Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. De gezondheidszorg in een notendop

Dit hoofdstuk beschrijft de gezondheidszorg in het kort. Het is te lezen als een samenvatting van het boek: de belangrijkste onderdelen komen in enkele woorden aan bod. Om de leesbaarheid te bewaren, verwijzen we niet steeds naar een hoofdstuk. Via de inhoudsopgave en via de trefwoordenlijst kun je gemakkelijk een hoofdstuk opzoeken waarin je meer over een bepaald onderwerp kunt vinden.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Eerstelijnsgezondheidszorg

Voorwerk

Hoofdstuk 2. De huisarts als poortwachter

Meneer Van de Berg, 73 jaar, heeft het allemaal meegemaakt. Zijn huisarts in zijn eenmanshuisartspraktijk, een duopraktijk en nu een groepspraktijk met een praktijkondersteuner. Tot zijn tevredenheid, overigens. Als migrainepatiënt heeft hij de medische ontwikkelingen in de behandeling meegemaakt. De laatste jaren is zijn migraine sterk verminderd en is hij opvallend fit, op lichte chronische bronchitisklachten na. Als die klachten opspelen, merkwaardig genoeg meestal in de zomer, bezoekt hij de huisarts. Meestal heeft hij dan een luchtweginfectie, die goed reageert op antibiotica.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 3. Paramedici en paramedische zorg

Jeroen Smets heeft alweer enkele maanden last van zijn knie. Zijn sportprestaties lijden eronder, evenals zijn humeur. Hij wordt nu fysiotherapeutisch behandeld in een sportmedisch adviescentrum.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 4. Verloskundige zorg en kraamzorg

Mevrouw Van Ameland bleek bij de eerste controles door de verloskundige zwanger van een tweeling. Daarom verwees de verloskundige haar door naar een gynaecoloog. Na de vijfde maand bleek dat een van de twee baby’s in groei achterbleef. Daarom werd mevrouw Van Ameland opgenomen in het ziekenhuis. Bijna twee maanden later kreeg ze weeën en werd de tweeling geboren, na 34 weken zwangerschap. De oudste, Jinke, mocht al na tien dagen uit de couveuse en drie weken daarna naar huis. De kleinste baby, Tom, bleef zes weken op de couveuseafdeling. In die periode kon mevrouw Van Ameland (met Jinke) terecht in het Ronald McDonaldhuis. Daar kreeg ze ondersteuning bij het geven van borstvoeding en het leren verzorgen van de baby.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 5. Mondzorg

Driekwart van de mensen gaat minstens een keer per jaar naar de tandarts, meestal voor controle (periodiek onderzoek). De meeste tandartsen werken in tandartspraktijken in de wijk, in de eerste lijn. Een enkeling heeft (daarnaast) een praktijk in een instelling voor de gezondheidszorg, bijvoorbeeld in een instelling voor verstandelijk gehandicapten. De tandarts voert naast controles en preventieve taken ook curatieve behandelingen uit. Tandartsassistenten assisteren bij de behandeling, maar verrichten ook zelfstandig een aantal taken. Steeds vaker is een mondhygiëniste of preventieassistente aan de praktijk verbonden.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 6. Apotheken en zorg voor geneesmiddelen

Meneer Egbers heeft van de huisarts een recept gekregen voor een antidepressivum. Hij ziet er erg tegenop om medicijnen te gaan slikken. Het zijn toch chemische stoffen die iets in zijn hersenen doen. Dat vindt hij een vervelende gedachte. Bovendien heeft hij jarenlang geprobeerd om juist zo veel mogelijk op eigen kracht zijn depressieve gevoelens en gedachten onder controle te krijgen. Daarom heeft het ook zo lang geduurd voordat hij akkoord is gegaan met het voorstel van de psycholoog om naast de gesprekstherapie ook ondersteunende medicatie te gaan gebruiken. Meneer Egbers zou het liefst een slaapmiddel hebben, omdat hij zo slecht slaapt, maar de therapeut adviseerde een antidepressivum. Meneer Egbers kon natuurlijk ook aan de huisarts vragen of hij een slaapmiddel kon krijgen. Na lang aarzelen heeft hij dat ook gedaan. Zij heeft hem duidelijk gemaakt dat een slaapmiddel alleen voor enkele nachten zinvol is en dat zij het alleen in een crisissituatie zou voorschrijven. Ze heeft hem wel een antidepressivum voorgeschreven. Ze heeft hem verteld dat het effect ervan pas na een week of zes duidelijk is en hem enkele bijwerkingen genoemd.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 7. Thuiszorg

