Skip to main content
main-content

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. De gezondheidszorg in een notendop

Dit hoofdstuk beschrijft de gezondheidszorg in het kort. Het is te lezen als een samenvatting van het boek: de belangrijkste onderdelen komen in enkele woorden aan bod. Om de leesbaarheid te bewaren, verwijzen we niet steeds naar een hoofdstuk. Via de inhoudsopgave en via de trefwoordenlijst kun je gemakkelijk een hoofdstuk opzoeken waarin je meer over een bepaald onderwerp kunt vinden.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Eerstelijnsgezondheidszorg

Voorwerk

Hoofdstuk 2. De huisarts als poortwachter

Als mensen voor hun gezondheidsproblemen professionele hulp nodig hebben, komen ze daarvoor meestal eerst bij hun huisarts. De meeste mensen hebben dan ook een eigen huisarts, vaak zelfs dezelfde huisarts gedurende een lange periode van hun leven. De huisarts biedt continue (vierentwintig uur per dag), langdurige en integrale (lichamelijke en geestelijke) zorg, persoons- en gezinsgericht, aan mensen in de thuissituatie (Schellevis, 2004). Huisartsgeneeskunde wordt ook wel levensloopgeneeskunde genoemd.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 3. Paramedici en paramedische zorg

Fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten, logopedisten, oefentherapeuten Cesar en Mensendieck, huidtherapeuten, podotherapeuten, mondhygiënisten, orthoptisten, MBB’ers (medische beeldvormende en bestralingsdeskundigen) vormen de paramedische beroepsgroepen. De uitoefening van deze beroepen is geregeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). In de eerste lijn (extramurale zorg) werken ze in eigen praktijken, gezondheidscentra of de thuiszorg. In de intramurale zorg werken ze in ziekenhuizen, verpleeghuizen, revalidatie-instellingen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten en psychiatrische instellingen. Met zo’n 25.000 beroepsbeoefenaren vormen fysiotherapeuten de grootste groep paramedici. Voor de overige aantallen, zie ◉ Tabel 3.1.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 4. Verloskundige zorg en kraamzorg

Verloskundige zorg omvat zowel prenatale zorg als zorg bij de bevalling (natale zorg) en zorg in het kraambed (postnatale zorg). Het woord geboortezorg

geboortezorg

is in opkomst. De verloskundige zorg of geboortezorg in Nederland is uniek in de westerse wereld: goede verloskundige zorg gaat in Nederland namelijk samen met een groot aantal thuisbevallingen

thuisbevalling

(ongeveer 30% thuisbevallingen). Er worden in Nederland rond de 200.000 kinderen per jaar geboren.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 5. Mondzorg

Driekwart van de mensen gaat minstens een keer per jaar naar de tandarts, meestal voor controle (periodiek onderzoek). De meeste tandartsen werken in tandartspraktijken in de wijk, in de eerste lijn. Een enkeling heeft (daarnaast) een praktijk in een instelling voor de gezondheidszorg, bijvoorbeeld in een instelling voor verstandelijk gehandicapten. De tandarts voert naast controles en preventieve taken ook curatieve behandelingen uit. Tandartsassistenten assisteren bij de behandeling, maar verrichten ook zelfstandig een aantal taken. Steeds vaker is een mondhygiëniste

mondhygiënist

of preventieassistente aan de praktijk verbonden.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 6. Apotheken en zorg voor geneesmiddelen

Geneesmiddelen zijn bij de apotheek verkrijgbaar. Geneesmiddelen waar je een recept voor nodig hebt, zoals antibiotica, bloeddrukverlagers en geneesmiddelen bij astma, kun je alleen maar via de apotheek krijgen. Sommige geneesmiddelen kun je zonder recept krijgen. Dat geldt voor de zogenaamde zelfzorgmiddelen, zoals eenvoudige pijnstillers en middelen tegen voetschimmel of hoofdluis. Dergelijke middelen kun je ook bij de drogist halen.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 7. Thuiszorg

