Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Infecties aan de bovenste luchtwegen vormen vaak aanleiding voor een consultatie van de huisarts. Voor de meeste klachten bestaan er standaarden of aanbevelingen, maar voor een groot deel van de minder frequente aandoeningen is het niet gemakkelijk om goede informatie te vinden over de aanpak in de huisartspraktijk. Dit boek biedt u een compleet overzicht van aandoeningen in het hoofd-halsgebied, praktische onderverdeeld in delen: oor, evenwichtssysteem, neus, keel en hals.Aan de hand van de vele praktijkvoorbeelden worden op systematische wijze keel-neus en ooraandoeningen behandeld. De uitgave biedt ondersteuning bij de diagnose, differentiële diagnose en bij de keuze van behandeling. Daarnaast informeert het wanneer een verwijzing geïndiceerd is. Korte beschrijvingen van de specialistische kno-onderzoeken en behandelingen bieden de huisarts de nodige handvatten om de patiënt hier op de juiste wijze op voor te bereiden. Het boek is rijk geïllustreerd met kleurenafbeeldingen.Keel-neus-oor-aandoeningen is een kwaliteitshandboek dat tot stand is gekomen door nauwe samenwerking tussen huisartsen en specialisten. Het is een onmisbare uitgave voor huisartsen en zal nuttig zijn voor andere medewerkers in de huisartspraktijk, zoals praktijkondersteuners en nurse-practitioners.Keel-neus-oor-aandoeningen verschijnt in de reeks Praktische huisartsgeneeskunde. In deze reeks verschijnen uitgaven met praktische en klachtgerichte informatie over de verschillende deelgebieden in de huisartsgeneeskunde.Keel-neus-oor-aandoeningen verschijnt in de reeks Praktische huisartsgeneeskunde. In deze reeks verschijnen uitgaven met praktische en klachtgerichte informatie over de verschillende deelgebieden in de huisartsgeneeskunde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Het oor

Voorwerk

1. Anatomie en fysiologie van het oor

Het gehoororgaan wordt op anatomische, embryologische en fysiologische gronden als volgt ingedeeld
J.H.M. Frijns, J.A.H. Eekhof

2. Aandoeningen van het uitwendige oor

Het onderzoek begint met inspectie van beide oorschelpen waarbij gekeken wordt naar symmetrie, afmeting, vorm en positie ten opzichte van de schedel. Om de gehoorgang te onderzoeken wordt de oorschelp voorzichtig naar achter-boven en naar buiten getrokken waarna de meatus wordt geïnspecteerd op eventuele letsels, secreet of korsten voordat een speculum of otoscoop wordt ingebracht. De grootst mogelijke goed passende oortrechter wordt gekozen. Het speculum wordt ingebracht tot aan de overgang kraakbenige – benige gehoorgang. Een goede lichtbron is onontbeerlijk. Cerumen of huidschilfers moeten worden verwijderd met behulp van een cerumenhaakje of -lusje, bajonetpincet of een wattenstaafje.
I. Dhooge, A. De Sutter

3. Aandoeningen van het middenoor

Een myringitis is een ontsteking van het trommelvlies. Er zijn twee vormen: een granulomateuze en een bulleuze myringitis.
J.J.S. Mulder, R.A.M.J. Damoiseaux

4. Aandoeningen van het binnenoor

Het binnenoor is gelegen in het rotsbeen en omvat het gehoor- en het evenwichtsorgaan. In dit hoofdstuk worden aandoeningen van het gehoororgaan besproken. In hoofdstuk 7 komen aandoeningen van het evenwichtsorgaan aan de orde.
R.J. Stokroos, C.W.R.J. Cremers, H.E. Fokke

5. Hoortoestellen en implantologie

Slechthorenden ervaren als belangrijkste probleem niet zozeer het feit dat ze zachtere geluiden niet meer horen, maar vooral dat ze meer moeite hebben met het verstaan van spraak. Enerzijds komt dit doordat hun gehoordrempel verhoogd is, waardoor spraak simpelweg te zacht is om goed te kunnen waarnemen. Anderzijds gaat bij perceptieve verliezen ook het vermogen om fijne details uit het geluid waar te nemen verloren, wat leidt tot bijvoorbeeld een abnormale luidheidsperceptie (loudness recruitment) en slechter verstaan van spraak in achtergrondruis (zie hoofdstuk 1).
J.H.M. Frijns, J.A.H. Eekhof

