ontstekingsreactie van de nagelriem die zich kan uitbreiden tot een klein infiltraat of abces.
Babette de Nijs

64. Ingegroeide teennagel/unguis incarnatus

Samenvatting
Bij een ingegroeide teennagel of dwangnagel (unguis incarnatus, ingrowing toenail) is er sprake van ingroei van de distale rand van de nagel (meestal de laterale) in het omliggende nagelbed. De teen is pijnlijk rood en gezwollen. Naarmate de afwijking langer bestaat, kan er door chronische ontsteking of prikkeling granulatieweefsel (‘wild vlees’) ontstaan. Dit kan leiden tot een pussige afscheiding.
Just Eekhof, Bart van Wijk

65. Nagelluxatiea

Samenvatting
Een traumatische nagelluxatie (nail plate avulsion) is een afwijkende nagelstand ten gevolge van een uitwendig trauma. Ten gevolge van het trauma kan een luxatiestand van de nagel naar volair (vinger) of plantair (teen) optreden, waarbij de nagel een hoek vormt met het nagelbed. De nagel kan ook onder het eponychium (nagelriem) vandaan luxeren. Een nagelluxatie kan onderdeel zijn van een topletsel, maar kan ook op zichzelf aanwezig zijn.
Rob van der Spruit

66. Naevi

Samenvatting
Naevus is het Latijnse woord voor ‘moedervlek’. Meestal wordt met naevus een gewone moedervlek bedoeld, de naevus naevocellularis. Dit is een melanocytaire naevus. Per definitie zijn naevi goedaardig; veel kinderen en adolescenten hebben benigne melanocytaire naevi.
Selma Jonkers

67. Wijnvlek/naevus flammeus

Samenvatting
Een naevus flammeus, ook wel wijnvlek (port-wine stain) genoemd, is een aangeboren vaatafwijking die gekenmerkt wordt door uitgezette bloedvaatjes in de huid. De naevus flammeus wordt vooral gezien in het gelaat, de nek en op het achterhoofd.
Olaf Pijper

68. Ooievaarsbeet/hemangioma cutis neonatorum

Samenvatting
Een hemangioma cutis neonatorum (naevus van Unna, ooievaarsbeet, naevus simplex) is een vlak, capillair hemangioom dat gezien wordt in het gelaat, voornamelijk op de neusrug en oogleden, én in de nek van de pasgeborene.
Noor Roeleveld-Kuijper

69. Aardbeihemangioom

Samenvatting
Hemangiomen bij kinderen zijn de meest voorkomende vaattumoren. Ze worden gekenmerkt door een unieke proliferatiefase in de vroege babytijd, gevolgd door een langzame involutie/regressie in de daarop volgende jaren.
Aimée Arnoldy-Tromp

70. Granuloma pyogenicum

Samenvatting
Granuloma pyogenicum wordt ook wel lobulair capillair hemangioom of granuloma teleangiectaticum genoemd. Het is een verworven benigne vaattumor die in korte tijd ontstaat. De laesie wordt vooral gezien op de huid en kan ook op de mucosa van de mond voorkomen.
Mirjam Bosker-Botermans

71. Feoderma

Samenvatting
Feoderma betekent ‘donkere verkleuring van de huid’ en heeft als gangbare medische benaming terrafirmaforme dermatose (TFFD), ‘aardkorstvormige dermatose’. Het is voor het eerst beschreven in 1987 door Duncan en staat zodoende ook bekend als Duncan’s dirty dermatose.
Jasper Wijnen

Keel-, neus- en oorgebied

Voorwerk

72. Prop in het oor/cerumen

Samenvatting
Cerumen of oorsmeer is het fysiologische afscheidingsproduct van tubulaire apocriene klieren gelegen in het buitenste derde gedeelte van de uitwendige gehoorgang.
Just Eekhof

73. Voorwerp in het oor/corpus alienum auri

Samenvatting
Een corpus alienum auri is een voorwerp in de uitwendige gehoorgang dat niet zonder hulpmiddelen kan worden verwijderd.
Chris Walinga

74. Slechter horen

Samenvatting
Een kind zal niet spontaan melden dat het niet goed hoort. Dat zal vooral door de ouders, de consultatiebureauarts of jeugdarts of de leerkracht op school worden opgemerkt. De definitie van slechthorendheid is bij kinderen net zoals bij volwassenen: een verminderde waarneming van geluid en minder verstaan van spraak.
Just Eekhof

75. Acute middenoorontsteking/otitis media acuta (OMA)

Samenvatting
Otitis media acuta (OMA) is een infectieuze ontsteking van het middenoor met een duur korter dan 3 weken. Kenmerkende kenmerken zijn oorpijn of algemeen ziekzijn (waaronder koorts) of een loopoor en bij otoscopie een rood, bomberend of niet doorschijnend trommelvlies of otorroe.
Roderick Venekamp, Roger Damoiseaux

