Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Inspanningsfysiologie is dé basis voor het begeleiden van bewegen, bijvoorbeeld voor training, bewegingsonderwijs en oefentherapie. Dit boek is het wereldwijde standaardwerk voor de inspannings- en sportfysiologie. De auteurs van de Amerikaanse uitgave, Larry Kenney, Jack Wilmore en David Costill, zijn absolute topwetenschappers op dit vakgebied. 

Deze derde, geheel geactualiseerde, Nederlandse editie van Inspannings- en sportfysiologie biedt toegankelijke, goed leesbare, wetenschappelijk onderbouwde, up-to-date kennis. Dit bijzonder complete boek besteedt veel aandacht aan de basisinspanningsfysiologie: Hoe werkt het menselijke lichaam tijdens inspanning? Daarnaast kijkt het uitgebreid naar de invloed van de omgeving op ons lichaam (hoogte, warmte, kou) en naar de invloed van leeftijd en sekse bij inspanning en sport. Verder wordt ingegaan op trainen voor prestaties, en de invloed daarop van voeding en lichaamssamenstelling. Ook de aanpak en effecten van bewegen gericht op gezondheid komen uitgebreid aan de orde. De uitgave is rijk geïllustreerd en bevat tal van praktische en aansprekende voorbeelden. En de geheel nieuwe, aanvullende digitale verrijking, met videofragmenten, animaties en vragen, completeert deze derde Nederlandse editie.

Gedegen kennis van inspannings- en sportfysiologie is onmisbaar voor (aankomende) bewegingswetenschappers, docenten lichamelijke opvoeding, fysiotherapeuten, coaches, trainers en andere professionals op het gebied van bewegen. Met de kennis van Inspannings- en sportfysiologie, zowel een handboek als een compleet naslagwerk, is het mogelijk uit te groeien tot een professionele begeleider.  

Inhoudsopgave

Voorwerk

Spieren en beweging

Voorwerk

Hoofdstuk 1 Bouw en functie van skeletspieren

Liam Hoekstra heeft een lichaam als een topsporter: strakke buikspieren, kracht genoeg om oefeningen als ‘het ijzeren kruis’ in de ringen of ‘inverted sit-ups’ te doen, en een verbazingwekkende snelheid en behendigheid. Niet verkeerd als je weet dat Liam 19 maanden oud is en 10 kilo weegt! Liam heeft een zeldzame erfelijke afwijking: myostatine-gerelateerde spierhypertrofie. Een afwijking die het eerst is beschreven bij een abnormaal gespierd koeienras eind jaren negentig. Myostatine is een eiwit dat de groei van skeletspieren afremt. Myostatinegerelateerde spierhypertrofie is een genetische mutatie waarbij de productie van deze rem op de spiergroei wordt geblokkeerd en de snelle groei en ontwikkeling van skeletspieren dus wordt bevorderd.
Liams aandoening is extreem zeldzaam bij mensen. Er zijn wereldwijd minder dan honderd gevallen bekend. Maar het bestuderen van deze genetische aandoening heeft wetenschappers wel geholpen te begrijpen hoe skeletspieren groeien of afgebroken worden. Onderzoek naar Liams aandoening kan leiden tot nieuwe behandelmethoden voor degeneratieve spierziekten zoals musculaire dystrofie. Aan de andere kant zal het wellicht kunnen leiden tot een hele nieuwe tak van misbruik door sporters die op zoek zijn naar spiermassa en -kracht. Vergelijkbaar met het illegale en gevaarlijke gebruik van anabole steroïden.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 2 Brandstof voor de spieren: bio-energetica en metabolisme

‘De man met de hamer’ is een veelgebruikte uitspraak bij marathonlopers. Meer dan de helft van alle recreatieve marathonlopers zegt de ‘man met de hamer’ tijdens een marathon te hebben ervaren, onafhankelijk van hoe hard ze hadden getraind. Het gebeurt meestal rond de 32e tot 35e kilometer. Het tempo van de loper neemt aanzienlijk af en de benen voelen als lood. Vaak worden in benen en armen tintelingen of een verdoofd gevoel waargenomen. Het denken wordt vaak diffuus en warrig. De oorzaak voor deze toestand is de uitputting van beschikbare energie.
De primaire brandstofbronnen van een loper tijdens duurarbeid zijn koolhydraten en vetten. Vetten lijken de logische eerste brandstofkeuze voor duurprestaties, ze bezitten een zeer hoge energiedichtheid en de voorraden zijn bijna onuitputtelijk. Helaas is er voor het metabolisme van vetten een constante toevoer van zuurstof nodig, en energielevering uit vetten is langzamer dan via het metabolisme van koolhydraten.
De meeste lopers kunnen 2000-2200 kilocalorieën aan glycogeen opslaan in spieren en lever, wat voldoende energie oplevert om ongeveer 32 km te lopen in matig intensief tempo. Aangezien het lichaam veel minder snel is in het afbreken van energie uit vetten, zakt het looptempo en heeft de loper last van vermoeidheid. Verder zijn koolhydraten de enige brandstof voor de hersenen. Het is dus fysiologie, en geen toeval, dat zoveel marathonlopers het moeilijk krijgen rond de 32e kilometer.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 3 Neurale sturing van beweging

