Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek legt de basis voor alles wat een doktersassistent moet weten en kunnen. Het geeft een breed beeld van de dagelijkse beroepspraktijk. Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk wordt inzicht gegeven in het functioneren van een huisartspraktijk en in de rol en taken van de assistent. Aan bod komen met name het medisch denken en handelen, lichamelijk en aanvullend onderzoek, medische terminologie, leefgewoonten en verslaving, psychologie (psyche en lichaam), kindergeneeskunde, veroudering en geriatrie, infecties, allergie, auto-immuunziekten, kanker, geneesmiddelenkennis, paramedische beroepen, alternatieve geneeswijzen en gezondheid en ziekte in andere culturen.
Deze tweede druk is actueel gemaakt en op tal van punten herschreven.
Door de vele praktijkvoorbeelden en het brede scala aan onderwerpen is Inleiding medische kennis voor doktersassistenten zeer geschikt als introductie in het vak. Het kan worden gebruikt als studieboek of als naslagwerk, ook bij opleidingen die competentiegericht werken. De uitwerking is gedegen. Door het uitvoerige register is het boek ook bruikbaar in de dagelijkse praktijk.

<Ernst Wentink heeft jaren ervaring in de medische beroepspraktijk en het medisch beroepsonderwijs.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Medische kennis in de praktijk

Samenvatting
Medische kennis is waardevol voor ieders leven en in het bijzonder voor mensen die werken in de gezondheidszorg. Kennis die niet begrepen of op een verkeerde manier wordt toegepast, is echter zinloos. Er zijn veel bronnen waar medische kennis te vinden is. Helaas zijn de meeste niet betrouwbaar. Toch zijn er goede boeken en ook op internet is veel waardevols te vinden. Een belangrijk begrip is evidence based medicine: geneeskunde die zo goed mogelijk is gebaseerd op bewijs en daarnaast op deskundige beoordeling, rekening houdend met de situatie en de wensen van de patiënt. Om een andere persoon iets aan jouw medische kennis en inzicht te laten hebben, is het van groot belang dat je goed bent in communicatie, zowel verbaal als non-verbaal.
E. A. F. Wentink

2. Medische terminologie

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaat het over medische terminologie en medische kennis. Een deel van de medische termen is te herkennen aan de manier waarop zij zijn opgebouwd. Door te oefenen, eventueel met behulp van kaartjes of via internet, en door woorden vaak te zien en/of te horen, raak je uiteindelijk aan de terminologie gewend. De uitspraak is soms anders dan je zou verwachten.
E. A. F. Wentink

3. Lichamelijk en aanvullend onderzoek

Samenvatting
In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste voorbeelden van lichamelijk en aanvullend onderzoek beschreven. Aanvullend onderzoek is erg belangrijk maar het is goed te beseffen dat de uitslag fout positief of fout negatief kan zijn. In de huisartspraktijk zijn urineonderzoek en bloedonderzoek op Hb, glucose en BSE, de onderzoeken die het meest worden uitgevoerd. Het aanvullend onderzoek is zo veel mogelijk probleemgeoriënteerd.
E. A. F. Wentink

4. Aangeboren aandoeningen

Samenvatting
Bij een deel van de pasgeborenen bestaat een congenitale aandoening. Erfelijke en/of omgevingsfactoren dragen hieraan bij. Te onderscheiden zijn: genetische aandoeningen, ontstaan door een mutatie of erfelijk verkregen, en autosomaal recessief, autosomaal dominant of X-recessief overerfbaar; chromosomale aandoeningen; multifactoriële aandoeningen; aandoeningen veroorzaakt door omgevingsfactoren. Er kan allerlei onderzoek volgen, bijvoorbeeld: familieonderzoek; onderzoek van cellen, bijvoorbeeld uit het bloed of uit de huid; combinatietest, tripletest, NIPT, vlokkentest, vruchtwaterpunctie en/of echoscopie tijdens de zwangerschap. De consequentie kan zijn dat men een zwangerschap laat beëindigen. Dit is emotioneel erg ingrijpend.
E. A. F. Wentink

