Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

Gepubliceerd in: Psychopraktijk 4/2015

01-08-2015 | De held

Kees Korrelboom: ‘Psychotherapie is een kunde, geen kunst’

Auteur: Gerard Van der Veer

Gepubliceerd in: Psychopraktijk | Uitgave 4/2015

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
insite
ZOEKEN

Samenvatting

Erik ten Broeke werd Kees Korrelboom ooit getipt als jonge, enthousiaste psycholoog. Een geregelde samenwerking was het gevolg. In 2004 schreven ze samen Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie (2014, herziene druk). Korrelboom is de CGTheld van Ten Broeke. Een gesprek over de ontwikkeling van psychotherapie, protocollen en wetenschap.
Opmerkingen
In deze rubriek gaan mensen uit de GGZ in gesprek met iemand die hen inspireert.
G. van der Veer is publicist.
Gerard: Waarom is Kees je held?
Erik: ‘Tijdens mijn studie vond ik CGT de minst slechte therapie. Op de VGCt-najaarsconferentie van 1993 imponeerde mij het symposium van Kees en Bobby Kernkamp, van de zogenaamde Haagse school. Ze wisten theoretische psychologie op een directe en elegante manier te vertalen naar de praktijk. Jaren later werd ik gevraagd om met Kees Gedragstherapie te reviseren, hun handboek. Toen raakte ik onder de indruk van zijn originaliteit en de breedte van zijn denken. Kees heeft een nieuwe visie op psychotherapie ontwikkeld en nieuwe, goed beredeneerde methoden, zoals COMET, die het aanzien van CGT in Nederland enorm veranderd hebben Ook waardeer ik Kees’ bereidheid te leren van een ander. Hij weet zich goed uit te drukken en kan stellig zijn, zonder venijnig te worden; niemand heeft ooit problemen met hem. Kees is een van de weinigen met wie ik een goed gesprek over CGT kán hebben. Hij dwingt me om goed te verwoorden waarom ik iets vind en werpt vaak dingen op waaraan ik nog niet gedacht had.’
‘Veel van mijn collega’s vonden In therapie een prachtige serie!’
[COMET is een protocol dat zich richt op het veranderen van een negatief zelfbeeld in een meer realistisch zelfbeeld. De interventie richt zich op die disfunctionele gedachten die teruggaan op vervelende gebeurtenissen uit het eigen verleden en bestrijdt deze via versterking van positieve gedachten uit datzelfde autobiografisch geheugen, red.]
Erik: In 2004 spraken we de ambitie uit dat CGT ooit dé psychotherapie zou worden. We meenden de contouren daarvan in ons boek te schetsen. Hoe kijk je nu tegen die ambitie aan?
Kees: ‘Kern van ons model is de duidelijke link van psychotherapie met het wetenschappelijk denken.
Hier heeft ons vak stappen vooruit gezet. Er wordt nog maar weinig onderzoek gedaan naar vragen als: is psychoanalytische therapie beter dan gedragstherapie? Het gaat al meer over interventies bij bepaalde aandoeningen. En langzaam zie je nu een verdere verschuiving naar onderliggende mechanismen en processen, afgeleid van wat we in de wetenschappelijke psychologie te weten zijn gekomen. Hierop aansluitend is er nu, naast aan dacht voor veranderingen op klachtniveau, óók belangstelling voor veranderingen in die veronderstelde onderliggende processen. Zo waren wij beiden recent betrokken bij een studie die onderzocht of lage zelfwaardering het ontstaan en voortbestaan van angstklachten in de hand kan werken. Interventies die de zelfwaardering verhogen, bleken inderdaad tegelijk ook de angstklachten te verminderen.’
Wie is kees korrelboom
Kees Korrelboom (1951) is bijzonder hoogleraar in de klinische psychologie aan Tilburg University en klinisch psycholoog, psychotherapeut en senior onderzoeker bij PsyQ Haaglanden. Verder is hij lid van de visitatiecommissie TOPGGz. Korrelboom ontwikkelde COMET. In 2004 werd hij benoemd tot lid van verdienste van de VGCt.
Wie is erik ten broeke
Erik ten Broeke (1962) is klinisch psycholoog en psychotherapeut, onder andere gecertificeerd EMDR-trainer. Hij is vrijgevestigd cognitief gedragstherapeut in Bathmen/Deventer en als opleider/supervisor voor de VGCt betrokken bij verscheidene opleidingen CGT. Samen met Ad de Jongh schreef hij tal van artikelen en boeken over EMDR. Ook publiceert hij geregeld over cognitieve gedragstherapie.
Erik: Zie je deze vorderingen ook terug in de praktijk?
Kees: ‘De practici lopen in veel opzichten altijd wat achteraan. De doorsneetherapeut wil waarschijnlijk nog steeds vooral weten: welk protocol kan ik het beste toepassen voor klacht x? En wanneer de protocollen niet meteen werken, zal de meerderheid waarschijnlijk nog steeds overgaan op een losse werkwijze. Ik zou bij therapeuten een wat bredere visie op wat ze doen verwelkomen.’