In 1964 schreven Jimmy Heuga en teamgenoot Billy Kidd geschiedenis door de eerste Amerikaanse Olympische skimedailles te winnen in Innsbruck, Oostenrijk. De twee vrienden en teamgenoten stonden voor het begin van de Olympische Spelen van 1968 op de cover van Sports Illustrated. Maar Heuga werd op die Spelen van 1968 in het Franse Grenoble slechts 7e op de slalom en 10e op de reuzenslalom. Heuga had in die periode al last van symptomen waar later de diagnose multiple sclerose (MS), een chronische neurologische aandoening, van werd gesteld. In die tijd werd mensen met MS verteld dat fysieke activiteit de klachten zou verergeren. En dus kreeg hij het advies een rustig en stil leven te leiden. Heuga volgde dat advies en begon zich ongezond, ongemotiveerd en minder energiek te voelen. Hij begon lichamelijk en mentaal achteruit te gaan. Zes jaar later besloot Heuga de medische adviezen naast zich neer te leggen. Hij ontwikkelde een cardiovasculair oefenprogramma en begon met lenigheids- en krachtoefeningen. Met dit programma kreeg Heuga zijn gezondheid terug, binnen de grenzen van zijn MS. In 1984 stichtte hij, geïnspireerd door zijn eigen succes, het Jimmie Heuga Center (nu bekend als Can DO Multiple Sclerosis), een non-profitorganisatie in Edwards, Colorado, dat alleen al in 2008 diensten verleende aan 10.000 mensen. De belangrijkste bijdrage van het centrum aan onderzoek naar MS is gepubliceerd in de Annals of Neurology in 1996.7 Dit onderzoek laat zien dat een oefenprogramma het fysiologisch en psychologisch functioneren en de algemene kwaliteit van leven van MS-patiënten verbetert. Dit gaf tegenwicht aan de toen heersende medische opvatting, die een leven van beperkte lichamelijke activiteit voorschreef.
Jimmy Heuga, skiër die in de Hall of Fame is opgenomen en propagandist voor lichamelijke activiteit, overleed op 8 februari 2010, 66 jaar oud.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 4 Hormonale regulatie tijdens inspanning

Op 22 mei 2010 werd een 13-jarige Amerikaanse jongen de jongste klimmer die de top van de Mount Everest bereikte, een gruwelijke tocht naar een hoogte van 8850 m boven de zeespiegel. De klim was extreem controversieel vanwege de leeftijd van de jongen. Omdat de Nepalese regering de familie geen toestemming wilde geven om de Everest vanuit Nepal te beklimmen, stegen de klimmers vanaf de moeilijkere Chinese kant, waar er geen leeftijdsgrenzen gelden. Ter voorbereiding op de klim sliepen de jongen en zijn vader (zijn klimpartner) maandenlang in een hypoxietent om hun lichaam voor te bereiden op het stijgen naar grote hoogte. Een van de doelen van acclimatisatie aan grote hoogte is om de concentratie zuurstofdragende rode bloedcellen in het bloed te verhogen. Twee belangrijke hormonen ondersteunen dit proces. Een toename in het hormoon erytropoëtine geeft het beenmerg het signaal om méér rode bloedcellen te produceren. En een afname in vasopressine (ook antidiuretisch hormoon genoemd) zorgt dat de nieren méér urine gaan produceren zodat de concentratie rode bloedcellen toeneemt. Door deze adaptaties konden de klimmers naar de top van de Mount Everest zonder veel tijd te verspillen in de verschillende basiskampen onderweg.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 5 Energiegebruik en vermoeidheid

Ze noemen het ‘de beste Americanfootballwedstrijd aller tijden’. Op 2 januari 1982 vochten de Miami Dolphins en de San Diego Chargers op een hete, vochtige avond een strijd uit van meer dan 4 uur. Spelers werden telkens weer van het veld afgedragen, om even later weer op dat veld terug te keren. Hall of Fame-speler Kellen Winslow overwon zijn zware vermoeidheid en zware krampen in zijn rug en werd een van de vele helden in deze epische uitputtingsslag. In het verslag van journalist Rick Reilly, in Sports Illustrated van 25 oktober 1999, staat: ‘Geen van de spelers van beide teams zou ooit nog zo diep gaan.’ Een speler zei later: ‘Je hoort coaches wel zeggen: “Geef alles wat je hebt.” En dat gebeurde op die dag, beide teams gaven echt alles.’ Een andere speler merkte op: ‘Sommige jongens weigerden om te wisselen… zodat ze tenminste niet dat hele stuk naar de zijlijn hoefden te rennen!’ Deze wedstrijd illustreert het onderwerp van dit hoofdstuk, de begrippen energie en vermoeidheid.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Cardiovasculaire en respiratoire functie