5. Leefgewoonten en verslaving

Samenvatting
Gezond leven houdt in dat men niet rookt, voldoende beweegt, weinig alcohol drinkt, geen drugs gebruikt, gezond en gevarieerd eet, goed slaapt, niet eenzaam is, en rekening houdt met de behoefte aan lichamelijk contact. Bij goede voeding horen bijvoorbeeld onverzadigde vetzuren, vitaminen en mineralen en veel groente en fruit. Roken is een belangrijke en bewezen doodsoorzaak en kan ook aan niet-rokers en ongeboren baby’s veel schade aanrichten. Bij alcohol en drugs dreigen het gevaar van misbruik en afhankelijkheid. Een andere term voor afhankelijkheid is verslaving. Ernstige verslaving wordt tegenwoordig vooral als hersenziekte beschouwd. In het ontstaan kunnen vele factoren een rol spelen.
E. A. F. Wentink

6. Psychologie, psyche en lichaam

Samenvatting
Lichaam en psyche vormen één geheel en beïnvloeden elkaar wederzijds. Mensen kunnen allerlei somatische of psychische klachten hebben. Somatische klachten hebben vaak een psychische oorzaak. In dat geval kan de term psychosomatiek worden gebruikt. Het komt ook vaak voor dat somatische klachten niet worden begrepen. Dan is de term somatiseren beter. Als bij somatische problemen te lang wordt gezocht naar somatische verklaringen, is er sprake van somatische fixatie. Dit is schadelijk voor de patiënt. Aan de andere kant mogen somatische oorzaken en ziekten niet over het hoofd worden gezien. Ook dat zou schadelijk zijn. Het psychisch functioneren wordt bepaald door wat we denken, voelen, willen en doen. Via het beïnvloeden van gedachten en gedrag kunnen negatieve emoties worden behandeld. Dit heet cognitieve gedragstherapie. Negatieve emoties versterken lichamelijke klachten. Indirect kunnen met cognitieve gedragstherapie lichamelijke klachten worden behandeld. Voor draaglast en draagkracht worden ook de termen stress en coping gebruikt.
E. A. F. Wentink

7. Infectieziekten

Samenvatting
Een ontsteking is een reactie van het lichaam op een schadelijke prikkel. Een infectie is een reactie van het lichaam op een bacterie, virus, schimmel, gist, protozo of worm. Typische ontstekingsverschijnselen zijn roodheid, warmte, zwelling, pijn en een gestoorde functie. Bacteriën zijn commensaal of pathogeen. Een zwelling met veel bacteriën en witte bloedcellen wordt infiltraat genoemd. Een infiltraat kan verdwijnen maar ook overgaan in een abces. De inhoud van een abces wordt pus of etter genoemd. Algemene bacteriële infectieverschijnselen zijn leukocytose en koorts. Pathogene virussen kunnen zich delen waarbij cellen te gronde gaan. Candida albicans, een commensale schimmel, is de oorzaak van spruw en Candida-vaginitis. Ook zwemmerseczeem wordt veroorzaakt door een schimmel. Gist kan een rol spelen bij roos en seborroïsch eczeem. De aarsmade geeft een worminfectie. Trichomonas is als protozoön (amoebe) oorzaak van een besmettelijke vaginitis. Een andere worminfectie is die door Giardia lamblia.
E. A. F. Wentink

8. Allergie

Samenvatting
Bij allergie kan door blootstelling aan allergenen sensibilisatie optreden, waardoor bij de volgende blootstelling IgE zich heel snel (direct) bindt aan allergenen waarna mestcellen kapotgaan, histamine vrijkomt en allergische ontstekingsverschijnselen optreden. Voorbeelden van allergische reacties zijn constitutioneel eczeem, allergische rhinitis, allergische conjunctivitis, allergische (astmatische) bronchitis, allergische urticaria en verschijnselen van voedselallergie. Met huidpriktests en bloedonderzoek kunnen allergenen die klachten veroorzaken worden opgespoord. Met een bloedtest kan in eerste instantie worden bepaald of iemand allergisch is voor bepaalde allergenen, waarna vervolgtesten kunnen bepalen om welke allergenen het precies gaat. Soms reageert het lichaam bij allergie heel hevig. Dit heet anafylaxie en kan levensgevaarlijk worden. De neiging allergisch te reageren is vaak erfelijk. Erfelijke allergie wordt atopie genoemd. Een speciale allergische reactie is contacteczeem. Dit treedt op na blootstelling aan contactallergeen, gemiddeld na twee dagen. Met plakproeven kan worden nagegaan van welke allergenen iemand last heeft.
E. A. F. Wentink

