Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek laat zien welke vooroordelen over criminele jongeren kloppen en met welke we beter kunnen afrekenen. Het maakt duidelijk hoe factoren als etniciteit, vrienden, opvoeding en woonplek de ontwikkeling van crimineel gedrag beïnvloeden. Het boek is geschreven voor studenten, beleidsmakers, juristen en professionals in de jeugdzorg.

Jeugdige delinquenten beschrijft jeugdcriminaliteit aan de hand van interviews met hulpverleners, wetenschappers, juristen en jongeren. Ook geeft het uitleg over onderzoek, theorieën, programma’s en methoden, en wisselt dat af met verhalen uit de advocatuur. Zo biedt het een brede blik op de complexiteit van delinquentie vanuit pedagogisch, psychologisch, sociaalwetenschappelijk en juridisch oogpunt.

Jeugdige delinquenten geeft handvatten om de achtergronden van jongeren met een criminele carrière te begrijpen. Deze kunnen worden ingezet om jeugdcriminaliteit tegen te gaan. Het boek is te gebruiken als lesstof en te lezen als vakliteratuur of als populairwetenschappelijke literatuur voor lezers die geïnteresseerd zijn in, of betrokken zijn bij, delinquente jeugd.

Merel van Dorp is journalist en sociaalwetenschapper, gespecialiseerd in risicojeugd en jeugdhulp. Strafrechtadvocate Semra Aytemur en voormalig strafrechtadvocate Nienke Swart (nu werkzaam als officier van justitie) beschrijven de jongeren die zij verdedigen in de rechtbank.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Vooroordelen over jongens die onder bedreiging een avondwinkel overvallen of zich regelmatig schuldig maken aan inbraak, wie heeft ze niet? Is het inderdaad eigen schuld dat een jongere in de gevangenis terechtkomt? Dit boek neemt vooroordelen en veronderstellingen onder de loep en beschrijft welke factoren een rol spelen bij (de ontwikkeling van) delinquentie bij adolescenten tussen de 12 en 23 jaar. Hoe complex delinquentie in elkaar zit, wordt beschreven aan de hand van onderzoek, interviews met wetenschappers, hulpverleners, juristen en jongeren zelf en afgewisseld met ervaringen uit de praktijk van twee strafrechtadvocaten.
Merel van Dorp

2. Baldadig of boef

De één crimineel, de ander een boefje
Samenvatting
Vrijwel alle jongeren zijn weleens een beetje delinquent. Hoort het bij pubers om dingen te doen die niet door de beugel kunnen? Misschien is de aandacht voor jeugdcriminaliteit overdreven, want cijfers laten zien dat de jeugdcriminaliteit nog altijd daalt. Toch is er bij een klein aantal adolescenten, dat na de puberteit crimineel gedrag blijft vertonen, reden tot zorg.
Merel van Dorp

3. Het begint in de buik …

De impact van prenatale factoren op ontwikkeling van agressief gedrag
Samenvatting
Vrijwel alle peuters gaan door een periode waarbij ze snel en vaak ontploffen van boosheid. Gaandeweg krijgen ze meer controle over hun emoties en agressie. Toch zijn er verschillen in hoeverre kinderen hun agressieve gedragingen leren beteugelen. Welke voorwaarden tijdens de zwangerschap en vlak na de geboorte zorgen dat de ontwikkeling van agressief en antisociaal gedrag goed of juist ongunstig verloopt?
Merel van Dorp

4. Het is de schuld van hun ouders

Hoe opvoeding samenhangt met delinquentie
Samenvatting
Als die ouders hun kind beter hadden opgevoed, was het nooit zo uit de hand gelopen. Wie heeft zich nooit op zo’n gedachte betrapt? Inderdaad heeft de directe omgeving veel invloed op het ontwikkelen van probleemgedag. Maar wat binnen de ouder-kindrelatie helpt jongeren weg te blijven bij delinquent gedrag? Ligt dat aan hoe ouders reageren op vervelend gedrag van kinderen? Aan hoe een jongere reageert op de opvoedpogingen van zijn ouders?
Merel van Dorp

5. Foute vrienden

De invloed van of de keuze voor criminele maatjes
Samenvatting
Verklaringen voor delinquent gedrag van adolescenten zoeken wetenschappers onder meer in persoonlijkheidskenmerken van daders, de rol van ouders, de invloed van een achterstandspositie en het gebrek aan moreel besef of het geweten. Daarnaast is ook de omgang met leeftijdgenoten en vrienden van invloed op de ontwikkeling van crimineel gedrag. Ziet het er voor een jongere simpelweg slecht uit als hij foute vrienden heeft? En zijn de perspectieven gunstig voor de jongere met een sociaal, braaf vriendenclubje? Dit hoofdstuk gaat over vrienden en delinquent gedrag als ‘soort zoekt soort’ of invloed van foute maatjes; en over de vraag of ouders überhaupt nog iets kunnen doen tegen rondhangen met delinquente types.
Merel van Dorp

