Skip to main content
main-content
Top

Inhoudsopgave

Voorwerk

Verpleegkundige, verpleging, verpleegkunde

Voorwerk

Hoofdstuk 1 De verpleegkundige: een globale verkenning van de beroepsbeoefenaar

Samenvatting
In de gezondheidszorg komen we veel beroepsgroepen tegen. Een belangrijke beroepsgroep is die van verpleegkundigen en verzorgenden. Tot de verpleegkundigen behoren de mbo- en hbo-verpleegkundigen; tot de verzorgenden de verzorgenden (individuele gezondheidszorg), helpenden en zorghulpen. Er zijn dus veel beroepsbeoefenaars die zich bezighouden met verpleging en verzorging.
Dit hoofdstuk geeft je een globaal beeld van de verpleegkundige beroepsbeoefenaar. We gaan in op de activiteiten waarmee verpleegkundigen zich bezighouden en de eisen die men aan de verpleegkundige beroepsgroep stelt. Ook besteden we aandacht aan de positie die het verpleegkundig beroep heeft in onze samenleving, door de kenmerken van een professie inhoudelijk te bekijken. Dit hoofdstuk is bedoeld als een eerste oriëntatie. Het is eea basis die je nodig hebt om de hoofdstukken die hierna komen goed te kunnen begrijpen.
W. Boog

Hoofdstuk 2 Verpleging: een globale verkenning van de beroepsuitoefening

Samenvatting
In het vorige hoofdstuk zijn we ingegaan op welke vaardigheden je moet ontwikkelen om professioneel te kunnen verplegen. Dit verplegen vindt plaats in veel verschillende situaties. Zo kom je verpleegkundigen tegen in de thuissituatie, in de woonwijk, op scholen, in bedrijven en in instellingen voor gezondheidszorg. Verpleegkundigen houden zich daar niet alleen bezig met individuele zorgvragers, maar ook met gezinnen en leefgroepen van verschillende leeftijdscategorieën en verschillende culturen uit onze maatschappij.
In al die situaties moet de verpleegkundige kunnen omgaan met zorgvragers (patiënten, cliënten, bewoners, pupillen) en samenwerken met collega’s en andere hulpverleners zoals artsen, pastoraal werkers, paramedici, maatschappelijk werkers, enzovoort. In dit hoofdstuk gaan we daarom in op de volgende vragen:
  • waar wordt verpleegd
  • wie worden verpleegd
  • met welke andere hulpverleners werkt de verpleegkundige samen?
Het verplegen, zoals dat op dit moment inhoud en vorm krijgt, is sterk bepaald door de geschiedenis. In de loop van de eeuwen heeft de verpleging steeds een andere positie en invulling gekend. Dit was onder andere afhankelijk van allerlei maatschappelijke, economische en wetenschappelijke invloeden. Om de positie en inhoud van de verpleegkundige van tegenwoordig te kunnen begrijpen, is het goed dat je het verleden kent. In deel twee van dit hoofdstuk bespreken we daarom hoe de verpleging zich in de loop van de geschiedenis ontwikkeld heeft.
W. Boog

Hoofdstuk 3 Verpleegkunde

Samenvatting
In de vorige hoofdstukken hebben we stilgestaan bij wat verplegen voor de verpleegkundige inhoudt en heb je kennisgemaakt met de verschillende situaties waarin verpleegkundigen werkzaam zijn. Ook hebben we gezien hoe verplegen door de eeuwen heen gestalte heeft gekregen. In dit hoofdstuk maak je kennis met verschillende denkwijzen over wat verplegen inhoudt en op welke manier je er vorm aan kunt geven. We staan stil bij de volgende vragen:
  • wat is verpleegkunde en wat is verplegen
  • wat is de inhoud van verschillende definities van verplegen
  • waarom is het belangrijk een visie op verplegen te hebben
  • uit welke elementen bestaat een visie op verplegen?
Inzicht in deze onderwerpen helpt je je eigen visie op verplegen vorm te geven op basis van goed doordachte argumenten. Een visie op verplegen omvat hetgeen waarmee verpleegkundigen zich bezighouden wanneer ze professionele zorg verlenen. Naast professionele zorg bestaat er ook zelfzorg en mantelzorg. Wat deze vormen van zorg inhouden, bespreken we eveneens in dit hoofdstuk. We sluiten het hoofdstuk af met een beschrijving van de visie van De Jong en Kerstens. Na deze eerste oriëntatie op de verpleegkunde en visies op verplegen volgt in hoofdstuk 15 een verdere verdieping van deze onderwerpen.
W. Boog

