Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Bij de behandeling van patiënten is het nemen van de juiste beslissingen van levensbelang. Om te bepalen of behandelingen veilig en effectief zijn is het gebruik van het juiste bewijsmateriaal onontbeerlijk. Evidence-based medicine is een methode om de keuzes die u maakt, te onderbouwen met bewijsmateriaal uit betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek.

Deze vierde, herziene druk van Inleiding in evidence-based medicine is geactualiseerd en uitgebreid. Dit boek zet overzichtelijk uiteen wat evidence-based medicine in detail inhoudt. Het bevat praktische tips over hoe u het beste kunt zoeken naar literatuur met behulp van metazoekmachines en behandelt moderne methoden om artikelen kritisch te beoordelen. De nieuwste internationaal geaccepteerde beoordelingslijsten zijn gebruikt.

Verder komen onder meer evidence-based richtlijnen, het toepassen van evidence-based medicine in de eigen praktijk en de Cochrane Collaboration aan bod en is er een nieuw hoofdstuk over Kwalitatief Onderzoek toegevoegd. Speciale aandacht wordt besteed aan de rol die evidence-based medicine speelt bij de zorg voor individuele patiënten. Dit helpt zorgverleners om in het consult de beste algemene kennis te combineren met patiëntspecifieke overwegingen.

Inleiding in evidence-based medicine is geschikt voor studenten, docenten, onderzoekers en alle professionals die werkzaam zijn in de gezondheidszorg.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Inleiding
In de gezondheidszorg wordt van de behandelaar verwacht dat hij beschikt over solide informatie over de oorzaken van ziekte, de waarde van diagnostische bevindingen, de prognose van de patiënt en de verwachte gevolgen van therapeutische opties. Deze kennis over de gevolgen van klinisch handelen wordt bij voorkeur ontleend aan bevindingen van klinisch-wetenschappelijk onderzoek.
M. Offringa, W.J.J. Assendelft, R.J.P.M. Scholten

2. De juiste vragen stellen

Inleiding
‘Eén dwaas kan meer vragen dan tien wijzen kunnen antwoorden’, luidt het spreekwoord. Vragen stellen is blijkbaar gemakkelijker dan vragen beantwoorden. Dit geldt ook in de dagelijkse geneeskundige praktijk. De zorgverlener die handelt in de geest van evidence-based medicine (EBM) zal meestal zijn eigen vragen moeten beantwoorden en het is van belang dat hij zichzelf hierbij niet onnodig in de problemen brengt. Het is dus belangrijk relevante, goed geformuleerde vragen te leren stellen.
R.P. Koopmans, P.P.G. van Benthem, M. Offringa

3. Zoeken en selecteren van literatuur

Inleiding
Iedere zorgverlener wordt overspoeld met tijdschriften, informatie op congressen, leerboeken en reclamebrieven. Kranten en televisie geven steeds meer medische informatie in gepopulariseerde vorm en inhoudelijk vaak op hoogstaand niveau. Gevraagd en ongevraagd is er een constante informatiestroom. De recentste ontwikkeling is dat patiënten zorgverleners confronteren met informatie van patiëntenverenigingen, de Consumentenbond, de krant of met uitdraaien van het internet. Een belangrijk deel van vooral diagnostische en therapeutische medische informatie veroudert steeds sneller: na vijf jaar is de helft al verouderd.
W.J.J. Assendelft, B. Aertgeerts

4. Kritisch beoordelen van een artikel

Inleiding
Na het stellen van een goed geformuleerde klinische vraag en na toepassing van een daarop toegesneden zoekactie hebben we de informatie getraceerd waarin het antwoord op deze vraag mogelijk ligt opgesloten. De volgende stap is nu om het artikel te lezen en de informatie kritisch te beoordelen. Deze evaluatie valt uiteen in de beoordeling van de validiteit, het belang van de resultaten en de toepasbaarheid ervan.
M. Offringa, W.J.J. Assendelft, R.J.P.M. Scholten

