Skip to main content
main-content

25-08-2016 | Huisartsgeneeskunde | Nieuws

Wat te doen bij extreem piekeren?

Huisartsen krijgen regelmatig patiënten op het spreekuur die op grond van een angststoornis extreem piekeren. De gegeneraliseerde angststoornis (GAS) is dan ook een van de meest voorkomende psychische stoornissen. Het leidt tot significant lijden en functionele beperkingen, en er treedt weinig spontaan herstel op. Bovendien is de GAS een sterke voorspeller van later optredende secundaire stoornissen als depressie. Wat is de meest voor de hand liggende behandeling?


Helaas blijven de effecten van verschillende therapievormen voor de GAS achter bij de resultaten van psychotherapie voor andere angststoornissen. Een mogelijke verklaring kan zijn dat geen van de onderzochte behandelingen is gebaseerd op een stoornisspecifiek theoretisch model voor de GAS. In de afgelopen 15 jaar zijn er verschillende specifieke theoretische modellen ontwikkeld voor de GAS, waarin niet de inhoud van het piekeren centraal staat, maar de onderliggende mechanismen. Een bekend voorbeeld van een innovatieve stoornisspecifieke conceptualisatie van de GAS is het metacognitieve model (MCM), waarin negatieve opvattingen over het piekeren een centrale rol spelen bij het ontstaan en de in stand houding van GAS. De hierop gebaseerde metacognitieve therapie (MCT) richt zich dan ook op het onderzoeken en modificeren van deze opvattingen. Uitgangspunt is dat als patiënten anders leren denken over het piekeren hun angsten en het gepieker afnemen.

Metacognitieve theorie

Uitgangspunt van het metacognitieve model (MCM) is dat piekeren een niet-pathologisch proces is. Iedereen piekert wel eens en veel mensen zien piekeren als een effectieve manier om met gevaar om te gaan, wat zich weerspiegelt in positieve opvattingen over piekeren (bijv. ‘door te piekeren kan ik onheil voorkomen’). Piekeren zelf en de opvattingen daarover zijn dan ook niet onderscheidend voor GAS. Zulk gepieker over niet-cognitieve gebeurtenissen als externe situaties of lichamelijke symptomen, worden in het MCM aangeduid met type 1 gepieker. Het wordt gekenmerkt door een aaneenschakeling van ‘wat-als’-gedachten, die leiden tot angst en spanning. Het gepieker houdt aan totdat men afgeleid wordt of totdat het ‘gevoel de situatie aan te kunnen’ bereikt is, waardoor de angst en spanning afnemen. GAS-patiënten zullen het uitblijven van de gevreesde rampen toeschrijven aan hun gepieker (‘Pfffff, gelukkig had ik me zo goed voorbereid dat er niets mis is gegaan’). Ze zullen niet inzien dat ze de kans op het optreden van rampen overschatten en beter hun positieve opvattingen over piekeren kunnen bijstellen (‘Hé, misschien is piekeren toch niet zo nodig als ik dacht, want wat ik vrees komt telkens niet uit’).

Vicieuze cirkel

Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel waarbij op basis van de geactiveerde positieve metacognities piekeren als copingstrategie wordt ingezet bij dreigend gevaar. Dat kan er toe bijdragen dat het gepieker een probleem wordt. Want de kenmerkende ‘wat-als’-denkstijl leidt tot het genereren van steeds meer mogelijke negatieve uitkomsten van mogelijke dreigende situaties. Elke bedachte negatieve uitkomst of situatie kan weer onderwerp zijn van nieuw gepieker, waardoor het piekeren uit de hand loopt. Het piekeren zelf kan daardoor als negatief gezien gaan worden. Men krijgt er klachten van, de stemming wordt er negatief door beïnvloed en pogingen te stoppen met het gepieker mislukken vaak. Dat kan weer leiden tot de angst dat je ‘iets kunt krijgen’ van het onbeheersbare gepieker. Bijvoorbeeld dat je er gek van wordt of dat je het ervan aan je hart krijgt. Deze negatieve kennis over de onbeheersbaarheid en het gevaar van piekeren worden aangeduid als negatieve metacognities en binnen het MCM beschouwd als cruciaal voor de ontwikkeling van GAS.