De methodiek van verplegen: het verpleegkundig proces

Voorwerk

Hoofdstuk 4 Algemene oriëntatie op het verpleegkundig proces

Samenvatting
In hoofdstuk 1 bij het beroepsprofiel zagen we dat de methodische beroepsuitoefening een veelomvattende beroepsactiviteit is. In hoofdstuk 3 hebben we verplegen omschreven als het methodisch ingaan op een al dan niet uitgesproken vraag om hulp op het gebied van het ‘voor zichzelf zorgen’. Het woord methodisch is dus al enkele keren gevallen.
In dit hoofdstuk gaan we in op de methode die verpleegkundigen toepassen bij de beroepsuitoefening. Voor deze methode zijn verschillende benamingen in omloop zoals: procesmatig verplegen, methodisch verplegen, systematisch verpleegkundig handelen en de veelgebruikte benaming verpleegkundig proces.
In hoofdstuk 3 hebben we methodisch omschreven als het op een weldoordachte manier handelen, gericht op een bepaald doel. In dit hoofdstuk bekijken we hoe iemand handelt wanneer dit niet methodisch gebeurt en vervolgens hoe een methodische aanpak er uitziet. Bij deze aanpak gaan we uit van de probleemoplossingsmethode.
We beginnen dit hoofdstuk met een toelichting op wat we onder een probleem verstaan. Vervolgens vertalen we de fasen van de probleemoplossingsmethode naar het verpleegkundig proces. Ook staan we stil bij de vraag waarom het goed is om bij het methodisch handelen uit te gaan van een theoretische visie op verplegen. Tot slot lichten we toe hoe de verpleegkundige besluitvorming plaatsvindt bij het methodisch handelen.
W. Boog

Hoofdstuk 5 Voorwaarden voor het verpleegkundig proces: observatie, registratie en rapportage

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we in op het verkrijgen van informatie door middel van observatie. In elke fase van het verpleegkundig proces heb je informatie nodig van en over de zorgvrager, zodat je verpleegkundige zorg aansluit bij de behoeften van de zorgvrager. Observeren is daarbij, naast meten en vragen stellen, een belangrijke methode om informatie te verkrijgen en gegevens te verzamelen.
Verder behandelen we in dit hoofdstuk wat een goede observatie inhoudt, welke hulpmiddelen je daarbij kunt gebruiken en welke factoren een goede observatie beïnvloeden.
De verkregen informatie moet je vastleggen (registreren) op verschillende formulieren, zodat de informatie voor alle betrokkenen beschikbaar is. Observatie- en registratiegegevens kun je mondeling of schriftelijk doorgeven. Dit heet rapportage. We gaan in dit hoofdstuk na waarom rapportage belangrijk is en waaraan een goede rapportage moet voldoen. Je maakt ook kennis met het verpleegkundig dossier en de probleemgestuurde verslaglegging. Hierin kun je de informatie uit de verschillende fasen van het verpleegkundig proces verzamelen en vastleggen.
W. Boog

Hoofdstuk 6 Fasen 1 en 2 van het verpleegkundig proces: verzamelen van gegevens en formuleren van verpleegkundige diagnosen

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we in op de eerste twee fasen van het methodisch verplegen: het verzamelen van gegevens en het vaststellen van verpleegkundige diagnosen. Deze twee fasen worden ook wel de diagnostische fase genoemd.
In hoofdstuk 5 zijn we uitgebreid ingegaan op observatie als methode om gegevens te verzamelen. Daar stelden we dat observatie, registratie en rapportage plaatsvinden in alle fasen van het verpleegkundig proces. In dit hoofdstuk gaan we in op het verzamelen van gegevens om verpleegkundige diagnosen vast te kunnen stellen. Naast gegevens uit observatie, verkrijg je deze gegevens vooral door gerichte vragen te stellen aan de zorgvrager en/of zijn naaste(n) tijdens een anamnesegesprek.
De verkregen gegevens zijn nodig in fase 2 van het verpleegkundig proces. Je kunt ermee vaststellen welke verpleegkundige diagnosen aan de orde zijn. In dit hoofdstuk leer je hoe je deze verpleegkundige diagnosen moet formuleren en welke stappen je moet nemen om de verpleegkundige diagnose vast te stellen.
W. Boog