76. Middenoorontsteking/otitis media met effusie (OME)

Samenvatting
Otitis media met effusie (OME) is een conditie van het middenoor die wordt gekenmerkt door ophoping van vloeistof achter het gesloten trommelvlies zonder tekenen van acute infectie.
Roderick Venekamp, Roger Damoiseaux

77. Bijoortje

Samenvatting
Het bijoortje is een vleesachtig papeltje dat in de meeste gevallen een kern van kraakbeen bevat. Het bevindt zich meestal anterior van de tragus of de helix. In zeldzamere gevallen kan het zich op de wang of anterior van de musculus sternocleidomastoideus bevinden.
Thecla van Dun

78. Flaporen

Samenvatting
Afstaande oren, in de volksmond ook wel ‘zeiloren’ of ‘flaporen’ genoemd, kunnen voor veel psychische problemen zorgen. In de literatuur wordt gesproken van een afstaand oor als de afstand tussen oorschelp en mastoïd meer dan 21 mm bedraagt.
Ineke Weenink

79. Lenteoren/juvenile spring eruption

Samenvatting
Lenteoren (juvenile spring eruption) is een zelflimiterende aandoening die wordt gekenmerkt door jeukend erytheem, blaasjes en gegroepeerde papels die ontstaan op de aan zonlicht blootgestelde randen van de oorschelpen. Soms verworden de vesikels tot korsten. Lenteoren genezen binnen 2 weken met weinig tot geen littekenweefsel.
Esmé Marissen

80. Verkoudheid/coryza

Samenvatting
Een verkoudheid, coryza of rinitis is een situatie waarbij een kind korte of lange tijd heldere of purulente afvloed uit de neus heeft met eventueel neusverstopping of niezen.
Willy Graffelman, Just Eekhof

81. Sinusitis

Samenvatting
Sinusitis is een ontsteking van een of meer neusbijholten.1 Een sinusitis kan op elke leeftijd ontstaan. Maar omdat een sinusitis bij kinderen meestal gepaard gaat met andere symptomen van de bovensteluchtweginfectie, wordt zelden de einddiagnose (rino)sinusitis gesteld.
Dorrit Dijksterhuis

82. Snurken

Samenvatting
Snurken is een inspiratoir geluid dat wordt geproduceerd door de vibratie van het zachte weefsel van de wanden van de bovenste luchtwegen gedurende de slaap.1 De criteria en definitie van snurken zijn niet geheel eenduidig.
Joyce Verhoeff, Arie Knuistingh Neven

83. Neusbloeding/epistaxis

Samenvatting
Epistaxis is een bloeding uit de neusholte.
Froukje Boukes

84. Voorwerp in de neus/corpus alienum nasi

Samenvatting
In principe kan een voorwerp in de neus zich in de gehele neusholte van het kind bevinden. Meestal zal het op de neusbodem onder de concha nasalis inferior gelokaliseerd zijn of anterior van de concha nasalis media.
Chris Walinga

85. Keelpijn en keelontsteking

Samenvatting
Onder keelpijn wordt verstaan: klachten over pijn in de keel die acuut, chronisch of recidiverend kunnen zijn.1 Veelal is er sprake van een infectie van de bovenste luchtwegen, waarbij ook de keel betrokken is. Minder vaak is alleen de keel aangedaan. Dan wordt gesproken van keelontsteking of tonsillitis; in de Amerikaanse literatuur spreekt men van faryngitis.
Carien Dagnelie

86. Heesheid/dysfonie

Samenvatting
Heesheid of dysfonie is een geluid dat veel mensen beschrijven als een hese of schorre stem. Soms spreekt een kind van ‘last of moeheid van de keel’, een rare stem of het gevoel een prop in de keel te hebben.
Stephanie Le Mahieu

Ogen

Voorwerk

87. Kleurenblindheid

Samenvatting
Gehele of gedeeltelijke kleurenblindheid is het niet of niet volledig waarnemen van kleuren. ‘Kleurenblindheid’ is eigenlijk geen goede benaming, omdat het meestal gaat om kleurenzwakte of een gestoord kleurenzicht.
Miriam Bal

88. Strabisme en pseudostrabisme

Samenvatting
Strabisme (scheelzien) is een aandoening waarbij er een onvermogen bestaat om beide ogen op één fixatiepunt te richten. Bij esotropie (strabismus convergens) staat het niet-fixerende oog naar binnen, bij exotripe (strabismus divergens) naar buiten.
Sandra Lam-Kleingeld