Negatieve metacongnities

Negatieve metacognities kunnen ook op andere manieren gevormd of versterkt worden. Bijvoorbeeld door nieuwe informatie over piekeren, zoals over een ouder die ook veel piekerde en plots hartklachten krijgt. Daardoor kan een piekeraar een relatie leggen tussen gepieker en hartklachten, wat leidt tot een toename van angst en pogingen het piekeren te stoppen. Als deze pogingen mislukken wordt de onbeheersbaarheid van het gepieker bevestigd en zal de angst voor hartklachten versterkt worden. Dit zal aanzetten tot hernieuwde pogingen het gepieker te doorbreken, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat.

‘Dokter, kan dit gepieker leiden tot een herseninfarct?’

Het piekeren over het piekeren heeft verschillende consequenties. Een eerste consequentie is dat gevoelens van angst toenemen. Deze toename van klachten kan als bevestiging voor de onbeheersbaarheid en/of het gevaar van piekeren gezien worden (‘Oh jee, nu verlies ik echt de controle’ of ‘Zie je wel, ik krijg een hartaanval’), maar ook als aanwijzing dat men niet goed met de situatie omgaat. Het metagepieker leidt ook tot overte gedragingen en cognitieve strategieën om het piekeren te beheersen. Voorbeelden van overte gedragingen zijn het vermijden van zaken of situaties die aanleiding kunnen geven tot piekeren, zoals de krant lezen, en geruststelling vragen, zoals de huisarts of psycholoog vragen of piekeren echt niet tot een herseninfarct kan leiden. Voorbeelden van gedachtecontrolestrategieën zijn pogingen gedachten te onderdrukken die een piekercyclus in gang kunnen zetten. Het doel van deze gedragingen is vooral om te voorkomen dat het piekeren begint. Hoewel de beschreven strategieën soms op de korte termijn effect sorteren, houden ze de klachten op de lange termijn juist in stand. Het consequent toepassen van zowel de overte als coverte strategieën voorkomt namelijk dat patiënten ervaren dat de gevreesde gevolgen van het piekeren uitblijven als zij hun gepieker niet ‘bestrijden’ maar ‘er gewoon laten zijn’.

Bron: Psychopraktijk (tijdschrift) 1/2010. Het gehele artikel kunt u hier lezen.

Tip

Aanbevolen door de auteur(s)

2014 | Boek

Ouderen in de geestelijke gezondheidszorg

Ouderen vinden bij psychische problemen nog onvoldoende hun weg naar de geestelijke gezondheidszorg. Enerzijds omdat zij zelf niet om dergelijke hulp vragen, anderzijds omdat hulpverleners lang niet allemaal voldoende oog hebben. Dit boek biedt infor

Aanbevolen door de auteur(s)

2004 | hbo | Boek

Leven met een piekerstoornis

Mensen met een chronische piekerstoornis (gegeneraliseerde angststoornis) leven onder voortdurende hoogspanning. Het overmatige piekeren gaat samen met aanhoudende angst, (over)vermoeidheid of andere lichamelijke en psychische klachten. Meestal is er

Onze productaanbevelingen

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Daarnaast vindt u praktijkgerichte nascholing: geaccrediteerde e-learnings, web-tv’s en toetsen. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.

BSL Psychologie Totaal

Met BSL houdt u eenvoudig en efficiënt uw vak bij. Met een online abonnement heeft u toegang tot een groot aantal boeken, tijdschriften en online nascholing. Denk hierbij aan e-learnings en web-tv's. Zo kunt u op uw gemak en wanneer het u het beste uitkomt verdiepen in uw vakgebied.