Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De tandheelkundige behandeling van kinderen heeft een eigen dynamiek. Kinderen groeien en ontwikkelen zich immers snel. Het gebit verandert, maar het patiëntje als geheel ook. In uw praktijk zult u steeds uw manier van communiceren moeten aanpassen aan de leeftijd van het kind. Ook zult u steeds afwegingen moeten maken over welke behandeling op een bepaald moment de juiste is. Wat heeft prioriteit: de gebitsgezondheid, de ontwikkeling van het kind, of de toekomstverwachtingen van het (wissel)gebit?

In Kindertandheelkunde deel 1 worden de theoretische en de praktische aspecten van de kindertandheelkunde besproken. Aan bod komen psychologische en medische aspecten, diagnostiek, preventie, pijnbestrijding, behandeling van problemen met het melkgebit- en blijvend gebit en ontwikkelingsstoornissen van de harde tandweefsels.

In deze herziening wordt bovendien volop aandacht besteed aan recente ontwikkelingen in dit vakgebied. Ook de literatuurverwijzingen zijn bijgewerkt, waardoor het boek helemaal up-to-date is.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel A Kindertandheelkunde, uitgangspunten en grenzen

Voorwerk

1 Kindertandheelkunde, uitgangspunten en grenzen

Samenvatting
Tandheelkundige zorg voor de jeugd verschilt maar in enkele onderdelen van die voor volwassenen, maar die onderdelen springen zo in het oog dat we van een apart onderdeel van de tandheelkunde moeten spreken. Verreweg het belangrijkste onderscheidende aspect van de kindertandheelkunde ligt in de patiënt zelf: het kind. Het kind in ontwikkeling groeit en verandert. Dat betekent dat de tandarts te maken krijgt met een patiënt met wie in de loop der jaren steeds op een ander niveau gecommuniceerd moet worden, die steeds aangepaste preventieve adviezen nodig heeft en bij wie tijdens de uitvoering van restauratieve zorg met de wisselende leeftijd ook andere regels of principes kunnen gelden.
J.S.J. Veerkamp, W.E. van Amerongen, L.C. Martens, G. Stel

Deel B Psychologische aspecten

Voorwerk

2 Psychologische ontwikkeling

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de tandarts vertrouwd gemaakt met de psychologische ontwikkeling van het kind. Voor de uitoefening van de moderne (kinder)tandheelkunde is het essentieel een beeld te hebben van de normale groei en ontwikkeling van kinderen. Het geeft de tandarts een ‘frame of reference’ van wat hij van het kind kan verwachten en het biedt hem mogelijkheden adequaat in te spelen op kinderen van verschillende leeftijden, mét hun leeftijdspecifieke behoeften en gedragingen. Wel blijft het van belang te bedenken dat, afgezien van de algemene kenmerken van een bepaalde leeftijdsfase, ieder kind uniek is. Uniek door een complex samenspel van factoren, zoals de individuele aanleg van het kind en de omgevingsfactoren waarin die aanleg tot ontplooiing kan komen. Kennis van de algemene principes is daarom niet meer dan een begin om het individuele kind in de tandartsstoel te begrijpen en een goede werkrelatie met hem op te bouwen.
E.J.P. Polak, J.S.J. Veerkamp

3 Uitgangspunten van communicatie

Samenvatting
In hoofdstuk 5 over gedragsbeïnvloeding komt aan de orde dat de tandarts in de omgang met kinderen op zijn woorden moet letten. Verreweg de belangrijkste oorzaak van angst voor de tandarts is het werk van de tandarts zelf. Curatieve tandheelkunde is een zeer ingrijpende gebeurtenis en het zal dus vooral aan de capaciteiten van de tandarts liggen in hoeverre dit een onuitwisbare indruk op het kind nalaat. Het hoe en waarom wordt in dit hoofdstuk nader toegelicht: waar moeten de accenten liggen en wat zijn vermijdbare fouten, welk woordgebruik moet de tandarts kiezen en wanneer kan hij beter zwijgen? En als laatste: áls hij zwijgt, communiceert hij dan niet?
J.S.J. Veerkamp

4 Angst voor of bij de tandarts

Samenvatting
Angst is een emotie die nodig is om te overleven. Alle levende wezens vechten voor hun voortbestaan en daarbij is het angstgevoel een van de belangrijkste mechanismen voor zelfbehoud, zowel bij mensen als bij dieren.
J.S.J. Veerkamp, E. Polak

