Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt een praktische en volledige beschrijving van imaginaire rescripting als behandelmethode voor diverse klachten. Op overzichtelijke wijze wordt beschreven hoe de techniek toegepast kan worden in de behandeling van persoonlijkheidsproblematiek of als op zichzelf staande behandeling van angst- en stemmingsklachten. Daarnaast worden diverse specialistische toepassingsgebieden besproken zoals het gebruik van imaginaire rescripting bij nachtmerries, eetstoornissen dwangstoornis etc. Dit boek is een onmisbaar handboek voor therapeuten die deze techniek willen leren maar biedt door zijn volledigheid ook een mogelijkheid om reeds bestaande kennis en vaardigheden verder uit te breiden.

Het boek beschrijft de verschillende fasen van de techniek. Beschreven wordt hoe een imaginatie-oefening kan worden gebruikt in de diagnostiekfase, hoe de therapeut beelden rescript tijdens de beginfase van de behandeling en hoe de cliënt leert zelf betekenisvolle beelden uit het verleden te herschrijven. Tenslotte wordt ook beschreven hoe imaginaire rescripting een methode kan zijn om de cliënt voor te bereiden op toekomstige triggersituaties.

Iedere stap wordt toegelicht met overzichtelijke praktijkvoorbeelden. Daarnaast wordt ingegaan op diverse uitdagende situaties die clinici in de praktijk tegenkomen zoals cliënten die zeggen geen beelden te hebben, die worstelen met schuldgevoelens tijdens de rescripting, die zich kritisch uitlaten over de oefeningen en vele andere probleemsituaties.

Remco van der Wijngaart is psychotherapeut en gezondheidszorgpsycholoog. Hij is meer dan 20 jaar werkzaam geweest op een academische afdeling van een ambulante geestelijke gezondheidszorginstelling waar hij opgeleid is in cognitieve gedragstherapie en schematherapie waarbij imaginaire rescripting een veelgebruikte interventie is. Momenteel is hij werkzaam in een zelfstandige praktijk voor psychotherapie.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
We beschikken praktisch allemaal over het vermogen tot imaginatie, waarbij we beelden hebben bij autobiografische herinneringen, of gebeurtenissen die zouden kunnen plaatsvinden in de toekomst, of beelden die geen enkele samenhang met de realiteit lijken te hebben. Imaginaties kunnen zich intrusief opdringen of vrijwillig worden opgeroepen en lijken een belangrijke rol te spelen bij de verwerking van informatie. Imaginatie heeft een grotere impact op emoties dan de verbale verwerking van diezelfde informatie, mogelijk omdat bij imaginatie dezelfde hersengebieden actief zijn als bij waarneming en het herinneren van emotionele autobiografische gebeurtenissen. Een levendige imaginatie kan daardoor gemakkelijk verward worden met een feitelijke herinnering. Negatieve, intrusieve imaginaire beelden en herinneringen komen vaker voor bij mensen met een psychische stoornis in vergelijking met mensen zonder klachten, en deze beelden worden als ook belastender ervaren. Tijdens IR wordt de loop van gebeurtenissen in een herinnering veranderd in een gewenstere richting. Deze methode werd al meer dan een eeuw geleden beschreven, maar heeft sinds de jaren negentig van de vorige eeuw een grote groei doorgemaakt in zowel wetenschappelijk opzicht als wat betreft de klinische toepassingen. IR blijkt bij verschillende stoornissen een effectieve behandeling te zijn waarbij dit effect binnen korte tijd kan worden gegenereerd. Er zijn echter nog weinig onderzoeken gedaan naar de vergelijking van IR met andere effectieve behandelvormen. Er is bovendien nog weinig zicht op hoe IR dit effect bewerkstelligt. De gangbaarste hypothesen zijn dat tijdens IR ofwel de betekenis van de oorspronkelijke herinnering wordt veranderd, ofwel een alternatieve, meer concurrerende herinnering wordt gevormd. IR blijkt hoe dan ook een effectieve interventie, die sterke emotionele ervaringen kan oproepen. Daarom is het belangrijk dat therapeuten die deze techniek toepassen daarvoor goed zijn opgeleid, om aldus te komen tot correctieve emotionele ervaringen. In de komende hoofdstukken wordt beschreven hoe de techniek wordt toegepast in de praktijk.
Remco van der Wijngaart, M. M. (Marleen) Rijkebroer