Erik: Tref je ook bij beoefenaren van psychotherapie de opvatting aan dat psychotherapiebedrijven te maken heeft met protocollair werken? Ikzelf zie eerder de houding: protocollen zijn voor GZ-psychologen en gedragstherapeuten en daarná komt psychotherapie.
Kees: ‘Ik heb de indruk dat het toch langzaam aan het veranderen is, juist dóór protocollen. Eerst was psychotherapie nog vooral “een goed gesprek”, vervolgens werd er strikt gewerkt via protocollen, en geleidelijk aan, meen ik te zien, ontstaat er een wat bredere visie op protocollen.’
Erik: Ik help het je hopen.
Kees: ‘Wij hebben samen toch de nodige succesvolle workshops gegeven voor de VGCt over betekenisanalyse, functieanalyse en individuele casusconceptualisatie, en exposure. En ook op symposia die we, samen met anderen, organiseerden, bijvoorbeeld rond zelfwaardering, kwamen toch veel collega’s af.’
Erik: Ja, maar dat zijn veelal VGCt-leden en zelfs bij gedragstherapeuten ontbreekt kennis van de werkingsmechanismen vaak opvallend. Bij psychotherapeuten merk ik nog opvallend vaak een dedain voor CGT. Tal van incidenten voeden mijn vrees dat een opvatting terrein wint dat psychotherapie als kunst wordt voorgesteld in plaats van kunde; alsof het ongrijpbaar is voor en ontstegen aan wetenschap.
Kees: ‘Ik snap wat je bedoelt maar zie het minder somber in. Uiteindelijk is dit de kwestie: noem ik het glas half vol en jij half leeg of is een van ons beiden blind en ziet een tamelijk vol glas als vrijwel leeg of omgekeerd? Er is in elk geval nog veel werk te verzetten voordat die wetenschappelijk gefundeerde psychotherapie van ons de belangrijkste speler in het veld is geworden.’
Erik: Hoe zie je de ideale ontwikkeling van psychotherapie?
Kees: ‘De kern heb ik al aan het begin verwoord. Een moeilijk punt vind ik de maatschappelijke verwachtingen over psychotherapie, die je soms ook aantreft bij collega’s uit aanpalende beroepen of verwijzers. Mensen komen bij ons wanneer ze niet lekker in hun vel zitten en wij moeten er dan voor zorgen dat dat weggaat – door te praten. Men ziet psychotherapie in het verlengde van een gesprek met partner of vrienden. Maar psychotherapie is voor mij allereerst het toepassen van zo veel mogelijk wetenschappelijk geverifieerde veranderingsstrategieën op betekenisverlening en gedrag, waarna de patiënt in staat is anders met problemen om te gaan. Ik merk dat veel therapeuten het moeilijk vinden die heldere lijn vast te houden. Vaak beginnen ze een sessie met “hoe is het?” en gaan vervolgens in op allerlei door de patient gemelde beslommeringen en ervaringen. Dan raken je therapiedoelen snel uit zicht.’
We blijven bij de beroepshouding, via het dodo-birdverhaal en Marcus Huibers’ verbazing over de vatbaarheid van de beroepsgroep voor modieuze therapieën, en dan zegt Erik: ‘Ik snap dat het leuker is om iets nieuws en exotisch te leren dan om simpele dingen goed te doen… Toch ken ik geen ander vak waarin het acceptabel is dat beroepsbeoefenaren doen “wat hun het beste ligt”.’ Kees: ‘Ja, dan scoor je aardig, als je dat zegt’. Erik: ‘Zelf meen ik dat kwaliteit vooral bestaat uit het goed doen van gewone dingen. Ik merk als opleider dat therapeuten cognitieve gedragstherapie vaak onderschatten. Ze willen schematherapie leren nog vóór ze CGT voldoende beheersen. Dan gaat het mis bij hun CGT-therapie, wat ze proberen op te lossen door moeilijke dingen als schematherapie te gaan doen.’ Kees: ‘Veel van mijn collega’s, toch werkzaam bij een instelling die zich profileert als aanbieder van louter evidence-based behandelingen, vonden In therapie [Nederlandse tv-serie uit 2010-2011, over een therapeut die pratend en begrijpend te werk gaat en zo allerhande problemen behandelt, red.] een prachtige serie! Ik ben bang dat zij het liefst ook op die manier therapie zouden willen doen.’
‘99,99% van de mensen die aan een cursus begint, slaagt’
Gerard: Wordt dat beeld van de therapeut als begrijpende en steunende persoon tijdens de opleiding niet bijgesteld?
Kees: ‘Nee, want een belangrijk deel van de opleiding, zelfs bij de gedragtherapeuten, bestaat eruit dat je jezelf leert kennen. Het verplicht moeten volgen van een leertherapie – voor een gedragstherapeut 50 uur, bij andere opleidingen nog meer – roept die houding ook wel een beetje op.’
Gerard: Kan de VGCt een bepaalde werkwijze niet opleggen als professionele standaard?