Hoofdstuk 7 Fasen 3 en 4 van het verpleegkundig proces: formuleren van beoogde resultaten en kiezen van interventies

Samenvatting
Nadat de verpleegkundige diagnosen zijn vastgesteld, komt de volgende fase van het verpleegkundig proces: de planningsfase. In deze fase formuleer je doelstellingen - in het verpleegkundig proces beoogde resultaten genoemd - en plan je verpleegkundige interventies. In dit hoofdstuk gaan we eerst in op het formuleren van beoogde resultaten. Wat wordt daar precies mee bedoeld en welke eisen stel je aan de formulering ervan? We zullen zien dat er verschillende niveaus zijn in wat er met de verpleegkundige zorg te bereiken valt. Ook staan we weer stil bij het besluitvormingsproces om tot de keuze van de juiste resultaten te komen.
Op basis van de beoogde resultaten kun je vervolgens de verpleegkundige zorg gaan plannen. We lichten toe wat je kunt verstaan onder verpleegkundige interventies, welke er globaal zijn en hoe je tot een juiste keuze komt. We sluiten dit hoofdstuk af met het verpleegplan, waarin de vier voorgaande fasen worden vastgelegd.
W. Boog

Hoofdstuk 8 Fasen 5 en 6 van het verpleegkundig proces: uitvoeren van verpleegkundige interventies en evaluatie

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we in op de laatste twee fasen van het verpleegkundig proces: te weten de uitvoering van interventies en de evaluatie.
In de uitvoeringsfase staat het handelen centraal, terwijl in de drie fasen daarvoor het denken voorop stond. In de praktijk betekent het uitvoeren van interventies niet dat je alleen maar doet. Ook in deze fase blijft het denken een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld de keus welke interventies prioriteit hebben bij de uitvoering. We lichten in dit hoofdstuk verder toe wat ‘monitoren’ tijdens de uitvoering van zorg inhoudt en wat je van de uitvoering in de voortgangsrapportage moet vermelden.
Het - voortdurend - evalueren is een typisch kenmerk van het methodisch verplegen: telkens kijken of je op de goede weg bent, resultaten beoordelen en interventies eventueel bijstellen. Dat is het steeds terugkerende element van het methodisch verplegen. We bespreken welke vormen van evaluatie er zijn en hoe je het verpleegkundig proces effectief kunt evalueren. Tot slot staan we stil bij het beëindigen van het verpleegproces en het schrijven van een overdracht.
W. Boog

Aspecten van de beroepsuitoefening

Voorwerk

Hoofdstuk 9 Juridische aspecten

Samenvatting
In dit hoofdstuk gaan we in op juridische aspecten van de verpleegkundige beroepsuitoefening. De laatste jaren heeft dit aspect dankzij nieuwe wetten die ingevoerd zijn, meer aandacht gekregen. De Wet beroepen individuele gezondheidszorg (Wet BIG) bijvoorbeeld dwingt verpleegkundigen om na te denken over hun positie en hun verantwoordelijkheden. Het tuchtrecht dat een onderdeel vormt van de Wet BIG maakte ook dat de kwestie van aansprakelijkheid een extra dimensie kreeg. Voorheen waren verpleegkundigen alleen via het strafrecht, civiel recht of arbeidsrecht aansprakelijk. Nu er ook tuchtrecht voor verpleegkundigen is, heeft het nadenken over een kwalitatief goede beroepsuitoefening een nieuwe impuls gekregen.
Behalve de Wet big zijn er de laatste jaren meer wetten aangenomen die betrekking hebben op de kwaliteit van de zorgverlening. Verpleegkundigen spelen een belangrijke rol in de zorgverlening en zullen daarom inhoudelijk op de hoogte moeten zijn van deze wetten. Kennis hierover is echter niet genoeg. Waar het om gaat is dat de zorgvrager merkt dat je kwalitatief goede zorg verleent. Dit betekent dat je in je relatie met de zorgvrager jouw kennis over wetgeving moet vertalen in het dagelijkse handelen.
Om inhoudelijk duidelijk te maken wat dan vertaald moet worden, besteden we in dit hoofdstuk eerst aandacht aan de begrippen beroepsverantwoordelijkheid en -aansprakelijkheid. We zullen zien waarvoor verpleegkundigen verantwoordelijk zijn en op welke manier ze gerechtelijk kunnen worden aangesproken. Daarna beschrijven we de hoofdlijnen van een aantal wetten die van belang zijn voor een kwalitatief goede verpleegkundige beroepsuitoefening.
W. Boog

