Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2009 | OriginalPaper | Hoofdstuk

8 Humorale immuniteit

Auteur: Dr. M.J.D. van Tol

Gepubliceerd in: Immunologie

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

In het vorige hoofdstuk is besproken op welke wijze het cellulaire immuunsysteem, dat verzorgd wordt door de T-lymfocyten, intracellulaire micro-organismen en tumorcellen onschadelijk maakt. Het immuunsysteem dat er vooral op gericht is om extracellulaire micro-organismen (bacteriën, sommige virussen, parasieten) aan te pakken, is het humorale immuunsysteem. De cellulaire dragers van dit systeem zijn de B-lymfocyten. Door middel van immuunglobulinen die op het celoppervlak van B-lymfocyten als antigeenreceptoren functioneren, kunnen deze cellen het extracellulaire antigeen rechtstreeks binden. De B-lymfocyten worden vervolgens geactiveerd en kunnen differentiëren tot plasmacellen die grote hoeveelheden antilichamen uitscheiden. De antilichamen binden aan de (extracellulaire) antigenen, waarna het antigeen (veelal micro-organismen) op verschillende manieren uitgeschakeld en opgeruimd kan worden. De wijze waarop antilichamen hun effectortaken uitoefenen zijn vooral neutralisatie, activatie van het complementsysteem en opsonisatie. Hierbij is een intensief samenspel met het aangeboren immuunsysteem van essentieel belang.

Met onderstaand(e) abonnement(en) heeft u direct toegang:

BSL Academy Physician Assistant

De BSL Academy Physician Assistant geeft je online toegang tot de actuele BSL-collectie studiemiddelen voor de opleiding Physician Assistant. Hiermee beschik je direct over alle bouwstenen om gericht en succesvol te studeren of je lessen voor te bereiden

Metagegevens
Titel
8 Humorale immuniteit
Auteur
Dr. M.J.D. van Tol
Copyright
2009
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-6528-9_8