5 Methoden van gedragsbeïnvloeding

Samenvatting
Tandheelkundige behandeling van kinderen is een fascinerende zaak: aan de ene kant bestaat de behandeling vaak uit zulke (technisch) eenvoudige verrichtingen dat de tandarts al snel geneigd is ze aan hulpkrachten over te laten, anderzijds kan behandeling van het kind een beroep doen op vaardigheden waarover hij bij de omgang met volwassenen schijnbaar veel minder hoeft te beschikken. De tandarts moet zich realiseren dat een tandheelkundige behandeling voor een kind een grote belasting kan zijn. Een restauratieve behandeling kan een herhaalde aversieve gebeurtenis zijn. Een kind ziet er van tevoren de noodzaak niet van in en zal geneigd zijn tot vermijding, een van de meest elementaire copingstrategieën. Vermijding is het gevolg van angst en de oorzaak van toename van angst (zie dit hoofdstuk). Onderzoek geeft aan dat de tandarts zelf een zeer belangrijke rol speelt in het ontstaan (en dus ook voorkomen) van tandartsangst.
J.S.J. Veerkamp

Deel C Medische aspecten

Voorwerk

6 Kindergeneeskunde en geneesmiddelen voor kinderen

Samenvatting
Het specialisme kindergeneeskunde is ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw, in de tijd dat talloze kinderen stierven aan de gevolgen van ziekten als dysenterie, longontsteking en mazelen. Behalve aan deze ziekten werd in de loop van de tijd in toenemende mate aandacht besteed aan chronische ziekten veroorzaakt door deficiënties en stoornissen in de water- en zouthuishouding.
J. Draaisma

7 Medische anamnese

Samenvatting
Wanneer er een dame op leeftijd hijgend en puffend in de tandartsstoel plaatsneemt, lijkt het bijna logisch om als eerste een medische anamnese af te nemen. Bij ouderen komen nu eenmaal gezondheidsproblemen voor die kunnen interfereren met de tandheelkundige behandeling. Bij kinderen gaan de meeste tandartsen er helaas van uit dat zij in principe gezond zijn. De tandheelkundige behandeling kan echter de eerste klinische situatie zijn die het kind meemaakt, waarbij bepaalde medische problemen voor het eerst worden gesignaleerd.
K.J.M. de Jong

8 Kinderen met chronische complexe medische condities

Samenvatting
Het aantal kinderen met een chronische complexe medische conditie (CCMC) is vrij stabiel de afgelopen jaren. Ten gevolge van vroegtijdige diagnose en meer effectieve medische hulp overleeft een groter aantal van deze ernstig zieke kinderen. Zo is het op dit ogenblik duidelijk dat bij kinderen met acute lymfatische leukemie of cystische fibrose (mucoviscidose) een spectaculaire stijging van de levensverwachting is opgetreden. Door dit alles is de behoefte aan gespecialiseerde tandheelkundige behandeling van kinderen met ernstige ziekten toegenomen. Hiervoor is basiskennis van de ziekte noodzakelijk alsook kennis betreffende de orale complicaties die behoren tot de symptomatologie van de verschillende ziekten.
L.C. Martens, L.A.M. Marks

9 Kindermishandeling en de kindertandheelkunde

Samenvatting
Kindermishandeling wordt gedefinieerd als elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel (Wet op de jeugdzorg, 2004).
R.A.C. Bilo, A.P. Oranje

Deel D Diagnostiek en indicatie

Voorwerk

10 Diagnostiek en indicatie

Samenvatting
In dit hoofdstuk over diagnostiek en indicatie gaat het om het verzamelen van informatie die van belang is voor het behoud van het kindergebit. Door gegevens te verzamelen over het kind, zijn omgeving, medische aspecten, kennis omtrent gebitsgezondheid, niveau van zelfzorg en de gebitsgezondheid kan men een zo compleet mogelijk beeld van het kind verkrijgen. Bundeling van deze informatie leidt tot een eerste inschatting van het cariësrisico, die kan dienen als basis voor de individuele preventieve en/of curatieve behandeling.
K.L. Weerheijm, F.W.A. Frankenmolen

11 Radiologie

Samenvatting
  • Is bij een kind van vier jaar vast te stellen of er agenesie van blijvende elementen voorkomt?
  • Is het gebruik van een loodschort bij kinderen noodzakelijk?
  • Welke opname is het meest geschikt voor cariësdiagnostiek?
  • Hoe kan worden vastgesteld of een geïmpacteerde cuspidaat palatinaal of buccaal is gelegen?
P.F. van der Stelt