2. Diagnostische imaginatie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt besproken hoe je de imaginatieoefening kunt gebruiken in de diagnostische fase van de therapie. Na een kort overzicht van de verschillende stappen in deze diagnostische imaginatie wordt iedere stap verder toegelicht met voorbeelden. Aan het eind van iedere toelichting zullen ook uitdagende, moeilijke situaties besproken worden die zich kunnen voordoen in de klinische praktijk. Aan het eind van dit hoofdstuk heb je voldoende basis om deze imaginatieoefening te gebruiken in de diagnostiekfase en heb je handvatten die je in staat stellen om te gaan met uitdagende situaties die zich in de klinische praktijk kunnen voordoen.
Remco van der Wijngaart

3. Imaginaire rescripting – de therapeut herschrijft

Samenvatting
In dit hoofdstuk ligt de nadruk op de rescripting, de fase in de oefening waarbij het veranderen van (het verloop van) de betekenisvolle beelden kan leiden tot nieuwe, betekenisvolle ervaringen. Aan het eind van dit hoofdstuk heb je als therapeut een goede indruk hoe je imaginaire beelden kunt herschrijven.
Remco van der Wijngaart

4. Imaginaire rescripting aan het eind van de therapie – de cliënt herschrijft

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe cliënten kunnen leren om zelf de betekenisvolle beelden te herschrijven. De cliënten leren daarmee om als nu gezonde volwassene de beelden van de betekenisvolle herinneringen die geassocieerd zijn met angst, verdriet, boosheid et cetera te herschrijven. Het hoofdstuk bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt besproken hoe je cliënte kan leren haar gezonde volwassene te visualiseren. In het tweede deel wordt beschreven hoe de cliënte kan leren de beelden tijdens de imaginaire rescripting zelf te herschrijven vanuit een gezond, volwassen perspectief. Aan het eind van het hoofdstuk heb je als therapeut een goede indruk van de werkwijze en beschik je over een theoretische basis die je, ondersteund door supervisie en/of intervisie, in staat stelt cliënten te begeleiden bij het zelf herschrijven van beelden.
Remco van der Wijngaart

5. Toekomstgerichte imaginaire rescripting om patronen te doorbreken

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe imaginaire rescripting kan worden gebruikt om toekomstgerichte beelden te genereren en te bewerken. Toekomstgerichte beelden lijken een rol te spelen bij diverse klachten en stoornissen. Het bewerken van toekomstgerichte beelden met imaginaire rescripting zou kunnen leiden tot betekenisvolle ervaringen, net zoals het bewerken van herinneringen uit het verleden dat kan. Toekomstgerichte imaginaire rescripting zou daarmee een effectieve manier kunnen zijn om cliënten zich te laten voorbereiden op toekomstige gebeurtenissen en hen alvast te laten oefenen met een gezonde manier van reageren.
Remco van der Wijngaart

6. Specialistische toepassingsgebieden en vormen van imaginaire rescripting

Samenvatting
In dit hoofdstuk leer je hoe je de methode van imaginaire rescripting kunt toepassen bij verschillende klachten, zoals verslavingsproblematiek, de nachtmerriestoornis en de flashforwards bij een depressie, en de dwangstoornis. Imaginaire rescripting bij deze stoornissen zal in veel opzichten niet verschillen van wat je eerder in dit boek hebt kunnen lezen: op dezelfde manier worden betekenisvolle beelden gevisualiseerd en help je het verloop van deze beelden te veranderen. Je leert in dit hoofdstuk echter de klachten of stoornissen zo te conceptualiseren dat helder wordt waarom je ook bij deze klachten imaginaire rescripting kunt gebruiken. Tot slot worden in dit hoofdstuk ook andere vormen van imaginatieoefeningen beschreven, zoals positieve imaginatie en cognitive bias modification.
Remco van der Wijngaart

7. Valkuilen van therapeuten

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden veelvoorkomende valkuilen beschreven waar we als therapeut bij imaginaire rescripting in kunnen trappen. De meest voorkomende valkuilen zijn dat we de oefening te cognitief en reflectief doen, waardoor de imaginatie onvoldoende emoties genereert, dat we de cliënten te snel en te veel aanspreken als de gezonde volwassene die ze lijken te zijn, dat we zelf te aarzelend zijn bij de rescripting, of dat we juist te perfectionistisch zijn bij de imaginatie. Voor iedere valkuil wordt beschreven hoe we daar het best mee kunnen omgaan. Bewuste aandacht voor het cognitief herstructureren van de oude valkuilen is dan een opmaat naar het bijsturen van je handelen zodat de imaginaire rescripting effectiever kan worden.
Remco van der Wijngaart

Nawerk

Meer informatie