Voorwerk

Hoofdstuk 6 Werking en regulatie van het cardiovasculaire systeem

Op 5 januari 1988 verloor de sportwereld een van haar grootste sporters, ‘Pistol Pete’ Maravich. Deze voormalige ster van het Amerikaanse professionele basketbal zakte, op 40-jarige leeftijd, tijdens een recreatief potje basketbal in elkaar en overleed aan een hartaanval. Zijn dood kwam als een schok en de oorzaak van zijn overlijden verraste de medische experts. Het hart van Maravich bleek abnormaal vergroot. Dit kwam omdat hij geboren was met slechts één kransslagader, aan de rechterkant van zijn hart. Hij miste de twee kransslagaderen die de linkerzijde van het hart behoren te voeden! De medici waren stomverbaasd dat deze ene slagader de voeding van de linkerzijde van het hart van Maravich had overgenomen en dat hij door deze aanpassing jarenlang op hoog niveau heeft kunnen sporten. Hoewel de tragische dood van Maravich de sportwereld schokte, heeft hij wel meer dan tien jaar op het allerhoogste competitieniveau gepresteerd in een van de lichamelijk zwaarste sporten. Recenter is een aantal zeer veelbelovende middelbareschoolleerlingen en universiteitsstudenten overleden aan plotse hartinfarcten. De meeste van deze sterfgevallen zijn het gevolg van hypertrofische cardiomyopathie. Deze ziekte wordt gekenmerkt door een abnormaal vergrote hartspiermassa, in het algemeen van het linkerventrikel. In ongeveer de helft van de gevallen is het een erfelijke ziekte. Hoewel het de belangrijkste oorzaak is van plotse hartdood bij pubers en jongvolwassen sporters (circa 36%), is het een relatief zeldzame aandoening: jaarlijks één tot twee gevallen op een miljoen sporters.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 7 Werking en regulatie van het respiratoire systeem

Peking, de hoofdstad van China, is een van de meest vervuilde steden op aarde. Bij de voorbereidingen op de Olympische Spelen van 2008 is er bijna 17 miljard dollar uitgegeven om de luchtkwaliteit tijdelijk te verbeteren, inclusief het verzadigen van wolken om de kans op nachtelijke lokale regen in het gebied te verhogen. Fabrieken werden gesloten, autoverkeer beperkt en bouwactiviteiten werden opgeschort voor de duur van de Spelen. Maar toch was de luchtvervuiling tijdens de Olympische Spelen nog ongeveer twee tot vier keer hoger dan in Los Angeles op een gemiddelde dag. Daarmee werden de niveaus overschreden die door de Wereldgezondheidsorganisatie als veilig worden beschouwd. Verscheidene sporters deden uiteindelijk niet mee wegens ademhalingsproblemen of uit voorzorg voor hun gezondheid: onder anderen de Ethiopische marathonloper en recordhouder Haile Gebreselassie en wielrenner en zilverenmedaillewinnaar in 2004 Sergio Paulinho uit Portugal. Sporters met astma mochten inhalers gebruiken, en voor het eerst ooit werden voetbalwedstrijden tussentijds onderbroken om de spelers tijd te geven om van de verontreinigende stoffen, de smog, de hitte en de vochtigheid te herstellen. De sporters en de toeschouwers ondergingen deze omstandigheden gedurende een paar weken, en er zijn geen meldingen geweest van gezondheidsproblemen op lange termijn onder sporters of toeschouwers door blootstelling aan de lucht van Peking. De bewoners van Peking hebben echter elke dag te maken met deze voor de ademhaling ongunstige omgevingsomstandigheden.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 8 Cardiorespiratoire reacties op acute inspanning

Het volbrengen van een hele marathon (42.195 m) is een grote prestatie, zelfs als je jong en topfit bent. Op 5 mei 2002 voltooide Greg Osterman de Cincinnati Flying Pig Marathon, zijn zesde hele marathon, waarbij hij finishte in een tijd van 5 uur en 16 minuten. Dit is zeker geen wereldtijd, of zelfs maar een redelijke tijd voor een getrainde loper. Maar Greg had in 1990, op 35-jarige leeftijd, een virale infectie opgelopen die direct aansloeg op de rechterzijde van zijn hart en die verergerde tot een hartinfarct. In 1992 kreeg hij een harttransplantatie. In 1993 begon zijn lichaam het nieuwe hart af te stoten en kreeg hij ook leukemie, wat vaker voorkomt in reactie op de medicatie die transplantatiepatiënten krijgen tegen afstoting. Hij herstelde wonderwel en begon aan het verbeteren van zijn lichamelijke fitheid. Hij liep zijn eerste wedstrijd van 15 km in 1994, gevolgd door vijf marathons in Bermuda, San Diego, New York en Cincinnati in 1999 en 2001. Greg is een geweldig voorbeeld van menselijk doorzettingsvermogen en fysiologisch aanpassingsvermogen.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Training