Jaarlijks krijgen ongeveer een half miljoen mensen thuiszorg in de vorm van verpleging en/of persoonlijke verzorging. Die vraag neemt toe, onder andere doordat steeds meer ouderen, mensen met een chronische ziekte of beperkingen zelfstandig willen blijven wonen. En doordat mensen steeds korter in het ziekenhuis liggen. Dat kan als zij zorg thuis kunnen ontvangen.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 8. Informele zorg

Als je gezondheidsklachten hebt, vraag je lang niet altijd (meteen) professionele hulp. Meestal probeer je er eerst zelf iets aan te doen (zelfzorg). Soms geven anderen je advies of zorgen voor je als je flink ziek bent. Vaak zorgen partners of andere familieleden voor mensen die langdurig gezondheidsproblemen of daardoor beperkingen hebben (mantelzorg). Wanneer mensen dat langere tijd doen, kunnen zij daar zelf door overbelast raken. Naast zelfzorg en mantelzorg bieden veel vrijwilligers steun aan mensen die door ziekte of beperkingen hulp nodig hebben. Al deze zorg samen wordt gerekend tot de informele zorg

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 9. Ketenzorg en zorgketens

Het woord ‘ketenzorg

ketenzorg

’ duidt aan dat verschillende zorginstellingen structureel samenwerken om gezamenlijk de juiste zorg te kunnen geven. Het kan gaan om zorg aan chronisch zieken (diabetes, COPD, hartfalen) die deels door de huisarts kan worden gegeven, maar waarbij ook paramedische zorg nodig is. De huisarts en de verschillende paramedici vormen samen de keten. De zorg wordt dan in dezelfde tijdsperiode door verschillende zorgverleners gegeven.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 10. Complementaire en alternatieve zorg

Complementaire en alternatieve geneeswijzen (CAG)

complementaire en alternatieve geneeswijzen (CAG)

is een verzamelnaam voor geneeswijzen die niet in de universitaire opleiding tot arts worden gedoceerd. Sommigen verstaan onder alternatieve geneeswijzen

alternatieve geneeswijze

: geneeswijzen in plaats van de reguliere geneeskunde. En onder complementaire geneeswijzen

complementaire geneeswijze

: geneeswijzen die worden toegepast naast de reguliere zorg. Voor anderen is er niet zo’n nadrukkelijk verschil tussen alternatieve en complementaire geneeswijzen. Zij gebruiken ook wel de term: onconventionele geneeswijzen. Een nieuwere term is: integratieve geneeskunde

integratieve geneeskunde

(Nationaal Informatie en Kenniscentrum Integrative Medicine; http://nikim.nl/).

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Specialistische en doelgroepspecifieke zorg

Voorwerk

Hoofdstuk 11. Ziekenhuizen

Als onderzoek en behandeling van gezondheidsproblemen in de eerste lijn niet afdoende zijn, kan de huisarts verwijzen naar een medisch specialist. Bij ernstige ongevallen kun je ook direct bij de spoedeisende hulp van een ziekenhuis terecht. Voor minder ernstige ongevallen is de huisarts de eerst aangewezen hulpverlener, al zijn er veel mensen die rechtstreeks naar de spoedeisende hulp gaan. Deze laatsten heten ook wel ‘zelfverwijzers

zelfverwijzer

’.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 12. Revalidatie-instellingen

Revalidatie

revalidatie

is gericht op herstel of verbetering van de mogelijkheden van mensen met lichamelijk letsel of functiebeperkingen door een ongeval, ziekte of aangeboren aandoening. Het doel is dat mensen daardoor meer mogelijkheden krijgen om (zelfstandig) te functioneren en te participeren in de maatschappij.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 13. Verpleeghuizen en verzorgingshuizen

Er zijn steeds meer ouderen en meer zeer oude ouderen. Die kampen vaak met gezondheidsproblemen en ondervinden daardoor beperkingen in hun zelfzorg. In eerste instantie bieden partners en kinderen vaak mantelzorg. Maar gezinnen zijn kleiner geworden, kinderen wonen lang niet altijd in de buurt van hun ouders en vrouwen werken vaak. Daardoor is de zorg voor ouderen niet helemaal door mantelzorg op te vangen.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 14. Palliatieve en terminale zorg