Jos krijgt dagelijks hulp van de thuiszorg. ’s Morgens tussen 8.00 en 9.00 uur arriveert de verpleegkundige. De huishoudelijke hulp is er dan al.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 8. Informele zorg

Mevrouw Van Genderen zorgt al ruim vijf jaar voor haar dementerende man. In het begin in haar eentje, maar dat lukt al lang niet meer. Ze is zelf ook niet meer piep en een versleten heup maakt het er voor haar niet gemakkelijker op. Een vrijwilliger komt een ochtend per week, zodat ze even eruit kan. Boodschappen doen, koffie drinken bij een vriendin of bij haar dochter. Dat scheelt, dat geeft even lucht. Maar meneer Van Genderen is vaak ’s nachts aan het rondspoken, dat breekt haar op, zo moe is ze. De huisarts heeft wat medicatie voor de nacht gegeven, dat helpt wel wat. Maar wat haar ook steeds zwaarder valt, is dat haar man steeds achterdochtiger wordt. Telkens als hij iets kwijt is, geeft hij haar de schuld. Soms is hij agressief, bijvoorbeeld als ze hem wil helpen met wassen en aankleden. ‘Dat kan ik zelf wel’, zegt hij, maar er komt dan niet veel van terecht. Als ze hem helpt, wordt hij boos. Daar heeft ze veel verdriet van. Zo kan ze het niet lang meer volhouden, terwijl ze haar man wel graag zo lang mogelijk thuis wil houden.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 9. Ketenzorg en zorgketens

Meneer Osinga is 64 jaar. Sinds drie jaar heeft hij diabetes type 2. Hypertensie heeft hij al langer, maar dat is met medicijnen goed onder controle. Hij komt niet vaak bij de huisarts, maar meestal bij de praktijkondersteuner. Die werkt volgens een protocol. In zijn individueel zorgplan heeft ze genoteerd wat hij belangrijk vindt en wat hij wil doen om gezond en fit te blijven. Want dat is belangrijk voor mensen met diabetes, heeft ze hem uitgelegd. Hij wil wel proberen wat meer te bewegen, maar niet sporten. Daar heeft hij een hekel aan. Maar fietsen was ook goed, zei ze. Dus dat doet hij nu vaker.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 10. Complementaire en alternatieve zorg

Mevrouw Driessen heeft vanaf haar tienerjaren vaak migraine en buikklachten. Ze wil het liefst zo weinig mogelijk zware medicijnen gebruiken. Ze is gaan uitproberen bij welke voeding ze minder last heeft van haar buik. Tot haar verbazing had ze minder last van de migraine in de weken dat ze beter op haar voeding lette en bijvoorbeeld vezelrijke voeding gebruikte. Omdat ze te weinig grip kreeg op de migraine, is ze naar een acupuncturist gegaan. Ze krijgt nu acupunctuur, ondersteund door Chinese kruiden. Ze heeft ook voedingsadviezen gekregen. In de behandeling is veel aandacht voor haar levenswijze en andere persoonlijke dingen. Ze vindt het prettig ook zelf wat te kunnen doen aan haar klachten. Ze heeft minder klachten.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Specialistische en doelgroepspecifieke zorg

Voorwerk

Hoofdstuk 11. Ziekenhuizen

Risanne, 32 jaar, wordt door de huisarts naar de dermatoloog verwezen omdat een moedervlek de laatste maanden groter en donkerder is geworden. De dermatoloog is er niet zeker van dat het een onschuldige moedervlek is. Hij doet daarom een biopsie. Gelukkig is de uitslag goed.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 12. Revalidatie-instellingen

Mevrouw Mirhan werkt als programmamaakster bij de radio. Ze is 48 jaar. Tijdens een bezoek aan de bibliotheek werd ze onwel, kon haar rechterbeen slecht gebruiken en sprak onduidelijk. In het ziekenhuis werd een hersenbloeding vastgesteld. Na twee weken ziekenhuisopname volgde revalidatie in een revalidatie-instelling.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 13. Verpleeghuizen en verzorgingshuizen

Meneer Brug wordt opgenomen op de revalidatieafdeling van een verpleeghuis (geriatrische revalidatie). Hij komt uit het ziekenhuis, waar hij opgenomen was na een beroerte. De logopediste onderzoekt het slikken en de problemen met taal. Gelukkig heeft hij geen afasie. Wel heeft hij typische taalproblemen van een rechtszijdig CVA: nuances in taal ontgaan hem soms. Hij neemt dingen vaak letterlijk op. Meneer Brug heeft geen besef van zijn verlamming en een neglect (verwaarlozing van zijn linker lichaamshelft). Hij kan moeilijk ruimtes herkennen.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 14. Palliatieve en terminale zorg