89. Verschil in pupilgrootte/anisocorie

Samenvatting
Onder anisocorie verstaat men een ongelijkheid in de diameter van de pupillen van het oog.
Anne Vroling

90. Conjunctivitis

Samenvatting
Conjunctivitis is een niet-pijnlijke bindvliesontsteking van één of beide ogen. Het klinisch beeld wordt gekenmerkt door roodheid van het oogwit, branderigheid, corpusalienumgevoel, jeuk en milde afscheiding. Het gezichtsvermogen is onveranderd.
Jan-Pier Cleveringa, Remco Rietveld

91. Verstopte traanbuis/dacryostenose

Samenvatting
Dacryostenose of verstopte traanbuis is een aangeboren aandoening, die bij zuigelingen leidt tot afvloedbelemmering van het traanvocht.
F. J. N. Rijkée

Mond

Voorwerk

92. Spruw bij zuigelingen/candidiasis

Samenvatting
Spruw (thrush) is een acute Candida-infectie van het mondslijmvlies. De spruw zoals hier besproken heeft niets te maken met de darmaandoeningen tropische en niettropische spruw (coeliakie).
Nick van Vliet

93. Ragaden aan de mondhoek/perlèche

Samenvatting
Mondhoekragaden (cheilitis angularis, perlèche, stomatitis angularis) worden gekenmerkt door maceratie en fissuurvorming bij de mondhoeken, soms met korstvorming en uitbreiding naar de aangrenzende huid.
Marissa Scherptong-Engbers

94. Aften/stomatitis aphthosa

Samenvatting
Aften zijn pijnlijke, solitaire of multipele ulceraties van het mondslijmvlies. Stomatitis aphthosa is een recidiverende ontsteking van het niet-gekeratiniseerde mondslijmvlies waarbij enkele tot vele afteuze laesies aanwezig zijn.
Hanneke Oltheten

95. Herpesstomatitis/stomatitis herpetica

Samenvatting
Stomatitis herpetica is een pijnlijke, vesiculeuze aandoening van het mondslijmvlies, die wordt veroorzaakt door het herpessimplexvirus. De infectie verloopt vaak subklinisch.
Wim Opstelten

96. Te kort tongriempje

Samenvatting
Het te korte tongriempje (partiële ankyloglossie) wordt gekenmerkt door een bijna of helemaal tot aan de tongpunt vastzittend, kort frenulum linguae. Het frenulum linguae is de slijmvliesplooi in de mediaanlijn tussen de onderkant van de tong en de mondbodem. Het te korte tongriempje is een congenitale, orale anomalie die de tongbewegingen kan belemmeren, en bij het uitsteken van de tong een inkeping kan veroorzaken (‘hartvormige’ tong).
Dorien Zwart

97. Fissuurtong

Samenvatting
De fissuurtong wordt gekenmerkt door groeven in de tong die variëren in diepte. De groeven komen met name voor op de tongrug en kunnen zich naar lateraal uitstrekken. De fissuurtong wordt in de literatuur ook wel lingua fissurata, lingua plicata, scrotal tongue en grooved tongue genoemd.
Muthher Al-Rushdy

98. Duimzuigen/speenzuigen

Samenvatting
Duimzuigen en speenzuigen zijn normale activiteiten van kinderen. Deze zuiggewoonten van kinderen kunnen voedingsgericht zijn en niet-voedingsgericht. Dit hoofdstuk gaat over niet-voedingsgericht zuigen en dan specifiek het zuigen op een duim of vingers en een speen. Een (kunst) speen voor een baby om aan te zuigen bestond al 1000 v.Chr.
Boukje van Dijk-van Casteren, Frans van der Kooij

99. Kwijlen/sialorroe

Samenvatting
Kwijlen, het verliezen van speeksel uit de mond, wordt in medische terminologie ook wel sialorroe genoemd. Sialorroe wordt met name gezien bij neurologische ziektebeelden, bijvoorbeeld bij kinderen met mentale retardatie of cerebrale parese en bij volwassenen met de ziekte van Parkinson. In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan kwijlen in afwezigheid van neurologische ziekten.
Jackelien Geerlings

100. Doorkomende tandjes

Samenvatting
Het doorkomen van het melkgebit is een proces waarbij de melktandjes en -kiezen zich verplaatsen vanuit de kaken naar hun uiteindelijke functionele positie in de mondholte. Dit is een fysiologisch proces dat bij alle kinderen optreedt.
Yvonne de Haas

101. Tand uit de mond

Samenvatting
Een tand kan door verschillende oorzaken uit de mond zijn geraakt. Meestal gebeurt het door een val of een ander trauma. De tand kan afgebroken zijn of als geheel uit de kaak zijn losgekomen (geëxarticuleerd).
Marissa Scherptong-Engbers