Voorwerk

Hoofdstuk 9 Trainingsprincipes

De Amerikaan Ashton Eaton won de gouden medaille bij de tienkamp tijdens de Olympische Spelen in London in 2012, waarbij hij 8869 punten verzamelde in de twee dagen durende zware wedstrijd. Bij de Olympische kwalificatiewedstrijden in de Verenigde Staten in juni 2012 brak Eaton door de grens van negenduizend punten en werd hij houder van het wereldrecord, dat elf jaar lang op naam had gestaan van de Tsjech Roman Šebrle. Tienkampers worden door velen beschouwd als de ‘ultieme’ atleten, aangezien zij deelnemen aan een wedstrijd die zowel hun snelheid, kracht, vermogen, wendbaarheid, coördinatie als uithoudingsvermogen test. De tienkamp is een tweedaagse wedstrijd, bestaand uit de 100 m sprint, verspringen, kogelstoten, hoogspringen en 400 m op dag 1. En de 110 m horden, discuswerpen, polsstokhoogspringen, speerwerpen en de 1500 m op dag 2. Omdat training zeer specifiek is voor een bepaalde sport of bewegingsvorm, zal training op hoog vermogen om de afstand te vergroten waarover een kogel (ca. 7 kg) weggestoten kan worden, weinig tot geen effect hebben op de tijd op de 1500 m. Tienkampers moeten talloze uren specifiek trainen op elk van de tien onderdelen om hun prestatie op elk onderdeel te maximaliseren.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 10 Effecten van krachttraining

Toen hij op 13 september 2013 op 84-jarige leeftijd overleed hadden heel weinig sportfans ooit gehoord van Jim Bradford. Bradford, een Afro-Amerikaan, bracht een groot deel van zijn leven door stilletjes werkend achter de schermen van de Library of Congres in Washington als onderzoeker en boekbinder. Maar op de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki en opnieuw op de Spelen van 1960 in Rome won Bradford wel zilveren medailles bij het gewichtheffen in de zwaargewichtsklasse. Desondanks was hij in die periode nauwelijks bekend in zijn eigen stad Washington, laat staan landelijk. Hoewel dit moeilijk voor te stellen is in de huidige wereld van de professionele sport, moest Bradford onbetaald verlof nemen op zijn werk om aan de Olympische Spelen mee te kunnen doen. ‘Ik kwam terug en ging weer aan het werk. Dat was het.’2
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 11 Effecten van aerobe en anaerobe training

Op 9 oktober 2010 werd voor de 34e keer de Ironman, het wereldkampioenschap triatlon, gehouden op Kona, het grootste eiland van Hawaï. Bijna 1800 triatleten zwommen 3,9 km door hoge oceaangolven, fietsten 180 km door hete lavavelden, waarna ze 42 km liepen in een temperatuur van 32 °C. Chris McCormack won deze gruwelijk zware wedstrijd in 8 uur, 10 minuten en 37 seconden. Hij won het kampioenschap voor de tweede keer in vier jaar. Bij de vrouwen won Mirinda Carfrae haar eerste Ironmantitel in 8:58:36, een zeldzame prestatie van onder de 9 uur bij de vrouwen. Hoe kunnen deze atleten zulke prestaties leveren? Er is geen twijfel dat zij een genetische aanleg hebben voor een hoge https://static-content.springer.com/image/chp%3A10.1007%2F978-90-368-1326-6_11/MediaObjects/978-90-368-1326-6_11_Fig1_HTML.jpg O2max, maar er is ook veel zware training nodig om hun cardiorespiratoire uithoudingsvermogen specifiek te ontwikkelen.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