Hoofdstuk 10 Ethische aspecten

Samenvatting
In dit hoofdstuk laten we je kennismaken met de ethische aspecten van de verpleegkundige beroepsuitoefening. In de dagelijkse praktijk heb je als verpleegkundige steeds te maken met ethische aangelegenheden. Vaak ben je je daarvan niet bewust. Maar wanneer je ethiek zou vertalen met: ‘Je afvragen wat goed is om te doen’, dan wordt al duidelijker waarover het gaat wanneer we het hebben over ethische aspecten.
Vaak wordt er, wanneer er over ethiek gesproken wordt, gedacht aan onderwerpen als abortus, euthanasie, enzovoort. Natuurlijk zijn dit belangrijke ethische onderwerpen. Maar als we het hebben over ethische aspecten van de verpleegkundige beroepsuitoefening, dan dienen de onderwerpen zich veel dichter bij huis aan. Tenminste voor degenen die in staat zijn om ethische vragen te onderkennen. Enkele voorbeelden van zulke ethische vragen binnen de beroepsuitoefening zijn bijvoorbeeld: moet je een zorgvrager dwingen om te eten als hij dat niet wil; welke zorgvrager moet je het eerst helpen, degene die incontinent in bed ligt of degene die in tranen is uitgebarsten omdat hij het niet meer ziet zitten?
In de dagelijkse praktijk zijn voor een verpleegkundige naast kennis over de ethiek, ook bewustzijn van de eigen situatie, professionele verantwoordelijkheid en vaardigheden om ethische zaken bespreekbaar te maken, nodig. Dit hoofdstuk is hiertoe een eerste aanzet.
In dit hoofdstuk worden de volgende vragen aan de orde gesteld: Wat is ethiek en waar houdt ethiek in de verpleging zich mee bezig? Welke rol speelt de verpleegkundige beroepshouding bij ethische aangelegenheden en wat mag van de beroepshouding van een verpleegkundige verwacht worden? Hoe kun je ethische vragen die voortkomen uit het werk, bespreekbaar maken? Tot slot staan we stil bij problemen in het werk die van invloed zijn op het ontstaan en de aanpak van ethische vragen.
W. Boog

Hoofdstuk 11 Preventie, GVO en patiëntenvoorlichting

Samenvatting
In dit hoofdstuk maak je kennis met drie belangrijke onderwerpen, namelijk preventie,gvo(gezondheidsvoorlichting en opvoeding) en patiëntenvoorlichting. Als verpleegkundige hebje een belangrijke taak om ziekte of handicap en de gevolgen daarvan bij zorgvragers tevoorkomen en gezondheid te bevorderen. Als je hiermee bezig bent, dan ben je bezig met jepreventieve taak. We zullen in dit hoofdstuk bespreken welke vormen van preventie er zijnen welke taak je hier als verpleegkundige bij hebt.
Voorbeelden van gvo kun je bijna dagelijks zien in televisieprogramma’s, in kranten en intijdschriften. Hulpverleners in de gezondheidszorg, onder wie verpleegkundigen, hebbenook een belangrijke taak op het gebied van de gezondheidsvoorlichting. In dit hoofdstukgaan we in op wat gvo is en inhoudt en wat je met gvo kunt bereiken.
Bij alle vormen van preventie speelt voorlichting op individueel niveau een belangrijke rol.Patiëntenvoorlichting is een onderdeel van gvo. Daarom gaan we in het laatste deel van dithoofdstuk uitgebreid in op het geven van patiëntenvoorlichting. We gaan in op verschillende voorlichtingsmethoden en hulpmiddelen die je kunt gebruiken bij het methodisch voorlichting geven.
Het gaat in dit hoofdstuk vooral om de basiskennis van het geven van voorlichting. Hetgeven van voorlichting aan specifieke categorieën zorgvragers komt in andere delen vandeze boekenserie aan de orde.
W. Boog