‘Ik sta er zelf van te kijken dat ik de hele dag in mijn bed kan blijven’, zegt ze, ‘ik kon altijd zo slecht stilzitten.’ Vanuit haar kamer in hospice Istoria kijkt Ans Klein (62) uit op een straat met oude bomen. ‘Ik voel me betrokken bij alles. Ik vind het wonderlijk, ik had het thuis niet beter kunnen hebben.’
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 15. Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Mevrouw Branning is 34 jaar. Ze wordt ambulant begeleid door een medewerker van de GGZ-instelling vanwege een toenemende depressie, die gepaard gaat met ernstige achterdocht en dwanghandelingen. Daarnaast heeft ze problemen met de opvoeding van haar vijfjarige dochtertje Richelle. Richelle dreigt achter te raken in haar ontwikkeling. Er komt een medewerker intensieve psychiatrische thuiszorg (IPT) om opname te voorkomen en mevrouw Branning te helpen om meer structuur te bieden voor Richelle. Als haar man thuis is, neemt die een groot deel van de opvoeding op zich. Richelle luistert slecht, vinden de beide ouders. Het is niet duidelijk of dat een gedragsprobleem is of dat ze slecht hoort. Ze krijgt een audiologisch onderzoek. Haar gehoor blijkt in orde te zijn.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 16. Zorg voor mensen met dementie

Mevrouw Van Genderen kan de zorg voor haar dementerende man niet meer in haar eentje opbrengen. Een vrijwilliger komt een ochtend per week, zodat ze er even uit kan. Boodschappen doen, even koffiedrinken bij een vriendin of bij haar dochter. Dat geeft even lucht. Meneer Van Genderen is vaak ’s nachts aan het rondspoken. Door de verstoorde nachtrust raakt zijn vrouw steeds vermoeider.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 17. Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

Rineke en Jeroen hebben vanaf de geboorte van Marrit, hun tweede kind, het gevoel dat er iets niet goed met haar is. Zij is anders dan de oudste. Het is moeilijk om aan te geven wat er precies anders is. Het voornaamste is hun gevoel dat ze geen echt contact met haar hebben. Ze doet lang over de fles, verslikt zich vaak en spuugt veel, elke dag, bij elke voeding. Na drie maanden is er nog steeds geen lachen of gericht aankijken. De consultatiebureau-arts erkent hun zorgen en adviseert om naar de huisarts te gaan. De huisarts verwijst Marrit naar de kinderarts. En dan begint een lange tijd van onderzoek door de kinderarts, de neuroloog, de fysiotherapeut, de oogarts, de kno-arts en gehoortesten bij het audiologisch centrum. Marrit is inderdaad vertraagd in haar ontwikkeling, maar de oorzaak wordt niet gauw gevonden. En dan is het des te moeilijker om in te schatten hoe het verder met Marrit zal gaan.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Thematische onderwerpen

Voorwerk

Hoofdstuk 18. Preventie en gezondheidsbevordering

Al voor je geboorte zijn er voor jou waarschijnlijk maatregelen genomen in het belang van je gezondheid. Sterker nog, voor je conceptie hebben je vader en moeder misschien al adviezen gekregen. Ouders krijgen tegenwoordig het advies om allebei voordat ze aan een zwangerschap beginnen te stoppen met roken. En vrouwen wordt aangeraden om extra foliumzuur te gebruiken om de kans op een kind met een open ruggetje te verkleinen.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 19. Zorg in de grote steden

Hans is 42 jaar, schizofreen, verslaafd en dakloos. Hij heeft een vaste slaapplek in de stad. Hij heeft weinig contact met anderen. Pas sinds kort heeft Gonnie van de bemoeizorg van de GGD contact met hem. Vele keren probeerde Gonnie een gesprekje met Hans aan te knopen. Het leek steeds vergeefse moeite: hij liep gewoon weg. Pas na een tijd liet hij Gonnie in zijn buurt toe en ontstond er een contact. Bij nachtvorst probeert Gonnie Hans over te halen om naar de extra nachtopvang te gaan. Uiteindelijk wil ze hem in een gewone opvang zien te krijgen en hem medicatie aanbieden.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 20. Zorg voor gezondheid in bedrijven