102. Cariës in het melkgebit

Samenvatting
Cariës is een aandoening van het gebit waarbij het glazuur van de tanden wordt aangetast (caries is Latijn voor ‘vermolmdheid, rotheid’). Er is sprake van een verkleuring van de tanden of kiezen van wit via bruin tot zwart. De snijtanden van de bovenkaak zijn het meest aangedaan; vervolgens de molaren van de bovenkaak van het melkgebit. Vanaf het moment waarop de tanden doorbreken, kan er cariës ontstaan.
Trijntje Yntema, Marissa Scherptong-Engbers

103. Tandenknarsen/bruxisme

Samenvatting
Tandenknarsen of tandenklemmen, oftewel bruxisme, komt op alle leeftijden voor, ook bij kinderen. Het woord bruxisme is afgeleid van brychein, het Griekse woord voor ‘tandenknarsen’. Bij tandenknarsen of -klemmen worden vooral ’s nachts in de slaap de tanden en kiezen vaak met kracht over elkaar geschoven of tegen elkaar geklemd. Men beschouwt bruxisme als een periodieke, stereotiepe bewegingsstoornis van het tand- en kaakstelsel.
Annette Aničić-Bader, Just Eekhof

104. Habitueel mondademen

Samenvatting
Habitueel mondademen is een aandoening die met regelmaat voorkomt onder peuters, kleuters en schoolgaande kinderen. Het is de gewoonte om in rust een deel van de ademlucht door de mond in te ademen terwijl de neus voldoende toegankelijk is. De gewoontevorming onderscheidt mondademen van obstructief ademhalen, waarbij een neusverstopping noodzaakt tot mondademen, en van ‘openmondgedrag’, waarbij de lippen in rust niet gesloten zijn maar wel door de neus geademd wordt. Op lange termijn kan habitueel mondademen leiden tot schadelijke effecten.
Elleke Brink-Schots

105. Slissen/lispelen

Samenvatting
Slissen en lispelen (sigmatisme) zijn fonetische articulatiestoornissen, waarbij de sisklanken zoals s, z, sj, ts, tsj, zj en dzj verkeerd worden uitgesproken.
Annika van der Zanden

Romp, hals, nek

Voorwerk

106. Hoesten

Samenvatting
Hoesten is het pathofysiologische verschijnsel waarbij het kind eerst diep inademt, vervolgens de glottis sluit en thoracale en abdominale spieren aanspant en ten slotte de glottis snel en stootsgewijs opent waarbij lucht op explosieve wijze ontsnapt.
Marissa Scherptong-Engbers

107. Kinkhoest

Samenvatting
Kinkhoest is een door Bordetella pertussis veroorzaakte luchtweginfectie, die vaak gekenmerkt wordt door paroxismale staccatohoest, gevolgd door een lange piepende inspiratie.
Evelyn van Leeuwen, Wouter de Ruijter

108. Pseudokroep

Samenvatting
Pseudokroep (laryngitis subglottica) is een aandoening bij jonge kinderen. Er is sprake van benauwdheid, hoorbare inademing en blafhoest, in de meeste gevallen veroorzaakt door een ontsteking van het slijmvlies van het strottenhoofd. De naam van deze aandoening is vanwege gelijkenis van de symptomen ontleend aan difterie, de ‘echte’ kroep. Van alle kinderen die door de huisarts worden gezien met pseudokroep, wordt een heel klein deel (minder dan 5%) naar de kinderarts verwezen.
Willy Graffelman, Just Eekhof

109. Piepende ademhaling/happy wheezer

Samenvatting
Piepende ademhaling, ook wel ‘zagen’ of wheezing genoemd, is een bemoeilijkte ademhaling die gepaard gaat met een fluitend geluid, zoals bij asthma bronchiale. Het piepen wordt gehoord tijdens auscultatie van de thorax. Piepen komt vooral voor bij kinderen tussen het eerste en vijfde levensjaar. Het piepen zelf geeft over het algemeen geen klachten.
Folkert van Bruggen

110. Lymfeklierzwelling in de hals

Samenvatting
Lymfadenopathie betekent letterlijk ‘ziekte van de lymfeklier’. In de praktijk wordt hiermee vrijwel altijd een lymfeklierzwelling bedoeld. De meeste klieren liggen onder de huid en zijn normaal niet voelbaar; bij elke lymfeklier die voelbaar is, spreekt men al van een vergroting. Palpabele halslymfeklieren zijn bij kinderen in verreweg de meeste gevallen een reactie op (recidiverende) bovensteluchtweginfecties. Soms kunnen deze klieren ook zelf geïnfecteerd raken. Men spreekt dan van lymphadenitis colli.
Esther Medema