Hoofdstuk 12 Coördinatie en continuïteit van zorg

Samenvatting
Bij de zorg aan een bepaalde zorgvrager zijn over het algemeen meerdere verpleegkundigen betrokken. Veel zorgvragers hebben immers 24 uur per dag verpleegkundige zorg nodig, terwijl de individuele verpleegkundige maar zo'n acht uur per dag werkt. Hoe zorg je er dan voor dat er altijd iemand is voor de zorgvrager en dat er afstemming is tussen wat de verschillende verpleegkundigen doen? Daar zorg je voor door de zorg goed te organiseren en te coördineren.
In de praktijk zijn er verschillende manieren om de verpleegkundige zorg te organiseren. In dit hoofdstuk gaan we op deze organisatievormen in en geven de voor- en nadelen van elk. De zorg coördineren houdt in dat je zorg draagt voor de continuïteit en de afstemming van de zorg. Hiervoor kun je een aantal hulpmiddelen gebruiken, waaronder het houden van besprekingen. Welke besprekingen dat zijn beschrijven we in dit hoofdstuk.
Tot slot gaan we in dit hoofdstuk in op verschillende vormen van continuïteit van zorg en de verpleegkundige aandachtspunten daarbij.
W. Boog

Hoofdstuk 13 Werkbegeleiding

Samenvatting
In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan de begeleiding van leerling-verpleegkundigen en stagiaires in het praktijkdeel van de opleiding tot mbo)verpleegkundige. Er zijn twee manieren om de opleiding tot verpleegkundige te doen: via een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) waarin de leerling werkt en leert; en via de beroepsopleidende leerweg (bol) waarin de leerling leert en stage loopt. De stage noemt men in dit geval de beroepspraktijkvorming (bpv) en de leerling stagiaire.
Waarschijnlijk heb je zelf ervaren hoe het is om tijdens een opleiding begeleiding te krijgen. Deze ervaringen kunnen positief of negatief zijn geweest. Hoe je ervaringen ook waren, waarschijnlijk heb je wel een idee hoe goede begeleiding eruit zou moeten zien. In dit hoofdstuk geven we weer hoe wij denken dat een goede begeleiding in het praktijkdeel van de opleiding eruit moet zien.
In paragraaf 13.1 lichten we toe wat het doel van begeleiding is en welke vormen van begeleiding er zijn. In paragraaf 13.2 gaan we in op de wijze waarop dit doel bereikt kan worden. We bespreken hier de methodiek van werkbegeleiding. Hierin komt naar voren hoe je een stagiaire introduceert op de afdeling, helpt bij het formuleren van leerdoelen, instrueert bij het aanleren van vaardigheden, verdere begeleiding geeft en tot slot beoordeelt hoe het leerproces van de stagiaire verlopen is. In paragraaf 13.3 komen enkele problemen aan bod die een werkbegeleider kan ervaren bij het begeleiden van een stagiaire.
W. Boog