Deel E Preventie van cariës

Voorwerk

12 Cariës en fluoride

Samenvatting
De succesformule voor het gebruik van fluoride kan als volgt worden omschreven: ‘to obtain and then maintain a high frequency, low concentration regimen, because low levels of fluoride in the oral fluids significantly affect ongoing de- and remineralization’ (Clarkson et al., 1996). Om fluoridepreparaten te kunnen kiezen die deze voorwaarde vervullen, is een goed inzicht nodig hoe de fluorideconcentratie rond het cariësproces – in het speeksel, de plaquevloeistof en de interstitiële vloeistof tussen de apatietkristallen – verhoogd kan worden om de ‘ongoing de- and remineralization’ te beïnvloeden.
C. van Loveren, L.C. Martens

13 Cariës en chloorhexidine

Samenvatting
Chloorhexidine kan met succes worden toegepast voor reductie van plaque en gingivitis, ter ondersteuning van wondgenezing, bij bestrijding van mondinfecties en ter voorkoming van tandcariës. Chloorhexidine is verkrijgbaar in preparaten voor thuisgebruik zoals spoelvloeistof, spray, gel en tandpasta en in preparaten die professioneel moeten worden aangebracht zoals chloorhexidinegel en de chloorhexidinevernissen (tabel 13.1). De principiële vraag kan worden gesteld of de preparaten voor thuisgebruik wel geadviseerd moeten worden in de kindertandheelkunde. Immers, de problemen waarvoor chloorhexidine wordt ingezet, kunnen en moeten opgelost worden door verbetering van de mondhygiëne. Dit is het primaire doel van de preventie in de kindertandheelkunde. Vervanging of aanvulling hiervan door chloorhexidinepreparaten kan de aandacht te veel van dit primaire doel afleiden. Bovendien zijn er tal van praktische problemen die doen twijfelen aan de bruikbaarheid van chloorhexidinepreparaten voor thuisgebruik in de kindertandheelkunde. De bestaande chloorhexidinetandpasta's bevatten geen fluoride. Er bestaan wel spoelmiddelen met 0,12% chloorhexidine en 0,05% NaF. Het is echter nog onbekend hoe effectief de fluoride in een dergelijk preparaat is. Bovendien kan spoelen het poetsen niet vervangen. Chloorhexidine moet dus altijd worden gebruikt in aanvulling op de normale mondhygiëne. Dikwijls wordt het advies gegeven dat er een uur tijd moet zitten tussen het gebruik van chloorhexidine en fluoridetandpasta en dat voor het poetsen met chloorhexidinegel of -tandpasta een andere tandenborstel gebruikt moet worden dan voor het poetsen met de gewone tandpasta. Het nut van deze adviezen is overigens nooit aangetoond. Daarnaast kent het gebruik van chloorhexidine een aantal bijwerkingen (tabel 13.2) die ongunstig zijn voor de therapietrouw aan chloorhexidineadviezen. Het middel smaakt vies. Er kan irritatie van gingiva en mondslijmvlies optreden, die varieert van roodheid en zwelling tot desquamatie. Ook de smaakgewaarwording kan door chloorhexidinegebruik verminderen. De meest frequente bijwerking is de mogelijk (geel)bruine verkleuring van elementen, tong, slijmvliezen, vullingen en vullingranden.
C. van Loveren

14 Mondgezondheid en voeding

Samenvatting
Voeding heeft op verschillende manieren een duidelijke invloed op de mondgezondheid. De belangrijkste invloed ontstaat door direct contact in de mond. Deze impact is het meest uitgesproken op de harde tandweefsels. De consumptie van suikerrijke voeding ligt aan de basis van het ontstaan van tandbederf. Zure dranken zijn een belangrijke oorzaak van erosie (zie hoofdstuk 15). Daarnaast bestaat er ook een interne werking. Deze begint al vóór de geboorte van het kind en duurt zo lang de tanden in ontwikkeling zijn (12 à 16 jaar na de geboorte, wanneer de vorming van de derde molaar is beëindigd). Voor een goede tandontwikkeling is de aanvoer van essentiële bouwstoffen van belang. Tekort aan vitamine A en D, bijvoorbeeld, wordt in verband gebracht met glazuurdefecten van tanden die op dat ogenblik in ontwikkeling waren. Voedingstekorten, hier ook voornamelijk vitaminetekort of tekort aan antioxidantia, kunnen verder aanleiding geven tot tandvleesproblemen, maar dit is voornamelijk het geval bij volwassen en oudere patiënten.
J. Vanobbergen