De invloed van de omgeving op het presteren

Voorwerk

Hoofdstuk 12 Inspanning onder warme en koude omstandigheden

De organisatie van de Australian Open van 2014 kreeg kritiek voor het laten spelen van de tenniswedstrijden in intense hitte, met temperaturen in Melbourne van 42°C op 13 januari. Deze piektemperatuur van 42°C lag dicht bij het record voor januari in Melbourne van 45,6°C, in 1936. De medische code van de Olympische Spelen zegt ‘in elke sportdiscipline dienen minimale veiligheidsvoorschriften te worden geformuleerd en toegepast om de gezondheid van de deelnemers en het publiek te beschermen tijdens trainingen en wedstrijden. Afhankelijk van de sport en het wedstrijdniveau dienen specifieke maatregelen met betrekking tot de sportaccommodaties en veilige omgevingsomstandigheden te worden genomen.’2 Alle belangrijke sportorganisaties volgen deze code en hebben maatregelen vastgelegd. Maar de Extreme Heat Policy (EHP) van het Australian Open wordt alleen toegepast na een beslissing van de scheidsrechter, en er werden slechts minimale maatregelen genomen om de spelers in Melbourne te beschermen.
Verscheidene prominente spelers, inclusief de Schot Andy Murray, riepen de organisatoren van de Australian Open op om hun besluit om spelers wedstrijden te laten spelen bij dergelijke temperaturen opnieuw in overweging te nemen, zonder succes. De Canadees Frank Dancevic viel flauw tijdens de tweede set van zijn wedstrijd in de eerste ronde tegen de Fransman Benoît Paire op een baan zonder schaduw, net als een ballenjongen. Het was zo heet dat de plastic waterfles van de Deense Caroline Wozniacki smolt en de Servische Jelena Janković brandde haar billen en hamstrings op een zitting van een onbeschermde stoel, en later viel ze tijdens haar gewonnen wedstrijd in de eerste ronde toen haar rubber schoenzool aan de baan bleef plakken. Maar toch gingen de wedstrijden door.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 13 Inspanning op hoogte

Op 14 oktober 2012 vestigde de Oostenrijker Felix Baumgartner verschillende wereldrecords voor skydiving. Op die dag ging Baumgartner met een heliumballon de stratosfeer in naar een hoogte van 39 km (een hoogterecord voor ballons), waarna hij de ballon verliet en vanaf die hoogte naar de aarde sprong (een hoogterecord voor parachutespringen). Daarbij werd hij de eerste mens die de geluidsbarrière doorbrak buiten een voertuig, door een snelheid van 1343 km/u te bereiken tijdens een vrije val van 4 min en 19 seconden.
Op zulke hoogten zou, zonder een drukpak en ademhalingsapparatuur, Baumgartners lichaam niet in staat zijn geweest om zuurstof te leveren aan zijn weefsels en zou hij het bewustzijn snel hebben verloren. Zijn speciale pak was ook gemaakt om hem te beschermen tegen de lage omgevingsdruk, de extreme kou (−52 °C), wrijving en andere gevaren. Had het pak niet goed gewerkt, dan zou hij boven de 19,2 km de fatale aandoening ‘gasembolie’ hebben gekregen, de vorming van gasbellen in zijn lichaamsvloeistoffen.
Maar alles ging volgens plan en hij opende zonder problemen zijn parachute en landde veilig in de woestijn van New Mexico. Felix Baumgartner liet bij het overwinnen van de gevaren van deze grote hoogte niet alleen een bijzondere menselijke prestatie zien, maar ook de kracht van technologie.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Het optimaliseren van sportprestaties

Voorwerk

Hoofdstuk 14 Sporttraining

Eric trainde op de universiteit drie jaar lang elke dag vier uur in het zwembad. Hij legde per dag ruim 13 km zwemmend af. Ondanks deze inspanningen lukte het hem niet zijn prestaties uit zijn eerste studiejaar op de 200 yards (circa 183 m) vlinderslag te verbeteren. Met zijn beste tijd van 2 minuten 15 seconden op dit onderdeel kreeg hij maar zelden de kans om aan wedstrijden mee te doen, omdat verschillende van zijn teamgenoten deze discipline in minder dan 2 min 5 s. konden zwemmen. In Erics vierde jaar besloot de trainer de trainingsaanpak van het team te veranderen. De zwemmers trainden nog maar twee uur per dag en ze zwommen gemiddeld 4,5-4,8 km per dag. Ze zwommen wel met hogere snelheden, en met meer rust tussen de oefeningen. Erics prestaties begonnen te verbeteren. In 3 maanden verbeterde hij zijn beste tijd tot 2 min 10 s. Nog steeds niet genoeg om hem als mogelijke medaillewinnaar te zien, maar als beloning voor zijn vorderingen mocht Eric meedoen aan de 200 yards vlinderslag bij de regionale kampioenschappen. Voorafgaand aan de wedstrijd werd de training 3 weken lang teruggebracht tot slechts 1,6 km per dag. Eric kwalificeerde zich voor de finale in 2 min 0,1 s. In de finale verbeterde hij zichzelf nogmaals en behaalde hij een derde plaats met een tijd van 1 min 57 s. Een indrukwekkende prestatie die aangaf dat hij beter ging presteren door te trainen met een lager volume maar met betere kwaliteit.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 15 Lichaamssamenstelling en voeding voor sport

