Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

Gepubliceerd in:
Omslag van het boek

2013 | OriginalPaper | Hoofdstuk

Inleiding

Auteurs: Rosanne de Bruin, Agaath Koudstaal, Nicole Muller

Gepubliceerd in: Dialectische gedragstherapie voor jongeren met een borderlinestoornis

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Abstract

Tot voor kort werd de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis bij adolescenten niet gesteld. Nog steeds zijn veel hulpverleners in het veld van de GGZ huiverig om bij adolescenten van borderline te spreken. Dat wil echter niet zeggen dat de problematiek niet voorkomt. Jongeren met een combinatie van hevige, wisselende emoties, wanhoop en suïcidaal gedrag, grote problemen in relaties en een negatief zelfbeeld vormen al jaren een moeilijke groep cliënten in de GGZ en de Jeugdzorg, waarbij men al snel met de handen in het haar zit. Het begint al met de diagnose: mogen we het wel een borderlinestoornis noemen, of kunnen we beter spreken van een depressie of dysthymie, een explosieve stoornis, of misschien een oppositionele stoornis? Onder al deze benamingen komt men deze jongeren tegen. Als er al geen eenduidigheid in de diagnosestelling is, is het vervolgens nog veel moeilijker om een goed behandelaanbod voor hen te ontwikkelen. Laat staan dit behandelaanbod op zijn effectiviteit te onderzoeken. Zo belandden en strandden deze jongeren in depressiebehandelingen (die grotendeels ontworpen zijn voor jongeren zonder impulsief suïcidaal gedrag), behandelingen voor gedragsstoornissen, of in gesloten justitiële instellingen (waar de gedragsmatige aanpak hen niet leert hun emoties te herkennen of te valideren) en hebben ze vaak op jonge leeftijd al een hele reeks aan weinig succesvolle behandelingen achter de rug. Het is dan ook een lastig te behandelen groep jongeren: de heftige emoties, de suïcidale dreiging en de heftigheid van de therapeutische relatie doen menig hulpverlener afbranden of liever doorverwijzen. Het drop-outpercentage bij therapie ligt meestal rond een schrikbarende zestig procent. Pas de afgelopen paar jaren zijn de eerste behandelingen voor adolescenten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) ontwikkeld, waarbij het meestal aanpassingen van voor volwassenen effectief gebleken BPS-behandelingen betreft. Voorzichtig begint er wat onderzoek te komen naar deze behandelvormen. De behandeling van BPS bij adolescenten is dus een vakgebied in ontwikkeling.
Metagegevens
Titel
Inleiding
Auteurs
Rosanne de Bruin
Agaath Koudstaal
Nicole Muller
Copyright
2013
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-7612-4_1