Mevrouw Senten werkt als verzorgende in een verpleeghuis. Ze is 34 jaar. Ze heeft sinds enkele jaren rugklachten, die af en toe opspelen. Sinds twee weken heeft ze er weer last van, meer dan anders. Ze heeft de eerste drie dagen op advies van de huisarts pijnstillers gebruikt. Daarna is ze weer aan het werk gegaan. Ze let extra op bij belastende manoeuvres, maar het gaat niet echt goed.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 21. Kwaliteitszorg

Op de afdeling chirurgie van een ziekenhuis is een project gestart om de kwaliteit te verbeteren. In de eerste fase van het project hebben alle teamleden gebrainstormd over het onderwerp en de aanpak. De teamleden ontdekten dat ze eigenlijk geen idee hadden hoe vaak ondervoeding of decubitus voorkwam op de afdeling, laat staan dat ze dat kunnen vergelijken met andere afdelingen van het ziekenhuis of een afdeling chirurgie van een ander (vergelijkbaar) ziekenhuis. Daarnaast besprak het team dat er veel meer fouten worden gemaakt dan er worden gemeld. Teamleden blijken zich te schamen voor fouten die ze maken en zijn bang om fouten te melden.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Beleid, financiering, kosten en kostenbeheersing

Voorwerk

Hoofdstuk 22. Gezondheidsbeleid

Laten we eens kijken hoe de gezondheidszorg in de loop van de tijd is veranderd, hoe die is geworden zoals die nu is. Want: als je de gezondheidszorg zelf zou ontwerpen, zou die er ongetwijfeld anders uitzien. Je zou het zo niet bedenken. De gezondheidszorg heeft zich door allerlei factoren ontwikkeld tot de gezondheidszorg van nu. Hoe is dat gegaan? Wat is er gedaan om de gezondheidszorg te sturen in een richting die men wilde? En welke richting was dat? En in welke richting stuurt de overheid nu? We bespreken de veranderingen en het beleid in grote lijnen.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 23. Verzekerd voor zorg

Mevrouw Niessen, 73 jaar, krijgt zorg van de huisarts en fysiotherapeut voor haar gewrichtsklachten, soms ook van de reumatoloog in het ziekenhuis. De thuiszorg komt haar helpen met douchen. Sinds ze aan staar is geopereerd, zorgt de thuiszorg er ook voor dat haar oog wordt gedruppeld. Nu ze niet meer zelf in de buurt boodschappen kan doen met haar rollator en het autorijden een te zware belasting voor haar polsen wordt, vraagt ze of er andere hulpmiddelen en vervoermiddelen zijn. Anders kan ze niet meer buiten komen en dan wordt het wel erg stil… De kinderen helpen wel, maar die wonen niet allemaal in de buurt en hebben ook werk en een gezin. Ze belt ze vaak. Te vaak, zei haar zoon laatst boos.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 24. Kosten van de zorg en kostenbeheersing

De kosten van de zorg zijn al sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw een zorg voor de achtereenvolgende regeringen (http://​www.​gezondheidszorgb​alans.​nl). De kosten zijn vanaf ongeveer 1960 snel gestegen. Daar hebben verschillende factoren aan bijgedragen, niet alleen de vergrijzing. De vergrijzing is maar voor een beperkt deel verantwoordelijk voor de kostentoename (12-20% wordt genoemd in diverse studies).
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 25. Gezondheidszorg als markt

Een markt is een plaats waar je dingen kunt verkopen en kunt kopen. Je kunt er onderhandelen over het product, de prijs en de dienstverlening. Op een markt spelen gewoonlijk twee partijen: de verkopers (aanbieders) en de kopers (klanten). Een markt kan werken als beide partijen iets hebben te kiezen en ze allebei belang hebben bij een redelijke prijs voor een redelijke kwaliteit. Een marktmeester ziet toe op een ordelijk verloop (Figuur 25.1).
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Hoofdstuk 26. Ontwikkelingen en lijnen naar de toekomst

De huidige organisatiestructuur en financiering van de gezondheidszorg kraakt in zijn voegen. Demografische ontwikkelingen (meer ouderen, meer chronisch zieken, meer multimorbiditeit), sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen (hogere verwachtingen, grotere mondigheid, eisen aan transparantie) en technologische ontwikkelingen zijn daar debet aan.
M. van der Burgt, E. van Mechelen-Gevers, M. te Lintel Hekkert

Nawerk

Meer informatie