Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

In dit supplement komen o.a. de volgende hoofdstukken aan bod: 

  • Eosinofiele oesphagitis 
  • Oncologie bij kinderen 
  • Eetgedrag van ouderen

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. Dieetbehandeling eosinofiele oesofagitis

April 2017
Samenvatting
Eosinofiele oesofagitis is een chronisch ontstoken slokdarm met een verhoogd aantal eosinofielen (witte bloedcellen). Dit ziektebeeld wordt in toenemende mate gediagnosticeerd. De ontsteking gaat gepaard met oedemen, ringen en groeven in de mucosa van de slokdarm. Voedselallergie speelt een belangrijke rol bij de pathogenese. Diagnose en behandeling bestaan onder andere uit het lokaal toedienen van corticosteroïden en/of een elementair dieet of eliminatiedieet (6FED of 2FED). In Nederland (en Europa) bestaat nog geen eenduidige behandeling. Diëtisten hebben kennis nodig van het dieet bij een voedselovergevoeligheid en werken nauw samen met (kinder-)MDL-artsen en (kinder)allergologen.
W. Frank

Hoofdstuk 2. Gepersonaliseerde voeding en zelfmonitoring

April 2017
Samenvatting
In de nieuwe definitie voor gezondheid wordt gezondheid niet meer als een statische conditie beschouwd, maar als het dynamische vermogen van mensen om zich met veerkracht aan veranderende omstandigheden aan te passen. Hierin past het zelf regie voeren en zelfmanagement. Met behulp van gezondheidstools zijn lichaamsfuncties, zoals bloeddruk, hartslag, bloedglucosespiegel, zuurstofsaturatie, cognitieve prestaties en welbevinden, te meten. Ook zijn er apps op mobiele telefoons die helpen de voedselinname te monitoren of de nutriënten in het lichaam meten. Gepersonaliseerde voeding en leefstijladviezen sluiten hierbij aan. Voor bedrijven biedt dit de mogelijkheid om op het individu afgestemde producten en diensten te ontwikkelen. Diëtisten (en andere professionals) kunnen met behulp van innovaties op het gebied van zelfmonitoring persoonlijke gegevens verzamelen om de behandeling op de individuele cliënt af te stemmen. Gepersonaliseerde interventies zijn mogelijk effectiever en kunnen de compliance verhogen.
M. Former, A. Ronteltap, B. D. S. Clabbers

Hoofdstuk 3. Eetgedrag van ouderen: regulatie van voedselinname

April 2017
Samenvatting
Bij het ouder worden neemt de energiebehoefte af. De daling van de voedselinname is echter groter dan verklaard kan worden door een verminderde energiebehoefte. Hieraan ligt het verouderingsproces ten grondslag, waarbij fysiologische en psychologische veranderingen de regulatie van voedselinname verstoren. Zo vermindert in meerdere of mindere mate de zintuiglijke waarneming, waardoor ouderen minder geur en smaak ervaren. Daarnaast daalt de speekselproductie, neemt de kauw- en slikkracht af en zijn de tongbewegingen minder krachtig. Hierdoor geven ouderen vaak de voorkeur aan vloeibare of zachte voedingsmiddelen. Bovendien zorgen fysiologische veranderingen, zoals hormonale en musculaire veranderingen, ervoor dat ouderen eerder een verzadigd gevoel ervaren. Samen met sociale factoren vormen de lichamelijke factoren, de zintuiglijke waarneming en voedselvoorkeuren een geïntegreerd complex, waardoor een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is om ondervoeding bij ouderen te voorkomen.
S. J. G. M. van der Staak, R. M. A. J. Ruijschop

Hoofdstuk 4. Voeding bij kinderen met oncologische aandoeningen

April 2017
Samenvatting
Bij kinderen met kanker is een goede voedingstoestand van essentieel belang omdat een kind geestelijk en lichamelijk volop in ontwikkeling is. Bij kinderen zijn de meest voorkomende vormen van kanker: leukemie, lymfeklierkanker en hersentumoren. Meer zeldzaam zijn de solide tumoren uitgaande van een orgaan in het lichaam. De behandeling gaat bij veel patiënten gepaard met gewichtsverlies en soms met (ernstige) ondervoeding. Ondervoeding heeft een nadelige invloed op weefselherstel na chemotherapie, radiotherapie en/of chirurgie. Het is van het grootste belang een optimale voedingstoestand te onderhouden door voldoende energie, eiwit en overige voedingsstoffen toe te dienen, zo mogelijk per os. Soms kan (nachtelijke) sondevoeding of totale parenterale voeding aangewezen zijn. Bij de start van de behandeling moet de energie- en eiwitbehoefte van het kind bepaald worden en tijdens de behandeling dient dit nauwkeurig gevolgd worden.
M. D. van de Wetering, M. E. Dijsselhof

Hoofdstuk 5. Voeding bij neuromusculaire aandoeningen

April 2017
Samenvatting
Neuromusculaire aandoeningen ofwel spierziekten omvatten een groot aantal ziekten met verscheidenheid in oorzaak, symptomen en verloop. De meeste ziekten zijn zeldzaam, progressief en de multidisciplinaire behandeling is voornamelijk symptomatisch. De aard en ernst van voedingsgerelateerde problemen wordt duidelijk gemaakt aan de hand van drie ziektebeelden: amyotrofische laterale sclerose, myotone dystrofie type 1 en Duchenne-spierdystrofie. De specifieke aspecten van dysfagie, motiliteitsstoornissen, voedingsstoma, ademhalingsinsufficiëntie en secundaire problematiek op de voedingstoestand worden nader uitgewerkt. Kerndoelen van de diëtistische behandeling zijn het verbeteren/behouden van een goede voedingstoestand, goede groei en het verbeteren/behouden van de kwaliteit van leven evenals het verminderen van symptomen bij dysfagie en gastro-intestinale stoornissen.
J. C. Wijnen
Meer informatie