Skip to main content
main-content

Over dit boek

Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het beroep van diëtist; positie, beroepsuitoefening en taken

Het werkterrein van diëtisten is uiteenlopend; het varieert van gezondheidszorgsector en bedrijfsleven tot onderzoek en onderwijs. Diëtisten werken zowel in de voedingsadvisering als in de dieetadvisering en productontwikkeling. De taken en competenties staan beschreven in het Beroepsprofiel dat door de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) is opgesteld.

De diëtist is als paramedicus gespecialiseerd op het gebied van voeding in de relatie tot ziekte. De titel diëtist is wettelijk beschermd. Diëtisten kunnen zich vrijwillig registreren in het Kwaliteitsregister Paramedici.

Diëtisten zijn in staat op basis van wetenschap te handelen en passen waar mogelijk de principes van ‘evidence-based practice’ toe. Ze werken aan kwaliteit door middel van intercollegiale toetsing en intervisie, werken multidisciplinair en zijn cliëntgericht. Met ingang van augustus 2011 geldt Directe Toegankelijkheid Diëtetiek en heeft de cliënt geen doorverwijzing van een arts meer nodig voor een consult bij de diëtist. In de praktijk eisen zorgverzekeraars vaak toch een verwijzing voordat de behandeling aan cliënten wordt vergoed.

M. Former-Boon

2. Voedingscoaching met NLP

Voedingscoaching of dieetbehandeling met NLP (neurolinguïstisch programmeren) is gericht op het helpen veranderen van omstandigheden, gedragingen en overtuigingen in een concrete context en met een duidelijke doelstelling. Voor diëtisten is het een belangrijke verrijking als zij naast vakinhoudelijke kennis beschikken over NLP-vaardigheden. Met die vaardigheden kunnen zij beter doorvragen en afstemmen op de belevingswereld van de cliënt, interveniëren op verschillende logische niveaus en overtuigingen helpen veranderen.

N. van Kaathoven

3. Osteoporose en voeding

In dit hoofdstuk wordt besproken welke voedingsfactoren van betekenis zijn bij de preventie en behandeling van osteoporose. Osteoporose is een ziekte die vooral bij de oudere mens voorkomt, in het bijzonder bij vrouwen na de menopauze. De ziekte gaat gepaard met een verminderde botmassa en een daardoor sterk verhoogde kans op fracturen van met name de heup, wervellichamen en de pols. Erfelijke factoren spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van de ziekte. Door een gezonde leefstijl met voldoende beweging en adequate voeding kan de kans op het krijgen van osteoporose worden verkleind en kan medicamenteuze behandeling van de ziekte worden ondersteund. Een adequate inname van calcium en een voldoende voorziening met vitamine D zijn de belangrijkste voedingsfactoren bij preventie en behandeling van osteoporose. Primaire preventie is gericht op het bereiken van de zogeheten piekbotmassa op jongvolwassen leeftijd en op het verminderen van het verlies van botmassa in het latere leven.

G. Schaafsma

4. Motivational Interviewing voor diëtisten

Motivational Interviewing (MI) ofwel Motiverende Gespreksvoering is een op samenwerking gerichte gespreksstijl die iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering versterkt. De basishouding van waaruit de hulpverlener handelt is hierbij fundamenteel en bestaat uit vier elementen: samenwerking, compassie, evocatie en acceptatie.

Binnen MI staan in de begeleiding vier processen centraal en past de hulpverlener basistechnieken toe om te zoeken naar verandertaal bij de cliënt. Onder verandertaal verstaan we wensen, redenen en mogelijkheden, waaruit een positieve intentie tot verandering blijkt en die door de client wordt uitgesproken.

J.M. Vernooij, F.J.M. Spikmans

5. Multipele sclerose en voeding

Dit hoofdstuk behandelt aspecten die van belang zijn om mensen met multiple sclerose (MS) te behandelen en te begeleiden bij het aanpassen van hun voeding. Het gaat in op de prevalentie en incidentie van MS, op het ziektebeeld zelf en op de prognose en sociale gevolgen van de ziekte. De (medische) behandelingen van mensen met MS komen aan de orde, evenals de inzet van verschillende professionals bij de totale behandeling. De beschreven symptomen en klachten vormen het uitgangspunt van de dieetbehandeling. De behandeling van MS is momenteel slechts gericht op het onderdrukken en remmen van de progressie van de ziekte en op het bestrijden van symptomen. De diëtistische behandeling vermindert de symptomen en klachten die mensen met MS ervaren. Dit hoofdstuk biedt de handvatten voor een kwalitatief goede dieetbehandeling. Voor het verband tussen voedingsfactoren en het ontstaan van MS zijn er wel enkele aanwijzingen, maar vooral is duidelijk dat verder onderzoek nodig is.

C.E. Helfrich-Smallegange

6. Methoden voor het vaststellen van de lichaamssamenstelling

De lichaamssamenstelling bestaat uit twee hoofdcomponenten: de vetmassa en de vetvrije massa. Spiermassa is de belangrijkste component van de vetvrije massa. Er zijn diverse methoden beschikbaar voor het meten van de lichaamssamenstelling. Die methoden variëren sterk in prijs, benodigde apparatuur, belasting voor de persoon en nauwkeurigheid. Het viercomponentenmodel wordt algemeen beschouwd als de gouden standaard, hoewel de DXA-methode, CT en MRI ook vaak geaccepteerd worden. Deze laatste drie methoden kunnen ook de spiermassa nauwkeurig meten. Bijna alle methoden zijn ontwikkeld en gevalideerd voor jonge volwassenen. Voorzichtigheid is geboden bij het toepassen van de methoden voor het meten van de lichaamssamenstelling bij kinderen, ouderen, obesen en patiënten. Op individueel niveau kunnen de meetfouten groot zijn, wat het meten van kleine veranderingen in de lichaamssamenstelling van één persoon bemoeilijkt. Om de meting van de lichaamssamenstelling te vereenvoudigen zijn verschillende voorspellingsformules op basis van simpele metingen ontwikkeld. Een zorgvuldige keuze uit de beschikbare voorspellingsformules is noodzakelijk. De keuze voor een bepaalde meetmethode hangt uiteindelijk af van de specifieke eigenschappen van de methode die de arts/diëtist/onderzoeker van belang acht.

M. Visser
Meer informatie