Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Vitamines – algemeen

April 2020
Samenvatting
Een adequate vitamine-inname is zeker niet vanzelfsprekend, en deficiënties door bijvoorbeeld ondervoeding, eenzijdige voeding, medicijngebruik of andere factoren blijven wereldwijd een probleem. Voor sommige vitamines is de optimale inname of concentratie nog steeds onderwerp van discussie. In dit hoofdstuk ligt de nadruk op de fysiologische aspecten van vitamines, hun opname en effecten in het lichaam. Het is vooral gericht op de diëtist die zich wil verdiepen in de basisprincipes, achtergronden en recente ontwikkelingen rond vitamines. Dertien voor de mens relevante vitamines komen één voor één aan de orde, daarbij aantekenend dat het belang van hun onderlinge samenhang in de voedingsmatrix en het eetpatroon maakt dat we ze eigenlijk niet afzonderlijk zouden moeten bespreken. De laatste jaren is over sommige vitamines meer geschreven en gediscussieerd dan over andere. Voorbeelden zijn vitamine B6 (vooral in verband met overdosering), vitamine B12, vitamine C, vitamine D en vitamine K2. Deze ontwikkelingen krijgen in dit hoofdstuk daarom extra aandacht.
R. F. Witkamp, M. G. J. Balvers

2. Vitaminebehoefte en –inname

April 2020
Samenvatting
In dit hoofdstuk komen eerst de voedingsnormen voor vitamines, de begrippen aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) en adequate inname (AI), en de wijze waarop deze tot stand komen aan de orde. Wat de inname van afzonderlijke nutriënten vanuit de voeding betreft heeft zich de afgelopen decennia een belangrijke verandering in denken en beleidsontwikkeling voorgedaan, namelijk een verschuiving van richtlijnen, gebaseerd op voedingsstoffen, naar richtlijnen, gebaseerd op voedingsmiddelen en voedingspatronen. Naast vitamines die van nature in voedingsmiddelen voorkomen, kunnen ook voedingssupplementen en producten waaraan vitamines zijn toegevoegd bijdragen aan de behoefte. Er bestaan diverse supplementen die een of meerdere vitamines bevatten. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen voedingskundige en farmacologische toepassing van vitamines. In het laatste deel van dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal algemene aspecten van het analyseren van vitamines in bloed (of serum, plasma). Daarbij gaat het vooral om het nut van dergelijke bepalingen, hun mogelijkheden en beperkingen.
R. F. Witkamp, M. G. J. Balvers

3. Chylothorax en het MCT-dieet

April 2020
Samenvatting
Bij de aandoening chylothorax lekt er lymfevloeistof tussen de beide longvliezen: chyluslekkage. Deze lymfevloeistof vervoert langeketenvetzuren door het lichaam. Wanneer deze langeketenvetzuren in de voeding worden vervangen door middellangeketenvetzuren, vermindert de productie van chylusvocht. Middellangeketenvetzuren worden namelijk – in tegenstelling tot langeketenvetzuren – niet via de lymfebaan vervoerd. Tijdens dit zogenoemde MCT-dieet gebruikt de patiënt, meestal tijdelijk, speciale MCT-vetten en -oliën. De diëtist speelt een belangrijke rol in de begeleiding van de patiënt met dit dieet.
M. G. Flotman-Brandt

Chapter 4. Voeding bij de ziekte van Huntington

April 2020
Samenvatting
De ziekte van Huntington is een autosomaal neurodegeneratieve aandoening die leidt tot atrofie in de basale ganglia en in de cortex. Dit heeft bewegingsstoornissen en mentale stoornissen tot gevolg. De chorea (onwillekeurige bewegingen) is het meest voorkomende en meest opvallende kenmerk. De energiebehoefte kan bij Huntington-patiënten oplopen tot wel 3.000–3.500 kcal per dag, met uitschieters daarboven. Motorische beperkingen, slikstoornissen, stoornissen in het cognitief functioneren en persoonlijkheidsveranderingen kunnen leiden tot beperkingen in het voedingsgedrag. Naast ongewenst gewichtsverlies kunnen obstipatie en braken voedingsproblemen veroorzaken. Wanneer de slikfunctie ernstig verminderd is of als de patiënt met orale voeding niet in zijn voedingsbehoefte kan voorzien, kan kunstmatige toediening van voeding een oplossing zijn. Hierbij moeten de ethische aspecten goed overwogen worden.
M. A. J. van der Laak, S. J. Maessen

5. Schildklieraandoeningen

April 2020
Samenvatting
Aandoeningen van de schildklier zijn niet zeldzaam en komen op alle leeftijden voor. De klachten bij schildklieraandoeningen zijn zeer divers en vaak aspecifiek en worden daarom niet altijd direct herkend. Vrijwel alle schildklieraandoeningen zijn goed te behandelen. Jodium is een belangrijke bouwsteen voor de schildklierhormonen thyroxine (T4) en tri-jodothyronine (T3). In de laatste jaren is meer bekend geworden over het belang van selenium voor bepaalde schildklieraandoeningen, met name de ziekte van Graves en de daarbij behorende oogverschijnselen. Soja zou de opname van schildklierhormoon kunnen remmen, maar speelt in de praktijk geen grote rol. De rol van de diëtist bij schildklieraandoeningen is beperkt tot eventuele bemoeienis met het jodiumbeperkt dieet bij schildkliercarcinoompatiënten.
J. W. F. Elte, S. A. Eskes
Meer informatie