Skip to main content
main-content
Top

23-03-2016 | Huisartsgeneeskunde | Nieuws

Openkamerhoekglaucoom

Glaucoom is een chronisch progressieve anterieure opticusneuropathie met een karakteristieke uitholling (excavatie) van de papil en daarbij behorende typische gezichtsvelduitval. Diabetes mellitus, hart- en vaatziekten en stoornissen in de doorbloeding van de oogzenuw spelen een rol.


Verhoogde intraoculaire druk is de grootste risicofactor voor het ontstaan van glaucoom en de kans op gezichtsvelduitval neemt toe met het stijgen van de intraoculaire druk. De gemiddelde intraoculaire druk in een populatie bedraagt 16 mmHg met een standaarddeviatie van 2,5 mmHg.

Prevalentie

Glaucoom komt meestal voor op oudere leeftijd. De incidentie is ongeveer 1 per 1000 per jaar. Diabetes mellitus, hart- en vaatziekten en stoornissen in de doorbloeding van de oogzenuw spelen een rol. Andere factoren zijn een positieve familieanamnese voor glaucoom, de leeftijd, het negroïde ras en myopie van meer dan 6D. De meest voorkomende vorm van glaucoom is het primair openkamerhoekglaucoom die wordt gekenmerkt door een verhoogde intraoculaire druk, papilexcavatie en gezichtsvelduitval. Bij deze vormen van glaucoom is de voorste oogkamerhoek wijd open, wat beoordeeld kan worden door middel van gonioscopie.

Diagnostiek

Openkamerhoekglaucoom veroorzaakt bij de patiënt over het algemeen geen (pijn)klachten. De uitval begint meestal in de mid-periferie van het gezichtsveld. Dit wordt niet opgemerkt door de patiënt. Pas als de gezichtsvelduitval tot een koker is teruggebracht, merkt de patiënt deze beperking op en daardoor trekt hij pas laat aan de bel. De beschadiging is dan al onomkeerbaar.
De diagnose openkamerhoekglaucoom kan uitsluitend worden gesteld door een combinatie van anamnese, oogdrukmeting, fundoscopie en gezichtsveldonderzoek.

Behandeling

De behandeling van glaucoom is gericht op het afremmen dan wel stoppen van de progressie van de gezichtsvelduitval. De medicatie kan in vijf groepen worden ingedeeld: bètablokkers, adrenerge agonisten, carboanhydraseremmers, prostaglandineagonisten en parasympathicomimetica.

Ga naar het volledige artikel in Praktische huisartsgeneeskunde 2/2016.

Bron: Praktische huisartsgeneeskunde 2/2016

Tip

Aanbevolen

2008 | Boek

Oogheelkunde

Dit boek biedt huisartsen en huisartsen in opleiding actuele en concrete kennis van het specialisme oogheelkunde. De mogelijke problemen en aandoeningen van het oog worden behandeld in een vaste en herkenbare opbouw: klachten, diagnose en behandeling

Aanbevolen

2013 | wo | Boek

Leerboek oogheelkunde

Verschillende leerboeken circuleren in de geneeskundige opleidingen in Nederland, maar een specifiek op de student geneeskunde gerichte tekst ontbrak. Het Leerboek oogheelkunde voorziet in deze leemte.



Onze productaanbevelingen

BSL Huisarts Totaal

Met BSL Huisarts Totaal bouwt u efficiënt aan uw vakkennis. U krijgt digitale toegang tot boeken, veelgestelde vragen, casuïstiek en zes vaktijdschriften voor huisartsen. Daarnaast vindt u praktijkgerichte nascholing: geaccrediteerde e-learnings, web-tv’s en toetsen. Alles om u nóg beter te maken in uw vak.

Beeldrechten