Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Ondervoeding en nutritional assessment in de klinische setting

December 2015
Ondervoeding als gevolg van ziekte is een veelvoorkomend probleem, zelfs in de Nederlandse ziekenhuizen en verpleeghuizen. Omdat een slechte voedingstoestand een negatieve invloed heeft op het herstel van ziekte, is het van groot belang om patiënten die ondervoed zijn of een groot risico lopen op ondervoeding snel op te sporen met behulp van een gevalideerd screeningsinstrument.
Het bepalen en monitoren van de voedingstoestand, oftewel nutritional assessment, volgt op de screening. Een volledig of gedeeltelijk nutritional assessment kan volgen bij patiënten die positief gescreend zijn voor risico op ondervoeding. Het is tijdrovender en gedetailleerder dan de screening en draagt bij aan een adequate voedingstherapie. Het bepalen van de voedingstoestand gebeurt met behulp van een aantal verschillende metingen en bepalingen, zoals het in kaart brengen van de nutriëntenbalans, het bepalen van de lichaamssamenstelling, het meten van het energieverbruik en het bepalen van functionele parameters en relevante bloedparameters. Hoewel de verschillende metingen een goed overzicht geven van de voedingstoestand van een patiënt, kunnen ook metingen afzonderlijk een bijdrage leveren aan de evaluatie van het voedingsbeleid. Aangezien behalve de voeding ook ziekte en behandeling van invloed zijn op de voedingstoestand, is een multidisciplinaire benadering aan te raden.
E. van den Hogen, N. Reijven

2. De voedingsanamnese – Methoden voor voedselconsumptieonderzoek van bevolkingsgroepen en individuen

December 2015
Voedingsanamnese is een verzamelnaam voor verschillende technieken om de voedselconsumptie van een persoon te schatten. Alle beschikbare technieken hebben voor- en nadelen. De keuze van een techniek hangt af van het doel, de doelgroep en de beschikbare middelen. Onderzoek naar de validiteit en reproduceerbaarheid van een techniek geeft inzicht in de kwaliteit. Om deze kwaliteit te verbeteren moet men de bronnen van fouten en variatie in de meting kennen. Belangrijke bronnen van variatie zijn de tussenpersoonsvariatie en de binnenpersoons- of dag-tot-dagvariatie in de voeding. Door het aantal personen en/of het aantal dagen per persoon te vergroten kan men de reproduceerbaarheid van een groepsgemiddelde verbeteren, maar niet de validiteit. Het verkrijgen van valide en reproduceerbare resultaten vereist een duidelijk onderzoeksprotocol en draaiboek voor het veldwerk.
De voedingsanamnese wordt in de gezondheidszorg voor andere doelen gebruikt dan in het wetenschappelijk onderzoek. De kwaliteitseisen zijn daarom anders, maar voor een evaluatieonderzoek van het diëtistisch handelen worden kwaliteitseisen gesteld, vergelijkbaar met die voor wetenschappelijk onderzoek.
J.H.M. de Vries, E.J. de Boer

3. Het Nederlandse voedingspeilingsysteem

December 2015
Vanaf 1987 worden in Nederland voedselconsumptiepeilingen uitgevoerd. De methodiek van de drie voedselconsumptiepeilingen vóór het jaar 2000 bestond uit een tweedaags voedseldagboekje voor huishoudens. Na 2000 vormden twee 24-uursvoedingsnavragen de basis van de voedselconsumptiepeilingen. Het huidige voedingspeilingsysteem bestaat uit drie modules. Module 1 is de belangrijkste. Dit is de basisgegevensverzameling, een semicontinue voedselconsumptiepeiling verkregen via een representatieve steekproef van de algemene Nederlandse bevolking. Module 2 richt zich op voedingsstatusonderzoek van de algemene bevolking. Voedingsstatusonderzoek geeft inzicht in de gehalten van specifieke vitaminen en mineralen in bloed of urine. Module 3 omvat aanvullend onderzoek, afhankelijk van beleidsbehoeften. Door het voedingspeilingsysteem komt informatie beschikbaar over de consumptie van voedingsmiddelen en de daarmee samenhangende inname van energie, voedingsstoffen en potentieel schadelijke stoffen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet en uitvoering van de voedselconsumptiepeilingen en wordt aan de hand van enkele voorbeelden het gebruik van de gegevens toegelicht.
C.T.M. van Rossum, E.J. de Boer, M.C. Ocké

4. Voeding bij jicht en hyperurikemie

December 2015
Jicht is een gewrichtsaandoening waarbij een ontsteking ontstaat doordat natriumuraatkristallen neerslaan. De aandoening begint in de regel zeer plotseling, met hevige, aanvankelijk nachtelijke pijn in een (veelal teen)gewricht. Zonder behandeling zullen er herhaaldelijk aanvallen optreden, maar ook bestaat het gevaar voor fikse uraatstapeling onderhuids en in gewrichten. Aangezien bij jicht een te hoog urinezuurgehalte in het bloed voorkomt door een zogenaamde positieve uraatbalans, worden urinezuurverlagende geneesmiddelen voorgeschreven. Urinezuur ontstaat door de afbraak van purine, een onderdeel van het DNA en dus aanwezig in alle cellen. Risicofactoren voor het ontstaan van jicht zijn overgewicht/pogingen tot snel afvallen, verminderde nierfunctie en het gebruik van diuretica, maar ook alcoholgebruik en een eiwitrijke voeding kunnen een rol spelen. De huidige krachtige medicamenteuze behandelingen hebben ertoe geleid dat een purinearme voeding een minder belangrijke plaats heeft in de behandeling, maar toch nog steeds aandacht behoeft. Voedingsadviezen bij jicht bestaan uit een gezonde voeding met aandacht voor het verkrijgen of behouden van een gezond gewicht, beperkt alcoholgebruik, extra vocht en beperking van eiwit- en purinerijke voedingsmiddelen.
J.J. van Duinen, T. Jansen
Meer informatie