Hoofdstuk 14 Kwaliteitszorg

Samenvatting
Het woord kwaliteit zul je regelmatig tegenkomen. Denk maar aan ‘kwaliteit van leven’, ‘kwaliteitsmanagement’ en ‘kwaliteitszorg’. Het lijkt erop alsof momenteel alles afhangt van kwaliteit.
Ook binnen de gezondheidszorg is kwaliteit een belangrijk onderwerp. De Wet kwaliteit zorginstellingen wkz en de Wet big zijn hiervan belangrijke voorbeelden. Beide wetten bevatten een duidelijke boodschap en opdracht aan instellingen en hulpverleners om kwaliteitsnormen voor hun diensten te ontwikkelen. Wat dat ontwikkelen van kwaliteitsnormen precies inhoudt, is misschien niet altijd duidelijk. Als het gaat om de kwaliteit van auto's, dan kun je je daar waarschijnlijk nog wel wat bij voorstellen: reparatiekosten of extra voorzieningen geven bijvoorbeeld een indicatie van de kwaliteit afgezet tegen de prijs. Gaat het echter over de kwaliteit van zorg dan is dat veel moeilijker te benoemen en blijft de omschrijving meestal steken bij tevredenheid van zorgvragers en het bereikt hebben van de beoogde resultaten.
Dit hoofdstuk zal je helpen om de algemene term kwaliteit concreet te maken voor de verpleegkundige beroepsuitoefening. In dit hoofdstuk gaan we daarom in op de volgende aspecten van het veelomvattende fenomeen ‘kwaliteit’. We bespreken eerst wat het begrip kwaliteitszorg inhoudt. Dan bekijken we waar we het inhoudelijk over hebben wanneer we spreken over de kwaliteit van de verpleegkundige beroepsuitoefening. Tot slot presenteren we enkele methoden van kwaliteitszorg, waarmee je als verpleegkundige te maken kunt krijgen.
Deze leerstof moet je een voldoende basis geven voor kwaliteitsbesef en voor deelname aan kwaliteitsprojecten als beginnend verpleegkundig beroepsbeoefenaar.
W. Boog

Beroepsontwikkeling

Voorwerk

Hoofdstuk 15 Theorievorming

Samenvatting
Een van de kenmerken van professioneel verpleegkundig handelen is dat verpleegkundigen hun handelen baseren op theoretische kennis (zie par. 1.3). Voorheen werd aan het verplegen vorm en inhoud gegeven vanuit ervaringen en tradities en niet vanuit een theoretische basis. Een goed voorbeeld hiervan is de gewoonte die heel lang heeft bestaan om bij patiënten in het ziekenhuis elke ochtend, vaak diep in de nacht, de temperatuur op te nemen en de polsfrequentie te tellen. Een ander voorbeeld is dat elke patiënt bij opname in bad moest en nachtkleding moest aantrekken, ook al werd er verder nog niets gedaan.
Met de invoering van het methodisch werken werden al deze rituelen ter discussie gesteld. Er lagen immers geen verpleegkundige diagnosen of beoogde resultaten aan ten grondslag en ook kon niemand aangeven waarom men dit deed en waarom altijd, bij elke zorgvrager. Een goed voorbeeld dat dergelijke tradities de zorgvrager ook kunnen schaden, is het scheren voor een operatie. Scheren is niet alleen belastend voor een patiënt, maar ook blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat het risico van infecties erdoor toeneemt. Toch scheren veel verpleegkundigen nog steeds patiënten voor een operatie. Het begrip ‘evidence-based’ verplegen dringt zich hierbij op. Wat dat precies is zullen we in dit hoofdstuk bespreken.
Maar eerst lichten we toe wat we onder een theorie verstaan. Duidelijk zal worden dat ‘de theorie’ niet bestaat en dat er meerdere vormen zijn. Een vorm van een theorie is een model. We geven een beschrijving van drie Nederlandstalige verpleegkundige modellen en drie modellen die in de Verenigde Staten ontwikkeld zijn.
W. Boog

Hoofdstuk 16 Standaardisering en automatisering

Samenvatting
Voor de onderwerpen standaardisering en automatisering geldt wat voor de andere hoofdstukken in dit gedeelte geldt: er zou een heel boek over geschreven kunnen worden, want er is ook op dit gebied veel in ontwikkeling. Dit hoofdstuk is daarom bedoeld als een eerste kennismaking.
Het ontwikkelen van standaarden, ofwel standaardisering in de verpleegkunde, is al enige tijd gaande. Recente wetgeving heeft het belang daarvan nog eens extra benadrukt. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (wgbo), hanteert de term professionele standaard als een belangrijke norm waaraan een goed hulpverlener moet beantwoorden. De term duikt ook op rond de Wet big, die beroepsbeoefenaren persoonlijk verantwoordelijk en aansprakelijk houdt voor de kwaliteit van hun individuele beroepsuitoefening.
In dit hoofdstuk lichten we toe welke functies verpleegkundige standaarden hebben en gaan we in op drie vormen van verpleegkundige standaarden, namelijk protocollen, richtlijnen en standaardverpleegplannen.
Automatisering kan een belangrijke rol spelen bij gestandaardiseerde gegevens. Aanwezige standaarden in de verpleegkundige praktijk kunnen in een geautomatiseerd systeem, dus in de computer, worden opgeslagen. Maar ook op andere terreinen kan automatisering een hulpmiddel zijn bij de administratieve taak van verpleegkundigen. In het tweede deel van dit hoofdstuk zullen we bekijken wat automatisering inhoudt en op welke manier automatisering in de gezondheidszorg en specifiek in de verpleegkundige beroepsuitoefening een rol kan spelen. Omdat verpleegplannen een belangrijk communicatiemiddel zijn bij de verpleegkundige beroepsuitoefening, gaan we hier speciaal op in.
W. Boog