Een honkballer verdiende tijdens zijn eerste paar jaar in de Amerikaanse Major League een minimumsalaris. In de voorspellingen zou zijn team onderaan eindigen in zijn divisie, maar het team kwam uiteindelijk terecht in de finale voor de titel, de World Series. De speler werd tijdens dat seizoen gezien als een van de besten van het land op zijn positie. Na de finale vroeg hij het management een aanzienlijke salarisverhoging ($ 75.000 in het midden van de jaren zeventig). Het management ging akkoord met zijn salariseis op voorwaarde dat hij 11 kg zou afvallen. De speler weigerde dat en dus ontstond er een patstelling.
De teamarts stelde voor dat de speler naar een universiteit zou gaan voor een nauwkeurige meting van zijn lichaamssamenstelling. Beide partijen gingen akkoord. Er werd een hydrostatische weging uitgevoerd en de resultaten gaven aan dat de speler minder dan 6% lichaamsvet had, in totaal slechts 5 kg vet. Omdat 3-4% lichaamsvet noodzakelijk is om te overleven, had deze speler slechts 2 kg vet die hij eventueel kon verliezen. Dit werd niet geadviseerd, omdat hij nu al op het laagste niveau zat dat voor sporters aanbevolen wordt. Het management veranderde van mening en de speler kreeg zijn salarisverhoging zonder af te hoeven vallen.
Het gewicht van deze speler lag flink boven de gewichtsrichtlijnen voor zijn lengte en hij had een vreemde, schommelende loopstijl. Deze combinatie bracht het management tot de eis van 11 kg gewichtsverlies. Als de sporter was ingegaan op de eisen van het management, had hij zijn carrière als profsporter waarschijnlijk kapotgemaakt. Hoeveel sporters hebben een vergelijkbare situatie meegemaakt?
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 16 Prestatiebevorderende middelen in de sport

In de zomer van 2013 werden de urinestalen van twee atletieksprinters van wereldklasse positief bevonden en werden ze voorlopig geschorst. Later volgde analyse van hun ‘B-stalen’ in aanwezigheid van de sporter of zijn of haar vertegenwoordigers. De tests van de B-stalen bevestigden de aanwezigheid van oxilofrine, een verboden stimulerend middel. Beide sprinters werden geconfronteerd met een schorsing van maximaal 4 jaar, wat het einde van hun wedstrijdcarrière zou betekenen. Beide sprinters bepleitten hun onschuld en gaven aan dat ze een voedingssupplement moeten hebben gebruikt dat was verontreinigd met de stof. Na analyses van een van de vele supplementen die de sporters hadden genomen, bleek dat supplement inderdaad oxilofrine te bevatten. Sporters worden volledig verantwoordelijk en aansprakelijk gehouden voor alles wat ze innemen, dus zelfs als deze sporters per ongeluk een verboden stof binnenkregen, is onwetendheid geen geldige verdediging. Helaas is het heel goed mogelijk dat deze sporters geen voorafgaande kennis hadden dat het supplement dat ze namen (op advies van een personal trainer), een verboden stof bevatte.
Sommige voedingssupplementen waarvan beweerd wordt dat die de spierkracht of seksuele prestaties verbeteren of die zorgen voor gewichtsverlies, blijken verboden stoffen te bevatten, vaak zijn het medicijnen die officieel alleen op recept zijn te krijgen of aangepaste versies daarvan. Sommige supplementen hebben zelfs verboden stoffen als ingrediënten op het etiket van het product staan. Naast de niet-opzettelijke verontreiniging van supplementen, heeft de nooit eindigende zoektocht naar prestatieverbetering, gewichtsverlies of het veranderen van het uiterlijk sommige sporters gebracht tot het doelbewust gebruiken van verboden middelen of technieken. Het doel van dopingtests in de sport die worden uitgevoerd door het World Anti-Doping Agency (WADA) en andere organisaties, is het opsporen van sporters die doelbewust vals spelen in een poging om een oneerlijk voordeel te verkrijgen ten opzichte van hun concurrenten. Helaas testen sommige sporters positief op dopingtests omdat ze supplementen gebruiken die, buiten hun medeweten, verboden ingrediënten bevatten. Hoewel zij niet de bedoeling hadden om vals te spelen, lopen deze sporters ook het risico op lange schorsingen, hoge juridische kosten en verlies van hun goede reputatie.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Inspanning, sport, leeftijd en geslacht