In Nederland heeft de publieke discussie over de stervensfase zich de tweede helft van de vorige eeuw toegespitst op de legalisering van euthanasie. Palliatieve zorg

palliatieve zorg

heeft pas in de jaren negentig van de vorige eeuw de aandacht gekregen die hij verdient. Inmiddels staat Nederland op de vierde plaats in de ranglijst van Europese landen met aandacht en voorzieningen voor palliatieve zorg, na het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Zweden. Palliatieve zorg is zorg in de laatste periode van het leven, gericht op kwaliteit van leven, op comfort en draaglijk maken van de laatste maanden, weken en dagen.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 15. Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Niet iedereen heeft in zijn leven hulp nodig vanwege psychische problemen. Toch komen psychische problemen veel en ook steeds meer voor. Ruim veertig procent van de Nederlanders heeft ooit een psychische stoornis gehad. Onderzoek in 2010 laat zien dat 18% van hen in de voorgaande twaalf maanden een psychische stoornis heeft gehad, waarbij angst, depressie en middelengebruik de top 3 vormen (De Graaf, 2010). Deze stoornissen komen het meeste voor bij mensen tussen de 25 en 65 jaar en meer bij mensen met een lage opleiding, werklozen, mensen in de WIA (arbeidsongeschikten) en vrouwen.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 16. Zorg voor mensen met dementie

Dementie treedt vooral bij ouderen op. Met de toename van de levensverwachting zal het aantal dementerenden blijven toenemen, waaronder ook het aantal allochtonen met dementie.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 17. Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

In de gezondheidszorg lag lange tijd de nadruk op ziekte en handicaps, op wat er niet goed ging. Dat werd geclassificeerd volgens de ICIDH (International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps

ICIDH (International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps)

; een classificatie van stoornissen, beperkingen en handicaps). Het woord ‘handicap’ is gerelateerd aan problemen met deelname aan de maatschappij en met het vervullen van sociale rollen (rol in relatie, gezin, werk). Maar niet elke beperking leidt altijd tot een handicap.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Thematische onderwerpen

Voorwerk

Hoofdstuk 18. Preventie en gezondheidsbevordering

Bij veel professionals in de zorg ligt het accent op zorg voor mensen die ziek zijn. Bij mondhygiënisten zal een sterker accent op preventie liggen dan bij (de meeste) fysiotherapeuten of huisartsen. Maar ook die hebben aandacht voor preventie, om te voorkomen dat een klacht terugkomt, om te voorkomen dat complicaties optreden van immobiliteit en om te voorkomen dat een ziekteproces voortschrijdt en steeds meer pijn of beperkingen met zich meebrengt. Hierbij is preventie een onderdeel van de behandeling of de zorg die iemand krijgt naar aanleiding van klachten of beperkingen: zorggebonden preventie.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 19. Zorg in de grote steden

In de grote steden zijn meer mensen met weinig opleiding en een lage sociaal-economische positie (lage SES), meer mensen uit andere culturen, meer mensen zonder verblijfsdocumenten, meer dak- en thuislozen, drugsverslaafden, meer mensen met geestelijke gezondheidsproblemen, meer mensen die vereenzamen en verkommeren. Deze kwetsbare groepen

kwetsbare groepen

overlappen elkaar gedeeltelijk: mensen met chronische psychiatrische problemen die zelfstandig wonen, maar het niet redden, mensen met een verslaving die vanwege schulden uit huis gezet worden en een zwervend bestaan leiden, mensen die voor werk naar Nederland zijn gekomen maar geen verblijfsvergunning hebben en al dan niet met familie in kleine en slechte woningen verblijven, uitgeprocedeerde asielzoekers die geen recht hebben op voorzieningen en zorg, ouderen die sociaal geïsoleerd raken en door hun gezondheidsproblemen verder verkommeren.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 20. Zorg voor gezondheid in bedrijven