111. Verworven torticollis

Samenvatting
Torticollis (‘scheefhals’) is het klinische verschijnsel dat gekenmerkt wordt door een rotatiestand van de hals en een scheefstand van het hoofd. Torticollis is geen ziekte, maar een uiting van onderliggende pathologie. Een praktisch onderscheid is de tweedeling in de congenitale torticollis bij neonaten en de verworven torticollis, die over het algemeen voorkomt bij oudere kinderen.
Firmin Candido

112. Aangeboren torticollis

Samenvatting
Torticollis is afgeleid van de Latijnse woorden tortus, ‘gedraaid’, en collum, ‘nek’. In ons land wordt ook wel gesproken van een ‘scheefhals’, in de Engelse literatuur van congenital muscular torticollis, pseudotumor of infancy of wryneck. Het betreft een lateroflexie van het hoofd naar de ipsilaterale zijde en een rotatie van de kin en het gelaat naar de contralaterale zijde. De richting van de oogstand geeft tevens de aangedane zijde aan. Bij kinderen kan onderscheid worden gemaakt tussen congenitale torticollis bij pasgeborenen, die in dit hoofdstuk wordt behandeld, en de verworven torticollis bij wat oudere kinderen, vaak na een keelinfectie of operatie in het kno-gebied (zie hoofdstuk 111).
Sebastiaan Dam

113. Mediane halscyste

Samenvatting
De mediane halscyste, ook wel ductus thyreoglossuscyste genoemd, wordt gekenmerkt door een al dan niet pijnlijke zwelling in de middenlijn van de hals, zoals de naam al aangeeft.
Matthijs de Boer

114. Laterale halscyste

Samenvatting
Een laterale halscyste, een zwelling aan de zijkant van de hals, is meestal het restant van de embryonale kieuwspleet, dus een kieuwboogcyste, maar heeft een bredere differentiaaldiagnose (zie ook hoofdstuk 113).
Lise Weissberg

115. Hartruis

Samenvatting
Een hartruis wordt gedefinieerd als een extra of ongebruikelijk geluid dat gehoord wordt naast een normale eerste en tweede harttoon. Een onschuldige hartruis wordt beschouwd als een variatie op de normale harttonen die niet het gevolg is van een structurele cardiale aandoening. Dit type hartruis wordt ook ‘functioneel’, ‘fysiologisch’ of ‘normaal’ genoemd. De diagnose ‘onschuldige hartruis’ wordt per exclusionem gesteld, nadat zorgvuldige beoordeling van de ruis en een goede anamnese en lichamelijk onderzoek een pathologische hartruis heeft uitgesloten.
Gabriëlle van Berkel-Daleboudt

116. Extra tepels/polythelia

Samenvatting
Polythelia is de aanwezigheid van extra tepels. De extra tepels zijn bij de geboorte al aanwezig. Ze bevinden zich meestal caudaal van de normale tepels maar kunnen overal voorkomen langs de melklijsten, die bilateraal lopen van de liezen tot aan de oksels.
Bella Drost, Barbara de Doelder

117. Tepeluitvloed bij zuigelingen

Samenvatting
We spreken van tepeluitvloed bij zuigelingen als uit een of beide tepels van de zuigeling vocht lekt. Dit vocht wordt ook wel ‘heksenmelk’ genoemd.
Hermiëtte Idenburg

118. Pectus excavatum

Samenvatting
Pectus excavatum, ook wel trechterborst of schoenmakersborst genoemd, is een aangeboren afwijking van de thorax, waarbij het onderste deel van het borstbeen en de aldaar aanliggende ribben naar dorsaal verplaatst liggen. Van alle thoraxwandafwijkingen bij kinderen is pectus excavatum de meest voorkomende, ze komt ongeveer tienmaal vaker voor dan pectus carinatum, ook wel kippenborst genoemd, die gekenmerkt wordt door een naar voren stekend borstbeen.
Peter van der Zwaal

119. Ziekte van Scheuermann/kyfose

Samenvatting
De wervelkolom heeft een aantal fysiologische krommingen in voorachterwaartse (sagittale) richting: de cervicale en lumbale lordose zijn naar ventraal gericht, de thoracale en sacrale kyfose naar dorsaal. Bij een versterkte thoracale kyfose spreekt men van hyperkyfose. Daarbij onderscheidt men de niet-structurele (houdingsafwijking) en de structurele hyperkyfose, die actief noch passief corrigeerbaar is. Een kleine minderheid van de bevolking heeft een aangeboren structurele hyperkyfose, een afwijking aan de ventrale zijde van de wervels die over een bepaald traject niet gesegmenteerd zijn en daardoor niet of nauwelijks meegroeien met de dorsale zijde. Deze hyperkyfose is per definitie progressief tot aan het eind van de groei.
Wouter de Ruijter