Hoofdstuk 17 Deskundigheidsbevordering

Samenvatting
Wanneer je eenmaal je diploma verpleegkundige hebt behaald, wil dat niet zeggen dat daarmee ook het leren achter de rug is. Misschien wel het leren op school, maar niet het leren in de zin van openstaan voor nieuwe dingen of het leren van eigen ervaringen. Iemand die niet bereid is om op deze manieren te leren, gaat louter routinematig handelen en staat niet meer open voor kritiek en nieuwe ontwikkelingen. De manier waarop iemand het verpleegkundig beroep dan uitoefent is niet meer professioneel te noemen. Dat dit geen goede zaak is, is ook terug te vinden in de Wet big. Deze schrijft namelijk voor dat verpleegkundigen op de hoogte moeten zijn en blijven van de ontwikkelingen binnen het vakgebied.
Om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen binnen het vakgebied is deskundigheidsbevordering belangrijk. Dit kun je op verschillende manieren doen, we beschrijven ze in dit hoofdstuk. Om te beginnen kun je jezelf van ontwikkelingen binnen het eigen vakgebied op de hoogte houden door vakliteratuur te lezen. Daarnaast is het bijwonen of organiseren van themabijeenkomsten of klinische lessen een goede manier om met collega’s bezig te zijn met onderwerpen, die te maken hebben met de directe beroepsuitoefening. Een laatste manier van deskundigheidsbevordering die we hier willen noemen is het leren van eigen ervaringen. Door te reflecteren op het eigen beroepsmatige handelen krijg je meer inzicht in het waarom van je eigen handelen. Dit kun je doen door je persoonlijke functioneren aan de orde te stellen door feedback te vragen, maar ook door deel te nemen aan bijeenkomsten voor intercollegiale ondersteuning.
W. Boog

Hoofdstuk 18 Enkele andere beroepsontwikkelingen

Samenvatting
In de drie hoofdstukken hiervoor hebben we onderwerpen besproken die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het verpleegkundig beroep. Deze onderwerpen hebben te maken met ontwikkelingen die zowel door de individuele verpleegkundige in gang gezet kunnen worden, als ontwikkelingen die verder van de werkvloer af plaatsvinden. In dit hoofdstuk bespreken we nog enkele ontwikkelingen die een belangrijke rol spelen in het verder versterken en ontwikkelen van de positie van verpleegkundigen en van de beroepsinhoud.
Om te beginnen staan we in dit hoofdstuk stil bij een ontwikkeling die moet bijdragen tot het vergroten van de invloed van verpleegkundigen op het management en beleid in de instelling waar ze werken. In hoofdstuk , bij de ethische aspecten, hebben we gezien dat verpleegkundigen het gevoel hebben dat ze weinig invloed kunnen uitoefenen in de organisatie, terwijl ze wel de grootste beroepsgroep zijn. Het instellen van een Verpleegkundige Adviesraad is een manier om de invloed te vergroten.
Vervolgens besteden we aandacht aan een ontwikkeling die op (inter)nationaal niveau plaatsvindt: de ontwikkeling van een eenduidig begrippenkader middels classificaties van belangrijke begrippen binnen de verpleegkunde.
Tot slot besteden we in dit hoofdstuk aandacht het belang van internationalisering binnen de verpleegkunde. Wereldwijd zijn verpleegkundigen werkzaam en de behoefte om internationaal tot een uitwisseling van ideeën te komen groeit. We beschrijven een aantal organisaties die wereldwijd bezig zijn de positie en de beroepsinhoud van verpleegkundigen te verbeteren.
W. Boog

Nawerk

Meer informatie