Zorg voor de gezondheid van werknemers is een aparte sector in de gezondheidszorg, met specifieke taken, eigen werkprocessen en een eigen organisatie van het werk. Hier is, anders dan in andere sectoren van de gezondheidszorg, sprake van drie ‘partijen’ in de zorgverlening: de patiënt (werknemer), de arbomedewerker (bedrijfsarts, paramedicus, verpleegkundige) en de werkgever. De arbomedewerkers beschermen de werknemers tegen gevaren voor de gezondheid. Daarnaast adviseren en ondersteunen zij de patiënt (werknemer) om zijn werk (weer) uit te kunnen voeren. De arbomedewerkers brengen advies uit aan de werkgever. De werkgever heeft overigens geen inzage in medische gegevens.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 21. Kwaliteitszorg

Het Institute of Medicine omschrijft kwaliteit van gezondheidszorg

kwaliteit van gezondheidszorg

simpel maar treffend als: ‘Doing the right thing, at the right time, in the right way, for the right person, and having the best possible results.’ Deze definitie omvat de aspecten effectiviteit (doelgerichtheid), veiligheid, vraaggerichtheid (of patiëntgerichtheid) en tijdigheid (Arah, 2005). Naast deze vier elementen worden tegenwoordig ook toegankelijkheid en efficiëntie (doelmatigheid) als pijlers van kwaliteit genoemd (◉ Tabel 21.1).

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Beleid, financiering, kosten en kostenbeheersing

Voorwerk

Hoofdstuk 22. Gezondheidsbeleid

Laten we eens kijken hoe de gezondheidszorg in de loop van de tijd is veranderd, hoe die is geworden zoals die nu is. Want: als je de gezondheidszorg zelf zou ontwerpen, zou die er ongetwijfeld anders uitzien. Je zou het zo niet bedenken. De gezondheidszorg heeft zich door allerlei factoren ontwikkeld tot de gezondheidszorg van nu. Hoe is dat gegaan? Wat is er gedaan om de gezondheidszorg te sturen in een richting die men wilde? En welke richting was dat? En in welke richting stuurt de overheid nu? We bespreken de veranderingen en het beleid in grote lijnen.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 23. Verzekerd voor zorg

Wie betaalt als je naar de huisarts gaat? En naar de fysiotherapeut? Of als de wijkverpleegkundige aan huis komt? En als je in het ziekenhuis belandt? Of woont in een beschermende woonomgeving voor verstandelijk gehandicapten?

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 24. Kosten van de zorg en kostenbeheersing

De kosten van de zorg zijn al sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw een zorg voor de achtereenvolgende regeringen (http://www.gezondheidszorgbalans.nl). De kosten zijn vanaf ongeveer 1960 snel gestegen. Daar hebben verschillende factoren aan bijgedragen, niet alleen de vergrijzing. De vergrijzing is maar voor een beperkt deel verantwoordelijk voor de kostentoename (12-20% wordt genoemd in diverse studies).

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 25. Gezondheidszorg als markt

Een markt is een plaats waar je dingen kunt verkopen en kunt kopen. Je kunt er onderhandelen over het product, de prijs en de dienstverlening. Op een markt spelen gewoonlijk twee partijen: de verkopers (aanbieders) en de kopers (klanten). Een markt kan werken als beide partijen iets hebben te kiezen en ze allebei belang hebben bij een redelijke prijs voor een redelijke kwaliteit. Een marktmeester ziet toe op een ordelijk verloop (◉ Figuur 25.1).

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 26. Ontwikkelingen en lijnen naar de toekomst

De huidige organisatiestructuur en financiering van de gezondheidszorg kraakt in zijn voegen. Demografische ontwikkelingen (meer ouderen, meer chronisch zieken, meer multimorbiditeit), sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen (hogere verwachtingen, grotere mondigheid, eisen aan transparantie) en technologische ontwikkelingen zijn daar debet aan.

M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Nawerk

Meer informatie