120. Afwijkende stand van de rug/scoliose

Samenvatting
Een scoliose is een zijdelingse kromming van de wervelkolom. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de niet-structurele scoliose, vaak ‘houdingsscoliose’ of ‘compensatoire scoliose’ genoemd, en de structurele scoliose.
Wouter de Ruijter

121. Ingeslikt voorwerp/ingestie van een corpus alienum

Samenvatting
Bij patiënten die een corpus alienum hebben ingeslikt, zal het in de meeste gevallen gaan om jonge kinderen. In dit hoofdstuk gaat het om voorwerpen die duidelijk zijn ingeslikt; niet over kinderen die zich in een voorwerp hebben ‘verslikt’: het voorwerp bevindt zich dan in de luchtweg.
H. C. Wagenaar, Sjoerd Bruggink

122. Ingeslikte sigaret of peuk

Samenvatting
Het inslikken van een sigaret of sigarettenpeuk door een jong kind leidt vaak tot grote ongerustheid bij ouders en onzekerheid bij hulpverleners over hoe te handelen. Het inslikken van een sigaret of sigarettenpeuk zorgt voor circa 7% van alle op het ziekenhuis gepresenteerde accidentele vergiftigingen van kinderen tot 6 jaar.
Hulya Civi

123. Gastro-oesofageale reflux bij kinderen van 0-18 maanden

Samenvatting
Bij reflux is er terugvloed van maaginhoud in de slokdarm, met of zonder regurgitatie en spugen. Indien dit gepaard gaat zonder klachten, wordt gesproken van gastro-oesofageale reflux (GOR). Van gastro-oesofageale refluxziekte (GERZ) wordt gesproken als de GOR leidt tot hinderlijke klachten of complicaties bij de zuigeling, zoals prikkelbaar gedrag, voedselweigering, groeivertraging, het opgeven van bloedsliertjes, slaapproblemen of apparent life-threatening events.
Hannebeth Bosker

124. Acute diarree en braken

Samenvatting
Acute diarree is een plotseling optredende afwijking van het voor het kind gebruikelijke defecatiepatroon die korter dan 14 dagen bestaat; de frequentie en de hoeveelheid van de ontlasting zijn toegenomen en de ontlasting bevat meer water dan ge-woonlijk. Overgeven en buikpijn komen in de eerste uren vaak voor.
Flip Brühl

125. Peuterdia

Samenvatting
Peuterdiarree wordt gekenmerkt door frequente (4-10 maal per dag), vaak waterdunne ontlasting die geruime tijd (> 4 weken) aanhoudt bij een overigens gezond kind.
Otto Quartero

126. Fecale incontinentie

Samenvatting
Fecale incontinentie is onvrijwillig verlies van ontlasting boven de leeftijd van 4 jaar (overdag of ’s nachts). De meest voorkomende oorzaak is obstipatie. Het kan hier om kleine veegjes ontlasting gaan maar ook om grotere hoeveelheden. Zowel voor kinderen als ouders is dit een lastig probleem waar vaak ook veel schaamte bij komt kijken, het wordt geassocieerd met een lage zelfwaardering, depressie en angst. Recentelijk hebben gastro-enterologen besloten de termen ‘soiling’ en ‘encopresis’ niet meer te gebruiken.
Corrie Jongsma

127. Giardia lamblia

Samenvatting
Giardiasis is een besmetting door het protozo Giardia lamblia (synoniemen: G. (synoniemen: G. intestinalis, G. duodenalis en Lamblia intestinalis). Het is een kosmopolitische parasiet. Kinderen met G. lamblia presenteren zich veelal met volumineuze diarree, buikkrampen en gewichtverlies. De feces zouden daarbij aan de toiletpot blijven plakken. De infectie komt op elke leeftijd voor, maar de meeste infecties zijn in de leeftijd 5-14 jaar. G. lamblia kan incidentele chronische diarree veroorzaken, maar soms ook in kleine epidemieën op kinderdagverblijven optreden.
Olaf Breek

128. Worminfecties, spoel-, lint- en zweepwormen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden infecties met Ascaris lumbricoides (spoelworm), Taenia saginata (lintworm) en Trichuris trichiura (zweepworm) bij kinderen besproken.
Fulco van der Leer

129. Aarsmaden/enterob

Samenvatting
Enterobiasis is een besmetting door Enterobius vermicularis, in de volksmond aarsmade genoemd. Vroeger werd de naam oxyuriasis gebruikt.
Marissa Scherptoeg-Engbers

