Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Eiwitten

April 2019
Samenvatting
Eiwitten zijn een belangrijk onderdeel van alle cellen en weefsels in het lichaam, zoals spieren en organen, het zenuwstelsel, de botten en het bloed. Ze spelen verder een belangrijke rol in het lichaam als bijvoorbeeld enzymen, hormonen en bij de afweer en het transport van voedingsstoffen. Eiwitten kunnen in het lichaam ook gebruikt worden als energiebron. Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Vooral in de groei wordt veel weefsel opgebouwd en zijn veel aminozuren uit eiwit in de voeding nodig. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor eiwit voor volwassenen is gesteld op 0,8 g/kg lichaamsgewicht. Voor ouderen ligt deze aanbevolen hoeveelheid mogelijk wat hoger om de leeftijdsgerelateerde afname van spiermassa tegen te gaan. In Nederland eten we over het algemeen ruim voldoende eiwitten. Er zijn aanwijzingen dat een eiwitrijk dieet tijdens een periode van gewichtsverlies gunstig kan zijn voor de lichaamssamenstelling (meer behoud van de vetvrije massa en meer verlies van de vetmassa) en dat een eiwitrijke voeding kan helpen om na een periode van gewichtsverlies op gewicht te blijven. Aan de andere kant is een hogere inname van eiwit bij vrouwen geassocieerd met een hoger risico op diabetes. Verder lijkt een hogere inname van eiwit geen nadelig effect te hebben op de botmineraaldichtheid en op de nierfunctie (bij mensen zonder nierproblemen).
A. M. Verreijen, M. Tieland, P. J. M. Weijs

2. Methodisch handelen

April 2019
Samenvatting
In de diëtistische zorgverlening staat het methodisch handelen centraal. Methodisch handelen betekent dat de diëtist doelgericht, bewust, systematisch en procesmatig werkt. Dit proces omvat zes stappen: aanmelding, diëtistisch onderzoek, diëtistische diagnose, behandelplan/behandeling, evaluatie en afsluiting. Een belangrijke schakel hierin is de diëtistische diagnose, het beroepsspecifieke oordeel van de diëtist over het gezondheidsprofiel van de cliënt. De diëtistische diagnose beschrijft (problemen in) het functioneren van de cliënt, waarbij de problemen op voedingsgebied, gerelateerd aan de van invloed zijnde medische, externe en persoonlijke factoren, centraal staan. Kritisch redeneren is een belangrijke vaardigheid bij het formuleren van de diëtistische diagnose. De diëtistische diagnose is de basis voor het opstellen van het behandelplan, inclusief de SMART beschreven dieetbehandeldoelen. Naast methodisch werken is gestructureerde en meetbare registratie van gegevens noodzakelijk om inzicht te krijgen in de dieetbehandeling en de resultaten daarvan, zowel voor de individuele cliënt als op groepsniveau. Voor de vastlegging van het diëtistische zorgproces zijn de richtlijnen Probleem geOriënteerde Registratie (POR) en de Classificaties en Codelijsten voor de Diëtetiek van belang; deze worden in het hoofdstuk ‘Eenduidig taalgebruik’, (Visser et al. 2019) besproken. Voor het vaststellen van de effectiviteit van het diëtistisch handelen is het gebruik van meetinstrumenten belangrijk; deze worden beschreven in het hoofdstuk ‘Meetinstrumenten voor de diëtetiek’.
S. Runia, W. K. Visser, J. Tiebie, Y. F. Heerkens

3. Eenduidig taalgebruik bij het diagnostisch en therapeutisch handelen van de diëtist

April 2019
Samenvatting
Ter verbetering van de communicatie, het verhogen van de transparantie van het methodisch handelen van diëtisten en als hulp bij het in kaart brengen van de effectiviteit van diëtistische zorg is het belangrijk om de gegevens uit het diëtistische zorgproces eenduidig vast te leggen. Deze eenduidigheid is te realiseren met de richtlijnen Probleem geOriënteerde Registratie (POR), gebaseerd op het methodisch handelen, en de Classificaties en Codelijsten voor de Diëtetiek. In dit hoofdstuk worden de achtergronden en toepassingsmogelijkheden van de classificaties en codelijsten beschreven en worden voorbeelden van toepassing van de ICF-diëtetiek bij diëtetiek-verslaglegging in het elektronisch patiëntendossier gegeven.
W. K. Visser, S. Runia, J. Tiebie, Y. F. Heerkens

4. Meetinstrumenten voor de diëtetiek

April 2019
Samenvatting
Het gebruik van meetinstrumenten is belangrijk om de effectiviteit en doelmatigheid van het diëtistisch handelen inzichtelijk te maken voor de cliënt, voor de diëtist en voor andere betrokkenen (verwijzer, andere zorgverleners, zorgverzekeraar). Wat is de gezondheidssituatie van de cliënt bij de start en/of aan het eind van het diëtistisch zorgproces en zijn de geformuleerde behandeldoelen gerealiseerd? Het stappenplan dat in dit hoofdstuk wordt beschreven bestaat uit tien stappen die als leidraad worden gebruikt om te komen tot de keuze van het beste meetinstrument. Na de selectie volgt de implementatie van het meetinstrument in de dagelijkse praktijk, waarbij veelal een aantal gegevens in het kwaliteitssysteem vastgelegd moet worden. Indien er geen objectief meetinstrument en geen algemeen geaccepteerde normwaarden beschikbaar zijn, is de diëtist aangewezen op eigen subjectieve (persoonsafhankelijke) waarnemingen en beoordelingen. Voor de diëtetiek zijn inmiddels verschillende meetinstrumenten beschikbaar en de toepasbaarheid bij dieetbehandeling bij verschillende ziektebeelden (verwijsdiagnoses) neemt toe. Voor verdere professionalisering en het zichtbaar maken van effectiviteit en doelmatigheid van diëtistisch handelen blijft in de toekomst aandacht voor het ontwikkelen van nieuwe meetinstrumenten nodig.
Y. F. Heerkens, W. K. Visser, J. Tiebie, S. Runia

5. Van evidence-based diëtetiek naar practice-based evidence

April 2019
Samenvatting
Evidence-based medicine (EBM) is sinds de jaren 80 van de vorige eeuw in opkomst en sindsdien overgenomen door andere domeinen binnen en buiten de zorg, aangeduid als evidence-based practice (EBP). De evidence-based benadering heeft gezorgd voor vooruitgang door de nadruk te leggen op het belang van objectieve onderbouwing. EBP heeft echter ook beperkingen, zoals de beperkte geldigheid van gecontroleerd onderzoek voor de dagelijkse praktijk. Daardoor groeit de behoefte aan aanvullende methoden van onderbouwing. Systematische verzameling en evaluatie van praktijkgegevens, practice-based evidence (PBE), kan hierin een belangrijke rol spelen, zoals al gebeurt in de farmacotherapie. De toegevoegde waarde van PBE voor de voedingszorg zal aan de hand van praktijkvoorbeelden worden toegelicht. Tot slot zal worden uitgelegd hoe deze practice-based benadering geïntegreerd kan worden in de dagelijkse praktijkvoering.
I. M. Y. van Vliet, K. Boslooper-Meulenbelt, G. J. Navis
Meer informatie