Het evenwichtssysteem

Voorwerk

6. Anatomie en fysiologie van het evenwichtssysteem

Ons evenwichtsorgaan of labyrint is opgebouwd uit twee grote structuren die met elkaar in open verbinding staan: de halfcirkelvormige kanalen (HCK) en de otolietorganen (figuur 6.1). Het kanalensysteem bestaat uit drie vrijwel loodrecht op elkaar staande kanalen, waarvan één gelegen in het horizontale vlak (horizontaal HCK), en twee verticaal georiënteerd (anterieur en posterieur HCK).
L. Maes, I. Dhooge

7. Aandoeningen van het evenwicht

Een frequent voorkomende vorm van draaiduizeligheid betreft de benigne paroxysmale positioneringsduizeligheid (BPPD). Uit de benaming blijken diverse kenmerken van deze entiteit: de duizeligheid wordt uitgelokt door snelle positieveranderingen (positionering) van het hoofd in de ruimte en het is een benigne aandoening, dit ondanks het paroxysmale, vaak spectaculaire karakter van de aanvallen en in tegenstelling tot sommige vormen van positienystagmus die veroorzaakt worden door ernstige neurologische aandoeningen.
F. Gordts, D. Devroey

8. Ziektebeelden van de nervus facialis

Indien de nervus facialis niet of niet goed functioneert, uit zich dat in een paralyse respectievelijk parese van de spieren van het aangezicht. Uitval van de aangezichtszenuw moet worden beschouwd als een symptoom van een onderliggend lijden dat centraal of perifeer aangrijpt. Indien er geen verklaring kan worden gevonden voor de uitval is er sprake van een idiopathische (perifere) aangezichtsverlamming ook wel de verlamming van Bell genoemd.
H.A.M. Marres

De neus

Voorwerk

9. Anatomie en fysiologie van de neus

De neus bevindt zich in het midden van het aangezicht, heeft de vorm van een pyramide met de neuspunt als apex. De neus bestaat voor een derde deel uit een been en twee derde deel uit kraakbeen (figuur 9.1). Het benig deel wordt gevormd door de neusbeenderen (os nasale) en de frontale uitsteeksels van de kaakbeenderen (processus frontalis maxillae) lateraal en het benig neustussenschot mediaan. De bovenste helft van het kraakbenig deel is het kraakbenig dorsum en bestaat uit de triangulaire kraakbeenderen en het kraakbenig neustussenschot die anatomisch één kraakbeen vormen. De onderste helft is de lobulus en wordt in de eerste plaats gevormd door de alaire kraakbeenderen. We onderscheiden onder meer de neuspunt, de neusvleugels, de columella en de neusgaten.
M. Jorissen

10. Neus en neusbijholten

Ontsteking van het vestibulum nasi ontstaat meestal als folliculitis in de haarzakjes. Het wordt gekenmerkt door speldenknopgrote pustels met omgevende roodheid. De ontsteking kan zich uitbreiden tot perifolliculitis, met zwelling, roodheid en koorts als symptomen. Een furunkel ontstaat wanneer er centrale necrose optreedt. Trombose van de sinus cavernosus en orbitaflegmoon zijn de meest gevreesde complicaties, die kunnen leiden tot blindheid en zelfs de dood.
Ph. Gevaert, A. De Sutter

11. Reconstructieve chirurgie van neus en aangezicht

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de meest voorkomende vorm van reconstructieve chirurgie van neus en aangezicht, de diagnostiek en chirurgische behandeling van huidtumoren. Naast het behoud van de functionaliteit van de diverse structuren in het gezicht, speelt daarbij ook het esthetische aspect een belangrijke rol.
N. van Heerbeek, K.J.A.O. Ingels

Keel en hals

Voorwerk

12. Mond en tong

In de mond kunnen zich velerlei aandoeningen voordoen van het gebit en het tandvlees, maar ook van het mondslijmvlies en de tong. De meeste afwijkingen ontstaan primair in de mond; soms is sprake van gecombineerde huid-slijmvliesafwijkingen. Een enkele maal blijkt een mondafwijking het gevolg te zijn van een algemeen lijden of te berusten op een bijwerking van medicijngebruik.
I. van der Waal, C.R. Leemans, A.J.P. Boeke

13. Speekselklieren

Er zijn drie grote, paarsgewijs aangelegde speekselklieren: de glandula parotidea, de glandula submandibularis en de glandula sublingualis (figuur 13.1). Bovendien zijn er vele honderden kleine speekselklieren, die voornamelijk in het slijmvlies van de mond en de farynx (figuur 13.2), maar ook in dat van de neus en neusbijholten en de larynx voorkomen. De grote speekselklieren zijn buiten de mondholte in engere zin gelegen, maar daarmee verbonden via afvoergangen. De kleine speekselklieren liggen direct onder het slijmvlies en hebben zeer korte afvoergangen.
I. van der Waal, G.B. Snow, A.J.P. Boeke, K. Bonte