130. Obstipatie

Samenvatting
Obstipatie is een persoonlijk ervaren, abnormaal veranderd defecatiepatroon waarbij vaak weinig, vaak te harde of te moeilijk produceerbare ontlasting wordt geloosd.
André Verheij, Aeeemieke Verheij-Bakker

131. Anusfissuur/fissura ani

Samenvatting
Fissura ani is een pijnlijke, lineaire, meestal dorsaal gelegen laesie in de huid of het slijmvlies van het distale gedeelte van het anale kanaal. Bij een fissuur die langer dan 4 weken bestaat of klinische kenmerken vertoont zoals geïndureerde wondranden en zichtbare bleke spiervezels, wordt gesproken van een chronische anusfissuur.
Willem Draijer

132. Navelproblemen bij zuigelingen

Samenvatting
Navelproblemen bij zuigelingen uiten zich door de aanwezigheid van vocht, roodheid, zwelling of abnormaal weefsel in het navelgebied na het afvallen van de navelstreng.
Elly Crone-Kraaijeveld

133. Urachuscyste

Samenvatting
Een cyste is een niet-lichaamseigen holte die bekleed is met het weefsel ze vanuit is ontstaan.
Maarten Dekker

134. Navelbreuk

Samenvatting
De navelbreuk of hernia umbilicalis is een defect van de buikwand ter plaatse van de navel, waardoor breukinhoud naar buiten puilt.
Floor Weiman

135. Steek in de zij

Samenvatting
Elk kind en elke volwassene kent het fenomeen van een steek in de zij die optreedt tijdens lichamelijke inspanning.
Caroline Reincke-Grootendorst

136. Urineweginfectie

Samenvatting
De diagnose ‘urineweginfectie’ berust op een combinatie van klinische verschijnselen en de aanwezigheid van bacteriën in urine.
Bart van Pinxteren

137. Enuresis nocturna

Samenvatting
Enuresis nocturna (bedplassen) is een blaasontlediging volgens het normale mictiepatroon op een ongewenst moment en ongewenste plaats.
Paul van Dijk, Marissa Scherptong-Engbers

138. Métrorrhagie des vierges

Samenvatting
Métrorrhagie des vierges (puberteitsmetrorragie) is de klinische benaming voor langdurig vaginaal bloedverlies aan het begin van de fertiele levensfase op basis van een anovulatoire cyclus waarin persisterende follikels ontstaan.
Ruud van Randeraat

139. Vaginaal bloedverlies bij zuigelingen

Samenvatting
Vaginaal bloedverlies bij zuigelingen is een macroscopisch waarneembare bloeding uit de schede bij meisjes van 0-1 jaar.
Janny Dekker

140. Vaginale afscheiding

Samenvatting
Vaginale afscheiding (fluor vaginalis) is een meestal niet-bloederige afscheiding die afwijkend is wat betreft hoeveelheid, geur of kleur. Vaak is er niet alleen sprake van afscheiding, maar ook van jeuk, roodheid of irritatie van de uitwendige genitalia, of een branderig gevoel bij het plassen.
Janny Dekker

141. Verkleefde labia/synechia vulvae

Samenvatting
Synechia vulvae is een gedeeltelijke of volledige verkleving van de kleine schaamlippen; men spreekt ook wel van agglutinatie van de labia minora, labiumadhesie of labiale fusie.
Merel Geenen, Winy Robbe

142. Voorhuidvernauwing/fimose

Samenvatting
Voorhuidvernauwing (fimose) is vernauwing van de opening van het preputium, waardoor de voorhuid niet geheel kan worden teruggeschoven over de glans penis. Fimose is afgeleid van het Griekse phimos, ‘afsluiting’ of ‘vernauwing’. Een slurfpreputium is een ruimere hoeveelheid voorhuid die eruitziet als een slurfje; dit hoeft geen relatie te hebben met een voorhuidvernauwing.
Elleke Brink-Schots

143. Niet-ingedaalde testis

Samenvatting
Niet in het scrotum gelegen testes zijn onder te verdelen in retractiele testes en nietscrotale testes.
Carolien Bakker, Sjoerd Bruggink

144. Hydrokèle

Samenvatting
Een hydrokèle (van hydor, ‘water’, en kèle, ‘breuk’) is een ophoping van vocht rond de testis. Kenmerkend is een pijnloze zwelling in het scrotum die aanvoelt als een waterballon.
Barbara Stravers

145. Balanitis

Samenvatting
Balanitis is een ontsteking van de glans penis. Bij gelijktijdige ontsteking van het preputium spreekt men van een balanopostitis (van balanos, ‘eikel’, en posthe, ‘voorhuid’). Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt.
Cathalijne Spaargaren