Voorwerk

Hoofdstuk 17 Kinderen en tieners tijdens sport en inspanning

De snelste man en de snelste vrouw ter wereld komen uit hetzelfde kleine land Jamaica met slechts 2,8 miljoen mensen. Zowel Usain Bolt als Shelly-Ann Fraser wonnen gouden medailles op de 100 m sprint in Peking in 2008. Hoe kan zo’n klein eiland dat bekendstaat vanwege zijn zon, stranden en reggaemuziek zoveel sprintkampioenen voortbrengen? Terwijl er veel theorieën zijn, is er één ding dat zeker anders is voor Jamaicaanse atleten. In hun vroege kinderjaren is er namelijk al veel aandacht besteed aan atletiek, gevoed door een cultuur die inspanning en sport bij kinderen bevordert, steunt en beloont.
In een tijd waar het handhaven van programma’s van regelmatige lichaamsbeweging en sport op scholen in de VS en in andere landen onder druk staat, is dit anders in Jamaica. Het Jamaicaanse onderwijs bevat een stevig onderwijspakket aan sport en bewegen en heeft toegewijde docenten bewegingsonderwijs. Dit heeft de weg gebaand voor de Olympische sprinttraditie van het eiland. Inspanning, en hardlopen in het bijzonder, is ingebed in de cultuur en wordt grootschalig bevorderd onder de kinderen van het eiland.
Wedstrijden stimuleren kinderen om regelmatig actief te blijven, regelmatig te sporten, en om hun atletische vaardigheden te testen tegen hun schoolgenoten. Al vanaf 3 jaar, als de kinderen op de kleuterschool zitten, beginnen zij met training en het voorbereiden op een van de dagen waar het meest naar wordt uitgekeken op elke school, de Dag van de sport. Deze Dag van de sport wordt op vrijwel elke school gehouden tot en met de middelbare school en de universiteit. De beste jongens en meisjes kunnen meedoen aan nationale wedstrijden vanaf een leeftijd van 5 jaar. Tegen de tijd dat zij tieners zijn, zijn er elk jaar tijdens de eerste week van april sprintwedstrijden voor grote menigten in het nationale stadion bij de Inter Secondary School Sports Association (ISSA) voor jongens en het Girls Athletic Championship (Champs) voor meisjes.
Niet ieder kind zal de volgende Asafa Powell of Usain Bolt worden, maar wij kunnen vanuit de Jamaicaanse ervaring het volgende leren: regelmatige lichaamsbeweging is goed voor alle kinderen, of zij tot atleten van wereldklasse uitgroeien of eenvoudigweg gezonde en fitte volwassenen worden.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 18 Sport, inspanning en ouder worden

Dara Torres is de eerste en enige Amerikaanse zwemster die aan vijf verschillende Olympische Spelen meedeed (in 1984, 1988, 1992, 2000 en 2008). Nog indrukwekkender is dat Torres de eerste zwemster was die op een leeftijd van boven de 40 jaar aan de Olympische Spelen meedeed! Op 17 augustus 2008, op een leeftijd van 41 jaar en 125 dagen, won zij de zilveren medaille op de 50 m vrije slag bij de vrouwen, in een nieuwe Amerikaanse recordtijd van 24.07 seconden (en net 0.01 s achter de winnares). Nog geen halfuur later won zij nog een zilveren medaille als lid van de Amerikaanse ploeg op 4×100 wisselslag. Daarbij zwom ze de snelste 100 m vrije slag (52.27 s) in de geschiedenis van de estafette tot dan toe. Daarna volgde nog een derde zilveren medaille, dit keer bij de 4×100 m estafette vrije slag, waarbij ze als laatste zwemster voor de Verenigde Staten zwom.
De jaren van training op een dergelijk hoog niveau eisten echter hun tol, haar pijnlijke schouders en artrotische knieën ondergingen reconstructieve kniechirurgie en revalidatie. In 2010 begon Torres echter weer te trainen met als doel om mee te doen aan de Olympische Spelen van Londen in 2012. Bij de Amerikaanse Olympische plaatsingswedstrijden in 2012 werd ze, op 45-jarige leeftijd, vierde op haar afstand, de 50 m vrije slag. Zij kwam slechts 0.09 s tekort om zich te kwalificeren voor haar zesde Olympische Spelen. Dat was het einde van de zeer bijzondere Olympische carrière van Dara Torres.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 19 Geslachtsverschillen bij sport en inspanning

Amber Miller verrichtte twee verbazingwekkende kunststukjes tijdens één weekend in oktober 2011. De 27-jarige marathonloopster liep de marathon van Chicago terwijl ze bijna 39 weken zwanger was, waarna ze enkele uren later beviel van een meisje! Vanwege haar trainings- en wedstrijdgeschiedenis kreeg Miller van haar arts goedkeuring om deel te nemen aan de wedstrijd, mits ze afwisselend zou rennen en wandelen en veel zou drinken en eten tijdens de loop. Ze finishte net binnen de 6,5 uur. Miller had zich voorgenomen halverwege te stoppen, maar toen zij en haar man eenmaal begonnen te rennen zijn ze gewoon doorgegaan. Na afloop nam ze wat te eten en daarna ging ze naar het ziekenhuis.
Hoewel Ambers prestatie extreem is en door de meeste zwangere vrouwen niet moet worden geprobeerd, zijn artsen het er nu over het algemeen wel over eens dat als een vrouw gezond is en regelmatig hardloopt voordat ze zwanger is, dat hardlopen tijdens de zwangerschap prima is. De wereldrecordhoudster op de marathon Paula Radcliffe liep, terwijl ze zwanger was, zo’n 22,5 km per dag en ze begon enkele weken na de geboorte van haar eerste kind weer met trainen. Ze won de marathon van New York City in 2007 slechts 10 maanden na de bevalling. Het is nu onbegrijpelijk dat meisjes en vrouwen vóór 1972 werd verboden om officieel deel te nemen aan de meeste bekende marathons.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Lichamelijke activiteit voor fitheid en gezondheid