14. Farynx

De farynx maakt deel uit van de bovenste lucht- en voedselweg (figuur 14.1). Craniaal wordt de farynx begrensd door de schedelbasis, caudaal gaat hij over in de slokdarm. De farynx wordt verdeeld in nasofarynx, orofarynx en hypofarynx. Luchtweg en voedselweg kruisen elkaar ter hoogte van de orofarynx (figuur 14.1 en 14.2).
B. Kremer, A.G.M. Schilder, J. Matthys, A. De Sutter

15. Larynx

De luchtweg bestaat uit de neus, farynx, eventueel de mondholte, de larynx, trachea en bronchién. In dit hoofdstuk beperken we ons tot de larynx en enkele aspecten van de luchtweg distaal daarvan. De larynx reguleert het transport van in- en uitgeademde lucht, maakt stemgebruik mogelijk, en zorgt voor scheiding van lucht- en voedselweg, zodat aspiratie van voedsel en speeksel wordt voorkomen. Deze functies zijn mogelijk doordat de larynx in feite een buis is waarvan de doorsnede heel precies en naar behoefte kan worden ingesteld: maximaal open bij de inademing, beperkt open bij spreken en uitademen, en volledig gesloten bij slikken en persen. Dit wordt mogelijk gemaakt door een kraakbenig skelet dat een stevige wand garandeert en een stelsel van spiertjes die de larynxingang en glottis openen en sluiten. (zie figuur 15.1)
P.H. Dejonckere, L.J. Hoeve

16. Schildklier en bijschildklieren

De schildklier is een vlindervormig orgaan dat zich aan de voorzijde onder in de hals bevindt tegen de luchtpijp aan. De schildklier bestaat uit twee kwabben of lobben die met elkaar verbonden zijn door een smalle isthmus (figuur 16.1). Soms kan men vanuit deze isthmus naar boven toe nog een streng zien, de zogenoemde lobus pyramidalis.
P. Delaere, B. Aertgeerts

17. Hals

Pathologie in de hals uit zich meestal door een zwelling in de hals. Meestal gaat het om een vergrote lymfeklier en minder vaak betreft het een speekselklier, cyste, lipoom, vasculaire aandoening of ectopisch schildklierweefsel. De incidentie van een vergrote lymfeklier in de hals in de huisartspraktijk is ongeveer 6-7 per 1000 patiénten per jaar. In ongeveer 75% van de gevallen is er sprake van een lokale lymfeklierzwelling en in 25% is er een gegeneraliseerde lymfadenopathie. Voor de differentiaaldiagnose zijn verschillende factoren van belang waaronder de leeftijd, duur van de zwelling, locatie in de hals en levensstijl. Voor zowel kinderen als volwassenen is het van groot belang onderscheid te maken tussen een lymfadenopathie op basis van een infectie en een lymfadenopathie op basis van een maligniteit. Helaas is geen enkel klinisch kenmerk hiervoor betrouwbaar onderscheidend.
R.P. Takes, P.W. Dielissen

18. Snurken en slaapapneu

Snurken en slaapapneu zijn de belangrijkste aandoeningen binnen het spectrum van de ‘slaapgebonden ademhalingsstoornissen’: afwijkingen van het ademhalingspatroon die zich alleen tijdens de slaap voordoen. Deze aandoeningen gaan gepaard met een gedeeltelijke of volledige collaps van de bovenste luchtweg (BLW) tijdens de slaap.
A. Boudewyns, S. Claeys, T. Declercq

19. Spraak- en taalstoornissen en logopedie

In dit hoofdstuk worden de meest voorkomende logopedische stoornissen op het vlak van stem, resonantie, articulatie, taal, vloeiendheid en mondgewoonten toegelicht. Een specifieke opsplitsing tussen kinderen en volwassenen wordt gebruikt. Naast de symptomatologie worden de etiologische factoren, de logopedisch-diagnostische fase en het logopedische behandelbeleid – al dan niet in multidisciplinair verband – in kaart gebracht. Verwijzing is in elk geval noodzakelijk wanneer de algemene spraakverstaanbaarheid van de patiént matig tot ernstig gestoord is en/of wanneer de communicatie met de onmiddellijke omgeving faalt.
K. Van Lierde, H. Van den Abbeele

Nawerk

Meer informatie