Armen en benen

Voorwerk

146. Zondagmiddagarmpje

Samenvatting
Het zondagmiddagarmpje (subluxatio capitelli radii, pulled elbow, nursemaid’s elbow) is een traumatische ontwrichting van het kopje van de radius die vooral voorkomt bij kinderen van 0-4 jaar.
Arie Knuistingh Neven, Marjolein Krul

147. Asymmetrische bilplooi

Samenvatting
Een asymmetrische bilplooi bij een zuigeling kan een aanwijzing zijn voor heupluxatie. Er is dan een extra bilplooi aan één zijde. Vooral als deze extra plooi zich dicht bij het perineum bevindt, is de kans op heupluxatie vergroot.
Annette Broos-Kerste

148. Coxitis fugax

Samenvatting
Coxitis fugax is een aandoening van het heupgewricht die vooral voorkomt bij kinderen van 2-12 jaar. Het is een zelflimiterende steriele ontsteking van de synovia van het heupgewricht.
M. L. van der Deijl

149. Snapping hip/coxa saltans

Samenvatting
De term snapping hip (coxa saltans) betekent letterlijk ‘knappende heup’ en wordt ook wel vertaald als ‘verende’ of ‘klikkende’ heup. De termen snapping hip en coxa saltans (springende/verspringende heup) worden door elkaar gebruikt in de literatuur.
Ferdinand Oppenhuizen

150. Beenlengteverschil

Samenvatting
Men spreekt van beenlengteverschil als de afstand tussen spina iliaca anterior superior en hiel links verschilt ten opzichte van rechts.
A. Voorhoeve

151. Idiopathisch tenenlopen

Samenvatting
‘Habituele tenenlopers’ zijn kinderen die altijd op de tenen lopen zonder dat er aanwijzingen bestaan voor een onderliggende stoornis.
Anke Hazeleger

152. Naar binnen wijzende voeten/intoeing

Samenvatting
Intoeing is een stand van de benen of looppatroon waarbij de tenen naar binnen wijzen. Intoeing wordt veroorzaakt door een versterkte endorotatie van de heup, een versterkte endorotatie van het onderbeen of een standafwijking van de voorvoet. De afwijking is meestal leeftijdsafhankelijk en gaat dus meestal vanzelf over.
Danique Gorter-Verheij

153. X- en O-benen/genua valga en vara

Samenvatting
O-benen (genua vara) en X-benen (genua valga) zijn standafwijkingen van de knie in het frontale vlak. Deze standafwijkingen worden vaak gezien in bepaalde leeftijdscategorieën en zijn meestal fysiologisch.
Wilma Spinnewijn

154. Ziekte van Osgood-Schlatter

Samenvatting
De ziekte van Osgood-Schlatter is een van de meest voorkomende oorzaken van kniepijn bij kinderen. Het betreft een aandoening van de tuberositas tibiae, die gekenmerkt wordt door lokale pijn, zwelling en gevoeligheid.
Selma Jonkers

155. Hielpijn

Samenvatting
Hielpijn bij kinderen is pijn aangegeven in of rond de calcaneus (hielbeen). Het komt vooral voor in de leeftijd 7-15 jaar. De klacht beïnvloedt de kwaliteit van leven negatief.
Jan Hoekstra, Kees Gorter

156. Platvoeten/pedes plani

Samenvatting
Bij een platvoet (pes planus)is het mediale voetgewelf verstreken. Meestal staat de achtervoet in valgusstand (knikvoet). Men kan onderscheid maken tussen een soepele platvoet, die bij onderzoek te corrigeren is, en een contracte platvoet waarbij dit niet mogelijk is.
Marjolein Krul

157. Overliggende tenen

Samenvatting
Een overliggende teen (ook wel ruiterteen genoemd) is bij kinderen meestal het gevolg van een tweetal aangeboren aandoeningen.
Jasper Luyendijk

158. Extra vingers of tenen/polydactylie

Samenvatting
Polydactylie is de aanwezigheid van een of meer extra vingers of tenen. Dit kan variëren van een stompvormig aanhangsel zonder bot tot een partiële of totale duplicatie van een of meer digiti. Deze congenitale afwijking valt meestal direct na de geboorte op.
Saskia van de Ven

159. Vergroeide vingers of tenen/syndactylie

Samenvatting
Syndactylie (syn, ‘samen’, daktylos, ‘vinger’) is een aangeboren aandoening waarbij vingers of tenen tijdens de zwangerschap niet van elkaar zijn gescheiden.
Ellen Lohmann

160. Haartourniquetsyndroom

Samenvatting
Het haartourniquetsyndroom is een gedeeltelijke of volledige obstructie van de circulatie door omwikkeling van een lichaamsdeel door een haar of draadje textiel.
Aury Wever

Nawerk

Meer informatie

Extra’s