5. Kritisch beoordelen van een artikel: secundair onderzoek

Inleiding
Zoals in H. 3 is uitgelegd, is het een goede gewoonte, en erg efficiënt, bij een nog onbeantwoorde vraag uit de praktijk eerst te zoeken naar geaggregeerde evidence , ofwel systematische reviews (secundair onderzoek ). Als een goede, recente systematische review gevonden is, is alle beschikbare evidence betreffende het klinische probleem overzichtelijk samengevat en kan men deze samengevatte evidence toepassen in de eigen situatie. Is de review minder recent, dan kan de behandelaar zelf de review eventueel aanvullen met recente onderzoeken met gebruikmaking van dezelfde methodes als beschreven in de review.
M. Offringa, W.J.J. Assendelft, R.J.P.M. Scholten

6. Evidence-based richtlijnen

Inleiding
Richtlijnen hebben een belangrijke functie in de vertaalslag van onderzoekresultaten en nieuwe inzichten naar de klinische praktijk. Zij bevatten aanbevelingen ter ondersteuning van de besluitvorming in de zorg en dragen bij aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Richtlijnen zijn gebaseerd op samenvattingen van wetenschappelijk onderzoek en afwegingen van de voor- en nadelen van de verschillende zorgopties, aangevuld met expertise en ervaringen van zorgprofessionals en zorggebruikers. De laatste jaren hebben richtlijnen een prominente plaats gekregen in het totale kwaliteitsbeleid en worden ze in toenemende mate gebruikt in het kader van gezamenlijke behandelbeslissingen (shared decision making), zorgcontractering, toezicht en handhaving.
J.S. Burgers, W.J.J. Assendelft, J.J.E. van Everdingen

7. Bewijs toepassen op individuele patiënten

Inleiding
In de definitie van evidence-based medicine (het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van het huidige beste bewijsmateriaal om, gezamenlijk met de individuele patiënt, beslissingen te nemen ten aanzien van klinisch handelen) wordt gesproken over de individuele patiënt. Zoals in de eerdere hoofdstukken is besproken, verwijst het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik naar de vertaalslag die men moet maken om ‘het beste bewijsmateriaal’ (de studieresultaten) succesvol toe te passen op de individuele patiënt, waarbij recht wordt gedaan aan de individuele omstandigheden van de patiënt.
M. Offringa, P.P.G. van Benthem, S. Middeldorp

8. Evidence-based medicine in de praktijk

Inleiding
Het doel van evidence-based medicine (EBM) is behandelaars in staat te stellen het actuele en beste bewijsmateriaal efficiënt te traceren en te beoordelen op methodologische kwaliteit en bruikbaarheid in de context van de individuele patiënt. Een van de uitdagingen hierbij is om het nieuwe relevante bewijsmateriaal zo snel mogelijk toe te passen bij patiënten die daar baat bij zouden kunnen hebben. Ook is het zaak interventies waarvan het duidelijk is dat ze niet effectief zijn, niet verder te gebruiken.
M. Offringa, P.P.G. van Benthem, W.J.J. Assendelft

9. De Cochrane Collaboration

Inleiding
De Cochrane Collaboration is vernoemd naar de internist Archie Cochrane. Al in de jaren zeventig van de vorige eeuw stelde hij voor om groepen van specialisten te vormen. Deze groepen zouden zich moeten richten op het samenvatten en actueel houden van alle bestaande evidence over de werkzaamheid van medische interventies op hun interessegebied. Zijn voorstel leidde in de jaren tachtig tot het oprichten van een internationaal samenwerkingsverband dat de Oxford Database of Perinatal Trials tot stand bracht, de voorloper van de Cochrane Library. Zijn aanbevelingen leidden tot de opening van het eerste Cochrane Centre in Oxford in 1992 en tot de oprichting van de Cochrane Collaboration in 1993.
L. Hooft, R.J.P.M. Scholten

Nawerk

Meer informatie