Voorwerk

Hoofdstuk 20 Het opstellen van bewegingsprogramma’s

Jason Walker, een 55-jarige manager, ging zijn jaarlijkse lichamelijk onderzoek in met de belofte dat hij zou starten met zijn lang uitgestelde bewegingsprogramma. Vanwege zijn obesitas, hoge bloeddruk en zijn gewoonte om één pakje sigaretten per dag te roken, besloot zijn arts tot een inspanningstest om zijn elektrocardiogram (ECG) tijdens belasting te bekijken. Toen Jason bijna uitgeput was, ontdekte de arts veranderingen in zijn ECG, die beschouwd worden als een aanwijzing van aandoeningen aan de kransslagaderen (de coronaire arteriën). De week daarop onderging Jason, met angst en beven, een coronair arteriogram om te controleren of zijn coronaire arteriën aangedaan waren. Het arteriogram was abnormaal en gaf aan dat 85% van zijn circumflex-kransslagader en 90% van zijn rechterkransslagader was verstopt. Hij werd onmiddellijk ingepland voor een bypassoperatie. Na een succesvolle operatie is Jason gestopt met roken, afgevallen en begonnen met bewegen. Hij doet nu mee aan 10 km wedstrijden, is erg fit en heeft zijn bloeddruk onder controle.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 21 Lichamelijke activiteit en cardiovasculaire aandoeningen

Op zaterdagmiddag 22 juni 2002 werd honkballer Darryl Kile, werper van de St. Louis Cardinals, dood aangetroffen in zijn hotelkamer. De Cardinals waren in Chicago om drie wedstrijden te spelen tegen de Chicago Cubs. Kile zou de laatste wedstrijd van deze serie starten op zondagavond. Hij werd beschouwd als een van de beste pitchers van de Cardinals en was een gewaardeerd aanvoerder. Kile was slechts 33 jaar oud en bleek te zijn gestorven aan een hartaanval door coronaire arteriosclerose, bij de autopsie bleken twee van de drie belangrijkste coronaire arteriën 80-90% te zijn vernauwd. Hoewel hij geen symptomen van deze ziekte had, was zijn vader overleden aan een beroerte op 44-jarige leeftijd. Kile had geklaagd over pijn in de schouder en vermoeidheid tijdens het diner op de avond tevoren.
Op 2 november 2007 stortte Ryan Shay, een toploper (nationaal universiteitskampioen op de 10.000 m in 2001 en Amerikaans kampioen marathon in 2003), in tijdens de Amerikaanse selectiewedstrijden voor de Olympische marathon in New York na slechts 8,9 km. Het autopsierapport gaf aan dat zijn dood toe te schrijven was aan een ‘hartritmestoornis’ als gevolg van hypertrofie van het hart met verbindweefselde delen met onbekende etiologie.
In oktober 2009 overleden drie deelnemers aan de 32e Detroit Free Press/Flagstar marathon, allen binnen een tijdspanne van 16 minuten. Enkele weken eerder overleden twee lopers, een man en een vrouw, beiden midden dertig, tijdens de Rock ‘n’ Roll halve marathon van San Jose. Van deze vijf lopers zijn geen autopsierapporten beschikbaar, maar het is mogelijk dat hun overlijden een gevolg is van hart- en vaatziekten aangezien de warmtebelasting hier waarschijnlijk geen rol speelde.
Deze tragedies illustreren het belangrijke feit dat sport in de jeugd en als jongvolwassene niet levenslang beschermend is tegen aandoeningen aan de coronaire vaten.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Hoofdstuk 22 Obesitas, diabetes en lichamelijke activiteit

William ‘the Refrigerator’ Perry, in de jaren tachtig en begin jaren negentig verdediger in het American football bij de Chicago Bears, meldde zich aan het begin van het seizoen 1988 met een gewicht van 170 kg, zo’n 25 kg boven zijn overeengekomen wedstrijdgewicht. Dit enorme gewicht leidde natuurlijk tot grote zorgen over zijn prestatiemogelijkheden op het veld, maar de gezondheidsrisico’s van obesitas zijn echter een grotere zorg. De worstelaar Chris Taylor, Amerikaans bronzenmedaillewinnaar op de Olympische Spelen van 1972, worstelde zijn wedstrijden met een gewicht van tussen de 181 en 204 kg. Hij overleed op 29-jarige leeftijd in zijn slaap, waarschijnlijk door aan obesitas gerelateerde aandoeningen.
W. Larry Kenney, Jack H. Wilmore, David L. Costill

Nawerk

Meer informatie