9. Goedaardige gezwellen

Samenvatting
In weefsel kunnen cellen dikker worden en/of zich delen zodat een benigne tumor ontstaat. Die cellen zien er onder de microscoop normaal uit en verspreiden zich niet. Bekende voorbeelden zijn: fibroom, verruca vulgaris, lipoom, myoom, hemangioom, naevus, fibroadenoom, adenomateuze darmpoliep en blaaspapilloom. Om cosmetische redenen, in verband met het optreden van klachten of de mogelijkheid van kwaadaardigheid kan een benigne tumor worden verwijderd. Dit heet excisie of extirpatie. Weefsel wordt microscopisch onderzocht door de patholoog, die dan een definitieve uitspraak doet over het wel of niet goedaardig zijn van de tumor.
E. A. F. Wentink

10. Kwaadaardige gezwellen

Samenvatting
In weefsel kunnen cellen zich ongeregeld gaan delen en in de omgeving infiltreren. Dit is dan een maligne tumor ofwel kanker. Roken is een heel belangrijke oorzaak. Sommige soorten kanker zijn erfelijk. Meestal gaat het om een carcinoom. Bekende voorbeelden zijn bronchus-, larynx-, mamma-, prostaat-, colon-, rectum-, endometrium-, testis-, oesofagus-, maag- of basalecelcarcinoom. Lymfogeen kan metastasering optreden naar lymfeklieren. Hematogeen kan metastasering optreden naar bijvoorbeeld botten, longen, hersenen of lever. Bijzondere voorbeelden van kanker zijn leukemie, melanoom en mesothelioom. Door de onbelemmerde groei is kanker in principe levensbedreigend. Voor de diagnose is het herkennen van een aantal signalen belangrijk, de zogenoemde seven signals of danger. Hoe eerder de diagnose, hoe beter de prognose. Zowel primaire als secundaire preventie zijn van belang, maar slechts beperkt mogelijk. Somatische behandelingen zijn chirurgie, radiotherapie, chemotherapie en andere specialistische medicatie.
E. A. F. Wentink

11. Auto-immuunziekten

Samenvatting
Bij een auto-immuunziekte worden antistoffen schadelijk voor het eigen lichaam, met als gevolg ontsteking en eventueel beschadiging, verlittekening en functieverlies. Auto-immuunziekten verlopen vaak in exacerbaties en remissies, maar zijn soms progressief. De diagnose kan moeilijk zijn. In de behandeling zijn afweerremmende medicijnen vaak heel belangrijk. Voorbeelden van auto-immuunziekten zijn: psoriasis, reumatoïde artritis, multipele sclerose, ziekte van Crohn/colitis ulcerosa, hyper- of hypothyreoïdie, glomerulonefritis, pernicieuze anemie, SLE.
E. A. F. Wentink

12. Geneesmiddelenkennis

Samenvatting
De farmaceutische industrie produceert farmaca, de arts schrijft deze voor en de apotheker levert af. Er zijn farmaca op recept en OTC-middelen. Veel huisartsen en apothekers hebben regelmatig een FTO. Belangrijke bronnen van informatie in de huisartspraktijk zijn een formularium en het Farmacotherapeutisch Kompas. Belangrijke begrippen in de geneesmiddelenleer zijn indicatie, contra-indicatie, interactie, dosering, compliance, placebo-effect, teratogeen, lactatie, bloedspiegel, halfwaardetijd, intoxicatie, therapeutische breedte, bijwerking. Recepten mogen niet met de hand geschreven zijn. Extra eisen gelden voor recepten van geneesmiddelen die onder de Opiumwet vallen. De computer is belangrijk bij het maken of herhalen van een recept, en de communicatie tussen arts en apotheker. Het streven is dat zorgverleners een volledig beeld krijgen van het geneesmiddelengebruik van hun patiënten. Voorschrijven op stofnaam heeft tot doel kosten van het medicijngebruik te verlagen. Bij herhaalreceptuur is het belangrijk te letten op klachten, eventuele nieuwe bijwerkingen, op therapietrouw en mogelijk overmatig gebruik.
E. A. F. Wentink

13. Paramedische beroepen

Samenvatting
Paramedici zijn gespecialiseerde, hbo-opgeleide hulpverleners in de gezondheidszorg. Patiënten kunnen naar hen worden verwezen, maar zij zijn ook vrij toegankelijk. Een bekend voorbeeld is de fysiotherapeut. Er zijn ook oefentherapeuten. Zij werken volgens de Cesar-methode of de methode Mensendieck. Andere paramedici zijn de diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, orthoptist, podotherapeut en huidtherapeut.
E. A. F. Wentink