Kees: ‘De VGCt is een vereniging van gedragstherapeuten, niet gedragstherapie. Het gaat om belangenbehartiging. Psychotherapieverenigingen willen graag leden hebben. Dwingend opleggen van standaarden ligt dan niet in de rede. Als voorzitter van de VGCtopleidingscommissie wilde ik destijds de eisen aan supervisoren aanscherpen. Ik schreef een voorstel. Iedereen bekeek het primair vanuit het perspectief: voldoe ík dan nog aan de eisen? Mijn voorstel heeft het in zijn oorspronkelijke vorm niet gehaald.’ Erik: ‘De lage eisen aan supervisoren raken direct het onderwijs. Van de VGCt mag je, zodra je supervisor bent, cursussen CGT geven. En de evaluaties van cursisten zeggen niet zo veel over de kwaliteit.’ Kees: ‘99,99% van de mensen die aan een cursus begint, slaagt. De uitzondering had ofwel het cursusgeld niet betaald of haakte af wegens ziekte. Ik heb zelf ook nog nooit iemand laten zakken. De vereniging zou een examencommissie moeten hebben, zodat je extern getoetst wordt.’
Gerard: Is deze moeizame gang van zaken rond opleiding en examinering exclusief voor psychotherapie?
Kees: ‘Bij artsen is het hetzelfde. Je moet als cardioloog of psychiater in spe “in opleiding” zien te komen. Dat is een ingewikkelde procedure, moeilijker dan bij ons. Sommigen komen er op oneigenlijke gronden niet in, anderen op oneigenlijke gronden juist wel. Maar ben je eenmaal toegelaten, dan haalt bijna iedereen de eindstreep, net zoals bij ons. Tenminste, dat is mijn indruk.’
Erik: We werken nu met protocollen voor allerlei specifieke stoornissen. In de VS is er een trend – neem Barlow – in de richting van ‘unified treatment’. Hoe zie jij dat?
Kees: ‘Mijn verwachting is dat het belang van protocollen alleen maar zal toenemen. De vraag is alleen: wat voor soort protocollen? Veel interventies, zoals ‘exposure in vivo’, zijn vrij robuust. Ze werken, ongeacht de variatie in de uitvoering ervan door therapeuten. De verandering die ik voorzie, is dat het in protocollen veel meer zal gaan om de achterliggende principes, de veronderstelde mechanismen achter de stoornis dan om afzonderlijke stoornissen. Dus minder een protocol ‘spinfobie’, eerder een protocol dat verwachtingen in kaart brengt en falsifieert, gecombineerd met een protocol dat walging desensitiseert.’
‘In plaats van leertherapie stelde ik acteerlessen voor’
Erik: Zijn er aspecten van psychotherapie die zich onttrekken aan wetenschappelijk onderzoek? Als twee therapeuten allebei perfect zijn opgeleid in COMET, dezelfde kennis en kunde hebben, doen ze het dan even goed?
Kees: ‘Dat denk ik niet. Behalve de procedure is namelijk ook erg belangrijk dat je het weet over te brengen, dat je de patiënt weet te enthousiasmeren.’
Erik: Is dat een leerbare vaardigheid?
Kees: ‘Dat heeft zijn grenzen. Sommigen zijn meer bedreven dan anderen in het opbouwen en onderhouden van een contact en in het beïnvloeden van anderen. Die vaardigheid is vaak gekwalificeerd: “goed bij dit type patiënten” of “vaardig bij deze meneer of mevrouw”.’
Erik: Is dit dan het domein waarvan dat andere slag therapeuten zegt: en dáárom moeten wij leertherapie hebben, daarin word je op dat interactieve stukje getraind?
Kees: ‘Misschien wel het domein, maar ik vind leertherapie niet de manier om dat te trainen. In 1998 schreef ik een stukje voor het Tijdschrift voor Psychotherapie, over de persoonlijkheid van de gedragstherapeut. Daarin bepleitte ik als alternatief voor leertherapie onder andere om therapeuten te trainen in flexibiliteit van interactie. Ook stelde ik acteerlessen voor, onderwezen door een acteur of voordrachtskunstenaar. Mijn inzet was: hoe kun je op een boeiende manier een verhaal vertellen?’
Erik: ‘Hierop aansluitend zou ik willen pleiten voor een cursus mentalisme of iets dergelijks. Mentalisten zijn door hun taalgebruik en timing in staat een mentale werkelijkheid te creëren waarin mensen ertoe komen dingen te doen die ze niet verwacht hadden te doen, of waarin ze op een andere manier tegen zaken aankijken. In psychotherapie willen wij dat onze patiënten ook bieden. Op het VGCt-najaarscongres van 2013 was er een workshop over cold reading [methode om, zonder werkelijk iets over de gesprekspartner te weten, succesvol de indruk te wekken dat wel te doen, red.]. Ook daarvan kunnen therapeuten mijns inziens veel opsteken.’
share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail
Metagegevens
Titel
Kees Korrelboom: ‘Psychotherapie is een kunde, geen kunst’
Auteur
Gerard Van der Veer
Publicatiedatum
01-08-2015
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Gepubliceerd in
Psychopraktijk / Uitgave 4/2015
Print ISSN: 1878-4844
Elektronisch ISSN: 2210-7754
DOI
https://doi.org/10.1007/s13170-015-0077-z