Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Denken over technologie, gezondheid, voeding en diëtetiek

Augustus 2017
Samenvatting
Cliënten, hun naasten en voedingsprofessionals (diëtisten en voedingskundigen) worden geconfronteerd met technologieën gericht op het verbeteren of behouden van gezondheid en/of kwaliteit van leven. Technologieën worden tevens ingezet om de efficiëntie en/of kosteneffectiviteit van zorg te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn beeldschermzorg en ziektespecifieke apps voor de smartphone. De perspectieven van alle betrokkenen in een praktijksituatie in de gezondheidszorg bepalen hoe technologieën gebruikt worden. In dit hoofdstuk worden verschillende perspectieven op technologie, gezondheid en zorg bediscussieerd en worden dilemma’s beschreven die hieruit kunnen ontstaan. Theorie en praktijk tonen het belang van bewust nadenken over de eigen, persoonlijke perspectieven op technologie, gezondheid, voeding en zorg en over perspectieven van anderen. Conclusie: diëtisten en voedingskundigen hebben de verantwoordelijkheid om sensitiviteit te ontwikkelen voor potentiële dilemma’s bij het gebruik van technologieën om daar in de praktijk zorgvuldig mee om te gaan.
D. W. Voskuil, D. M. Beneken genaamd Kolmer

2. Niet-reguliere voedingssystemen nader bekeken

Augustus 2017
Samenvatting
In dit hoofdstuk worden verschillende niet-reguliere voedingssystemen besproken. Bij sommige worden goede resultaten behaald bij onder andere gewichtsvermindering, metabool syndroom, spijsverteringsproblemen en het prikkelbaredarmsyndroom (PDS). Deze bevindingen zijn niet altijd wetenschappelijk onderbouwd. Toch kan een aantal van deze voedingssystemen goed worden ingezet in de praktijk van diëtisten. Dit hoofdstuk beschrijft ook systemen die dermate van de reguliere gezondheidszorg afwijken dat ze weerstand oproepen en waarvan enkele zelfs afgeraden dienen te worden omdat ze de gezondheid kunnen schaden. Maar bij het merendeel van de in dit hoofdstuk beschreven voedingssystemen is het goed mogelijk een evenwichtige basisvoeding volgens de Nederlandse aanbevelingen (Gezondheidsraad 2015a) samen te stellen en zal het gehalte aan micronutriënten de aanbevelingen overstijgen. Wel vergen de maaltijden over het algemeen extra voorbereiding, bereidingstijd, vaardigheid en geld. Op individueel niveau kan voedingssuppletie nodig zijn.
J. Meijles-Baas

3. Voedselovergevoeligheid bij oudere kinderen en volwassenen

Augustus 2017
Samenvatting
Anders dan bij andere ziektebeelden is de diëtist bij patiënten met een (vermeende) voedselovergevoeligheid niet alleen betrokken bij de behandeling, maar ook bij de diagnostiek. Dit vraagt extra behandeltijd. De klachten- en voedingsanamnese zijn leidend bij het tot stand komen van de diëtistische diagnose. Allergologisch onderzoek door middel van huidpriktests en/of bloedonderzoek ondersteunt de diagnose. De diëtistische diagnose legt vast welke voedingsmiddelen verdacht zijn en of de voeding kwalitatief verbeterd moet worden. Hierna wordt een diagnostisch dieet opgesteld, dat bij goed resultaat gevolgd wordt door een voedselprovocatie of herintroductie van het geëlimineerde voedingsmiddel. Vervolgens kan het therapeutische eliminatiedieet worden opgesteld. Hierbij zijn een goede begeleiding en dieetadvisering van belang om te voorkomen dat patiënten onnodig voedingsmiddelen gaan elimineren, waardoor er deficiënties zouden kunnen ontstaan.
A. Michelsen, J. van der Velde

4. Perioperatieve voeding

Augustus 2017
Samenvatting
Ondervoeding is een risicofactor voor postoperatieve morbiditeit en sterfte. Een preoperatieve goede voedingstoestand en een optimale voeding gedurende de opname lijken derhalve belangrijke factoren in de behandeling van de chirurgische patiënt. Een slechte preoperatieve voedingstoestand leidt tot toename van morbiditeit, mortaliteit, hogere kosten en langere ziekenhuisopnameduur van de patiënt die geopereerd wordt. Rondom de operatie is een zo kort mogelijke periode van nuchter zijn en het zo snel mogelijk kunnen herstarten van voeding belangrijk voor het behoud van de voedingstoestand.
A. Droop, E. Steenhagen

5. Suikers en zoetstoffen

Augustus 2017
Samenvatting
Zoetstoffen vormen steeds meer een belangrijk onderdeel van onze voeding. Strikt genomen zijn zoetstoffen, evenals toegevoegde suikers, niet noodzakelijk in een gezond voedingspatroon. De zoete smaak wordt echter algemeen geapprecieerd, maar door de toenemende prevalentie van allerlei voedingsgerelateerde welvaartsziekten is het belang van het beperken van toegevoegde suikers evident en is het gebruik van zoetstoffen duidelijk toegenomen. Zoetstoffen kunnen onder meer ingedeeld worden op basis van de chemische structuur en de zoetkracht. Intensieve zoetstoffen hebben een te verwaarlozen energetische bijdrage en een enorme zoetkracht in vergelijking met sacharose. De zoetkracht, maar zeker ook de stabiliteit van deze stoffen, is zeer verschillend. Een combinatie van zoetstoffen wordt steeds vaker toegepast. Extensieve zoetstoffen zijn chemisch gezien polyolen of suikeralcoholen. De zoetkracht van deze stoffen is gelijk aan of lager dan die van sacharose. Ze worden in de voedingsindustrie gebruikt als bulkstoffen. Wereldwijd vindt veel onderzoek naar de bestaande en nieuwe voedingsstoffen plaats. Het is de taak van de diëtist deze ontwikkelingen op de voet te volgen en de cliënt de juiste informatie te verschaffen.
R. van Berkel
Meer informatie