14. Alternatieve geneeswijzen

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt tussen de reguliere en de alternatieve geneeskunde. De reguliere geneeskunde, evidence based, heeft steeds meer richtlijnen en controle. Deze geneeskunde heeft ook aandacht voor psychische en sociale factoren. Er zijn veel mogelijkheden, maar ook veel beperkingen. De alternatieve geneeskunde komt voort uit een geheel andere denkwereld dan de reguliere. In alle vormen van geneeskunde zijn het placebo-effect en het bieden van hoop van groot belang. Reguliere en alternatieve geneeskunde bestrijden elkaar vaak, maar er zijn ook pogingen tot samenwerking. In de homeopathie zijn het geneesmiddelbeeld en het potentiëren belangrijke uitgangspunten. Fytotherapie is kruidengeneeskunde. Er zijn nog veel meer voorbeelden van alternatieve geneeskunde, waaronder acupunctuur, paranormale geneeskunde, Reiki en orthomoleculaire geneeskunde.
E. A. F. Wentink

15. Kindergeneeskunde

Samenvatting
Behalve de huisarts zijn er nog meer artsen die zich bezighouden met de gezondheid en ziekte bij kinderen. Bij klachten moet altijd rekening gehouden worden met de groei en de ontwikkeling. Kinderen zijn geen kleine volwassenen. De anamnese en het lichamelijk onderzoek verlopen bij kinderen anders, waarbij de hulp van de ouders heel belangrijk is. Specifieke problemen op de kinderleeftijd zijn bijvoorbeeld het overmatig huilen bij baby’s, koorts met vlekjes, chronisch recidiverende buikpijn en ‘groeipijn’.
E. A. F. Wentink

16. Veroudering en geriatrie

Samenvatting
Veroudering kan een rol spelen in het ontstaan van veel ziekten en aandoeningen, zoals slaapproblemen; droge huid; oogziekten zoals cataract en maculadegeneratie; presbyacusis; veneuze problemen zoals varices, chronische veneuze insufficiëntie (met eventueel ulcus cruris venosum); evenwichtsproblemen (kans op vallen); obstipatie, hemorroïden; artrose; dementie, bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer; arteriële problemen als hypertensie, arteriosclerose (met alle gevolgen van dien); hartfalen; osteoporose en eventueel fracturen; prostaatproblemen; climacteriële klachten zoals opvliegers, kwetsbare slijmvliezen (met als gevolg bijvoorbeeld mictieklachten of dyspareunie). Geriatrische patiënten worden gekenmerkt door de combinatie van somatische, psychische en sociale problematiek. De noodzakelijke zorg is multidisciplinair. De geriater heeft zich in deze patiëntengroep gespecialiseerd. De kwaliteit van leven en de zelfredzaamheid staan centraal.
E. A. F. Wentink

17. Gezondheid en ziekte in andere culturen

Samenvatting
Er bestaan verschillen tussen mensen in religie, gewoonten en opvattingen. Dit geldt ook voor alles wat met ziekte en gezondheid te maken heeft. In Nederland leven veel migranten, vooral Turken en Marokkanen. Vaak bestaat in meer of mindere mate een taalbarrière. De non-verbale communicatie heeft ook specifieke kenmerken. Vaak wil men beleefd zijn. Het wordt soms niet duidelijk dat informatie niet is begrepen. Een open houding en speciale technieken vergroten de mogelijkheden van een goede informatie-uitwisseling. De medische kennis van migranten is vaak anders. Zo is het bijvoorbeeld niet bekend dat het lichaam voortdurend nieuw bloed aanmaakt. Er wordt veel waarde gehecht aan lichamelijk onderzoek, medicatie en röntgenfoto’s. Ziekte kann ook worden ervaren als gevolg van vreemde machten. Ziekteverschijnselen die in Nederland bijna altijd onschuldig zijn, kunnen in andere delen van de wereld veroorzaakt worden door ziekten die dodelijk verlopen. Vooral koorts, hoesten en diarree kunnen daarom veel angst veroorzaken.
E. A. F. Wentink

Nawerk

Meer informatie

Extra’s