15 Tanderosie bij kinderen

Samenvatting
Vanaf het moment van doorbraak worden de gebitselementen omspoeld met mondvloeistof, meestal speeksel genoemd. Deze mondvloeistof bestaat bij heel jonge kinderen voor het grootste deel uit klierspeeksel afkomstig uit de glandulae parotideae en in mindere mate uit de glandulae submandibulares en de glandulae sublinguales en de minor speekselklieren (Van Nieuw Amerongen, 2008). Het is dan ook te begrijpen dat baby’s en peuters, door hun waterig dunne, sereus speeksel gemakkelijk kunnen kwijlen, vooral als hun slikpatroon nog niet goed ontwikkeld is. Bij kinderen vanaf de leeftijd vijf tot zes jaar is de secretie van de glandulae parotideae afgenomen tot een stabiel niveau. Gezonde kinderen van die leeftijd kwijlen dan niet meer.
A. Nieuw van Amerongen

Deel F Pijnbestrijding

Voorwerk

16 Lokale analgesie (LA)

Samenvatting
Voor een goed verlopende tandheelkundige behandeling is een vertrouwensrelatie tussen kind en tandarts een vereiste. Pijn is bedreigend en komt een vertrouwensrelatie niet ten goede. Daarom is het belangrijk dat pijn wordt voorkomen.
J.K.M. Aps, W.E. van Amerongen

17 Inhalatiesedatie: het gebruik van lachgas tijdens tandheelkundige behandeling van kinderen

Samenvatting
Inhalatiesedatie is een milde, medicamenteuze sedatie. De methode heeft weinig bijwerkingen en is in getrainde handen een effectief hulpmiddel bij de tandheelkundige behandeling van angstige kinderen en kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. De methode moet echter niet worden overschat. Ze is geen vervanger van lokale anesthesie, de patiënt blijft volledig bij bewustzijn en de methode kent duidelijke nadelen bij kinderen jonger dan vier jaar. Lachgas verbetert aantoonbaar de omstandigheden voor ‘behavioral management’ en kan de effecten daarvan versterken.
J.S.J. Veerkamp

18 Sedatie met behulp van farmaca

Samenvatting
Wanneer behandeling onder lokale anesthesie niet lukt, kan men overwegen deze onder algehele anesthesie in een ziekenhuis te doen. Maar dit is nogal wat voor ingrepen die normaal gesproken onder lokale anesthesie worden uitgevoerd. Is ‘sedatie’ geen alternatief?
T. Porcelijn

19 Anaesthesiologische ondersteuning: ‘Office Based Anaesthesia’ (OBA)

Samenvatting
Voor de tandheelkundige behandeling van kleine kinderen, extreem angstige kinderen en mensen met een verstandelijke beperking is meestal meer nodig dan alleen lokale verdoving. Men kan zijn toevlucht nemen tot orale sedatie, maar het effect hiervan is beperkt en de resultaten zijn vaak teleurstellend. Ook lachgassedatie biedt in deze gevallen geen oplossing, omdat hierbij de medewerking van de patiënt vereist is: voor de échte probleemgevallen is zwaarder geschut nodig.
T. Porcelijn

20 Algehele anesthesie

Samenvatting
Sinds het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw is het mogelijk algehele anesthesie (narcose) te gebruiken als hulpmiddel bij curatieve tandheelkundige behandeling. Bij de indicatiestelling moeten de voordelen en de nadelen tegen elkaar worden afgewogen. Narcose is de laatste stap in de reeks van de medicamenteuze ondersteuning, het meest ingrijpende hulpmiddel en daarmee het minst toegankelijk. De voordelen zijn vergelijkbaar met de sedatiecriteria: een adequate tandheelkundige behandeling kan worden uitgevoerd bij personen die dat anders nooit zouden toelaten, bijvoorbeeld patiënten met een verstandelijke of motorische beperking. Bovendien is het mogelijk om in één sessie een uitgebreide volledige behandeling te doen die kwalitatief van een hoog niveau kan zijn. Omdat de behandeling zonder pijn gepaard gaat, wordt de verstandhouding tussen de patiënt en de tandarts niet nadelig beïnvloed. Vooral bij personen van zeer jonge leeftijd of met een verstandelijke beperking is dit van belang, omdat zij soms niet in staat zijn onderscheid te maken tussen een pijnlijke ingreep en degene die hem uitvoert.
J.S.J. Veerkamp

Deel G Behandeling van carieuze melk- en pas doorgebroken blijvende elementen en van erosies

