Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander artikel

01-11-2014 | Wetenschap | Uitgave 7/2014

GZ - Psychologie 7/2014

Individuele of groepsbehandeling van gegeneraliseerde sociale angststoornis op een specialistische polikliniek: verschillen in effect?

Tijdschrift:
GZ - Psychologie > Uitgave 7/2014
Auteurs:
S.M. Thunnissen, M. Fournier, D.C. Cath
Belangrijke opmerkingen

Auteurs

S.M. (Sophie) Thunnissen, onderzoeksassistent, Altrecht Academisch Angstcentsrum. Correspondentieadres: sophie.thunnissen@gmail.com
Dr. M. (Marijda) Fournier, GZ-psycholoog/cognitief gedragstherapeut, Altrecht Academisch Angstcentrum
Dr. D.C. (Daniëlle) Cath, psychiater, Altrecht Academisch Angstcentrum, en Vakgroep Klinische en Gezondheidspychologie, Universiteit Utrecht

Samenvatting

Achtergrond

Gegeneraliseerde sociale fobie is een invaliderende aandoening waar 9,3 procent van de Nederlandse bevolking in zijn of haar leven mee te maken krijgt. De behandeling volgens de richtlijnen is cognitieve gedragstherapie in een groep of individueel, al dan niet aangevuld met medicatie. Eerdere studies suggereren dat individuele behandeling beter effect heeft dan groepsbehandeling. Binnen onze poliklinieken worden beide gegeven, afhankelijk van beschikbaarheid en voorkeur van de patiënt.

Doel

In deze studie is onderzocht wat de verschillen zijn in effectiviteit tussen individuele en groepsbehandeling van sociale fobie met behulp van cognitieve gedragstherapie. Daarnaast hebben we gekeken in hoeverre er verschillen te vinden zijn in patiëntkarakteristieken tussen patiënten die in een groep dan wel individueel behandeld werden en of patiënten met bepaalde patiëntkarakteristieken meer profiteerden van de behandeling.

Methode

Van 61 patiënten die tussen 2007 en 2013 zijn behandeld, waren voor- en nametingen beschikbaar. Diagnose is vastgesteld middels een SCID-1 interview, ernst van de sociale fobie is vastgesteld door middel van verschillende vragenlijsten, waarbij de Social Phobia and Anxiety Inventory (SPAI) de belangrijkste uitkomstmaat vormde. Middels MAN(C)OVA’s zijn vervolgens effecten van behandeling vergeleken.

Resultaten

Het blijkt dat zowel individuele therapie als groepstherapie gemiddeld tot goede effecten boekt (effect sizes van 0,50 tot 1,14), maar dat er geen verschil in effectiviteit is. Wat betreft patiëntkarakteristieken is een sekseverschil en een verschil in ontstaansleeftijd van klachten gevonden: vrouwen en patiënten met een eerdere ontstaansleeftijd worden vaker individueel behandeld en beide blijken meer ernstige sociaal fobische klachten te hebben. Alleen klachtenernst ten tijde van de voormeting blijkt een voorspellend patiëntkenmerk wat betreft de mate van profijt van de behandeling: ernstigere klachten bij aanvang van de behandeling blijkt tot meer profijt te leiden van de behandeling, ongeacht de behandelconditie van de patiënt.

Conclusie

Op basis van dit onderzoek blijkt in een klinische setting van specialistische GGZ, zowel groeps- als individuele CGT-behandeling redelijk effectief te zijn. Mogelijk is een groepsbehandeling kosteneffectiever. Er is geen reden om op basis van bepaalde patiëntkarakteristieken voor een groeps- dan wel een individuele behandeling te kiezen.

Log in om toegang te krijgen

Met onderstaand(e) abonnement(en) heeft u direct toegang:

BSL Psychologie Totaal

Met BSL Psychologie Totaal blijft u als professional steeds op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen binnen uw vak. Met het online abonnement heeft u toegang tot een groot aantal boeken, protocollen, vaktijdschriften en e-learnings op het gebied van psychologie en psychiatrie. Zo kunt u op uw gemak en wanneer het u het beste uitkomt verdiepen in uw vakgebied.

GZ-Psychologie

GZ-Psychologie is een onafhankelijk tijdschrift en richt zich geheel op de snelgroeiende beroepsgroep van gz-psychologen, waarvan er inmiddels meer dan 15.000 zijn. GZ-Psychologie wil de identiteit en ...

Literatuur
Over dit artikel

Andere artikelen Uitgave 7/2014

GZ - Psychologie 7/2014 Naar de uitgave