6. Altijd weer die Marokkanen

De rol van etniciteit bij delinquentie
Samenvatting
Een Jan Pieter van de Voorst tot Terborgh vind je niet snel in de Nederlandse jeugdgevangenis. Waarom zijn jongeren van Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Turkse afkomst vaker terug te vinden bij justitie en politie dan van oorsprong Nederlandse jongeren?
Merel van Dorp

7. Een ongeluk komt nooit alleen

De samenhang van delinquentie met verschillende problemen
Samenvatting
Vaak is de wet overtreden niet het enige probleem bij delinquente jongeren. Gedragsproblemen of -stoornissen als ADHD, CD en ODD komen regelmatig voor, net als verslavingsproblematiek. Jongeren die ook nog een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben, hebben dikwijls te maken met zowel gedrags- als verslavingsproblematiek. Dat maakt voorkomen van of ingrijpen bij delinquentie nog ingewikkelder.
Merel van Dorp

8. Die 22-jarige is eigenlijk 16

Adolescentenstrafrecht
Samenvatting
In 2014 valt eindelijk het besluit. Het adolescentenstrafrecht (ASR) wordt ingevoerd. Deze wetgeving benadrukt dat delinquente 16- en 17-jarigen als volwassene berecht kunnen worden. Tegelijkertijd laat het ASR ruimte om adolescenten tussen de 18 en 23 jaar een straf of maatregel uit het jeugdrecht op te leggen: hulpverlening, al dan niet in combinatie met een (voorwaardelijke) straf. Pakt het ASR nu voordeliger uit voor jongeren of niet?
Merel van Dorp

9. Ik zeg niets en ontken alles

Over zwijgen, ontkennen en excuses maken
Samenvatting
Verdachten hebben het recht om te zwijgen. Leidt zwijgen ook tot minder of geen straf? Over wat niets willen vertellen zegt over verdachte jongeren en wat (deels) bekennen, ontkennen of juist zwijgen betekent voor hun gevoelens van schuld en spijt.
Merel van Dorp

10. Hij leert er niets van

De bajes als leerschool en voorkomen van recidive
Samenvatting
Grote kans dat een jongere wederom in de fout gaat als hij eenmaal een delict op zijn geweten heeft. Komt dat doordat delinquenten verkeerd gedrag van elkaar leren als je ze samen opsluit? Of is het juist ‘goed voorbeeld doet goed volgen’, wanneer er een delinquent rondloopt die zijn gedrag heeft verbeterd? Dit hoofdstuk beschrijft het effect van behandelen op het terugdringen van recidive. Én hoe behandeling herhaald delictgedrag kan voorkomen met de kennis van de neurobiologische gesteldheid van delinquenten.
Merel van Dorp

11. Woning, werk en wijf? Dan komt alles goed!

Hoe verblijfplek, soort inkomen en partner mogelijk recidive voorkomen
Samenvatting
Woning, werk en wijf – dat zijn platgezegd factoren die samenhangen met een afname van crimineel gedrag. Maar is de verhuizing, aanstelling bij een leuke werkgever of een nieuwe partner ook echt de oorzaak van het stoppen met criminaliteit? Dan is het zaak voor hulpverlening en reclassering om veranderingen op die vlakken te stimuleren. Of zijn de veranderingen een gevolg van het bewustzijn van een crimineel persoon dat hij niet langer delicten wíl plegen en daarbij een steunende relatie zoekt, (ander) werk of ergens gaat wonen waar zijn oude, criminele kornuiten hem minder kunnen beïnvloeden?
Merel van Dorp

12. Slachtoffers maken of slachtoffer zijn?

Wat daders dikwijls gemeen hebben – slotbeschouwing
Samenvatting
De delinquenten over wie het in dit boek gaat, zijn geen jongens die je graag ’s avonds laat tegenkomt. Je zou zomaar zelf slachtoffer van een van hen kunnen worden. Maar had het daderschap van deze jongens voorkomen kunnen worden? Begint daderschap misschien bij het gegeven dat een deel van deze ernstige delinquenten zelf óók slachtoffer is?
Merel van Dorp

Nawerk

Meer informatie