Voorwerk

21 Isolatie en drooglegging van het werkterrein

Samenvatting
Wanneer we restauratieve tandheelkunde van een hoge kwaliteit willen uitvoeren bij kinderen, verdient het aanbeveling om het werkveld te isoleren. Dit moet geprobeerd worden bij fissuurverzegeling, caviteitspreparatie en restauratie. Naast het drooghouden van het werkveld worden de toegang en de zichtbaarheid verbeterd. Een niet-gecontamineerd werkveld is zeker aan te bevelen en essentieel bij endodontische behandelingen. In een tijdperk van adhesieve tandheelkunde krijgt isolatie nog meer betekenis. Het is al langer bekend dat restauraties mislukken wanneer ze worden aangebracht in een te vochtig milieu of een gecontamineerde caviteit (bijv. door speeksel).
L.C. Martens, W.E. van Amerongen

22 Behandeling van verkleurde pits en fissuren

Samenvatting
Op grond van de gestelde diagnose over de toestand van pits en fissuren (zie hoofdstuk 10 Diagnostiek en indicatie) kan de behandeling bestaan uit zowel een invasieve als een nietinvasieve ingreep. Ook combinaties van beide zijn mogelijk (Meiers & Jensen, 1984).
W.E. van Amerongen, L.A.M. Marks

23 Prepareren en restaureren van carieuze melkelementen

Samenvatting
In hoofdstuk 10 Diagnostiek en indicatie is beschreven op grond van welke overwegingen wordt besloten gebitselementen restauratief te behandelen. De meest gebruikte restauratiematerialen in de kindertandheelkunde zijn amalgaam, composiet en glasionomeercementen. Daarnaast worden soms nikkelchroomkronen vervaardigd. In dit hoofdstuk komt het vervaardigen van restauraties aan de orde, waarbij gebruik wordt gemaakt van deze materialen.
L.A.M. Marks, W.E. van Amerongen, L.C. Martens

24 Preventieve en restauratieve behandeling van pathologische tandslijtage ten gevolge van erosie

Samenvatting
In de moderne maatschappij lijkt extreme tandslijtage in toenemende mate een probleem te worden. Factoren die tandslijtage tot gevolg kunnen hebben zijn erosie, abrasie, attritie en abfractie. Enerzijds is tandslijtage een fysiologisch proces dat alle tanden kan betreffen, anderzijds worden onder andere erosieve invloeden verantwoordelijk geacht voor een pathologische progressie van het normale slijtageproces. Slijtage kan als pathologisch worden gedefinieerd indien te verwachten is dat de functie van het gebitselement niet gedurende het hele leven van de patiënt gewaarborgd blijft.
J. Roeters, N. Opdam, M. Stel, M.-Ch. Huysmans

Deel H Ontwikkelingsstoornissen van de harde tandweefsels

Voorwerk

25 Formatieve stoornissen in de structuur van de harde tandweefsels

Samenvatting
Tijdens de odontogenese ontstaan nogal eens stoornissen in de structuur (de bouw) van het glazuur, dentine en cement. Hoewel een aantal structuurstoornissen van het glazuur erfelijk is, zijn het in samenhang met de ontwikkelingstijden van de gebitselementen veel vaker externe factoren die tot zulke afwijkingen leiden. Bij structuurstoornissen van het dentine overheerst juist erfelijkheid als oorzaak. Ten aanzien van de cementafwijkingen lijken externe factoren wat frequentie van voorkomen betreft te domineren.
A.H.B. Schuurs

26 Afwijkingen in aantal gebitselementen en in hun vorm

Samenvatting
In zowel het temporaire als blijvende gebit komen afwijkingen in aantal gebitselementen en afwijkende tandvormen voor. Tijdige diagnose en behandeling zijn in het bijzonder voor hen die kindertandheelkunde beoefenen van belang.
A.H.B. Schuurs

27 Stoornissen in doorbraaktijd en -plaats

Samenvatting
De doorbraak van de gebitselementen, dat wil zeggen: het zichtbaar worden van de kronen in de mond door verbreking van de integriteit van de gingiva, is slechts één fase van de eruptie. Deze begint met positieveranderingen van de nog ongemineraliseerde tandkiemen en gaat door zelfs nadat contacten met antagonisten zijn ontstaan, waardoor slijtage wordt gecompenseerd.
A.H.B. Schuurs

28 Verkleuringen van gebitselementen

Samenvatting
De melkdentitie is witter dan de blijvende dentitie, zwemend naar blauw. De blijvende dentitie is gewoonlijk witgeel, met meestal een bruine, rode of grijze ‘ondertoon’. Genetisch bepaald en ten gevolge van omgevingsfactoren verschilt de kleur van de gebitselementen al bij de doorbraak.
A.H.B. Schuurs

Nawerk

Meer informatie